---
title: "4 octobre 2006 · Poursuite, instance · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 4 octobre 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2006-10-04-9606"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

4 octobre 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

125 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 04.10.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vier oktober tweeduizend en zes in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**P. W.**, rechter,

**M. G.**, rechter,

**N. D.**, griffier.

In zake : **A.R. Nr. 05/4039/A**

**I. BVBA**, met BTW-nummer BE …, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer …, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te 2300 Turnhout, Steenweg op Antwerpen 74 bus 8.

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **W. H.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**1.** **DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie het kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, en met administratieve burelen gevestigd te 1030 Brussel, Koning-Albert-II 33/ bus 86.

**eerste verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**2.** **V. P.**, magazijnbediende-verkoper, geboren te … op …, wonende te …, …,

**tweede verwerende partij,**

verschijnende bij meester **K. V. d. B.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**3.** **H. J.**, in eigen naam en in zijn hoedanigheid van oprichter, aandeelhouder, zaakvoerder en/of vereffenaar van de BVBA **F.**, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te …, …, wonende te …, …, ….

**derde verwerende partij,**

niet verrschijnend.

**4.** **Z. A.**, in eigen naam en in haar hoedanigheden van oprichter, aandeelhouder, bestuurder en/of vereffenaar van BV naar Nederlands recht pH7 **N. T.**, …, …, …, vennootschap die haar ondernemingsactiviteiten heeft gestaakt per 17 april 2002, secretaresse, geboren te … op …, wonende te …, …,

**vierde verwerende partij,**

verschijnende bij meester **P. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**5.** **BVBA F.**, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het ondernemingsnummer …, waarvan de vennootschapszetel gevestigd is te …, ….

**vijfde verwerende partij,**

niet verschijnend.

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, o.m. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeunvaarder **D. L.** te … op 30 mei 2005 voor wat betreft eerste verwerende partij, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **J. B.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **J. D. B.** te … op 20 mei 2005 voor wat betreft tweede.

\- vierde verwerende partij en betekend, in opdracht van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **J. B.** in vervanging van **J. D. B.** te …, door het ambt van gerechtsdeurwaarder **J. K.** te … gemeente … (…) op 26 mei 2005 voor wat betreft derde verwerende partij en betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **C. D.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **E. S.** te … op 15 juni 2005 voor wat betreft vijfde verwerende partij.

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 12 december 2005,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer …,·van 3 mei 1998 en nummer … van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de aanwezige partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 6 september 2006.

Overwegende dat derde en vijfde verwerende partij niet zijn verschenen, alhoewel behoorlijk in kennis gesteld van de beschikking conform1 artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, en de andere aanwezige partijen een op tegenspraak gewezen vonnis vorderen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek.

---

Ontvanger BTW Turnhout heeft op 1 december 2004 dwangbevel uitgevaardigd ten laste van huidig eiseres NV **I.**.

Het dwangbevel werd uitvoerbaar verklaard op 2 december 2004 en met aangetekende brief van 8 december 2004 ter kennis gegeven aan eiseres.

Aan het dwangbevel is een proces-verbaal gehecht dat op 13 september 2004 was opgemaakt door twee BTW-ambtenaren van de Controle BTW Turnhout 2, naast een proces­verbaal van de Bijzondere Belastinginspectie Mechelen van 18 juni 2001.

Aan de hand van het dwangbevel wordt van eiseres nagevorderd :

1° BTW op grond van uitgedrukte maar niet uitgevoerde intracommunautaire levering ([art. 39bis, eerste lid 1° Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) en uitvoeringsbesluit nr. 52)

2° door de leverancier aangerekende, maar ten onrechte in aftrek gezette voorbelasting ([art. 45 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) en uitvoeringsbesluit nr. 1)

3° in beide gevallen een boete van 200 %

4° intrest op punten 1° en 2° vanaf 21 juli 2001, krachtens [art. 91, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91)

5° intrest op punt 3° vanaf datum kennisgeving dwangbevel

6° de vervolgingskosten.

IT heeft middels exploot van 25 mei 2005 de Belgische Staat laten dagvaarden in betwisting van de in het dwangbevel geformuleerde vordering (met ook - ondergeschikt - de hoogte der geldboete).

De dagvaarding formuleert - nevengeschikt - een vordering tot schadevergoeding ten laste van 'de hierna gedaagden', d.i. alle verweerders in het geding, zulks 'solidair, in solidium, minstens de een bij gebreke aan de andere'.

De aangehaalde rechtsgrond bestaat in 'contractueel en/of quasi-delictueel foutief heeft ….en'.

De dagvaarding formuleert - ondergeschikt - tevens een vordering in vrijwaring ten laste van ook hier alle verweerders in het geding, zulks ook hier 'solidair, in solidum, minstens de een bij gebreke aan de andere'.

De aangehaalde rechtsgrond bestaat in 'minstens foutieve handelingen'.

De inleidende dagvaarding voldoet niet aan het vereiste van beknoptheid van art. 702, 3° van het Gerechtelijk Wetboek, wat evenwel niet sanctioneerbaar blijkt.

Er is geconcludeerd door diverse partijen, en op fixatie art. 747, § 2 Gerechtelijk Wetboek op Beschikking van 12 december 2005 zijn verweerders **J. H.** en BVBA **F.** niet verschenen, na reeds niet te hebben geconcludeerd en ook oorspronkelijk niet te zijn verschenen.

Verweerder Belgische Staat (verder : BS) concludeert tot afwijzing van de vordering.

Verweerder **P. V.** sluit zich in hoofdorde aan bij grieven en argumenten van eiseres, verweert zich voorts - ondergeschikt - op de vrijwaringsvordering van IT, stelt tenslotte - nog meer ondergeschikt - eveneens een vrijwaringsvordering ten laste van verweerders **J. H.**, **A. Z.** en BVBA **F.**, zulks 'solidair, in solidum, de een bij gebreke aan de andere' (enige conclusie, 13 april 2006).

Verweerder **P. V.** verweert zich tegelijk op de vordering tot schadevergoeding vanwege eiseres IT (zelfde conclusie).

Verweerster **A. Z.** sluit zich niet met zoveel woorden aan bij de grieven van eiseres IT tegen de in het dwangbevel uitgedrukte fiscale vordering, verweert zich wel op de fiscale vordering in zoverre eiseres IT zich desbetreffend tegen haar keert middels vordering in vrijwaring dan wel tot schadevergoeding (syntheseconclusie, 17 juli 2006).

Verweerster **A. Z.** verweert zich tegelijk ook op de tussenvordering vanwege verweerder **P. V.**, en zij stelt verder een tussenvordering tot schadevergoeding tegen eiseres IT (begroot op 1,00 Euro provisioneel; zelfde syntheseconclusie).

A. De fiscale vordering in het dwangbevel

Eiseres IT heeft sedert 1 januari 2000 een BTW-nummer.

Zij heette aanvankelijk **C.**, wijzigde voorts van BTW-Controle Turnhout 2 naar BTW-Controle Turnhout 1 door adresverandering.

BVBA **F.**, niet geregistreerd als BTW-belastingplichtige (zaakvoerder **J. H.**), heeft aan IT op 2, 11, 12 en 15 juni 2001 vier facturen uitgeschreven voor levering van een product "**T.**", waarop IT dan de gefactureerde BTW als aftrekbaar heeft opgenomen in haar BTW-aangifte voor het tweede kwartaal 2001, rooster 59.

De belastingdienst ontzegt IT uitoefening van het recht op aftrek van voorbelasting om reden dat de vier inkomende facturen een niet bestaand BTW-nummer (factuur 2 juni), een nummer in aanvraag (i.a., facturen 11 juni en 12 juni), dan wel geen BTW-nummer (factuur 15 juni) van de uitschrijvende leverancier bevatten.

Leverancier BVBA **F.** blijkt nimmer over een BTW-nummer te hebben beschikt.

De belastingdienst ontzegt IT ook uitoefening van het recht op aftrek van voorbelasting om reden dat de tweede, derde en vierde factuur evenmin het BTW-nummer van IT vermelden.

Eiseres IT heeft de haar gefactureerde producten met meerprijs doorverkocht en gefactureerd aan BV (naar Nederlands recht) pH7 **N. T.** in … (Nl., met zaakvoerster **A. Z.**, blijkbaar zelf ook persoonlijk handel drijvend onder de naam **V.**).

Deze doorverkoop werd gefactureerd op (reeds) 1 juni, op 11 juni, op 12 juni, en op 15 juni, zulks met zowel pH7 **N. T.** BV als **V.** zelf als bestemmeling.

De facturatie is geschied onder vermelding van 'intra cummunitaire' levering van goederen (lees 'intracommunautaire'), zonder verdere verwijzing naar [art. 39bis, 1° Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis).

De belastingdienst ontzegt IT vrijstelling van BTW om reden dat niet het bewijs is geleverd dat de goederen daadwerkelijk België hebben verlaten bij de levering.

IT oefent weliswaar geen rechtstreekse kritiek uit op de weergaven in de processen-verbaal, doet evenwel gelden dat haar rechten van verdediging zijn geschonden in de administratieve fase van het geschil - aldus voorafgaand aan de uitvaardiging van het dwangbevel - door het proces-verbaal van pas 13 september 2004 waarin de fiscale vordering wordt onderbouwd.

Zij werpt op dat zij onder art. 32 Grondwet en onder de wet van 11 april 1994 verzocht heeft om inzage van 'de administratieve dossiers'.

Zij heeft in september 2004, na het proces-verbaal van 13 september 2004, de BBI Mechelen verzocht (haar stuk 16) om 'inzage van het gehele dossier', evenwel zonder motivering van de noodzaak of het concrete nut daartoe.

In de hernemende brief van oktober 2004 (stuk 18 eiseres) aan ditmaal de BBI Hasselt werden wel op concrete wijze vragen gesteld.

Eiseres blijkt tegen de klaarblijkelijk alvast impliciete afwijzing (antwoord november 2004, haar stuk 20) tot inzage, geen voorziening te hebben ingesteld onder de voorwaarden van de wet (van 11 april 1994) waarnaar art. 32 Grondwet verwijst.

Haar huidige grief uit ontzegde inzage vervalt daardoor te dezen.

Zij werpt voorts op dat het uiteindelijke proces-verbaal van september 2004 waarin de fiscale vordering met betrekking tot feiten van juni 2001 wordt onderbouwd en geformuleerd, zolang is uitgebleven dat zij in de onmogelijkheid is gesteld om hierop nog veweer te kunnen voeren met kennis van zaken.

Verweerder BS neemt hierover het debat op geen enkele wijze op, voert ook niet de minste verklaring aan omtrent het uitblijven.

De BTW-wetgeving bepaalt zelf geen termijn waarbinnen het onderbouwend en in beginsel tot bewijs dienend proces-verbaal van [art. 59, § 1 in fine Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) moet zijn opgesteld.

Terecht werpt eiseres IT te dezen op dat het haar nà meer dan drie jaar na de feiten moeilijk werd gemaakt verweer te formuleren in antwoord op de vermeldingen in het proces-verbaal.

De vraagstellingen die zij - weliswaar ter gelegenheid van haar vraag tot inzage - formuleerde in haar hogerop vermelde brief van 20 oktober 2004 (haar stuk 18), komen te dezen als zeker niet onredelijk voor ter opbouw van haar rechten van verdediging.

Nu zij deze vragen pas kon stellen in reactie op het proces-verbaal van 13 september 2004, en er ten overvloede geen poging tot antwoord op deze vragen werd ondernomen, oordeelt de rechtbank dat te dezen de rechten van verdediging van eiseres IT daadwerkelijk zijn geschaad.

Het was inderdaad pas na 13 september 2004 dat van eiseres kon worden verlangd dat zij haar verweer zou voeren, zulks immers op de vermeldingen van dat proces-verbaal dat aanwijsbaar werd opgesteld in voorbereiding van het dwangbevel (vgl. Antwerpen 30 juni 2003, FJF 2004, blz. 76, nr. 2004/22).

Het dwangbevel is daarom gebouwd op een onvoldoend bewijskrachtig proces-verbaal, en het kan alzo geen invorderingstitel vormen bij gebreke aan afdoend bewezen fiscale vordering.

B. De vorderingen in vrijwaring

De ondergeschikte vorderingen door IT in vrijwaring ten laste van verweerders **V.**, **H.**, **Z.** en BVBA **F.**, blijken zonder voorwerp te zijn door wat hogerop is uiteengezet.

Hetzelfde is het geval met de vordering in vrijwaring die IT stelt tegen BS wat betreft (enkel) de levering van 15 juni 2001.

Hetzelfde is het geval met de ondergeschikte vorderingen door **V.**, in vrijwaring ten laste van **H.**, **Z.** en BVBA **F.**.

C. De vorderingen tot schadevergoeding

De vordering tot schadevergoeding door IT ten laste van BS blijkt te zijn gebouwd op quasi-delictuele aansprakelijkheid naar aanvoering van IT zelf in randnummer 71 van de conclusie van 15 mei 2006.

Het staat vast dat IT procedure heeft moeten voeren ter afwering van de fiscale vordering, echter niet dat de in het dwangbevel vervatte fiscale vordering op foutieve wijze is gesteld, enkel dat aan IT verweerrechten zijn ontnomen door het uitblijven van de fiscale vordering, welk laatste zijn sanctie reeds vindt in onwettigheid van het dwangbevel.

De vordering tot schadevergoeding door IT ten laste van de andere verweerders **V.**, **H.**, **Z.**, BVBA **F.**, is niet bewezen.

IT vult haar positieve bewijslast van art. 1382 e.v. B.W. met name te dezen niet in.

De vordering tot schadevergoeding door **Z.** ten laste van IT is niet bewezen.

**Z.** vult met name haar positieve bewijslast van art. 1382 e.v. B.W. niet in, ook niet door het loutere gegeven dat zij 'noodzakelijkerwijze beroep moest doen op een advocaat'.

Het gegeven dat IT procedure voert tegen **Z.** impliceert immers niet op zich een fout in hoofde van IT.

D. De kosten

IT doet weliswaar cijfermatige opsplitsing van haar dagvaardingskosten, maar wijst deze niet nominaal toe aan elke verweerder afzonderlijk, al naargelang het exploot.

Het is niet aan de rechtbank daarover zoekwerk te verrichten.

IT en BS dragen, gelet op gedeeltelijke toekenning en gedeeltelijke afwijzing van de eisen van IT ten laste van BS, elk de helft van de totaalkost in die procesrelatie.

Enkel BS heeft zijn kosten begroot in die relatie (conclusie 26 januari 2006).

In de procesrelatie IT tegen **V.** draagt IT de kosten.

Wat IT betreft, geldt ook hier wat reeds hogerop werd uiteengezet ter zake de begroting.

**V.** heeft zijn kosten begroot (conclusie 13 april 2006).

In de procesrelatie IT tegen **H.** en BVBA **F.** draagt IT de kosten.

In de procesrelatie IT tegen **Z.** draagt elk de helft der kosten, gelet op wederzijdse afwijzing.

Wat IT betreft, geldt hier weerom wat hogerop werd uiteengezet ter zake de begroting.

Enkel **Z.** heeft haar kosten begroot in die relatie (conclusie 7 april 2006).

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak ten opzichte van BVBA **I.**, Belgische Staat, **P V.**, **A. Z.** en rechtdoende bij vonnis op tegenspraak overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek ten opzichte van **J. H.** en BVBA **F.**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Na erover beraadslaagd te hebben.

Verklaart alle vorderingen ontvankelijk,

Verklaart de vordering van BVBA **I.** slechts gegrond als volgt,

Verklaart het dwangbevel van de Ontvanger BTW Turnhout van 13 september 2004 (Reg.127/2619) onwettig en verbiedt er de uitvoering van,

Verklaart de vorderingen in vrijwaring van BVBA **l.** en **P. V.** zonder nuttig voorwerp,

Verklaart de vorderingen tot schadevergoeding van BVBA **I.**, **P. V.** en **A. Z.** ongegrond,

Veroordeelt BVBA **I.** en Belgische Staat elk tot de helft van de kosten in hun procesrechtelijke relatie, deze enkel naar behoren begroot zijnde aan de zijde van Belgische Staat, en aldus door de rechtbank enkel in hoofde van Belgische Staat vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding,

Veroordeelt BVBA **I.** tot de kosten in haar procesrechtelijke relatie met **P. V.**, deze enkel naar behoren begroot zijnde aan de zijde van **P. V.**, en door de rechtbank in hoofde van deze laatste vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding,

Veroordeelt BVBA **I.** en **A. Z.** elk tot de helft van de kosten in hun procesrechtelijke relatie met **A. Z.**, deze enkel naar behoren begroot aan de zijde van **A. Z.**, en aldus door de rechtbank enkel in hoofde van **A. Z.** vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding,

Veroordeelt BVBA **I.** tot de kosten in haar procesrechtelijke relatie met **J. H.** en BVBA **F.**, deze door BVBA **I.** niet naar behoren begroot en door **J. H.** en BVBA **F.** niet begroot.

Wijst partijen voor zoveel nodig af van het door hen meer dan wel anders gevorderde.

**N. D.** **M. G.** **P. W.** **L. B.**

## Textes cités

4

[CTVA art. 39bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) 2 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 1 occurrence

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exonération, Preuve, Déduction, Facture, Amende, Réduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-preuve-deduction-facture-amende-tribunal-hasselt-2000-04-05-732b) 4 dispositions communes

[Cotisation à l'IPP, administration de l'inspection spéciale des impôts](https://juriel.be/fr/jurisprudence/isi-cotisation-ipp-administration-inspection-tribunal-namur-2017-02-15-d007) 4 dispositions communes

[Droit à déduction, Conditions, Affectation à l’activité économique](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-affectation-activite-cour-appel-liege-2022-04-19-4acf) 3 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 3 dispositions communes

[Intracommunautair goederenverkeer, fraude, calcul du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/intracommunautair-goederenverkeer-fraude-calcul-chiffre-cour-appel-gand-2025-12-02-7f70) 3 dispositions communes

[Reconstitution du chiffre d’affaires, Révision des déductions, Caractère arbitraire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-revision-deductions-tribunal-2024-05-16-a62c) 3 dispositions communes

[Déclaration d’accord, renonciation à l’action, Prescription, Intérêts de retard](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-accord-renonciation-action-prescription-cour-appel-2026-01-27-c906) 3 dispositions communes

[Nullité du procès-verbal, Droit à déduction, Fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-proces-verbal-droit-deduction-cour-appel-gand-2024-03-05-cbc5) 3 dispositions communes
