---
title: "8 mars 2010 · Paiement de l&#x27;impôt, preuve · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Paiement de l'impôt, preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 8 mars 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-preuve-mesure-controle-tribunal-bruges-2010-03-08-eb2b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Paiement de l'impôt, preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

8 mars 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

72 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 08.03.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

**In de zaak 07/774/A**

**NV D. M.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ondernemingsnummer …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **S. C.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT - FO.D. FINANCIËN****,**

in de persoon van de Ontvanger van het Eerste BTW-ontvangkantoor te Kortrijk, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, woonplaats kiezend op het kantoor van zijn ambtsgenoot te Brugge, G. Vyncke Dujardinstraat 4.

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **F. W.**, advocaat te …, ….

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 9 maart 2007.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging, van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzittingen van 8 februari 2010.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

### 2. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van levering van elektriciteitsinstallaties. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 21 april 2004. wordt een aanbesteding uitgeschreven voor het project **B. - B.** (het bouwen van een school te Mechelen). Het project wordt toegewezen aan NV **E.**. In 2005 gaat NV **E.** failliet zodat de werken niet verder kunnen uitgevoerd worden.

BVBA **E. E.**, zustervennootschap van de gefailleerde NV **E.**, neemt contact op met eiseres om samen een tijdelijke handelsvennootschap op te richten met als doel zich gezamenlijk te kunnen inschrijven voor de aanbesteding van het project **B. - B.**. Op 19 oktober 2005 wordt de tijdelijke handelsvennootschapsovereenkomst tussen BVBA **E. E.** en eiseres ondertekend. Deze overeenkomst bepaalt o.a. dat de deelname van elke partner 50 % is en dat de overeenkomst onmiddellijk in werking treedt.

Op 19 oktober 2005 ondertekenen BVBA **E. E.** en eiseres een tweede overeenkomst waarbij bepaald wordt dat de deelneming van eiseres in de tijdelijke handelsovereenkomst wordt overgedragen aan BVBA **E. E.**. Hierdoor wordt eiseres 'sleeping partner' en is de deelneming van BVBA **E. E.** 100 % in de tijdelijke handelsvennootschap. Als vergoeding mag eiseres een brandcentrale leveren aan BVBA **E. E.**.

Op 27 oktober 2005 verklaren beide vennoten van de tijdelijke handelsvennootschap zich akkoord met het aanstellen van **G. F.**, zaakvoerder van BVBA **E. E.**, als gemachtigde om officiële documenten betreffende de tijdelijke handelsvennootschap te ondertekenen.

De tijdelijke handelsvennootschap wordt onder de naam **THV E. E.** BVBA – **D.** NV , met maatschappelijke zetel te …, … (zijnde tevens de maatschappelijke zetel van BVBA **E. E.**), als BTW-belastingplichtige ingeschreven onder het BTW-registratienummer BE ….

Op 24 januari 2006 wordt op naam van de tijdelijke handelsvennootschap bij de BTW-controle een BTW-aangifte ingediend voor het vierde kwartaal 2005 door NV **F.**, met een te betalen bedrag aan BTW van … EUR. Het betreft de BTW op 2 facturen uitgeschreven door de tijdelijke handelsvennootschap d.d. 30 december 2005 aan het **K. S. B.** ten bedrage van respectievelijk … EUR en … EUR (incl. BTW). Het BTW-bedrag wordt niet betaald door de tijdelijke handelsvennootschap en op 31 maart 2006 wordt haar rekening-courant op nul gezet en wordt een bijzondere rekening bijgehouden voor het tijdvak van 31 december 2005 tot 31 maart 2006.

Op 29 mei 2006 factureerde eiseres aan BVBA **E. E.** een bedrag van … EUR wegens de uitgevoerde branddetectie (vergoeding voor de tweede overeenkomst d.d. 19 oktober 2005). De factuur wordt niet betaald.

De aanbesteding van het project **B. - B.** wordt niet toegewezen aan de tijdelijke handelsvennootschap.

Op 16 augustus 2006 schrijft eiseres aan BVBA **E. E.** *“Met deze bevestigen wij U ons onderhoud waarbij de intentie-verklaring tot tijdelijke vereniging' een einde neemt wegens niet toekenning van het betreffende contract"*.

Op 6 september 2006 wordt BVBA **E. E.** failliet verklaard. Eiseres doet op 3 oktober 2006 aangifte van haar schuldvordering op BVBA **E. E.**, zijnde … EUR wegens uitgevoerde branddetectie.

Op grond van de vermelde bijzondere rekening wordt op 7 november 2006 lastens de tijdelijke vennootschap een dwangbevel uitgevaardigd door **A. B.**, e.a. inspecteur van het 1° BTW-ontvangkantoor te Kortrijk.

Voormeld dwangbevel werd op 8 november 2006 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **E. M.**, e.a. inspecteur te Waregem, aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge. Dit dwangbevel werd op 7 december 2006 betekend aan eiseres.

Op 8 december 2008 meldt eiseres aan de BTW-ontvanger geen idee te hebben van de grondslag voor het innen van de BTW-schulden. De tijdelijke vennootschap heeft nooit enige handelsactiviteit uitgevoerd. In het antwoord op dit schrijven verwijst de BTW-administratie naar de ingediende BTW-aangifte voor het vierde kwartaal 2005 en verwijst voor een eventuele betwisting van het gevorderde bedrag naar de BTW-controle te ...

Op 6 februari 2007 wordt in opdracht van de BTW-administratie uitvoerend roerend beslag gelegd op het wagenpark van eiseres.

In het kader van onderhandelingen tussen eiseres en de BTW-administratie deelt eiseres verklaringen mee van NV **D. M.** en VZW **D. R.** waarbij bevestigd wordt dat de tijdelijke handelsvennootschap geen prestaties heeft verricht in het kader van het project **B. - B.**. De BTW-administratie blijft bij haar standpunt.

Tegen het dwangbevel werd op 9 maart 2007 verzet aangetekend door eiseres.

Op 21 maart 2007 betaalde eiseres het bedrag van … EUR onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkenning.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- het dwangbevel d.d. 7 november 2006 nietig wordt verklaard;

\- verweerder wordt veroordeeld om alle sommen die op basis van het vernietigde dwangbevel betaald werden, terug te betalen, te vermeerderen met de intresten;

\- verweerder veroordeeld wordt tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

#### III.BEOORDELING

**1.** Volgens eiseres heeft de tijdelijke handelsvennootschap geen handelsactiviteit gehad en zijn de facturen die werden vermeld in de BTW-aangifte voor het vierde kwartaal 2005 vals. De werken werden uitgevoerd in een periode dat de tijdelijke handelsvennootschap nog niet bestond en bovendien heeft de tijdelijke handelsvennootschap ook geen betalingen ontvangen. Volgens eiseres werden de werken uitgevoerd door NV **E.** en ook aan deze vennootschap betaald. Eiseres is het slachtoffer geworden van een constructie opgezet door BVBA **E. E.**. Artikel 51, § 1 , 3° W.BTW is niet van toepassing gezien verweerder de BTW m.b.t. de werken moet ontvangen hebben van BVBA **E. E.** of NV **E.**. Eiseres verwijst naar een vonnis d.d. 19 november 2007 van de Beslagrechter te Kortrijk naar aanleiding van een geschil tussen de RSZ en eiseres waarbij gesteld wordt dat de tijdelijke handelsvennootschap nooit enige prestaties heeft uitgevoerd.

**2.** Verweerder stelt dat eiseres als deelgenoot van de tijdelijke handelsvennootschap hoofdelijk gehouden is tot voldoening van de BTW-schuld. Verweerder steunt zich op de toepassing van artikel 46 tot 55 van W.Vennootschapsrecht en de toepassing van de artikelen 59, § 1 en 51, § 1, 3° W.BTW.

**3.** De tijdelijke handelsvennootschap is een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid die zonder een gemeenschappelijke naam te voeren, één of meer bepaalde handelsverrichtingen tot doel heeft. Conform artikel 53 W.Ven. zijn de vennoten in een tijdelijke handelsvennootschap hoofdelijk gehouden jegens de derden met wie zij hebben gehandeld.

Alhoewel ze geen rechtspersoonlijkheid bezit, kan de tijdelijke handelsvennootschap ingevolge een tegemoetkoming van de administratie, toch opteren om zich als BTW-belastingplichtige te laten registreren. De tijdelijke handelsvennootschap opgericht door eiseres en BVBA **E. E.** wordt onder de naam THV **E. E.** BVBA – **D.** NV, met maatschappelijke zetel te …, … (zijnde tevens de maatschappelijke zetel van BVBA **E. E.**), als BTW-belastingplichtige ingeschreven onder het BTW-registratienummer BE ….

De tijdelijke handelsvennootschap die is ingeschreven als BTW-belastingplichtige, is gehouden tot alle verplichtingen die worden opgelegd door het W.BTW en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

**4.** Conform artikel 59, § 1 kan het bewijs van de overtredingen tegen de bepalingen van het W.BTW of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, of van feiten die de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of daartoe bijdragen door de administratie geleverd worden volgens de regels en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen.

Conform artikel 1350 B.W. zijn vermoedens gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.

Conform artikel 51, § 1, 3° W.BTW is de belasting verschuldigd door eenieder die op een factuur of op een als zodanig geldend stuk de BTW vermeldt, zelfs indien hij geen goed heeft geleverd noch een dienst heeft verricht. Hij wordt de schuldenaar van de BTW op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of het stuk.

**5.** Vast staat dat op naam van de tijdelijke handelsvennootschap **E. E.** BVBA **D. M.** NV twee facturen zijn uitgeschreven. Op 24 januari 2006 werd op naam van de tijdelijke handelsvennootschap een BTW-aangifte ingediend voor uitgaande handelingen, met daarop de twee betreffende facturen.

Deze BTW-aangifte werd ingediend door NV **F.**, zijnde de boekhouder van BVBA **E. E.**.

Eiseres blijft in gebreke de door haar gestelde beweringen te bewijzen. Eiseres bewijst geenszins dat de constructie (werken uitgevoerd door BVBA **E. E.** en niet door de tijdelijke handelsvennootschap, werken gefactureerd aan de tijdelijke handelsvennootschap, werken door de tijdelijke handelsvennootschap gefactureerd aan de bouwheer en dit met valse facturen) ter kwader trouw werd opgezet door BVBA **E. E.**. Er is niet bewezen dat de betreffende facturen vals zijn.

Eiseres heeft voldoende tijd gehad om acties te ondernemen tegen de volgens haar verantwoordelijken voor de opgezette constructie of om bewijzen te verzamelen tot staving van haar beweringen, maar eiseres brengt geen enkel afdoende bewijs voor van haar beweringen. Eiseres stelt een strafklacht te hebben neergelegd (pas in 2008), maar dat er geen doorverwijzing is gebeurd door de raadkamer. Verder heeft eiseres op 12 januari 2009 gesteld te zullen dagvaarden in gedwongen tussenkomst, maar dit is niet gebeurd.

Eiseres heeft dan ook nagelaten haar beweringen afdoende te bewijzen.

#### C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger. W. de gerechtskosten dragen.

De eis is in geld waardeerbaar en de waarde van de vordering situeert zich tussen 20.000 en 40.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van … EUR bedraagt.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en bij verstek.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag acht maart tweeduizend en tien**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**S. C.**, griffier.

**C. S.** **L. D. P.**
