---
title: "Poursuite, paiement de l&#x27;impôt · Tribunal de première instance de Bruxelles, 12 mai 2006"
description: "Poursuite, paiement de l'impôt. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 12 mai 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-paiement-impot-tribunal-bruxelles-2006-05-12-b137"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, paiement de l'impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

12 mai 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

93 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 12.05.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33ste Kamer**

**AR 02/8762/A**

\- BTW

\- op tegenspraak

\- eindvonnis

In zake van :

**P. P. C.**, vennootschap naar het recht van de Staat **D.**, met maatschappelijke zetel te …, …, …, woonst kiezende bij haar raadsman hierna genoemd,

**eisende partij op hoofdeis,**

**verwerende partij op tegeneis**

vertegenwoordigd door Mr. **V.** loco Mr. **E. D. R.**, advocaat te …, … (ref.: 026024),

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van Mevrouw de eerstaanwezend inspecteur **E. V. H.** van het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Jozef Stevensstraat 7,

**verwerende partij op hoofdeis,**

**eisende partij op tegeneis**

vertegenwoordigd door Mr. **B.** loco Mr. **J. H.**, advocaat te …, … (ref. : 4034),

---

De rechtbank spreekt het navolgend vonnis uit :

---

De partijen hebben hun middelen en besluiten voorgedragen in de openbare terechtzitting van 3 maart 2006 waarna het debat werd gesloten. De rechtbank nam vervolgens de zaak in beraad.

De rechtbank houdt in het bijzonder rekening met de volgende documenten :

\- het verzoekschrift dat namens eiseres op 4 juli 2005 in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie is neergelegd;

\- de conclusie en tweede conclusie voor eiseres neergelegd respectievelijk ter griffie op 17 februari 2005 en 28 november 2005;

\- de conclusie, aanvullende conclusie en tweede aanvullende conclusie voor verweerder neergelegd respectievelijk ter griffie op 6 september 2004, 13 oktober 2005 en 23 december 2005.

Bovendien heeft de rechtbank de overtuigingsstukken van de partijen ingezien.

---

## 1. FEITEN

De Amerikaanse vennootschap **P. P. C.** (eiseres), vennootschap naar het recht van de Staat **D.**, was de eigenaar van een vliegtuig **P. M.**, type PA 46-310P. en verhuurde dit volgens een "Management and brokerage agreement" aan de NV **A. F.** (BE …) met zetel te …, … (zie stuk nr. 2, bundel verweerder).

Omdat er in België belastbare handelingen worden verricht, met name het vervoer van een vliegtuig **P. M.** en de verhuur ervan aan de NV **A. F.**, die er binnen de Europese Gemeenschap mee zou vliegen, stelt eiseres een aansprakelijk vertegenwoordiger aan. Het betreft de NV **A. F.** ingeschreven onder het BTW-nummer …. De NV **A. F.** wordt bij toepassing van [artikel 55 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-55) erkend.

Op 8 juni 1995 wordt het vliegtuig ingeklaard door de NV **A. F.** doch onder haar eigen BTW-nummer en niet onder het nummer waarvoor ze als aansprakelijk vertegenwoordiger is aangesteld.

Naar aanleiding van een controle van 21 augustus 1995 wordt vastgesteld dat de invoer werd gedaan op naam van een foutieve geadresseerde, namelijk de NV **A. F.**. Deze foutieve inklaring wordt geregulariseerd.

Bij vonnis van 5 mei 1998 van de Rechtbank van Koophandel te Aalst wordt de NV **A. F.** in faling verklaard.

Op 30 juni 1998 wordt eiseres bij aangetekend schrijven verzocht een nieuwe aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen, gezien het faillissement van haar aansprakelijke vertegenwoordiger de NV **A. F.** (zie stuk nr. 3 bundel verweerder).

In haar schrijven van 8 augustus 1998 aan het Centraal Kantoor Buitenlandse Belastingplichtigen, laat eiseres weten dat ze sinds juni 1996 haar belastbare activiteit heeft stopgezet (zie stuk nr. 4 bundel verweerder).

Bij schrijven van 10 augustus 1998 verzoekt het C.K.B.B. de NV **A.** het document 604 C (stopzetting activiteit) behoorlijk ingevuld terug te sturen (zie stuk nr. 5 bundel verweerder).

Op 17 december 1998 wordt eiseres verzocht om het document 604 C terug te sturen (zie stuk nr. 6 bundel verweerder).

Op 12 januari 1999 volgt een BTW-controle van eiseres. De BTW-administratie stelt een proces-verbaal van 19 juli 1999 op (zie stuk nr. 7 bundel verweerder). De vastgestelde inbreuken resulteren in een verschuldigd bedrag van 51.199,13 euro BTW en 6.098,18 euro boete.

Bij aangetekende brief van 19 juli 1999 wordt een voor eensluidend verklaard proces-verbaal verzonden aan Meester **M. G.**, in zijn hoedanigheid van curator van de NV **A. F.**, aansprakelijke vertegenwoordiger van eiseres (zie stuk 8, bundel verweerder).

Op 15 oktober 1999 verzoekt de administratie bij aangetekend schrijven de hoofdelijke aansprakelijke medeschuldenaar van eiseres, de NV Kredietbank, om een deel van de schuldvordering te voldoen (zie stuk nr. 9, bundel verweerder). De NV Kredietbank verricht te betaling op 8 december 1999.

Het hoger vermeld proces-verbaal van 19 juli 1999 wordt rechtstreeks betekend aan eiseres op 26 november 2002.

Er wordt een bijzondere rekening opgesteld ingevolge [artikel 8, § 1 van het KB nr. 24](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f#ar24-art8) van 29 december 1992 voor het tijdvak van 30 april 1998 tot 31 juli 1998 en er blijkt een belastingkrediet van 50.431,16 euro.

Dit krediet wordt aangewend om de openstaande schuldvordering aan te zuiveren.

Bij exploot van 8 juli 2002 dagvaardt eiseres de administratie tot erkenning van de NV **N.** als aansprakelijke vertegenwoordiger en tot teruggaaf van de op de invoer betaalde BTW.

## 2. VORDERING

Eiseres verzoekt de rechtbank *verweerder te veroordelen tot betaling van 50.431,16 euro meer de moratoire interesten vanaf 15 juli 1998 en meer de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding. De tegen vordering ongegrond te verklaren*. In haar laatste conclusie doet eiseres afstand van haar eis tot erkenning van de NV **N.** als aansprakelijke vertegenwoordiger.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering en verzoekt de rechtbank te zeggen dat *de schuldvordering van verweerder van 67.537,13 euro gedeeltelijk kan aangezuiverd worden met het nog openstaande krediet ten bedrage van 50.431.16 euro en dat eiseres het saldo ten bedrage van 17.105,97 euro zonder verwijl moet betalen*.

## 3. ONTVANKELIJKHEID

Partijen werpen geen specifieke gronden van niet-ontvankelijkheid van de vordering op. De rechtbank ziet evenmin redenen om ambtshalve te besluiten tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering. Deze is ontvankelijk.

## 4. BESPREKING TEN GRONDE

### *4.1. Over de eis tot teruggaaf van het BTW-krediet*

Uit stuk 11 (bundel verweerder) blijkt de toestand van de rekening courant voor de bijzondere rekening van 30 april 1998 tot 31 juli 1998. Hieruit blijkt dat op 31 januari 1997 de rekening courant op nul stond. Op 21 februari 1997 wordt een boete aangerekend van 123,94 euro. Op 18 april 1997 wordt een nihil-aangifte ingediend voor het eerste kwartaal 1997. Op 23 juli 1997 wordt een nihil-aangifte ingediend voor het tweede kwartaal 1997. Op 21 januari 1998 wordt een BTW-aangifte ingediend voor het vierde kwartaal 1997 met een belastingkrediet van 51.546,68 euro. Op 31 juli 1998 wordt de rekening courant op nul gezet voor de periode van 30 april 1998 tot 31 juli 1998 met een saldo van 51.422,74 euro wegens niet-indiening van BTW-aangiften van het eerste en tweede kwartaal 1998. Ingevolge hiervan wordt overeenkomstig de bijlage, eerste afdeling III bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 een boete vastgesteld op 991,58 euro (zie stuk 11, bundel verweerder). Het saldo op de bijzondere rekening bedraagt op 31 juli 1998 50.431,16 euro.

Eiseres stelt ten onrechte dat gelet op het faillissement van haar aansprakelijk vertegenwoordiger deze eiseres niet meer kon vertegenwoordigen in België, zelfs niet wanneer deze wordt vertegenwoordigd door de curator.

De inbreuken op de BTW-wetgeving die in het proces-verbaal van 19 juli 1999 worden vastgesteld hebben echter betrekking op de jaren 1995 en 1996, dus voor het faillissement van de aansprakelijk vertegenwoordiger van 3 mei 1998.

Krachtens [artikel 55, § 4 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-55) wordt de aansprakelijke vertegenwoordiger in de plaats gesteld van zijn lastgever ten aanzien van alle rechten die aan laatstgenoemde zijn verleend of van alle verplichtingen die hem zijn opgelegd door of ter uitvoering van het BTW-wetboek. Hij is met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening, van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het BTW-wetboek of ter uitvoering ervan.

De erkende vertegenwoordiger is in beginsel aansprakelijk voor alle handelingen die in België wordt verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, en dit tot zolang zijn mandaat duurt.

De aansprakelijkheid van de aansprakelijke vertegenwoordiger wordt beperkt tot de handelingen verricht door de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige tot op de datum van aanvaarding door de administratie van het verzoekt tot schrapping van erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger. De aansprakelijke vertegenwoordiger blijft evenwel na de voormelde data nog gehouden gedurende de bij de artikelen [81](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81) en [81bis, § 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) van het BTW-wetboek vastgestelde invorderingstermijn, tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten met betrekking tot de onder zijn aansprakelijkheid, door de niet in de Gemeenschap gevestigde verrichte handelingen.

De aansprakelijke vertegenwoordiger mag echter, om zich volledig van zijn aansprakelijkheid te ontdoen, aan het CKBB vragen om binnen de zes maanden na de datum van intrekking van zijn erkenning een grondige controle uit te voeren van de onder zijn aansprakelijkheid verrichten handelingen. Indien deze controle geen aanleiding geeft tot enige correctie of indien, na correctie, een regeling wordt getroffen naar genoegen van de administratie, wordt de vertegenwoordiger ontslagen van zijn aansprakelijkheid, onder dit voorbehoud evenwel dat hij gehouden blijft tot de onregelmatigheden die daarna zouden worden ontdekt, wanneer wordt vastgesteld dat zij het resultaat zijn van zijn eigen daden of van verstandhouding tussen hem en de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige of andere personen.

De aansprakelijk vertegenwoordiger was derhalve in casu niet ontslagen van zijn aansprakelijkheid. De BTW-regelgeving voorziet ook niet in een ontslag van de aansprakelijkheid bij faillissement van de aansprakelijke vertegenwoordiger. Artikel 16 van de Faillissementswet bepaalt : *Te rekenen vanaf de dag van het vonnis van faillietverklaring verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over al zijn goederen, zelfs over de goederen die hij mocht verkrijgen terwijl hij zich in staat van faillissement bevindt. Alle betalingen, verrichtingen en handelingen van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde gedaan vanaf de dag van het vonnis, kunnen niet aan de boedel worden tegengeworpen*.

Aangezien de NV **A. F.**, aansprakelijk vertegenwoordiger van eiseres, bij vonnis van 5 mei 1998 van de Rechtbank van Koophandel van Aalst in faling werd verklaard en er een belastingkrediet bestond afkomstig van voor het faillissement, kon verweerder overgaan tot een grondige controle vooraleer het belastingkrediet uit te betalen. Het belastingkrediet steunt immers op de door de aansprakelijk vertegenwoordiger verschafte gegevens.

De verschillende vastgestelde onregelmatigheden zijn afkomstig van een periode van voor het faillissement. Indien de aansprakelijke vertegenwoordiger zijn periodieke aangiften correct had ingevuld dan zou er geen belastingkrediet zijn ontstaan.

De curator is na het vonnis van faillietverklaring de enige bevoegde persoon om de NV **A.** te vertegenwoordigen, maar dit impliceert niet dat de aansprakelijke vertegenwoordiger ontslagen is van zijn aansprakelijkheid.

De curator bevindt zich in dezelfde toestand als de gefailleerde schuldenaar ten opzichte van de fiscale schuldvordering van de Staat. Als de curator akkoord gaat met de schuldvordering van de Staat of geen fiscaal verhaal instelt dan wordt de schuldvordering definitief.

De vordering is derhalve wel een zekere, vaststaande en opeisbare vordering die gedeeltelijk kan worden aangezuiverd door het desbetreffend belastingkrediet aangezien de curator, de wettige vertegenwoordiger van de gefailleerde, de vordering niet betwiste.

### *4.2. Over de verjaring van de vordering*

De vordering van de Belgische Staat verjaart door verloop van vijf jaar te rekenen vanaf de dag waarop zij is ontstaan ([artikel 81 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81)).

De BTW-controle heeft betrekking op de periode van 1 januari 1995 tot 30 juni 1996. Aangezien eiseres gehouden is tot het indienen van trimesteriele BTW-aangiften is de vroegste datum waarop de verjaring begint te lopen de 20 e van de maand die volgt op het eerste gecontroleerd kwartaal (de werkelijke indieningsdatum van de BTW-aangifte).

In casu is het eerste kwartaal van de gecontroleerde periode het eerste kwartaal van 1995 en de wettelijke indieningdatum is 20 april 1995. De verjaring begint te lopen vanaf 21 april 1995. Indien de verjaringstermijn niet gestuit of geschorst wordt treedt de verjaring in op 20 april 2000.

[Artikel 83 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) bepaalt :

*Zowel ten aanzien van de voldoening als ten aanzien van de teruggaaf van de belasting, de interesten en de administratieve geldboeten, wordt de verjaring gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze kan worden gestuit, wordt in dat geval verkregen vijf jaar na de laatste stuiting van de vorige verjaring, indien geen rechtsgeding hangend is.*

*Afstand van de verlopen tijd van de verjaring en de kennisgeving van het dwangbevel op de wijze als bedoeld in artikel 85, § 1 worden ten aanzien van hun gevolgen gelijkgesteld met de in het vorige lid bedoelde stuiting*.

In casu werd op 8 december 1999 een deel van de schuldvordering betaald zodat een nieuwe verjaringstermijn van 5 jaar begint te lopen vanaf 8 december 1999. Indien de verjaringstermijn niet gestuit of geschorst wordt treedt de verjaring in op 9 december 2004. Verweerder heeft de verjaring gestuit door de tegeneis in haar eerste besluiten op 31 augustus 2004.

### *4.3. Over de tegeneis*

Eiseres betwist niet dat de bijzondere rekening van definitieve afsluiting voor het tijdvak van 30 april 1998 tot 31 juli 1998 een krediet van 50.431,16 euro vertoont.

Uit de controle uitgevoerd op 12 januari 1999 blijkt dat eiseres aan verweerder de volgende bedragen verschuldigd is, 51.1999,13 euro BTW en 6.098,18 euro boete meer interesten vanaf 21 juli 1996.

Conform [artikel 19 van het KB nr. 24](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f#ar24-art19) van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting op de toegevoegde waarde wordt dit bedrag als volgt toegerekend :

10.238,00 euro (interest) - 10.238,00 euro krediet

6.098,18 euro (interest) - 6.098,18 euro krediet

51.199,13 euro (interest) - 34.093,16 euro krediet

Er blijft derhalve nog 17.107,79 euro verschuldigd door eiseres.

De tegeneis is gegrond.

---

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend op **tegenspraak**;

Verklaart de hoofdvordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Verklaart de tegeneis van verweerder ontvankelijk en gegrond;

Zegt voor recht dat de schuldvordering van verweerder van 67.537,13 euro aangezuiverd wordt met het nog openstaande krediet ten bedrage van 50.431,16 euro;

Veroordeelt eiseres tot betaling aan verweerder van 17.105,97 euro (zeventien duizend honderd en vijf euro zevenennegentig cent) meer de interesten;

Veroordeelt eiseres tot betaling van de gedingkosten, in hoofde van verweerder begroot op 356,97 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de **33****ste** **kamer** van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **12 mei 2006**

Waar aanwezig waren en zitting namen :

Mevrouw **N. S.**, alleenrechtsprekend rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I. D.** **N. S.**

## Textes cités

6

[CTVA art. 55](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-55) 2 occurrences

[CTVA art. 81](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81) 2 occurrences

[AR no 24 art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f) 1 occurrence

[AR no 24 art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-24-decembre-paiement-taxe-valeur-ajoutee-6f3f) 1 occurrence

[CTVA art. 81bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) 1 occurrence

[CTVA art. 83](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 3 dispositions communes

[Déclaration d’accord, renonciation à l’action, Prescription, Intérêts de retard](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-accord-renonciation-action-prescription-cour-appel-2026-01-27-c906) 3 dispositions communes

[Redevable de la créance fiscale, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-creance-fiscale-prescription-operation-cour-appel-anvers-2024-03-05-e9b2) 3 dispositions communes

[Recouvrement, délais, prescriptions, déclarations irrégulières, déductions irrégulières, éléments probants](https://juriel.be/fr/jurisprudence/recouvrement-delais-prescriptions-declarations-irregulieres-cassation-bruxelles-2012-04-27-0c37) 3 dispositions communes

[Droit comptable, Prescription de l’action en recouvrement, Acte interruptif](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-comptable-prescription-action-recouvrement-tribunal-bruxelles-2018-04-26-fec4) 3 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Travaux de transformation ou rénovation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-transformation-renovation-rejet-tribunal-bruxelles-2025-11-21-04be) 3 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2003-10-14-2758) 3 dispositions communes

[Location immobilière, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-droit-deduction-utilisation-cour-appel-anvers-2018-03-20-34ca) 3 dispositions communes
