---
title: "11 avril 2002 · Paiement de l&#x27;impôt, poursuite · Tribunal de première instance"
description: "Paiement de l'impôt, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance (Belgique), 11 avril 2002."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-poursuite-instance-droits-tribunal-dendermonde-2002-04-11-ae11"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Paiement de l'impôt, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

11 avril 2002

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

57 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Termonde du 11.04.2002

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg van Dendermonde heeft het hiernavolgende vonnis verleend :**

**A.R. 93/67866/A** - In de zaak van :

**S. H.**, bediende, wonende te …, …

Eiser, verschijnende door Mr. **D. R.** loco Mr. **S. S.**, advocaat te …, …;

Tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën. Administratie van de BTW, Registratie der Domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het Btw-Ontvangkantoor te Aalst, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 9300 Aalst, Geraardsbergsestraat 234, thans te 9300 Aalst, Graanmarkt 1;

**Verweerster**, verschijnende door Mr. **A. L.** loco Mr. **J.P. W.**, advocaat te …, …;

werden op de openbare terechtzitting van 28 februari 2002, partijen gehoord in hun middelen en besluiten de debatten gesloten en werd de zaak in beraad genomen.

De rechtbank verleent het volgend vonnis

Het verzet betekend bij exploot van gerechtsdeurwaarder **A. D. T.** d.d. 25/5/1993 strekt ertoe het dwangbevel ter kennis gebracht aan aanlegger op 11/05/1993 te vernietigen en te horen zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en intresten niet verschuldigd zijn, de Belgische staat te veroordelen tot de kosten, dit alles bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gelet op het tussenvonnis d.d. 12/01/1999.

Gelet op de gewijzigde samenstelling van de zetel wordt de zaak in haar geheel hernomen.

De tenuitvoerlegging van een dwangbevel kan slechts worden gestuit door de belastingschuldige met een met reden omkleed verzet met dagvaarding.

Verweerster argumenteert tot de nietigheid van de verzetsakte, omdat het. verzetsexploot van 25/05/1993 het inschrijvingsnummer van de heer **S.** in het handelsregister niet vermeldt.

Op 31/3/1993 heeft **S. H.** zijn handelswerkzaamheid stopgezet en op 14/05/1993 werd de inschrijving in het handelsregister doorgehaald.(stuk 1).

Er is geen nietigheid ingevolge niet vermelding van de inschrijving. in het handelsregister zoals die destijds bestond.

Opdat de tenuitvoerlegging van een dwangbevel door een verzet zou worden gestuit vereist art. 89 W.BTW dat het verzet met reden omkleed is.

De belastingplichtige kan in zijn conclusies zijn beweegredenen van het verzet verder uitgebreid laten kennen.

Het verzet dient derhalve niet onontvankelijk te worden verklaard bij gebrek aan voldoende motivering.

ln het proces-verbaal tekent een bevoegd controleambtenaar de binnen het kader van zijn opdracht gedane vaststellingen aan.

Het levert daarvan bewijs op zolang het tegendeel niet is aangetoond. (art. 59 § 1 W.BTW).

Het proces-verbaal bewijst inzonderheid de feiten die de toepassing van een wettelijk vermoeden wettigen of die een inbreuk op de voorschriften uitmaken.

De bewijskracht van het proces-verbaal blijft beperkt tot de erin opgenomen vaststellingen; ze strekt zich niet uit tot de er eventueel in voorkomende gevolgtrekkingen of andere redeneringen die de verbalisant uit zijn vaststellingen afleidt; deze zijn aan de beoordeling van de rechter onderworpen.

(cf. Rb. Luik 22/09/1986, F.J.F 87/112,198).

Uit het proces-verbaal blijkt wel dat bij nazicht van de inkomende facturen van het jaar 1991, vastgesteld werd dat een aantal facturen (bv. BVBA **F.**) niet in **S.** boekhouding konden worden aangetroffen. De heer **S.** kon daar geen verklaring voor geven.

Verder blijkt uit het proces-verbaal ontvangstendagboek hield, omwille van het feit dat jij beweerde dat “alles gefactureerd werd”.

In het proces-verbaal werden tal van onregelmatigheden vastgesteld nadat door de verificateur een vergelijking werd gemaakt met invoerbewijzen, inschrijvingen in de boekhouding van de overeenstemmende aankoopfacturen en de boekhoudkundige rekening "aankoop goederen".

Telkens werd de heer **S. H.** met de bevindingen van de verificateur geconfronteerd, maar er werd door hem nooit een afdoende uitleg of bewijsstuk verschaft. Dit is tot op heden ook niet het geval.

De verificateur heeft tenslotte een aantal inlichtingen ingewonnen bij de administratie van douane en accijnzen en bij het transportbedrijf waar de vrachtbrieven werden gecontroleerd.

Loutere gezegde, beweringen of veronderstellingen kunnen niet worden aanvaard als tegenbewijs voor de vaststellingen in het·proces-verbaal.

Voor iedere overtreding om aan de verplichting van de BTW te voldoen, wordt een geldboete opgelegd.

Wanneer de facturen of het als zodanig geldend stuk, waarvan de uitreiking is voorgeschreven door de art. 53, 53octies en 54 of door de ter uitvoering ervan gegeven regelen, niet is uitgereikt of onjuiste vermeldingen bevatten, de naam of de bij de handeling betrokken partijen, de aard of de hoeveelheid van de geleverde goederen of verstrekte diensten de prijs op het toebehoren ervan, wordt een geldboete opgelegd.

Wanneer het invoerdocument dat krachtens art. 52 W.BTW moet worden overgelegd, onjuiste vermeldingen bevat t.a.v. de aard of de hoeveelheid van de ingevoerde goederen, de prijs of het toebehoren ervan, de naam of het adres van degene op wiens naam die terzake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan, wordt een geldboete opgelegd.

Wanneer bij uitvoer of tot staving ervan stukken worden overgelegd waarop een grotere hoeveelheid goederen is vermeld dan de werkelijk uitgevoerde hoeveelheid, loopt de aangever een geldboete op.

Aan aanlegger op verzet werd aldus een geldboete opgelegd van 200 %.

In ondergeschikte orde vraagt aanlegger op verzet kwijtschelding, minstens een gevoelige vermindering van de opgelegde boeten.

Principieel werd aanvaard in de arresten van het arbitragehof van 24/2/1999 en twee Cassatiearresten van 5/2/1999 dat art. 6 EVTM en 14 BUPO Verdrag van toepassing zijn op repressieve administratieve fiscale boeten.

Een geldboete van 200 % is buiten proporties.

Het gaat niet om een klein bedrag dat een soort waarschuwing of terechtwijzing blijft. De boete is dan ook aan de opportuniteitsbeoordeling van de rechter onderworpen en mag in casu worden herleid tot 50 %.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Met inachtneming van de beschikkingen van de wet van 15 juni 1935 en de aanvullende wetten op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Alle andersluidende en/of tegenstrijdige middelen en besluiten van de hand wijzend als niet terzake en/overbodig.

Verklaart het verzet ontvankelijk en deels gegrond.

Zegt voor recht dat de in het dwangbevel uitgevaardigd op 11/05/1993, de verschuldigde bedragen ten titel van de BTW verschuldigd zijn, evenals de intresten en herleidt de opgelegde administratieve geldboete tot 50 % op een bedrag van € … (… BEF).

Slaat de kosten om.

Verklaart huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling;

Aldus gewezen en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van **ELF APRIL TWEEDUIZEND EN TWEE**, van de negende kamer zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig :

**M. D. P.**, rechter, voorzitter van de negende kamer;

**K. W.**, e.a. adj.-griffier.

**K. W.** **M. D. P.**
