---
title: "27ec0bba · 30 juin 2004 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 30 juin 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-gand-2004-06-30-27ec"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

30 juin 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

89 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 30.06.2004

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 30 JUNI 2004

## 02/599/A - ln de zaak :

**NV S.**, met maatschappelijke zetel te … (…), …, ingeschreven in het HR te Gent onder nr. …, en met BTW-nr. BE …,

**eiseres,**

hebbende als raadsman Mter. **A.** **D.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd duur de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, Administratie van de BTW, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Wetteren, met kantoren te 9230 Wetteren, Gentse steenweg 93,

**verweerder,**

hebbende als raadsman Mter. **C. D.**, advocaat te …, …,

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. PROCEDURE

**1.1.** Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 2 juni 2004; Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

**1.2.** Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidende dagvaardingsexploot, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

## 2. DE VORDERING

**2.1.** De vordering strekt ertoe verzet te doen tegen het dwangbevel, uitgevaardigd door verweerder op 6 oktober 2000, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 9 oktober 2000 en betekend aan eiseres op 10 oktober 2000;

Voornoemd dwangbevel strekt ertoe betaling te bekomen van volgende bedragen :

\- BTW : 8.726,69 EUR (352.034 BEF)

\- boete : 867,63 EUR (35.000 BEF)

\- de wettelijke intrest op de verschuldigde BTW ad 0,80 % per maand (art. 91 par. 1 W.BTW) :

3.034,22 EUR (122.400 BEF)

\- de moratoire intrest op de geldboete, tegen de rentevoet in burgerlijke zaken, vanaf de kennisgeving dwangbevel (art. 91, par. 4 W.BTW) : PM

Samen minstens 12.628,54 EUR (509.434 BEF)

**2.2.** De vordering, zoals laatst gelibelleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> “…
>
> Het verzet van concluante tegen het dwangbevel dat uitgevaardigd werd op 6 oktober 2000, en aan concluante werd betekend op 10 oktober 2000, ontvankelijk en gegrond te verklaren;
>
> Dienvolgens, het dwangbevel nietig te verklaren, omdat de gevorderde sommen in strijd zijn met de wettelijke bepalingen die het recht op aftrek van BTW beheersten, meer bepaald met artikel 45, par. 1 W.BTW;
>
> Verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan concluante van alle sommen die zij aan verweerder heeft betaald of die te haren laste werden ingehouden ter aanzuivering van de navordering die het voorwerp van het dwangbevel uitmaakt, vermeerderd met de moratoire intresten verschuldigd met toepassing van artikel 91, par. 4 W.BTW;
>
> Verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding (...);
>
> Dit alles bij vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad niettegenstaande alle verhaal en zonder borg;
>
> …”

## 3. FEITEN EN GESCHIL

**3.1.** Eiseres is naar eigen zeggen opgericht in 1987 met als voornaamste maatschappelijke doel de oprichting van loodsen, bedrijfsruimtes, hangars, stallen voor landbouwbedrijven, e.d.;

Eiseres werkt daarbij naar eigen zeggen met metalen geraamtes, waaraan niet-dragende panelen worden bevestigd;

**3.2.** Nog volgens eiseres waren haar klanten vnl. landbouwers en KMO's, waarvan de zaakvoerder vaak in de onmiddellijke nabijheid van zijn bedrijf woont;

Hierbij wenste eiseres in te spelen op de wens van deze klanten, die ernaar vroegen dat eiseres niet alleen hun bedrijfsruimten oprichtte maar tevens hun particuliere woning;

Volgens eiseres heeft zij alsdan het plan opgevat om op haar eigen terrein de constructie van een particuliere woning aan te vatten, met een dubbel doel :

\- enerzijds zelf ervaring opdoen (van het werken met beton i.p.v. met een metalen constructie);

\- anderzijds had deze constructie de functie van "kijkwoning", die toeliet aan potentiële klanten te tonen tot welke realisaties men in staat was;

**3.3.** Met de bouw van de kwestige kijkwoning werd gestart in 1991 (op 15/2/1991 bekwam eiseres de bouwvergunning) en hieraan werd voortgewerkt tot in 1994, in functie van de financiële mogelijkheden van eiseres;

Sedert 1994 is er aan de kwestige kijkwoning niet meer verder gewerkt en staat ze nog onafgewerkt;

Volgens eiseres is dit omdat er toen liquiditeitsproblemen waren als gevolg van een aansprakelijkheidsvordering m.b.t. een andere werf (zijnde de sporthal in …, waar bijkomende kosten waren ten bedrage van 2.000.000 BEF);

**3.4.** Bij een BTW-controle d.d. 24/3/1994 werd vastgesteld door de administratie dat eiseres de door haar voldane BTW op de bouwkosten van voormelde "woning" ("kijkwoning" volgens eiseres) op grond van artikel 45, par. 1 BTW-Wetboek volledig in aftrek werden gebracht;

Volgens de controlerende ambtenaren ging het om een "directiewoning" en niet om een "kijkwoning";

Het meningsverschil werd voorgelegd aan de gewestelijk directeur van de BTW te Gent die op 28/6/1994 als volgt besliste (stuk 1 verweerder) :

a) voorlopig geen kritiek te leveren op de verrichte aftrek van de BTW geheven van de goederen en diensten gebruikt bij de oprichting van de kijkwoning;

b) de belastingplichtige een termijn toe te staan van 5 jaar om belastbare handelingen te stellen inzake particuliere woningbouw op basis van het model van de kijkwoning;

c) indien niet voldaan zou worden aan de onder b) gestelde voorwaarde, de in aftrek gebrachte BTW op de kijkwoning zou worden verworpen op grond van artikel 45, par. 1 BTW­Wetboek;

Bij een controle in juni 2000 werd door de administratie van verweerder vastgesteld dat m.b.t. de voormelde "kijkwoning" door eiseres niet werd voldaan aan de op 28/6/1994 door de gewestelijke directeur gestelde voorwaarden;

Een regularisatieopgave werd aan eiseres toegestuurd (stuk 4 verweerder);

Bij middel van een schrijven van haar gevolmachtigde, de heer **M. V.**, d.d. 10 augustus 2000 heeft eiseres haar bezwaren terzake de toegestuurde regularisatieopgave kenbaar gemaakt (stuk 5 verweerder);

De regularisatieopgave zelf werd op 16 augustus 2000 gedeeltelijk voor akkoord ondertekend door voornoemde heer **V.**;

De ingevolge gedeeltelijk akkoord verschuldigde sommen werden door de administratie afzonderlijk gevorderd en werden inmiddels door eiseres voldaan aan de schatkist;

Bij gebrek aan akkoord werd op 22 augustus 2000 een proces-verbaal opgesteld (stuk 6 verweerder); Een afschrift van dit proces-verbaal werd dezelfde dag aan eiseres toegestuurd;

Bij middel van een fax d.d. 15/9/2000 en een schrijven d.d. 7/10/2000 heeft de heer **H. S.**, accountant van eiseres, zijn opmerkingen m.b.t. voormeld proces-verbaal kenbaar gemaakt (stukken 7 en 8 verweerder);

Resp. op 4 oktober 2000 en 23 oktober 2000 heeft verweerder aan de heer **H. S.** schriftelijk ter kennis gebracht dat de administratie bij haar standpunt bleef (stukken 9 en 10 verweerder);

Op 6 oktober 2000 werd het bestreden dwangbevel uitgevaardigd, waartegen eiseres bij dagvaarding d.d. 13 februari 2002 de onderhavige procedure aanhangig maakte;

## 4. BESPREKING

**4.1.** Onderhavig geding heeft betrekking op de vraag of eiseres op grond van artikel 45, par. 1 BTW-Wetboek de door haar voldane BTW op uitgaven met betrekking tot het oprichten van een woning, gelegen in de … te …, waarvan de oprichting werd gestart in 1991 doch tot op heden niet is afgewerkt, in aftrek mocht brengen;

Partijen zijn het er ter terechtzitting over eens dat de intentie van eiseres tot het stellen van belastbare handelingen op het ogenblik van de aanvang van de oprichting van de kwestige kijkwoning daarbij doorslaggevend is (met verwijzing naar de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, o.m. : H.v.J. nr. 268/83, 14 februari 1985 (ROMPELMAN/Minister van Financiën), Jur. H.v.J., 1985, 655, concl. SLYNN, G.; BTW-Revue, 1994, 735; H.v.J., 15 januari 1998, nr. [C-37/95](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-37-95-arret) (GHENT COAL TERMINAL NV/Belgische Staat), Fiscoloog, 1997, afl. 645, 7; P.B.C., 20 februari 1998 (dispositief), afl. 55, 12; Fisc.Act., 1998, afl. 6, 1; H.v.J., nr. [C-110/94](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-110-94-arret), 29 februari 1996 (INTERCOMMUNALE VOOR ZEEWATERONTZILTING/Belgische staat), P.B.C., 4 mei 1996 (diapositief), afl. 133, 7; EC TAX, 1996 (weergave VANDENBERGHE, L.), 139;);

Partijen zijn het er tevens over eens dat deze intentie door eiseres dient te worden bewezen;

**4.2.** Het komt de Rechtbank voor dat eiseres het afdoende bewijs van haar initiële intentie (nl. enerzijds zelf ervaring opdoen van het werken met beton i.p.v. met een metalen constructie en anderzijds een "kijkwoning'' bouwen) onvoldoende levert;

**4.2.1.** Het kwestige gebouw werd gebouwd op de grond die de privé-eigendom is van de afgevaardigde-bestuurder van eiseres de heer **L. T.** en diens echtgenote, zonder enige regeling omtrent een eventuele afstand van het recht van natrekking;

**4.2.2.** De heer **L. T.** is dagelijks bestuurder en meerderheidsaandeelhouder van eiseres; hij heeft 480 van de 500 aandelen (stuk 18 verweerder); Hij controleert aldus eiseres;

**4.2.3.** De ingediende bouwaanvraag voor de kwestige woning vermeldt uitdrukkelijk "bouwen van een directiewoning" (stuk 16 verweerder) en de uitleg die de architect daaromtrent post factum geeft (stuk 20 verweerder), komt nogal ongeloofwaardig (minstens ongelooflijk) over : "··· Teneinde geen risico's te lopen voor een eventuele weigering van de inplanting van dergelijke woonst in een woonzone met landelijk karakter, heb ik voorzichtigheidshalve de benaming "directiewoning" eerder dan kijkwoning gehandhaafd bij de indiening van het dossier";

**4.2.4.** Ter terechtzitting wordt niet ontkend dat sedert 1994 eiseres eigenlijk geen daadwerkelijke activiteiten meer uitoefent dan slechts het ter beschikking stellen van haar materiaal aan de gelieerde nieuw opgerichte vennootschap NV **S. M.**, die de "werkvennootschap" is;

**4.2.5.** Eiseres verwijst ten onrechte nog naar haar realisatie op de werf **S.** te … (stuk 15 verweerder, laatste blad), nu deze juist een publiciteit van eiseres betreft die uitdrukkelijk enkel vermeldt "Handelsruimten, bedrijfsgebouwen, kantoorruimten" ... waarbij particuliere woningbouw zelfs niet wordt genoemd;

**4.2.6.** De overige argumenten van eiseres (wijziging maatschappelijk doel, aanvragen erkenning onroerend goedmakelaar, ...) wegen niet op tegen hogervermelde vaststellingen, die nopen tot de conclusie dat eiseres eigenlijk een directiewoning wilde bouwen, maar mét aftrek van BTW;

Het kan daarbij aan de administratie niet ten kwade geduid worden dat deze aanvankelijk een afwachtende houding heeft aangenomen;

Achteraf dient te worden vastgesteld dat de administratie is misleid geweest door eiseres;

**4.3.** De vordering van eiseres is dan ook ongegrond;

**4.4.** Het artikel 92bis W.BTW ·bepaalt : “De termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie schorsen de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing.”;

Gelet op dit artikel kan geen uitvoerbaarheid bij voorraad worden bevolen, zoals door eiseres gevraagd;

### Dispositif

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,** rechtdoende **OP TEGENSPRAAK**,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond.

Wijst eiseres af van haar vordering en veroordeelt haar tot de kosten;

Begroot de kosten :

\- in hoofde van eiseres op 342,09 EURO (13.800 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 99,94 EURO dagvaardingskosten;

\- in hoofde van verweerder op 342,09 EURO (13.800 BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de **zesde fiscale kamer** van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van **30 juni 2004**, waar aanwezig waren :

alleenzetelend rechter **M. V. d. B.**,

griffier **R. D.**.

**R. D.** **M. V. d. B.**

## Textes cités

2

[C-110/94, arrêt du 29 février 1996](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-110-94-arret) 1 occurrence

[C-37/95, arrêt du 15 janvier 1998](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-37-95-arret) 1 occurrence
