---
title: "26 novembre 2008 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, paiement de l'impôt. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 26 novembre 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-hasselt-2008-11-26-694b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

26 novembre 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

83 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 26.11.2008

Résume non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

IN ZAKE A.R. nr. **05/2335/A**

**C. A.**, zonder beroep, wonende te …, …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mr. **R. R.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de heer e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te 3500 Hasselt, Thonissenlaan 20,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door Mr. **F. R.**, advocaat te …, …,

## EN IN ZAKE :

**C. A.**, zonder beroep, wonende te …, …,

**eiseres,**

in tussenkomst en vrijwaring. vertegenwoordigd door Mr. **R. R.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**B. J.**, handelaarster, wonende te …, …,

**verweerster,**

in tussenkomst en vrijwaring, niet verschijnend,

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 07.11.2005;

\- het exploot van gerechtsdeurwaarder **P. T.** te … van 16.08.2006 waarbij mevr. **J. B.** werd gedagvaard in tussenkomst en vrijwaring;

\- de conclusies, syntheseconclusie en stukken van verweerder;

\- de besluiten, kostennota en stukken van eiseres.

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiseres heeft met ingang van 01.01.2002 te …, … een café uitgebaat (café …). Ingevolge haar beroepswerkzaamheid van café-uitbaatster is zij onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten. Zij werd geregistreerd als belastingplichtige onder BTW-nummer ….

Vanaf 01.12.2002 heeft eiseres deze zaak overgedragen aan mevr. **J. B.**, verweerster in tussenkomst en vrijwaring, die vanaf deze datum volledig voor eigen rekening de zaak verder gezet heeft, evenwel op naam van eiseres aangezien mevr. **J. B.** eerst haar diploma bedrijfsbeheer diende te behalen alvorens de handelszaak officieel te kunnen overnemen.

Vanaf 01.10.2003 werd de overdracht van de handelszaak geofficialiseerd.

Op 31.10.2003 diende de boekhouder van eiseres de periodieke aangifte m.b.t. het tweede kwartaal 2003 in. Deze aangifte werd geboekt met datum van uitwerking op 20.07.2003. Uit deze aangifte bleek geen verschuldigdheid aan rechten (zie stuk 1, bundel verweerder).

Op 12.11.2003 diende de boekhouder van eiseres de periodieke aangifte m.b.t. het derde kwartaal 2003 in. Deze aangifte werd geboekt met datum van uitwerking op 20.10.2003. Uit deze aangifte, bleek dat een bedrag van … euro verschuldigd was aan BTW (zie stuk 2, bundel verweerder).

De BTW-rekening courant van eiseres vertoonde op 31.01.2004 een verschuldigd saldo aan BTW van … euro, alsmede een intrest van … euro en een boete van … euro (zie stuk 3, bundel verweerder).

Bij gebreke aan betaling binnen de door art. 53, § 1, 3° W.BTW gestelde termijn, heeft de e.a. inspecteur **D. S.** van het BTW-Ontvangkantoor te Hasselt op 31.05.2005 een dwangbevel uitgevaardigd waarbij de volgende bedragen werden gevorderd :

\- … euro aan BTW;

\- … euro geldboete;

\- … euro intresten;

\- de wettelijke intresten over de rechten vanaf 21.06.2005;

\- de moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboete vanaf de betekening van het dwangbevel ingevolge art. 91, § 4 W.BTW;

\- de vervolgingskosten

(zie stuk 4, bundel verweerder).

Het dwangbevel van 31.05.2005 werd door de e.a. inspecteur van de BTW te Lanaken, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 03.06.2005. (zie stuk 4, bundel verweerder).

Bij exploot van betekening-bevel van gerechtsdeurwaarder **J. G.** te … van 13.10.2005 werd het dwangbevel betekend aan eiseres (zie stuk 5, bundel verweerder).

Bij tegensprekelijk verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 07.11.2005, stelde eiseres een vordering in rechte in.

Bij exploot van gerechtsdeurwaarder **P. T.** te … van 16.08.2006 dagvaardde eiseres mevr. **J. B.** in tussenkomst en vrijwaring.

## II. BEOORDELING

### 1. 0ntvankelijkheid

Er worden geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde

2.1. Aangaande-het verzet tegen het dwangbevel van 31.05.2005

Uit de periodieke aangiften van eiseres blijkt dat eiseres gehouden was BTW te betalen overeenkomstig de BTW-wetgeving m.b.t. het derde kwartaal van 2003.

De door eiseres aangehaalde argumenten m.b.t. het feit dat zij haar handelsactiviteiten heeft stopgezet en vanaf december 2002 haar zaak heeft overgedragen aan mevr. **J. B.**, zijn niet tegenstelbaar aan de BTW-administratie.

Uit de stukken van het dossier blijkt immers dat eiseres pas op 01.02.2004 officieel aangifte heeft gedaan van stopzetting van activiteiten. Het formulier 604c (aangifte stopzetting werkzaamheid) werd pas ingediend op 15.01.2004 (zie stuk 8, bundel verweerder).

Het verzet tegen het dwangbevel van 31.05.2005 is dan ook ongegrond.

#### 2.2. Aangaande de vordering in tussenkomst en vrijwaring

Uit de stukken blijkt dat mevr. **J. B.** vanaf december 2002 de handelszaak voor haar persoonlijke rekening heeft uitgebaat.

De boekhouder van eiseres verklaarde :

> *"Bij deze verklaar ik, ondergetekende* ***P. M.****, erkend boekhouder-fiscalist BIBF dat ik reeds in december 2002 begonnen was met de startersformaliteiten om café … om te zetten van* ***C. A.*** *naar* ***B. J.****. De eigenlijke overdracht heeft pas plaatsgevonden op het einde van 2003 daar mevrouw* ***B.*** *eerst haar diploma bedrijfsbeheer moest halen. Zij heeft dan met toestemming van mevrouw* ***C.*** *gehandeld onder het BTW-nummer van* ***C. A.****".*

*(zie stuk 1, bundel eiseres).*

Mevr. **J. B.** betaalde reeds in januari en april 2003 de huur van de handelszaak (zie stukken 2 en 3, bundel eiseres).

De NV **D. S.** factureerde op 25/10/2003 en 31/10/2003 op naam van "café … **B. J.**" (zie stuk 8, bundel eiseres).

Op 29.05.2003 deed er zich een vechtpartij voor in het café waarvan een proces-verbaal werd opgesteld en waarbij de echtgenoot van mevr. **B.** zich als caféhouder uitgeeft (zie stuk 17, bundel eiseres).

De brandstoffacturen van Brandstoffen **D. P.** van 26.10.2002, 04.02.2003 en 31.01.2003 vermelden "café … **B.**" (zie stuk 19, bundel eiseres).

Eiseres toont aan de hand van de door haar overlegde stukken genoegzaam naar recht aan dat de feitelijke toestand erin bestond dat zij in december 2002 haar handelszaak heeft overgedragen aan mevr. **J. B.** en dat deze, mits toestemming van eiseres, haar handelsactiviteiten mocht verrichten onder haar BTW-nummer.

De vordering in tussenkomst en vrijwaring dient dan ook gegrond te worden verklaard.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S., 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art 13 en 14).

Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak opzichtens verweerder en bij verstek opzichtens verweerster in tussenkomst en vrijwaring,

Verklaart het verzet van eiseres tegen het dwangbevel van 31.05.2005 ontvankelijk doch ongegrond.

Verklaart de vordering van eiseres opzichtens verweerster in tussenkomst en vrijwaring ontvankelijk en gegrond.

Zegt voor recht dat verweerster in tussenkomst en vrijwaring, mevr. **J. B.**, eiseres dient te vrijwaren voor alle sommen verschuldigd aan de BTW-administratie ingevolge het dwangbevel van 31.05.2005 en dit zowel in hoofdsom, geldboete, intresten en kosten.

Veroordeelt eiseres tot de kosten, begroot in hoofde van verweerder op … euro. rechtsplegingvergoeding.

Veroordeelt verweerster in tussenkomst en vrijwaring tot de kosten, begroot in hoofde van eiseres op :

\- dagvaardingskosten : … euro

\- rechtsplegingvergoeding : … euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de elfde kamer A, op **26 november 2008**, aIwaar aanwezig waren :

mevrouw **M. C.**, enige rechter en

mevrouw **M. L.**, griffier.

**M. L.** **M. C.**
