---
title: "21 septembre 2007 · Poursuite, remboursement de la taxe · Tribunal de première instance de Louvain"
description: "Poursuite, remboursement de la taxe. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 21 septembre 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-remboursement-taxe-tribunal-louvain-2007-09-21-5557"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, remboursement de la taxe · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

21 septembre 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

59 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Louvain du 21.09.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, 12 de kamer

**Vonnis : 21 september 2007.**

**Eindvonnis.**

De Rechtbank van eerste aanleg te Leuven, twaalfde kamer, spreekt het volgende vonnis uit.

**Rolnummer : 05/57/A**

In de zaak van :

D. S. C. NV, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …, met ondernemingsnummer … BTW nr. BE …

**eiseres,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **S. P.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de waarnemend eerstaanwezend inspecteur van de Federale Overheidsdienst Financiën, met kantoor te 3150 Haacht, Remi Van de Sandelaan 2

**verweerster,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **C. M.** loco meester **d. N. E.**, advocaat te …, ….

## I. PROCEDURE

De rechtbank doet uitspraak in deze zaak die op de zitting van 15 juni 2007 in beraad werd genomen.

De procedure verliep met inachtneming van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- de dagvaarding op 30 december 2004 betekend door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **A. I.**, in vervanging van gerechtsdeurwaarder **P. H.**.

\- de conclusies van partijen en de door hen neergelegde stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier;

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 15 juni 2007.

## ll. FEITEN EN VOORWERP VAN DE VORDERING

Eiseres was als BTW-plichtige geregistreerd, voor de uitoefening van haar activiteit van bemiddeling bij de aankoop ,verkoop en verhuur van onroerende goederen, en de uitbating van een restaurant.

Zij was geregistreerd onder BTW-nummer BE ….

De BTW-rekening-courant werd voor eiseres op nul gezet op 31 oktober 2002 wegens niet-tijdige indiening van de BTW-aangiften en er werd voor de periode die hieraan voorafging een bijzondere rekening opgesteld die afsloot met een tegoed in het voordeel van eisers van 8.041,77 euro, verminderd met 125,00 euro boete.

De laatst ingediende aangifte waaruit enige activiteit blijkt die aan BTW onderworpen was, werd ingediend op 4 mei 1999.

Op 25 november 2004 bracht het BTW-controle kantoor eiseres op de hoogte dat het BTW-tegoed verjaard was.

In haar dagvaarding van 30 december 2004 dagvaardde eiseres verweerster in teruggaaf voor een bedrag van 8.041,77 euro, vermeerderd met de wettelijke intresten vanaf de opeisbaarheid van de tegoeden, de gerechtelijke intresten en de kosten, hierin begrepen de rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

Verweerster werpt op dat de aanvraag tot teruggave verjaard is.

Overeenkomstig artikel 76, § 1, 1° lid BTW-wb en [artikel 8-1, § 1 KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) is de overdracht van een BTW-tegoed, dat blijkt uit een ingediende aangifte, naar het volgende aangiftetijdvak de regel.

Overeenkomstig dezelfde artikelen kan de belastingplichtige om uitbetaling van de tegoeden verzoeken.

Het verzoek om uitbetaling wordt gedaan door een handtekening te plaatsen in een daartoe voorbehouden vak op de BTW-aangifte. Dit gebeurde door eiseres niet, terwijl er reeds een tegoed op de rekening-courant was op 31 oktober 1995 voor een bedrag van 8.746,45 euro (voorheen : 352.831 BEF).

Eiseres stelde haar eerste vraag tot teruggave in de dagvaarding, nl. op 30 december 2004.

Het oude artikel 82 van het BTW-wb bepaalde dat de vordering tot teruggave van belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.

Dit artikel werd vervangen door artikel 54 van de Wet van 15 maart 1999, en is van toepassing vanaf 6 april 1999. Het huidige artikel 82 bepaalt dat de vordering tot teruggaaf van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten begint te verjaren vanaf de dag dat deze vordering ontstaat.

Artikel 82 bis van het BTW-wb bepaalt : er is verjaring voor de vordering tot teruggaaf van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van de teruggaf van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.

Er is daarbij een mogelijkheid van stuiting van de verjaring, voorzien in artikel 83 BTW-wb.

De verjaringstermijnen bepaald in het BTW-wb primeren op de verjaringstermijn, voorzien in artikel 100, lid 1, 2° van de Wetten op de Rijkscomptabiliteit.

Het in de oude regeling ontstane recht op teruggave, verjaart na het verstrijken van 5 jaar na iedere aangiftetermijn, terwijl het in de nieuwe regeling ontstane recht op teruggave verjaart het einde van het derde jaar dat volgt op de datum waarop de aangifte moet worden ingediend.

Alle in de BTW-aangiften van eiseres opgenomen tegoeden tot en met het eerste kwartaal 1999 waren verjaard op het ogenblik dat de dagvaarding werd gelanceerd op 30 december 2004. Deze verjaring werd niet gestuit.

Uit de stukken van verweerster blijkt dat het eerste tegoed dateert van vóór 31 oktober 1995 en dat de economische activiteit van eiseres werd beëindigd op het einde van het eerste kwartaal 1999.

Eiseres brengt geen enkel element bij waaruit zou kunnen blijken dat zij initiatieven heeft genomen om het BTW-tegoed terug te krijgen.

De vordering van eiseres tot teruggave is derhalve verjaard.

### Dispositif

## III. UITSPRAAK

De rechtbank doet uitspraak na tegenspraak en in eerste aanleg,

De vordering is ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt de NV **D. S. C.** tot de kosten van het geding en stelt deze als volgt vast :

\- voor eiseres : 97,06 euro dagvaardingskosten + 364,40 euro rechtsplegingsvergoeding

\- voor verweerster : 364,40 euro rechtsplegingsvergoeding

Dit vonnis is uitgesproken in eerste aanleg tijdens de bijzondere en openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **vrijdag 21 september 2007**.

De rechtbank bestond uit :

Mevrouw **K. G.**, alleenzetelend rechter,

Mevrouw **J. C.**, griffier.

**J. C.** **K. G.**

## Textes cités

1

[AR no 4 art. 8-1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence
