---
title: "14 avril 2010 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 14 avril 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-gand-2010-04-14-3984"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

14 avril 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

68 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 14.04.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER, OPENBARE TERECHTZETTING VAN 14 APRIL 2010

**Rolnummer : AR 08/74/A**

In de zaak van :

**Vzw P. Z. "Z. N. G.**", met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

**EISERES**, hebbende als raadsman mr. **F. V.**, advocaat te …, …

TEGEN :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van

\- de directeur van de A.O.I.F., Controlecentrum III, met burelen te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 45 bus 3355

\- de Gewestelijke Directeur van het BTW Ontvangkantoor, met kantoren te 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93

**VERWEERDER**, hebbende als raadsman mr. **Ph. V.**, advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

**I.** **DE RECHTSPLEGING****.**

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 10 maart 2010 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de gedinginleidende dagvaarding van 17 december 2007 en de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.

**II.** **DE VORDERING****.**

Eiseres formuleert haar vordering in de gedinginleidende dagvaarding als volgt :

*De vordering ... ontvankelijk en gegrond te verklaren;*

*Te zeggen voor recht dat de in het Proces-Verbaal van 8 september.2005 gevorderde geldboeten proportioneel dienen te worden verminderd tot een bedrag van … euro en verweerder te verplichten tot teruggave van :*

1\. de door verzoekster te veel betaalde BTW op basis van de ten onrechte vordering vastgesteld in het Proces-Verbaal van 8 september 2005, begroot op … euro,

2\. de-door verzoekster onverschuldigd bedrag aan boetes ten belope van … euro;

en deze bedragen te verhogen met gerechtelijke intrest aan de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van dagvaarding tot datum van daadwerkelijke terugbetaling.

Gedaagde te veroordelen tot de kosten van het geding, aan de zijde van verzoekster voorlopig begroot op de wettelijke rechtsplegingsvergoeding (… euro) en de kosten van onderhavig exploot;

Dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zonder borgstelling, en met uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement"

**III.** **RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL****.**

1\. Eiseres heeft voor de nieuwbouwwerken van een psychiatrisch verzorgingstehuis die in de periode 1996-1998 plaatsvonden. zich laten factureren aan het verlaagd BTW-tarief van 6 %. De totale aannemingswerken bedroegen … euro.

2\. De BTW-administratie heeft na een controle bij aannemer **C.** zulks vastgesteld en. gezien zij niet akkoord ging met het toegepaste tarief. een correctieopgave d.d. 19.07.1999 overgemaakt aan eiseres waarin de 15 % BTW die tekort was aangerekend meer de boetes werden ingevorderd. In concreto werd de nog verschuldigde BTW ten bedrage van … BEF (… euro) en een proportionele boete van … BEF (… euro) aangerekend.

3\. Eiseres betaalde bovenstaande bedragen, hetzij in totaal … euro, "zonder erkenning van schuld en onder voorbehoud van terugvordering", zij het in 12 maandelijkse aflossingen voor het eerst ingaand op 15 januari 2006 en eindigend op 15 december 2006.

4\. Eiseres is van oordeel dat een psychiatrisch verzorgingstehuis op expliciete wijze is gelijkgesteld aan een erkend rustoord voor bejaarden in artikel 5, § 1, tweede lid van de Wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen. Deze gelijkschakeling wordt bevestigd in de artikelen 1 en 2 van het K.B. van 10 juli 1990 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van de psychiatrische verzorgingstehuizen.

5\. Volgens eiseres impliceert de gelijkschakeling de toepassing van het verlaagd tarief van 12 % in plaats van 21 %. Het verlaagd tarief van 12 %werd bovendien tijdelijk verlaagd tot 6 %.

**IV.** **BESPREKING****.**

**1. nopens de ontvankelijkheid.**

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt. is de vordering ontvankelijk.

**2. nopens de grond.**

1\. Ter zitting gedraagt verweerder zich naar de "wijsheid van de rechtbank" gelet op het tussengekomen arrest nr. 84/2007 van het Grondwettelijk Hof van 7 juni 2007 inzake de prejudiciële vraag betreffende de artikelen 12, § 1 en 253 WIB/92 en schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet door de beperking van de term "rusthuis" tot gebouwen waar aan bejaarden, die er op duurzame wijze verblijven, huisvesting en verzorging wordt gegeven, waardoor instellingen die aan opvang doen van gehandicapten, psychiatrische patiënten, thuislozen, vluchtelingen en armen niet worden beoogd.

In voormeld arrest werd gesteld dat instellingen waar, zonder winstoogmerk, andere hulpbehoevende personen dan bejaarden worden opgevangen als soortgelijke weldadigheidsinstellingen in de zin van artikel 253 WIB/92 kunnen worden beschouwd en dat in deze interpretatie de artikelen 11 en 12 van de Grondwet niet wordt geschonden.

Anderzijds is zulks wel het geval wanneer instellingen die andere hulpbehoevende dan bejaarden opvangen, niet zou gelijkgesteld worden met rusthuizen.

2\. [Artikel 1 van het K.B. nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e#ar20-art1) van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting op toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven voorziet - in afwijking met het eerste lid - een verlaagd BTW-tarief van 12 % voor de goederen en diensten opgenomen in tabel B van de bijlage van dit besluit.

3\. De 12 % regel was overeenkomstig Tabel B (X. Sociale huisvesting, § 1, A. d) en B. ) van voornoemd KB nr. 20 onder meer van toepassing :

\- bij de levering van woningcomplexen bestemd voor huisvesting van bejaarden, leerlingen en studenten, minderjarigen, thuislozen en personen in moeilijkheden, op voorwaarde dat de instelling· aan wie geleverd wordt aan de bepaalde criteria voldoet (zoals bijvoorbeeld erkend zijn als bejaardentehuis, ...),

\- bij werk in onroerende staat aan de hierboven genoemde goederen, mits dat werk wordt uitgeoefend door een geregistreerd aannemer en gefactureerd wordt aan bovenvernoemde instellingen.

4\. De rechtbank is van oordeel dat niet langer ernstig kan betwist worden dat een erkend psychiatrisch verzorgingstehuis moet aanzien worden als een instelling die huisvesting biedt aan personen in moeilijkheden en aldus onder het toepassingsgebied van tabel B van het K.B. nr. 20 valt.

Anderzijds kan niet voorbij gegaan worden aan artikel 5, § 1, tweede lid van de Wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen waarin een psychiatrisch verzorgingstehuis op expliciete wijze is gelijkgesteld aan een erkend rustoord voor bejaarden. Deze gelijkschakeling wordt overigens bevestigd in de artikelen 1 en 2 van het K.B. van 10 juli 1990 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van de psychiatrische verzorgingstehuizen.

5\. Het voor eiseres toepasselijke BTW-tarief voor de werken in onroerende staat die zij heeft laten uitvoeren, kan aldus vastgesteld worden op 12 % in plaats van de aangerekende 21 %.

6\. Dit BTW-tarief van 12 % werd tijdelijk, meer bepaald van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997, verlaagd naar 6 %. Deze verlaging werd vervolgens verlengd tot 30 juni 1998 in zoverre een geldige bouwvergunning werd afgeleverd voor 1 januari 1998 en het aannemingscontract ook voor deze datum werd afgesloten.

7\. De kwestieuze aannemingswerken die in opdracht van eiseres werden uitgevoerd vallen in de periode van 1996 tot 1998 en voldoen aldus aan de voorwaarden om van het verlaagd tarief van 6 % te genieten.

8\. De vordering, zoals geformuleerd in de conclusie van eiseres, komt derhalve gegrond voor.

**V.** **DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING****.**

De partijen begroten de rechtsplegingsvergoeding op … euro.

De waarde van het geschil situeert zich in de schijf … euro tot … euro zodat overeenkomstig het K.B. van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van … euro.

**Vl.** **UITVOERBAARHEID BIJ VOORRAAD****.**

Eiseres vordert, dat het tussen te komen vonnis uitvoerbaar bij voorraad zou verklaard worden, niettegenstaande enige borg en met uitsluiting· van kantonnement.

Artikel 92bis W.BTW bepaalt uitdrukkelijk dat de termijnen van verzet hoger beroep en cassatie, evenals het verzet. het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing schorsen.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2, 34, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond.

Zegt voor recht dat op de in bijlage van het proces-verbaal van 8 september 2005 weerhouden facturen het verlaagd BTW-tarief van 5 % van toepassing was en aldus de in het voormelde proces-verbaal gevorderde supplementair verschuldigde BTW en de proportionele boete ongegrond was.

Beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde, vermeerderd met de moratoire intresten overeenkomstig artikel 91 W.TBW.

Verwijst verweerder in de kosten van het geding, langs de zijde van verweerder niet te begroten aangezien ze ten zijne laste blijven en langs de zijde eiseres begroot op … euro, zoals gevorderd.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **veertien april tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

\- de heer **Ch. S.**, toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer;

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **C. S.**

## Textes cités

1

[AR no 20 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e) 1 occurrence
