---
title: "1f0ba624 · 26 avril 2004 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 26 avril 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruxelles-2004-04-26-1f0b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

26 avril 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

65 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 26.04.2004

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 33****ste** **KAMERR**

**AR 03/2039/A**

*Fiscaal geschil - BTW*

*Op tegenspraak*

Vonnis alvorens recht : heropening der debatten vastgesteld op 17/09/04 om 8.45 uur voor 20 minuten

In zake van :

**Mter I. V. D. M.**, advocaat, in haar hoedanigheid van curator van de NV E.-D., met maatschappelijke zetel te …, …, in faling ingevolge vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel van 23 maart 2004.

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mter **P. P.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen op vervolging en benaarstiging van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Halle, waarvan de burelen gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat, 32

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mter **J. D. S.** loco Mter **J. H.**, advocaat te …, …

---

In deze zaak in beraad genomen op 5 april 2004, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit :

## I. PROCEDURE

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

\- het exploot van dagvaarding houdende verzet tegen dwangbevel van **A. V. d. D.**, plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van gerechtsdeurwaarder **J. V.** te …, betekend op 30 januari 2003, waardoor het geding aanhangig werd gemaakt;

\- de beschikking tot regeling van conclusietermijnen in der minne van deze rechtbank van 14 februari 2003;

\- de besluiten, aanvullende besluiten en tweede aanvullende besluiten van verweerder, neergelegd ter griffie respectievelijk op 11 april 2003, op 23 juli 2003 en op 6 november 2003;

\- de besluiten en aanvullende besluiten van de NV **E.-D.**, neergelegd ter griffie respectievelijk op 12 juni 2003 en op 10 oktober 2003.

Ter zitting van 5 april 2003 verklaarde de raadsman van de NV **E.-D.** dat zijn cliënte bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Brussel van 23 maart 2004 failliet werd verklaard, dat Mter **I. V. d. M.** als curator werd aangesteld en dat deze laatste hem verzocht heeft de zaak voor de curatele te pleiten.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 5 april 2004, waarna de bundels met de stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.

## II. FEITEN EN RETROACTEN

Sedert 1 oktober 1993 is de NV **E.-D.** als BTW-belastingplichtige geregistreerd.

Bij de NV **E.-D.** werd een BTW-controle uitgevoerd voor de periode van 1 januari 1999 tot 31 december 2000.

Op 17 december 2002 werd een proces-verbaal opgesteld, waarin de door de Belgische Staat, huidig verweerder, vastgestelde overtredingen werden opgenomen, en waaruit bleek dat de NV **E.-D.** aan de administratie van de invordering, sector BTW de volgende sommen verschuldigd was :

\- als BTW : 246.971,27 euro

\- als wettelijke boeten : 439.942,54 euro

\- als interest krachtens art. 91, § 1 W.BTW te berekenen aan 0,8 % per maand vanaf 21 januari 1999 tot 20 januari 2002 over de verschuldigde BTW uitgedrukt in BEF afgerond naar het lager duizendtal en vanaf 21 januari 2002 over de verschuldigde BTW uitgedrukt in euro afgerond naar het lagere tiental euro : p.m.

Op 1 oktober 2002 vaardigde de Belgische Staat een dwangbevel uit.

Op 1 oktober 2002 betekende de Belgische Staat aan de NV **E.-D.** bij toepassing van art. 8, 1, § 3, lid 4 van het KB nr. 4 van 29 december 1993 de kennisgeving van een akte van inhouding ten bedrage van 39.599,99 euro, zijnde het belastingkrediet uit de rekening-courant op datum van 31 juli 2002.

Op 3 oktober 2002 werd dit dwangbevel aan de NV **E.-D.** betekend per aangetekende brief.

Op 8 oktober 2002 nam de Belgische Staat als bewarende maatregel op het zevende hypotheekkantoor te Brussel een hypothecaire inschrijving op de bergplaats en grond, eigendom van de NV **E.-D.**.

Op 5 .december 2002 betekende de Belgische Staat aan de NV **E.-D.** bij toepassing van art. 8, 1, § 3, lid 4 van het KB nr. 4 van 29 december 1993 de kennisgeving van een akte van inhouding ten bedrage van 44.564,28 euro, zijnde het belastingkrediet uit de rekening-courant op datum van 31 oktober 2002.

Op 30 januari 2003 ging de NV **E.-D.** over tot dagvaarding houdende verzet tegen dwangbevel.

Op 23 maart 2004 werd de NV **E.-D.** failliet verklaard en werd Mter **V. d. M.**, huidige eiseres q.q., als curator aangesteld.

## III. IN RECHTE

A. STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiseres q.q. vraagt haar verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk en gegrond te verklaren en haar eis tot terugstorting van de ingehouden BTW-bedragen toe te kennen.

Ter zitting van 5 april 2004 vroeg eiseres q.q. - *in ondergeschikte orde* - de opgelegde boete kwijt te schelden of te verminderen.

Verder vraagt zij het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling, noch mogelijkheid tot kantonnement.

Verweerder vraagt het verzet tegen het dwangbevel ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en de eis van eiseres q.q tot terugstorting van de ingehouden BTW-bedragen af te wijzen.

B. BEOORDELING : wat de ontvankelijkheid van de vordering van eiseres betreft

In het exploot van dagvaarding houdende verzet van eiseres van 30 januari 2003 vraagt deze *"terugvordering van de ingehouden BTW bedragen genomen in uitvoering van de akte van inhouding"* van 1 oktober 2002.

Ook in het beschikkend gedeelte van de dagvaarding wordt gevraagd *"dat de ingehouden BTW-bedragen op basis van de akte van inhouding d.d. 01.10.02 moeten teruggestort worden aan verzoekster"*.

Tijdens het beraad is bij de rechtbank de vraag naar de ontvankelijkheid van de vordering van eiseres gerezen, dit op grond van [art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b), [1, § 3, lid 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art1) van het KB nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake BTW.

Overeenkomstig deze bepaling lijkt de enige rechtsingang van verweer tegen de inhouding bedoeld in [art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b), [1, § 3, leden 4 en 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art1) van het KB nr. 4 die de belastingplichtige bezit, deze van verzet te zijn bedoeld in art. 1420 Ger.W., met name verzet bij de beslagrechter.

Nu partijen over deze kwestie geen standpunt hebben ingenomen, past het tot een heropening der debatten over te gaan.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.

Rechtsprekend in eerste aanleg, op **tegenspraak**,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Alvorens recht te doen, beveelt een heropening der debatten op de openbare terechtzitting van de **33ste Kamer** van de rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel op datum van **17/09/2004 om 8.45 uur** met een pleidooiduur van 20 minuten teneinde partijen toe te laten over voormelde kwestie van. de ontvankelijkheid van de vordering van eiseres standpunt in te nemen en daarover te concluderen.

Houdt de kosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de **33****ste** **kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op datum van : **26/04/04**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

de heer **V.**, alleenrecht sprekend rechter,

mevrouw **B.**, afgevaardigd adjunct-griffier.

**B.** **V.**

## Textes cités

2

[AR no 4 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 2 occurrences

[AR no 4 art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 2 occurrences
