---
title: "2 avril 2001 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, régime particulier, petite entreprise. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 2 avril 2001."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruges-2001-04-02-9ace"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, régime particulier · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

2 avril 2001

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 02.04.2001

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het volgend vonnis verleend.**

In de zaak **01/248/A**

**de NV S.-C.**, (HR Veurne nr. …; BTW-nr. …), uitbaatster van een tearoom en ijssalon, met maatschappelijke zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **J. S.**, advocaat te …

**tegen :**

**1.** **de BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens kantoren gevestigd zijn te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de BTW, in de persoon van de heer e.a. Inspecteur bij het BTW-Ontvangkantoor te OOSTENDE, met kantoren te 8400 Oostende, Administratief Centrum, Vrijhavenstraat 1, 1 e verdieping,

**2.** **de BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kantoren te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur van het controlecentrum van de AOIF te OOSTENDE, met kantoren te 8400 OOSTENDE, Administratief Centrum, Vrijhavenstraat 1,

**verweerders, hierna genoemd “verweerder”**

voor wie optreedt Meester L. D. S., advocaat te …

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 3 januari 2001.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman inde openbare terechtzitting van 5 maart 2001.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge haar activiteit van tearoom-ijssalon. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 27 mei 1998 werd door **J. L.**, eerstaanwezend inspecteur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1995 en 1996.

Op 23 september 1998 werd door **J. L.** voornoemd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 8 maart 1999 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW., een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 16 maart 1999 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de directeur bij een fiscaal bestuur daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.

Op 19 maart 1999 werd het dwangbevel aan eiseres ter kennis gegeven door middel van een aangetekend schrijven.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens voor recht wordt gezegd dat het bestreden dwangbevel nietig, minstens onwettelijk of ongegrond is en dat voormeld dwangbevel en de kennisgeving ervan geen enkel gevolg kan hebben. Verder vordert zij de terugbetaling van de eventueel ingehouden sommen, verhoogd met de moratoire rente. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 12.000 Bf. en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op 12.900 Bf..

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de bewijskracht van de boekhouding

[Artikel 14, § 1 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-14-28ed) van 29 december 1992 bepaalt het volgende : "De belastingplichtigen moeten een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren. Artikel 15, § 2 van datzelfde KB stelt dat de inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval. een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard.

Voor iedere boeking in de boekhouding moet derhalve een verantwoordingsstuk bestaan De wetgever laat de belastingplichtige echter vrij in het bepalen van de vorm en soort van de verantwoordingsstukken en laat haar zelf bepalen hoe zij de stukken aan haar beroepsactiviteit zal aanpassen.

Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 19 april 1990 gesteld dat het Hof van Beroep op rechtsgeldige wijze heeft kunnen besluiten dat de boekhouding van een belastingplichtige kapper niet bewijskrachtig was omdat de individuele fiches die op naam van elke cliënt werden gehouden, vernietigd werden naargelang. hun inschrijvingen in het ontvangstenboek en omdat het kasboek. dat het enig boekhoudkundig document uitmaakte, slechts het globale bedrag van de dagelijkse ontvangst vermeldde zonder dat het minste bewijskrachtige gegeven aanwezig was m.b.t. de aard en de belangrijkheid van de geleverde dienst (stuk 8 van verweerder).

De boekhouding moet derhalve een geheel vormen van samenhangende, nauwkeurige en controleerbare gegevens. De boekhouding die niet de nodige verantwoordingsstukken bevat om een precieze, objectieve en controleerbare boekhouding te zijn, heeft zodoende ook geen enkele bewijskracht.

In casu kunnen louter dagelijkse inschrijvingen van totaalbedragen in het dagontvangstenboek verweerder niet in staat stellen de boekhouding en specifiek de omzet te controleren op haar juistheid en getrouwheid. Ze heeft dan ook geen enkele bewijskracht.

De rechtbank stelt verder vast dat eiseres geen verantwoordingsstukken voor het dagontvangstenboek zoals een kasboek, dagelijkse verzamelstaten, kasregisterbladen, ontvangstenbladen of kasticketten voorlegt.

Eiseres kan nochtans naarst het gebruik van het in de zaak aanwezige kasregister dewelke de vereiste verantwoordingsstukken produceert een aantal andere methoden uitwerken opdat het voor verweerder mogelijk zou geweest zijn om op elk moment de kastoestand correct te bepalen en te toetsen met de effectieve verkopen. Zo kon eiseres bijvoorbeeld de verkopen in het dagontvangstenboek uitsplitsen of kon zij dagelijkse samenvattende staten opmaken van de kas.

Ook kon zij opteren voor de toepassing van de forfaitaire grondslagen van aanslag. Deze bijzondere regeling wordt toegestaan voor ondernemingen die onvoldoende georganiseerd zijn op het stuk van de boekhouding en daardoor de normale regeling van de belasting moeilijk kan toepassen. Deze forfaitaire regeling voorziet geen dagontvangstenboek en berekent de omzet volgens gereglementeerde criteria's. Op die manier dient eiseres geen verantwoordingsstukken meer voor te leggen.

### 3.2. nopens het opgewekt vertrouwen

Eiseres stelt dat zij er mocht van uitgaan dat haar boekhouding voor fiscale doeleinden voldoende bewijskrachtig was aangezien verweerder bij vroegere controles daaromtrent nooit enige opmerking heeft gemaakt. Wanneer verweerder nu hierop terugkomt schendt zij de beginselen van behoorlijk bestuur.

De rechtbank stelt vast dat naar aanleiding van een controle de dato 4 november 1993 over de jaren 1991 en 1992 de omzet met 100.000,-Bf. werd verhoogd. Over het boekjaar 1993 en 1994 heeft eiseres zelf een spontane omzetverhoging doorgevoerd van 1.000000,-Bf. (stuk 23 van verweerder). Deze omzetvethogingen duiden erop dat de omzet aangegeven in de boekhouding niet als waarachtig mag worden aangenomen.

Verder is het ook zo dat de overheid niet gebonden kan zijn door een eventuele nalatigheid of onoplettendheid van een controlerende ambtenaar die, zonder een standpunt in te nemen of een interpretatie te geven, bepaalde overtredingen van de wetgeving over het hoofd zou hebben gezien of niet zou hebben gesanctioneerd. De vroegere houding van verweerder kan niet verhinderen dat de wet thans strikt wordt toegepast.

Bovendien is het duidelijk, op grond van de voorliggende stukken, dat verweerder in het verleden geen enkele verkeerde inlichting heeft gegeven, geen uitdrukkelijk standpunt terzake heeft ingenomen en geen interpretatie heeft gegeven die bij eiseres het vertrouwen zou kunnen gewekt hebben dat het dagontvangstenboek bewijskrachtig was en gold als bewijs van de omzet.

Verweerder heeft derhalve het algemeen beginsel van behoorlijk bestuur van het opgewekt vertrouwen niet geschonden.

### 3.3. nopens het forfait

Eiseres stelt dat de toepassing van het forfait zoals toegepast door verweerder niet met de werkelijkheid overeenstemt. Zij stelt dat meteen ijstang met kengetal 36 geen 36 volle ijsbollen uit 1 liter ijs kunnen worden geschept, maar slechts 15 à 16. De forfaitaire aanslagberekening is derhalve willekeurig en nietig.

De rechtbank stelt vast dat de regels van het forfait wettelijk bepaald zijn in artikel 56, § 1 W.BTW en in het KB nr. 2 van 7 november 1969. De forfaits zijn opgemaakt in overleg met de administratie en de beroepsorganisaties zodat verweerder daar niet eenzijdig kan van afwijken. Het forfait van ijsbereiders vermeldt duidelijk dat men het formaat van de kleinste ijstang, in casu nr. 36, moet nemen en dat men rekening moet houden met een verlies van 12,5 % bij de bediening (stuk 25 van verweerder).

Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van **L. J.** de dato 21 juni 1999 dat voornoemde tijdens de zomer van 1998 meermaals heeft vastgesteld dat op de gebruikte ijstang nummer 36 stond en dat de room ijs bollen werden afgestreken voor ze op het hoorntje werden gezet.

Eiseres stelt dat aan voormeld proces-verbaal de dato 21.06.1999 geen waarde kan worden gehecht nu het laattijdig en in zeer algemene bewoordingen werd opgemaakt.

Voormeld proces-verbaal werd ongeveer 1 jaar na de feiten opgemaakt. Geen enkele wetsbepaling verplicht de verbalisanten ertoe hun proces-verbaal binnen een bepaalde termijn op te stellen. Dit betekent dat de administratie, zolang de verjaring niet is ingetreden: het proces-verbaal door de controleambtenaar kan laten opstellen om het aan te wenden als bewijsmiddel van de door de verbalisant vastgestelde overtredingen. Een proces-verbaal kan zelfs nog worden opgemaakt wanneer de betwisting reeds voor de rechtbank aanhangig is. Voormeld proces-verbaal is derhalve niet nietig.

Het proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder **P. V. N.** de dato 10.03.2000 kan evenmin het bewijs leveren dat de omzetberekening willekeurig zou zijn vermits de vaststellingen van de gerechtsdeurwaarder pas dateren van 5 en 7 maart 2000 en vermits in voormeld proces-verbaal nergens melding wordt gemaakt van het formaat van de gebruikte ijstang.

De eenmalige demonstratie van de bestuurder van eiseres waarbij uit een liter roomijs slechts 15 à 16 volledige ijsbollen ,werden geschept, kan ook niet het bewijs leveren dat dit overeenstemt met de normale manier van scheppen van roomijs. Door de verbalisant **L. J.** werd immers meermaals vastgesteld dat de verkoopsters wel degelijk de ijsbollen afstrijker. (zie stuk 25 van verweerder - proces-verbaal d.d. 21.06.1999).

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De Rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten. aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 12.900.-Bf., uit hoofde van de rechtsplegingsvergoeding.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, spijts alle verhaal en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **twee april tweeduizend en één**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. H.**

## Textes cités

1

[AR no 1 art. 14](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-14-28ed) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Délai de dépôt d’une réclamation, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/delai-depot-reclamation-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-03-23-2039) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Pourcentage d’affectation professionnelle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-pourcentage-affectation-professionnelle-cour-appel-mons-2023-05-31-31b4) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Solde créditeur du compte courant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-solde-crediteur-compte-tribunal-bruxelles-2023-01-18-7f9c) 1 dispositions communes

[Livraison intracommunautaire, Exportation, Chiffre d’affaires, Preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-intracommunautaire-exportation-chiffre-affaires-cour-appel-anvers-2020-12-15-ba33) 1 dispositions communes

[Absence de système de caisse enregistreuse](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-systeme-caisse-enregistreuse-reconstitution-tribunal-liege-2025-03-24-d050) 1 dispositions communes

[Organisation d'événements, Bureau d'affaires, Infractions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/organisation-evenements-bureau-affaires-infractions-tribunal-bruxelles-2026-04-08-e111) 1 dispositions communes

[Comptabilité non probante, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/comptabilite-non-probante-reconstitution-chiffre-cour-appel-bruxelles-2015-07-10-331f) 1 dispositions communes
