---
title: "16 septembre 2003 · Paiement de l&#x27;impôt, disposition pénale · Tribunal de première instance"
description: "Paiement de l'impôt, disposition pénale, sanction pénale, poursuite. Tribunal de première instance (Belgique), 16 septembre 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-disposition-penale-sanction-tribunal-kortrijk-2003-09-16-41e6"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Paiement de l'impôt, disposition pénale, sanction pénale, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

16 septembre 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

423 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Courtrai du 16.09.2003

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN HET ARRONDISSEMENT KORTRIJK, PROVINCIE WEST-VLAANDEREN, KAMER MET DRIE RECHTERS, RECHTSPREKENDE IN CORRECTIONELE ZAKEN**

**Vonnis d.d. 16.09.2003**

Gezien de processtukken en namelijk de dagvaarding betekend bij exploot van' Mevrouw **S.**, d.d. directeur bij het penitentiair complex te Brugge op 29.04.2003

In de zaak van :

**HET OPENBAAR MINISTERIE,**

**tegen :**

**D. R. A.**, bedrijfsleider (zelfst.), geboren te … op 9 februari 1950, wonende te …, …, thans aangehoudend om andere redenen en opgesloten in de gevangenis te 8200 Brugge.

## VERDACHT

handel drijvende onder de firma "**A. - A.**" te …, …, eenmanszaak die weliswaar officieel op naam stond van zijn toenmalige bijzit **P. L. R. J. M. J.**, geboren te … op …, ingeschreven in het handelsregister te KORTRIJK onder het nummer …, en geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer …, doch waarin hij de feitelijke achterman was (zie onder meer dossierstukken 4, 114, 115 en 225),

om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uitvoering ervan rechtsreeks medegewerkt te hebben door enige daad, tot de uitvoering ervan zodanige hulp te hebben verleend, dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtsreeks uitgelokt te hebben, als dader of mededader, zoals voorzien door artikel 66 van het Strafwetboek,

bij eenheid van opzet,

**A.** bij inbreuk op de artikelen 450, lid 1, 457 en 459 van het wetboek van de inkomstenbelastingen, zoals van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (kort : WIB 1992),

met het oogmerk om één van de in artikel 449 WIB 1992 bedoelde misdrijven te plegen, in openbare geschriften, in handelsgeschriften of in private geschriften, valsheid te hebben gepleegd, meer bepaald met het oogmerk om de onder tenlastelegging C. omschreven inbreuk te plegen

**A.I.**

**A.I.1.**

te …, in de periode met ingang van 12 juli 1993 tot en met 27 september 1993,

door het valselijk opmaken van de hierna vermelde facturen op een lager bedrag dan dat wat door hem werkelijk werd ontvangen, en respectievelijk het valselijk niet - inboeken van de werkelijke bedragen in het verkoopdagboek van "**A. – a.**"

*(het verkoopdagboek neergelegd zijnde ter griffie onder OS nr. 213/94; de als van valsheid betichte facturen NIET neergelegd zijnde ter griffie doch genoegzaam aangeduid in het dossier zoals vermeld in onderstaande tabel) (bedragen in Belgische frank)*

|  | Factuur-nummer | datum | klant | Factuur aan klant | Factuur in te boeken | Verschil ontvangen/geboekt | BTW op verschil ontvangen/ geboekt | Belastbare basis | Dossier Stuk |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | 247/V/93 | 12/07/93 | Majoor B. BVBA | 430.000 | 1.000 | 513.850 | 83.687 | 512.850 | 218/18-188-189, 218/28 |
| 2 | 256/V/93 | 09/09/93 | D. P. | 328.000 | 3.000 | 391.960 | 61.839 | 378.960 | 218/181-182, 218/280-281 |
| 3 | 259/V/93 | 15/09/93 | G. C. | 1.000 | 50.000 | 50.000 | 7.996 | 49.000 | 218/102-103, 218/280 |
| 4 | 261/V/93 | 21/09/93 | A. CVK | 185.225 | 10.000 | 185.225 | 28.593 | 175.225 | 218/82, 218/280 |
| 5 | 261/V/93 | 22/09/93 | NV G. | 1.000.000 | 100.000 | 1.195.000 | 178.682 | 1.095.000 | 218/95-96-97, 218/280 |
| 6 | 265/V/93 | 27/09/93 | G. V. D. V. W. | 239.000 | 2.000 | 239.000 | 38.674 | 237.000 | 218/88-89, 218/280 |
| Totalen |  |  |  |  |  | 2.448.035 | 399.470 | 2.048.565 |  |

**A.I.2.**

te … en bij samenhang, elders in het Rijk, in de periode met ingang van 12 juli 1993 tot en met heden\*,

met identiek oogmerk, van de valse geschriften vermeld onder de tenlastelegging **A.I.1.** gebruik te hebben gemaakt

*(\* Krachtens artikel 358, § 1, 3° en § 2, 3° WIB 1992 (oud art. 263, § 1, 3° en § 2, 3° WIB 1964), is een aanslag inzake directe belastingen mogelijk tot 12 maanden vanaf de datum waarop de beslissing over onderhavige strafvordering niet meer vatbaar zal zijn voor verzet of hoger beroep)*

## A.II

**A.II.1.**

te …, in de periode met ingang van 28 juli 1993 tot en met 30 september 1993,

door het valselijk opmaken van de hierna vermelde fictieve facturen als uitgaande van de firma "**G.**" PVBA met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te GENT onder het nummer …, geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer …, in werkelijkheid reeds in staat van faillissement sedert 11 januari 1985 (zie dossierstuk …) en als gericht tot de firma "**A. – A.**", teneinde de officiële winsten die hij in het kader van deze laatst vermelde firma behaalde, met het oog op de belastingen te herleiden en zich meteen tevens de overeenstemmende weg geboekte bedragen in werkelijkheid zelf toe te kennen,

*(de als van valsheid betichte facturen NIET neergelegd zijnde ter griffie doch genoegzaam aangeduid in het dossier zoals vermeld in onderstaande tabel) (bedragen in Belgische frank)*

|  | Factuur nummer | Datum | Hoofdbedrag | BTW | Dossierstuk |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | 93432 | 28/07/93 | 200.000 | 39.000 | 218/209 |
| 2 | 93439 | 30/07/93 | 200.000 | 39.000 | 218/210 |
| 3 | 93446 | 30/07/93 | 250.000 | 48.750 | 218/211 |
| 4 | 93496 | 30/08/93 | 150.000 | 29.250 | 218/212 |
| 5 | 93502 | 30/08/93 | 275.000 | 53.625 | 218/213 |
| 6 | 93569 | 28/09/93 | 205.000 | 39.975 | 218/216 |
| 7 | 93559 | 30/09/93 | 210.000 | 40.950 | 218/214 |
| 8 | 93572 | 30/09/93 | 170.000 | 33.150 | 218/215 |
| 9 | 93561 | 30/09/93 | 350.000 | 68.250 | 218/217 |
| Totalen |  |  | 2.010.000 | 391.950 |  |

**A.II.2.**

te …, en bij samenhang, elders in het Rijk, in de periode met ingang van 28 juli 1993 tot en met heden,

met identiek oogmerk, van de valse geschriften vermeld onder de ten laste legging **A.II.1.** gebruik te hebben gemaakt;

**B.** bij inbreuk op de wet van 3 juli 1969 tot invoering van de Belasting over de Toegevoegde Waarde (W.BTW) (BS 17 juli 1969), met name op artikel 73bis W.BTW (ingevoegd bij artikel 9 W. 10 februari 1981, BS 14 februari 1981, met ingang van 14 februari 1981, en gewijzigd bij artikel 68 W. 4 augustus 1986, BS 20 augustus 1986, met ingang van 20 augustus 1986) en artikel 73quinquies W.BTW (ingevoegd bij artikel 9 W. 10 februari 1981, BS 14 februari 1981, met ingang van 14 februari 1981; § 1 gewijzigd bij [artikel 2 KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art2), 2 april 1982, BS 7 april 1982, met ingang van 7 april 1982 en bij artikel 70, 1° W. 4 augustus 1986, BS 20 augustus 1986, met ingang van 20 augustus 1986; § 2 en § 4 opgeheven bij artikel 70, 2° W. 4 augustus 1986, BS 20 augustus 1986, met ingang van 20 augustus 1986),

met het oogmerk om een van de in artikel 73 W.BTW (zoals vervangen bij artikel 9 W. 10 februari 1981, BS 14 februari 1981, met ingang van 14 februari 1981, en gewijzigd bij artikel 67 W. 4 augustus 1986, BS 20 augustus 1986, met ingang van 20 augustus 1986) bedoelde misdrijven te plegen, meer bepaald met het oogmerk om de onder tenlastelegging D.I. en D.II. omschreven inbreuken te plegen, in openbare geschriften, in handelsgeschriften of in private geschriften, valsheid te hebben gepleegd,

**B.I.1.**

te …, in de periode met ingang van 12 juli 1993 tot en met 27 september 1993,

door het valselijk opmaken van de hierna vermelde facturen op een lager bedrag dan dat wat door hem werkelijk werd ontvangen, en respectievelijk het valselijk niet - inboeken van de werkelijke bedragen in het verkoopdagboek van "**A. – a.**"

*(het verkoopdagboek neergelegd zijnde ter griffie onder OS nr. …; de als van valsheid betichte facturen NIET neergelegd zijnde ter griffie doch genoegzaam aangeduid in het dossier zoals vermeld in onderstaande tabel) (bedragen in Belgische frank)*

|  | Factuur-nummer | datum | klant | Factuur aan klant | Factuur in te boeken | Verschil ontvangen/geboekt | BTW op verschil ontvangen/ geboekt | Belastbare basis | Dossier Stuk |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | 247/V/93 | 12/07/93 | Majoor B. BVBA | 430.000 | 1.000 | 513.850 | 83.687 | 512.850 | 218/18-188-189, 218/28 |
| 2 | 256/V/93 | 09/09/93 | D. P. | 328.000 | 3.000 | 391.960 | 61.839 | 378.960 | 218/181-182, 218/280-281 |
| 3 | 259/V/93 | 15/09/93 | G. C. | 1.000 | 50.000 | 50.000 | 7.996 | 49.000 | 218/102-103, 218/280 |
| 4 | 261/V/93 | 21/09/93 | A. CVK | 185.225 | 10.000 | 185.225 | 28.593 | 175.225 | 218/82, 218/280 |
| 5 | 261/V/93 | 22/09/93 | NV G. | 1.000.000 | 100.000 | 1.195.000 | 178.682 | 1.095.000 | 218/95-96-97, 218/280 |
| 6 | 265/V/93 | 27/09/93 | G. V. D. V. W. | 239.000 | 2.000 | 239.000 | 38.674 | 237.000 | 218/88-89, 218/280 |
| Totalen |  |  |  |  |  | 2.448.035 | 399.470 | 2.048.565 |  |

**B.I.2.**

te … en bij samenhang, elders in het Rijk, in de periode met ingang van 12juli 1993 tot en met 20 oktober 1998\*,

met identiek oogmerk, van de valse geschriften vermeld onder de tenlastelegging **B.I.1.** gebruik te hebben gemaakt

dit gebruik voortdurend tot aan het verstrijken van de termijn vijf jaar, te rekenen van de dag waarop de betrokken BTW had dienen worden aangegeven; dit wil zeggen te rekenen van de twintigste dag van de maand die volgde op de maand waarop de periodieke aangifte betrekking had, in casu vanaf 20 augustus, 20 september en respectievelijk 20 oktober 1993, met betrekking tot de periode van 12 juli 1993 tot en met 27 september 1993.

*(\**[*artikel 81 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81)*, zoals dit bestond tot zijn wijziging bij de wet van 8 augustus 1980, BS 15 augustus 1980)*,

## B.II.1

te …, in de periode met ingang van 28 juli 1993 tot en met 30 september 1993,

door het valselijk opmaken van de hierna vermelde fictieve facturen als uitgaande van de firma "**G.**" PVBA met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te GENT onder het nummer …, geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer …, in werkelijkheid reeds in staat van faillissement sedert 11 januari 1985 (zie dossierstuk 218/203) en als gericht tot de firma "**A. – A.**", teneinde de officiële winsten die hij in het kader van deze laatst vermelde firma behaalde, met het oog op de belastingen te herleiden en zich meteen tevens de overeenstemmende weg geboekte bedragen in werkelijkheid zelf toe te kennen,

*(de als van valsheid betichte facturen NIET neergelegd zijnde ter griffie doch genoegzaam aangeduid in het dossier zoals vermeld in onderstaande tabel) (bedragen in Belgische frank)*

|  | Factuur nummer | Datum | Hoofdbedrag | BTW | Dossierstuk |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 1 | 93432 | 28/07/93 | 200.000 | 39.000 | 218/209 |
| 2 | 93439 | 30/07/93 | 200.000 | 39.000 | 218/210 |
| 3 | 93446 | 30/07/93 | 250.000 | 48.750 | 218/211 |
| 4 | 93496 | 30/08/93 | 150.000 | 29.250 | 218/212 |
| 5 | 93502 | 30/08/93 | 275.000 | 53.625 | 218/213 |
| 6 | 93569 | 28/09/93 | 205.000 | 39.975 | 218/216 |
| 7 | 93559 | 30/09/93 | 210.000 | 40.950 | 218/214 |
| 8 | 93572 | 30/09/93 | 170.000 | 33.150 | 218/215 |
| 9 | 93561 | 30/09/93 | 350.000 | 68.250 | 218/217 |
| Totalen |  |  | 2.010.000 | 391.950 |  |

**B.II.2.**

te … en bij samenhang, elders in het Rijk, in de periode met ingang van 28 juli 1993 tot en met 20 oktober 1998,

met identiek oogmerk, van de valse geschriften vermeld onder de tenlastelegging **B.II.1.** gebruik te hebben gemaakt

dit gebruik voortdurend tot aan het verstrijken van de termijn vijf jaar, te rekenen van de dag waarop de betrokken BTW had dienen worden aangegeven;·dit wil zeggen te rekenen van de twintigste dag van de maand die volgde op de maand waarop de periodieke aangifte betrekking had, in casu 20 augustus, 20 september en respectievelijk 20 oktober 1993, met betrekking tot de periode van 28 juli 1993 tot en met 30 september 1993.

**C.** te …, op 1 juli 1994,

van inbreuk op de artikelen 449 en 457 WIB.1992, onverminderd de toepassing van de bepalingen betreffende de administratieve sancties, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de bepalingen van dit Wetboek of de ten uitvoering ervan ge- geven regelen te hebben overtreden,

om bij inbreuk op het artikel 305, eerste lid WIB 1992, met betrekking tot de winsten behaald onder de dekmantel van de firma "**A. – A.**" doch waarin hij de feitelijke achterman was en waarvoor hij derhalve als belastingplichtige aan de personenbelasting diende te zijn onderworpen, aan de Administratie der directe belastingen geen aangifte te hebben overgelegd in de vormen en binnen de termijnen omschreven in de artikelen 307 tot 311 WIB 1992, met name wegens de niet - aangifte uiterlijk op dertig juni van het desbetreffend aanslagjaar van de in zijn hoofde belastbare basis ten bedrage van 2.048.565 BEF (tenlastelegging A.I.1.) alsook ten bedrage van 2.010.000 BEF (tenlastelegging A.II.1.), hetzij samen ten bedrage van **4.085.565 BEF** door hem behaald in de loop van het kalenderjaar 1993, aanslagjaar 1994, uiterlijk op 30 juni 1994.

**D.** **D.l.**

te …, in de periode met ingang van 21 augustus 1993 tot en met 21 oktober 1993

bij inbreuk op artikel 53, eerste lid, 4° W.BTW zoals van kracht met ingang van 1 januari 1993 (artikel 58 W. 28 december 1992, BS 31 december 1992) en [artikel 18 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-18-ae74) D° 29 december 1992 (BS 31 december 1992) zoals van kracht met ingang van 1 januari 1993, de verschuldigd geworden belasting te voldoen binnen de termijn van indiening van de bij artikel 53, eerste lid, 3° zoals van kracht met ingang van 1 januari 1993, voorgeschreven aangifte,

in casu aan te geven en te betalen uiterlijk op 20 augustus 1993, 20 september 1993 en respectievelijk 20 oktober 1993,

met betrekking tot een totaal bedrag van **791.420 BEF** aan BTW (399.470 BEF zie tenlastelegging B.I.1., plus 391.950 BEF zie tenlastelegging B.II.1.)

**D.ll.**

te …, in de periode met ingang van 21 augustus 1993 tot en met 21 oktober 1993

bij inbreuk op artikel 45, § 1 W.BTW zoals van kracht met ingang van 1 januari 1993 (artikel 51 W. 28 december 1992, BS 31 december 1992) op de belasting die de VIERDE verschuldigd is, belasting in aftrek te hebben gebracht van niet aan hem geleverde goederen en verleende diensten, niet door hem ingevoerde goederen en niet door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, hetzij belasting die wel degelijk werd geheven van de aan hem geleverde goederen of verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen of van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, doch dewelke niet gebruikt werden voor het verrichten van de in het artikel 45, § 1, 1° tot 5° W.BTW bedoelde handelingen;

in casu aan te geven en te betalen uiterlijk op 20 augustus 1993, 20 september 1993 en respectievelijk 20 oktober 1993,

met betrekking tot een totaal bedrag aan BTW van 391.950 BEF (zie tenlastelegging B.II.1)

---

met de omstandigheid dat de beklaagde in staat van wettelijke herhaling verkeert voor wat betreft de feiten onder voormelde tenlasteleggingen A.I.2., A.II.2., B.I.2., B.II.2. en C. in zijn hoofde gepleegd na 27 oktober 1993, veroordeeld geweest zijnde tot een gevangenisstraf van ten minste één jaar, namelijk tot een effectieve gevangenisstraf van achttien maanden alsook tot een geldboete van duizend frank wegens het namaken of vervalsen van openbare effecten, aandelen, schuldbrieven, rente - bewijzen en bankbiljetten, ingevolge het arrest door het Hof van Beroep te LUIK uitgesproken op 23 mei 1993 (het Cassatieberoep hiertegen werd verworpen bij arrest van 27 oktober 1993), dat kracht van gewijsde bekomen had op het ogenblik van voormeld ten laste gelegde nieuwe feiten die gepleegd werden voordat vijf jaar waren verlopen sedert dat hij zijn straf heeft ondergaan of sedert zijn straf verjaard is;

Gehoord de uiteenzetting van de zaak door **A. V.**, fiscaal substituut-procureur des Konings voor Oost- en West-Vlaanderen.

Gehoord de middelen van verdediging voorgedragen door Mr. **S. D.** loco Mr. **F. V. H.**, advocaat te …, ….

Gehoord het Openbaar Ministerie dat de zaak samenvat en conclusie neemt strekkende tot de veroordeling van de beklaagde bij toepassing van de strafwet.

En na beraadslaagd te hebben,

**DE RECHTBANK,**

Gezien de artikelen zoals vermeld bij bovengenoemde tenlasteleggingen, alsook de artikelen

\- 2, 3, 4 W. 26.06.2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in art. 78 van de Grondwet

\- 29 Wet 01.08.1985 gewijz. bij art. 3 Programmawet 24.12.1993

\- 1 Programmawet 24.12.1993

\- 1 KB 23.12.1993

\- 21ter,182, 184,189, 190, 194 Wetboek van Strafvordering

\- 2 en volgende Wet 15.06.1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken

\- 42, 43, 65

\- 1, 8, § 1 W. 29.06.1964 gew. dr. art. 4 W. 10.02.1994 KB 06.10.1994 en art. 9 W 22.03.1999.

## 1. Verbetering dagvaarding

In de tenlasteleggingen A.I.1 en B.l.1 dienen volgende verbeteringen aangebracht :

\- in de kolom 2 (factuurnr. …) bedraagt de "BTW op verschil ontvangen/geboekt" 63.939 frank i.p.v. 61.839 frank; "de belastbare basis" bedraagt dan 388.960 frank i.p.v. 378.960 frank;

\- in de kolom 3 (factuurnr. …) bedraagt de "factuur in te boeken" 1.000 frank i.p.v. 50.000 frank;

Als gevolg van deze materiële verbeteringen dienen ook de totalen aangepast te worden en bedraagt het totaal van de "BTW op verschil ontvangen/geboekt" 401.570 frank i.p.v. 399.470 frank en bedraagt het totaal van de "belastbare basis" dan 2.058.565 frank i.p.v. 2.048.565 frank.

Als gevolg van deze materiële verbeteringen dienen eveneens de bedragen in de tenlastelegging C aangepast te worden als volgt: belastbare basis van 2.058.565 frank i.p.v. 2.048.565 frank en ... hetzij samen ten bedrage van 4.095.585 frank i.p.v. 4.085.565 frank.

Als gevolg van deze materiële verbeteringen dienen eveneens de bedragen in de tenlastelegging D.1 aangepast te worden als volgt : ... totaal bedrag van 793.520 frank i.p.v. 791.420 frank aan BTW 401.570 frank i.p.v. 399.470 frank.

In de tenlastelegging D.II moet de VIERDE verbeterd worden in de firma **A. R.**.

De tenlastelegging D dient vóór D.I en D.II te worden aangevuld als volgt : "*Bij toepassing van* [*art. 73*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73) *en* [*73quinquies*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73quinquies) *van het BTW-wetboek :*"

De beklaagde werd hiervan verwittigd en heeft zich verdedigd op de aldus verbeterde tenlasteleggingen.

## 2. De redelijke termijn - ontvankelijkheid van de strafvordering

Door de verdediging wordt voorgehouden dat de berechting van deze strafzaak niet geschiedt binnen de redelijke termijn zoals bepaald bij artikel 6 van het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, goedgekeurd bij Wet van 13 mei 1955, zodat de strafvordering onontvankelijk moet worden verklaard.

Het E.V.RM. bepaalt niet welk gevolg moet worden vastgeknoopt aan de overschrijding van de redelijke termijn. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft zich nooit in die zin uitgesproken dat de overschrijding van de redelijke termijn moet gesanctioneerd worden met het verval van de strafvordering. Of de sanctie die aan de overschrijding van de redelijke termijn dient te worden verbonden van procedurele (onontvankelijkheid van de strafvordering), dan wel van materieelrechtelijke aard is (strafvermindering) wordt door het Hof van Straatsburg in het midden gelaten.

De rechtsfiguur van de "overschrijding van de redelijke termijn" is in de Belgische wetgeving pas ingevoerd bij wet van 30/06/2000 (in werking getreden op 12/12/2000), maar kon vroeger reeds worden ingeroepen voor de Belgische rechtscolleges via de rechtsfiguur van de directe werking van art. 6 E.VRM. (Cass. 18 november 1986, R.W., 1987-88, 537).

Volgens het Hof van Cassatie bestaat de sanctie van de overschrijding van de redelijke termijn echter niet in het verval van de strafvordering. Het komt het vonnisgerecht toe in het licht van de gegevens van elke zaak te oordelen of de zaak binnen een redelijke termijn is behandeld en, zo niet, om de mogelijke gevolgen daarvan vast te stellen, (Cass. nummer 5114 van 22 oktober 1986 ; Cass. nummer 964 van 19 mei 1987; Cass. nummer 831 van 9 juli 1987; Cass. nummer 1775 van 24 mei 1988). De gevolgen bij overschrijding van de termijn moeten, aldus het Hof, worden beoordeeld in functie van enerzijds het bewijs van de feiten en anderzijds het aan die feiten te verbinden strafgevolg.

Noch het Verdrag, noch de nationale Wet tot op het moment van het invoeren van art. 21 ter in de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, duiden de gevolgen van het overschrijden van de redelijke termijn aan, doch volgens het Hof van Cassatie impliceert het overschrijden van de redelijke termijn geenszins dat de strafvordering daarom ontoelaatbaar zou zijn (Cass. nummer P 93.1466 N van 1 februari 1994, Proces & Bewijs, 1994, 135). De rechter kan uit de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden niet afleiden dat de strafvordering onontvankelijk is.

De gevolgen bij overschrijding van de termijn moeten worden beoordeeld in functie van het bewijs van de feiten en het aan die feiten te verbinden strafgevolg. Het overschrijden van de redelijke termijn impliceert dus geenszins dat de strafvordering ontoelaatbaar zou zijn.

De verjaring en de overschrijding van de redelijke termijn zijn twee onderscheiden begrippen met een eigen finaliteit. De verjaring dient het algemeen belang, terwijl de redelijke termijn enkel bestaat in het belang van de beklaagde.

Er is aldus geen enkele reden om op de onderscheiden rechtsnormen de supranationale rechtsnorm overschrijding van de redelijke termijn enerzijds en de nationale rechtsnorm verjaring anderzijds dezelfde sanctie toe te passen, temeer daar de internationale overheid die de rechtsnorm heeft opgelegd dit niet vereist. De werking van de internationale rechtsnorm wordt daardoor niet gedwarsboomd en/of ondergeschikt gemaakt aan de nationale rechtsnorm zoals beklaagde ten onrechte voorhoudt. Er is geen sprake van min of meer belang hechten aan normen. Er is alleen sprake van andere normen.

Er ligt geen bewijs voor en er moet niet aangenomen worden op grond van de gegevens van het dossier dat in casu door het tijdsverloop de verdediging van beklaagde is bemoeilijkt, laat staan onmogelijk is geworden met betrekking tot de bewijsvoering. Beklaagde geeft trouwens geen enkele concrete omstandigheid aan dat het tegenovergestelde aanneembaar zou maken.

Er is aldus geen aanleiding om tot de onontvankelijkheid van de strafvordering te besluiten.

## 3. Geen verjaring

Door beklaagde wordt opgeworpen dat de strafvordering vervallen zou zijn door verjaring.

De rechtbank stelt vast dat alle in casu vervolgde misdrijven samen een voortgezet misdrijf uitmaken, gezien zij door eenheid van opzet, d.i. door eenheid van doel en verwezenlijking één complexe gedraging uitmaken. De misdrijven fiscale valsheid en gebruik van de valse stukken zijn in casu duidelijk gericht op hetzelfde doel, met name het bewust ontduiken van inkomstenbelastingen en/of BTW. In geval van voortgezet misdrijf neemt de verjaring pas een aanvang vanaf de datum van de laatste strafbare handeling.

De vraag die hier dient beantwoord te worden is derhalve wanneer de laatste strafbare handeling - bestaande uit het gebruik van de valse stukken, dat zich chronologisch uiteraard na het plegen van valsheid zelf situeert - plaats vond ?

In de dagvaarding worden de periodes van gebruik met betrekking tot tenlasteleggingen A.I.2 en A.II.2 omschreven als resp. "met ingang van 12.07.1993 tot en met heden" en "met ingang van 28.07.1993 tot en met heden" vermits het gebruik voortduurt tot wanneer het feit van de fiscale valsheid en het aan de hand daarvan bewezen verklaarde feit van belastingontduiking bij vonnis bewezen wordt verklaard.

Met betrekking tot de tenlasteleggingen B.l.2 en B.II.2 duurt de periode van gebruik voort tot aan het verstrijken van de termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de dag waarop de betrokken BTW had dienen worden aangegeven, in casu tot 20.10.1998 zodat de verjaring pas begint te lopen vanaf 21.10.1998 en derhalve nog niet is bereikt.

Met betrekking tot de tenlasteleggingen B.l.2 en B.II.2 is het faillissement van "**A. R.**" daarbij volstrekt irrelevant.

**4. Geen toepassing van artikel 65 Sw.**

Beklaagde houdt in conclusies voor dat de feiten waarvoor hij in onderhavige zaak werd gedagvaard "vanzelfsprekend" met hetzelfde misdadig opzet zijn gepleegd als de feiten waarvoor hij bij in kracht van gewijsde gegaan arrest d.d. 07.10.2000 van het Hof van Beroep te Antwerpen (evenwel niet neergelegd ter zitting d.d. 23.06.2003) veroordeeld werd tot een gevangenisstraf van 5 jaar wegens valsheid in geschriften, gebruik van valse stukken, namaking van stempel en heling van goederen.

De beklaagde stelt vast dat diezelfde facturen thans opnieuw aan de basis liggen voor de huidige tenlasteleggingen en meent dat alle feiten die weerhouden worden door het Openbaar Ministerie - voor zover ze bewezen zouden zijn - en voor zover ze gepleegd zijn vóór 31 juli 1994, wat met alle feiten het geval is - onder voorbehoud van de periode bepaald door het Openbaar Ministerie voor het gebruik van de valse stukken - aan de criteria van het oude artikel 65 Sw. dienen te worden getoetst.

Onder het oude artikel 65 Sw. welke in casu van toepassing zou zijn, dient de rechter die vaststelt dat er een definitieve veroordeling bestaat omtrent bepaalde feiten en er thans nieuwe feiten bij hem aanhangig zijn, die gepleegd werden voor de vroegere definitieve veroordeling, te onderzoeken of de dader heeft gehandeld met eenheid van opzet. Wanneer hij dit vaststelt, heeft de rechter onder toepassing van het oude artikel 65 Sw. geen rechtsmacht meer om te beslissen of de dader van de feiten die thans bij hem aanhangig gemaakt zijn al dan niet schuldig is en is de strafvordering vervallen (zie L. DUPONT en R. VERSTRAETEN, Handboek Belgisch Strafrecht, Acco Leuven, 1990, nr. 330).

De strafvordering dient volgens de beklaagde derhalve als niet-ontvankelijk te worden afgewezen nu deze feiten wegens eenheid van opzet met reeds bestrafte feiten, ingevolge definitief arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 7.10.2000 en dit wegens toepassing van artikel (oud) 65 Sw, reeds definitief werden beslecht.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat de hoger bewezen verklaarde feiten van de huidige tenlasteleggingen geenszins door eenheid van opzet verboden zijn met de feiten waarvoor de beklaagde werd veroordeeld door het Hof van Beroep te Antwerpen bij arrest van 07.10.2000.

Uit de omschrijving van de feiten waarvoor de beklaagde in het arrest veroordeeld werd blijkt dat de beklaagde zich heeft schuldig gemaakt aan gemeenrechtelijke valsheid in geschriften valsheid in geschriften, gebruik van deze valse stukken, namaking van stempel en heling van goederen.

De huidige tenlasteleggingen betreffen echter fiscale valsheid in geschriften, wat noodzakelijk een specifiek opzet insluit, nl. het oogmerk om een fiscaal misdrijf te plegen, en dus geenszins kan verbonden zijn met het oogmerk dat eerste beklaagde had toen hij de gemeenrechtelijke valsheden in geschriften, gebruik daarvan, namaking van stempels en het vermogensdelict van heling pleegde en waarvoor hij bij arrest van 07.10.2000 door het Hof van Beroep te Antwerpen werd veroordeeld.

Er is dan ook geen aanleiding om in deze zaak toepassing te maken van artikel 65 Sw.

## 5. Ten gronde

De feiten omschreven in de tenlasteleggingen A.I.1.1 t.e.m. A.I.1.6, A.I.2.1 t.e.m. A.I.2.6, A.II.1.1 t.e.m. A.II.1.9, A.II.2.1 t.e.m. A.II.2.9, B.l.1.1 t.e.m. B.l.1.6, B.l.2.1 t.e.m. B.l.2.6, B.II.1.1 t.e.m. B.II.1.9, B.II.2.1 t.e.m. B.II.2.9, C, D.I en D.II zijn bewezen in hoofde van de beklaagde.

Er is eenheid van strafbare gedraging voorhanden tussen de weerhouden feiten, zodat overeenkomstig art. 65 Sw. slechts één straf dient opgelegd te worden, de zwaarste.

Bij de straftoemeting houdt de Rechtbank rekening met :

\- de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waarin deze werden gepleegd

\- de persoonlijkheid van de beklaagde, die zich niet bekommert om de verplichtingen opgelegd door de fiscale wetten en ten eigen bate belangrijke bedragen aan belastingen ontduikt, waardoor de gemeenschap belangrijke inkomsten moet derven die dan uiteindelijk door de bonafide belastingbetaler moeten worden bijgepast door het heffen van nieuwe of verhoogde belastingen ter compensatie van derwijze ontlopen inkomsten, wat getuigt van een gebrek aan schuld- en normbesef, alsmede van afwezigheid van respect voor sociale, morele en economische waarden.

Anderzijds houdt de rechtbank rekening met de manifeste en onaanvaardbare overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen elkeen recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak cfr. art. 6 EVRM.

## 6. Overschrijding van de redelijke termijn - gevolgen

De beoordeling van de "redelijkheid" van de termijn gebeurt niet in abstracto, maar aan de hand van de concrete gegevens van de voorliggende zaak (Cass. 19 december 1984, R.W. 1985-1986, 324 en noot, Cass. nr. 4503 d.d. 11 september 1985, Cass. nr. 124 d.d. 16 december 1986 en Cass. nummer 1059 van 5 mei 1987). In de rechtspraak van het Hof van Straatsburg worden hiervoor drie criteria vooropgesteld : de complexiteit van de zaak, het gedrag van de gerechtelijke overheid en het gedrag van de verdachte.

De *complexiteit* van de zaak lijkt in casu alvast niet van aard te zijn om een onderzoek van meer dan vier jaar te verrechtvaardigen, zelfs in totale afwezigheid van medewerking vanwege de beklaagde, vermits moet worden vastgesteld dat het onderzoek de facto is afgerond met het kantschrift van het Openbaar Ministerie d.d. 21.08.1996.

Terecht laat de beklaagde opmerken dat de zaak niet minder dan tien jaar heeft aangesleept vooraleer in eerste aanleg voor de rechter te worden gebracht. Het onderzoek is immers gestart met het aanvankelijk PV d.d. 10.05.1993. Tussen het laatste PV van 17.07.1996 en het tijdstip van de dagvaarding op 29.04.2003 zijn bijna zeven jaren verlopen. Binnen die periode van bijna zeven jaar werd totaal niets meer ondernomen om de strafvordering te benaarstigen, zodat *het gedrag van de gerechtelijke overheid* in de huidige zaak zeker oorzaak is van het overschrijden van de redelijke termijn waarbinnen elkeen recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak.

In toepassing van art. 21ter Sv. - ingevoegd bij de wet van 30.06.2000 - kan de rechter, indien de duur van de strafvervolging de redelijke termijn overschrijdt, de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uitspreken of een straf uitspreken die lager kan zijn dan de wettelijke minimumstraf. Wanneer de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring wordt uitgesproken, wordt de verdachte veroordeeld in de kosten en, zo daartoe aanleiding bestaat, tot teruggave. De bijzondere verbeurdverklaring wordt uitgesproken.

In casu past het - gelet op de ruime overschrijding van de redelijke termijn, waarbij gedurende een periode van bijna zeven jaar totaal niets meer werd ondernomen om de strafvordering te benaarstigen - om de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

wijzende op **tegenspraak**,

**Verklaart D. R. schuldig aan de feiten zoals omschreven in de tenlasteleggingen A.I.1.1 t.e.m. A.I.1.6 zoals aangepast, A.I.2.1 t.e.m. A.I.2.6, A.lI.1.1 t.e.m. A.II.1.9, A.II.2.1 t.e.m. A.II.2.9, B.I.1.1 t.e.m. B.I.1.6 zoals aangepast, B.I.2.1 t.e.m. B.I.2.6, B.II.1.1 t.e.m. B.II.1.9, B.II.2.1 t.e.m. B.11.2.9, C zoals aangepast, D.1 zoals aangepast en D.II zoals aangepast.**

**Spreekt in hoofde van D. R. de veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit en dit wegens de gezamenlijk bewezen verklaarde tenlasteleggingen voormeld.**

Veroordeelt **D. R.** tot de **gerechtskosten** in zijnen hoofde begroot op 258,72 euro.

Veroordeelt **D. R.** tot betaling van de bijzondere vergoeding opgelegd in uitvoering van artikel 71 van de wet van 28 juli 1992 en het KB van 29 juni 1992 tot wijziging van artikel 91 van het KB 28 december 1950 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken gewijzigd bij KB van 23 december 1993, en die thans overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het KB van 11 december 2001 betreffende de invoering van de euro in de regelgeving inzake justitie wordt bepaald op 25 euro.

**Veroordeelt D. R. tot betaling van de ontdoken belasting uit hoofde van de bewezen verklaarde tenlastelegging C.**

**Veroordeelt D. R. tot betaling van de BTW ten bedrage van 19.670,85 euro (793.520 frank) uit hoofde van de bewezen verklaarde tenlasteleggingen B.I.1 en B.II.1.**

**Beveelt de verbetering van de valse stukken sub A.I.1.1 t.e.m. A.I.1.6 door de valse belastbare basis te doorstrepen en erboven de juiste belastbare basis te vermelden zoals aangegeven in de dagvaarding; beveelt de doorhaling van de vermeldingen "ne varietur" en beveelt vervolgens de opheffing van het beslag en stelt de overtuigingsstukken ter beschikking van de Procureur des Konings om te handelen als naar rechte.**

**Beveelt de verbeurdverklaring van de valse stukken sub A.lI.1.1 t.e.m. A.II.1.9, volledig vals zijnde.**

## Overtuigingsstukken

**213/94 - groen en rood boek** met aan- en verkopen : beveelt de opheffing van het beslag en stelt de overtuigingsstukken ter beschikking van de Procureur des Konings om te handelen als naar rechte.

**1743/96 - facturen V. E.** : beveelt de opheffing van het beslag en stelt de overtuigingsstukken ter beschikking van de Procureur des Konings om te handelen als naar rechte.

**1744/96 - blauwe agenda** : beveelt de opheffing van het beslag en stelt het overtuigingsstuk ter beschikking van de Procureur des Konings om te handelen als naar rechte.

Aldus gevonnist en uitgesproken te Kortrijk, in het gerechtsgebouw, in de openbare terechtzitting van de **ACHTSTE KAMER** op heden **zestien september tweeduizend en drie**.

Aanwezig :

**J. L.**, rechter, dienstdoende Voorzitter

**Ph. J.** en **T. B.**, rechters

**T. G.**, gerechtelijk stagiair in het parket te Kortrijk, bij beslissing d.d. 28.03.2003 van de Procureur-Generaal bij het Hof van beroep te Gent aangeduid om, met ingang van 1 april 2003, het ambt van openbaar ministerie bij het parket van de Procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg geheel uit te oefenen

**I. D.**, adjunct-griffier

**I. D.** **J. L.** **Ph. J.** **T. B.**

## Textes cités

5

[AR no 1 art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-18-ae74) 1 occurrence

[AR no 41 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

[CTVA art. 73](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73) 1 occurrence

[CTVA art. 73quinquies](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73quinquies) 1 occurrence

[CTVA art. 81](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 2 dispositions communes

[Sanctions, Amendes administratives en matière de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-amendes-administratives-matiere-tva-cour-constitutionnelle-all-2008-11-06-6a40) 2 dispositions communes

[Sanctions, Amendes administratives en matière de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-amendes-administratives-matiere-tva-cour-constitutionnelle-all-2013-02-21-f36c) 2 dispositions communes

[Droit pénal fiscal, Amende administrative, Opposition à contrainte](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-penal-fiscal-amende-administrative-cour-constitutionnelle-bruxelles-1999-02-24-22-99) 2 dispositions communes

[Infractions, Sanctions pénales](https://juriel.be/fr/jurisprudence/infractions-sanctions-penales-responsabilite-cour-constitutionnelle-bruxelles-2009-07-09-105-2009) 2 dispositions communes

[Disposition pénale, amende administrative, droit à déduction de l’impôt](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-droit-cour-appel-gand-2004-02-17-04a3) 2 dispositions communes

[Preuve, mesure de contrôle, poursuite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-poursuite-tribunal-hasselt-2008-06-19-262f) 2 dispositions communes

[Preuve, mesure de contrôle, disposition pénale, amende administrative, poursuite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-mesure-controle-disposition-penale-cour-appel-gand-2003-05-06-4bcd) 2 dispositions communes
