---
title: "Paiement de l&#x27;impôt, champ d&#x27;application · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 2 juin 2009"
description: "Paiement de l'impôt, champ d'application, service, opération imposable, disposition pénale. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 2 juin 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-champ-application-service-cour-appel-anvers-2009-06-02-c266"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Paiement de l'impôt, champ d'application, service, opération imposable · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

2 juin 2009

## Parcours procédural

2 étapes · 3 ans

1. [Décision attaquée Tribunal de première instance d'Anvers 15.05.2006](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-poursuite-instance-tribunal-anvers-2006-05-15-558d)
2. Décision affichée Cour d'appel d'Anvers 02.06.2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

102 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 02.06.2009

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het Hof van beroep te Antwerpen, zitting houdend te Antwerpen, ZESDE KAMER, Recht doende in burgerlijke zaken, heeft het volgende arrest uitgesproken :**

Zitting van : **2/6/2009**

In zake : **2006/AR/2596**

**NV A. M.**, voorheen genaamd NV FCI **M.**, met ondernemingsnummer …, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te …, …;

**appellante,**

tegen het vonnis gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 15 mei 2006;

vertegenwoordigd door Meester **B. V. V.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Inkomens- en Ondernemingsfiscaliteit (AOIF), in de persoon van de heer Minister van Financiën, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Mechelen, met kantoor gevestigd is te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 34;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **A. W.** loco Meester **P. S.**, advocaat te …, …;

---

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder een eensluidend afschrift van het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 15 mei 2006, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep, neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 12 september 2006, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

## 1. Voorafgaande feiten en procedure

1.1. Appellante, de NV **A. M.**, voorheen de NV FCI **M.**, was eigenaar van een bedrijfsgebouw gelegen te …, …, waar zij tot medio 2003 componenten voor elektrische installaties vervaardigde.

In de periode van 1999 tot 2002 heeft appellante vernieuwings- en aanpassingswerken laten uitvoeren in dit gebouw. Tijdens de uitvoering van deze werken bleef het gebouw gedeeltelijk in gebruik en werd het productieproces niet onderbroken. De definitieve oplevering van de werken gebeurde in 2002 en alsdan werd ook aangifte gedaan bij de administratie van het kadaster. In 2003 werd een nieuw kadastraal inkomen betekend en dit met ingang van 1 januari 2003 (105.374 EUR in plaats van voorheen 83.914,44 EUR).

Op 9 mei 2003 besliste de raad van bestuur om de productieactiviteiten stop te zetten waardoor het gebouw niet langer kon gebruikt worden en dus te koop werd aangeboden. Volgens appellante werd het gebouw einde 2006, na het bekomen van het OVAM-attest, verkocht.

1.2. Door de heer **H. H.**, eerstaanwezend verificateur ambtenaar bij de lilt BTW-controle Mechelen, wordt in de loop van de maanden januari, maart en april 2004 een controle uitgevoerd bij appellante, waarvan proces-verbaal wordt opgesteld op 3 mei 2004.

Tijdens deze controle stelt hij vast dat appellante niet langer gevestigd is op het adres van haar maatschappelijke zetel aan de … te …, doch nog slechts een bureau huurt te …, …. Appellante heeft noch een aangifte van stopzetting van activiteit noch een aangifte van wijziging van activiteit gedaan, noch een adreswijziging meegedeeld aan de BTW-administratie. Hij stelt vast dat uit de voorgelegde balans blijkt dat appellante alle activa behoudens het gebouw heeft afgestoten en alle goederen heeft verkocht. Een medewerker van appellante, die verklaart de boekhouding te voeren, deelt mee dat alle activiteit met betrekking tot enige productie van FCI is stopgezet medio 2003, dat alle personeel ontslag heeft gekregen, dat in de voorafgaande periode alle stock werd verkocht en alle activa (met uitzondering van de terreinen en gebouwen) werden afgestoten, de machines werden verkocht en geleverd aan andere FCI-vestigingen in het buitenland en andere materialen werden verkocht op een openbare verkoop.

Op 9 april 2004 stelt hij vast dat het gebouw aan de …, waar volgens de gegevens in het bestand van de BTW-administratie nog steeds de maatschappelijke zetel gevestigd is, verlaten is en dat toegang tot het domein onmogelijk is. Het terrein is verlaten, de gebouwen staan leeg en geven een verlaten indruk. Op het domein is een grote affichering aangebracht waarop het volledige complex te koop wordt aangeboden en dit bij twee internationaal gekende makelaars in industriële immobiliën. Bij OVAM werd een bodemattest aangevraagd met het oog op de verkoop.

Op grond van de voorgelegde boeken en stukken, van de gedane vaststellingen en de bekomen inlichtingen, stelt hij volgende overtredingen vast :

1) inbreuk op artikel 53, § 1, 1° W.BTW en [artikel 2 KB nr. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-10-article-0625);

2) inbreuken op de in [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) van 10 december 1969, gewijzigd bij KB van 29 december 1992, opgelegde verplichting de aftrek te herzien bij geheel of gedeeltelijk verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige of wanneer er nog slechts handelingen verricht worden die geen recht op aftrek verlenen;

3) Inbreuken op artikel 53, 1 ste lid, 3° en 4° W.BTW en [artikel 18 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-18-ae74) van 29 december 1992 in verband met de aangegeven omzet;

4) Inbreuken op artikel 19, § 1 W.BTW betreffende het gebruiken van een tot het bedrijf behorend goed, voor privé-doeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van' de belastingplichtige.

Volgens het proces-verbaal is appellante volgende bedragen verschuldigd :

\- als BTW : 1.148.553,81 EUR

\- als boete op grond van artikel 70, § 1 en 1bis W.BTW: een bedrag gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet-tijdig betaalde belasting, zijnde 2.297.107,62 EUR. Deze proportionele fiscale boeten worden op grond van de artikelen [1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) en [4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art4) van het KB nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het, bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde bepaald op 126.160,00 EUR (tabel G, eerste afdeling, II en V);

\- als boete op grond van artikel 70, § 4 en de bijlage bij het KB nr. 44, eerste afdeling, I, A wegens het niet indienen van een aangifte van wijziging van activiteit, 500,00 EUR, bij toepassing van artikel 9 van het regentbesluit van 18 maart 1831 verminderd tot 250,00 EUR

\- als intresten op grond van artikel 91, § 1 W.BTW : 0,80 pct. per maand vanaf 21 juli 2003 te berekenen over 1.148.550,00 EUR.

**1.3.** Op 11 mei 2004 wordt een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 12 mei 2004 wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard en dat bij aangetekend schrijven van 12 augustus 2004 aan appellante ter kennis wordt gebracht.

Krachtens dit dwangbevel wordt van appellante betaling gevorderd van :

\- 1.148.553.81 EUR als BTW,

\- 126.160.00 EUR als geldboete krachtens artikel 70, § 1 en 1bis W.BTW ,

\- 250.00 EUR als geldboete krachtens artikel 70, § 4 W.BTW samen 1.274.963.81 EUR,

\- te vermeerderen met de intresten en de vervolgingskosten.

Op 7 oktober 2004 heeft appellante het bedrag van 1.403.601,41 EUR betaald.

**1.4.** Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 25 augustus 2004, vordert appellante voor recht te verklaren dat het gebouw nog kan worden overgedragen met toepassing van de BTW overeenkomstig de formaliteiten van het KB nr. 14 van 3 juni 1970; dienvolgens de vordering van de Belgische Staat, vervat in het dwangbevel, betekend aan appellante op 13 augustus 2004 en ten laste van haar uitgevaardigd door de heer **L. V. D. B.**, eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer **F. D. M.**, waarnemend eerstaanwezend inspecteur van de BTW te Mechelen I op 12 mei 2004 tot beloop van de opgelegde herziening van de BTW op de verbouwings- en uitbreidingswerken van het gebouw voor het bedrag van 1.035.460,15 EUR met de boete van 103.546.01 (10 %) en met de overeenstemmende intresten (115.971.54 EUR) af te wijzen; de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte betaalde sommen, inclusief intresten en boeten, verhoogd met moratoire intresten overeenkomstig de wet; geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding.

**1.5.** Het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 15 mei 2006 verklaart de vordering toelaatbaar maar ongegrond en veroordeelt appellante tot de kosten van het geding.

Volgens de eerste rechter dient herziening van de in aftrek gebrachte BTW te gebeuren op basis van de tweede mogelijkheid vermeld in [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10). met name "nog slechts handelingen verricht die geen recht op aftrek verlenen wat betreft de aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard".

**1.6.** Het hoger beroep. zoals geformuleerd in de op 28 augustus 2008 ter griffie van het hof neergelegde syntheseconclusie. strekt ertoe :

*"Het hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren, dientengevolge het vonnis van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 15 mei 2006 inzake AR 04/4942/A, te hervormen, en opnieuw rechtdoende :*

\- *De vordering van de Belgische Staat, vervat in het dwangbevel, betekend aan eiseres op 13 augustus 2004, en lastens haar uitgevaardigd door Dhr.* ***L. V. D. B.****, eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2800 Mechelen, Nekkerspoelstraat 21-23, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de heer* ***F. D. M.****, wnd. ,Eerstaanwezend Inspecteur van de BTW te Mechelen 1, op 12 mei 2004 ten belope van de opgelegde herziening van de BTW op de verbouwings- en uitbreidingswerken van het gebouw voor het bedrag van 1.035.460.15 EUR met de overeenstemmende boete (10 %) en intresten, af te wijzen; derhalve de nietigheid van het voormeld dwangbevel uit te spreken;*

\- *Voor zover nodig, voor recht te horen bevestigen dat de op het ogenblik van de verkoop van het gebouw te herziene BTW op de betreffende verbouwingswerken onderworpen is aan de vijfjarige herzieningstermijn;*

\- *De terugbetaling te bevelen van de door appellante ten onrechte betaalde sommen, dewelke appellante onder alle voorbehoud als naar recht heeft betaald aan geïntimeerde op datum van 20 oktober 2004.*

\- *zijnde 1.035.460,15 EUR in hoofdsom, 103.546,00 EUR ten titel van betaalde boete, 124.255,20 EUR ten titel van betaalde intresten (0,8% per maand vanaf 21 juli 2003 tot 20 oktober 2004);*

\- *De betaling te bevelen van de intresten op voormelde sommen, en dit sinds de betaling van de ten onrechte betaalde sommen op 20 oktober 2004 tot op de dag van effectieve terugbetaling van deze sommen door geïntimeerde. waarbij appellante overeenkomstig artikel 1154 BW verzoekt tot kapitalisatie van de inmiddels gelopen intresten tot op de dag van neerlegging van de beroepsakte, resp. tot op de dag van neerlegging van deze conclusie;*

\- *De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, ….*

*Desgevallend, in subsidiaire orde. vooraleer recht te doen, volgende prejudiciële vragen te richten aan het Europese Hof van Justitie :*

\- *Is artikel 1O juncto* [*artikel 9 KB nr. 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9)*. genomen in uitvoering van artikelen 45 tot 49 W.BTW, verenigbaar met de artikelen* [*184*](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-184) *tot* [*192*](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-192) *Richtlijn 2006/112/EG, voor zover dit artikel 10 junto* [*artikel 9 KB nr. 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9) *tot gevolg zou hebben dat een BTW-belastingplichtige verplicht is om een herziening te verrichten van in aftrek gebrachte BTW geheven op verbouwingswerken aan een onroerend investeringsgoed, en dit voor de gehele nog resterende herzieningsperiode, op het ogenblik waarop deze BTW-belastingplichtige - omdat hij het goed niet langer gebruikt wegens stopzetting van de in het onroerend goed ontplooide activiteit - louter het voornemen heeft het betreffende onroerend investeringsgoed te onderwerpen aan een levering die geen recht op aftrek verleent, maar het investeringsgoed nog steeds niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een dergelijke levering die geen recht op aftrek verleent ?*

\- *Is* [*artikel 9, § 1 KB nr. 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9)*, genomen in uitvoering van artikelen 45 tot 49 W.BTW, verenigbaar met de artikelen* [*184*](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-184) *tot* [*192*](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-192) *Richtlijn 2006/112/EG 1I00r zover dit* [*artikel 9, § 1 KB nr. 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9) *tot gevolg zou hebben dat een herzieningstermijn van langer dan 5 jaar wordt opgelegd ten aanzien van in aftrek gebrachte BTW geheven van verbouwingswerken aan een reeds bestaand investeringsgoed ?”*

In hoofdorde betwist appellante de toepasselijkheid van [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10). Uit het proces-verbaal van 3 mei 2004 blijkt dat geïntimeerde ervan uitging dat het "verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige" volgens zijn inzicht de reden was waarom appellante tot een herziening had moeten overgaan. De tweede oorzaak, nl. "het verrichten van handelingen die geen recht op aftrek verlenen van aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard en de zakelijke rechten" werd door geïntimeerde niet weerhouden en evenmin gemotiveerd. Noch geïntimeerde noch de rechtbank kan aan de herziening een andere motivering geven dan de motivering opgenomen in het dwangbevel, nl. het 'verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige'. Indien deze motivering naar recht niet afdoende wordt bevonden kan enkel de nietigheid van het dwangbevel worden uitgesproken. De vordering vervat in het dwangbevel kan geen andere motivering krijgen.

Het kan niet betwist worden dat de eerste oorzaak ex [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) in casu geen toepassing kan vinden. Appellante is immers BTW-plichtige activiteiten blijven uitoefenen. Het bestreden vonnis dient wat dit punt betreft, bevestigd te worden.

Door in het bestreden vonnis de in [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) vermelde tweede oorzaak te onderzoeken en uiteindelijk te weerhouden, overschrijdt de eerste rechter zijn beoordelingsbevoegdheid; het bestreden vonnis dient op dit punt hervormd te worden. De toepassingsvoorwaarden betreffende deze in [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) vermelde tweede oorzaak is in elk geval hoe dan ook niet vervuld.

**1.7.** Geïntimeerde - die niet heeft geconcludeerd - vordert de bevestiging van het bestreden vonnis en de veroordeling van appellante tot de kosten van het geding.

## 2. Beoordeling

**2.1.** De betwisting betreft het deel van de navordering dat betrekking heeft op de herziening van de in aftrek gebrachte BTW op de verbouwingswerken aan het gebouw … te ….

**2.2.** In het proces-verbaal van 3 mei 2004 wordt de herziening opgelegd van de in aftrek gebrachte BTW met betrekking tot de verbouwingswerken aan het kwestieuze gebouw. waarbij de controlerend ambtenaar zich beroept op het verlies van hoedanigheid van belastingplichtige op 30 juni 2003 :

> *"II. Inbreuken op de in* [*artikel 10, 5° van het koninklijk besluit nr. 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) *van 10 december 1969, gewijzigd bij koninklijk besluit van 29 december 1992, opgelegde verplichting de aftrek te herzien bij geheel of gedeeltelijk verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige of wanneer slechts handelingen verricht worden die geen recht op aftrek verlenen.*
>
> *(…)*
>
> *Luidens* [*artikel 10, 5°*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) *van het hetzelfde koninklijk besluit, moet de bovenbedoelde herziening worden verricht wanneer gedurende het in de vorige alinea bedoelde tijdvak iemand de hoedanigheid van belastingplichtige verliest of indien iemand nog slechts handelingen verricht die geen recht op aftrek verlenen, wat betreft de aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard en de zakelijke rechten, tenzij die goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van een levering die recht op aftrek verleent of die zakelijke rechten met toepassing van de BTW werden overgedragen of weder overgedragen.*
>
> *Luidens* [*artikel 11, § 3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-11-046b) *van hetzelfde koninklijk besluit, moet de in de vorige alinea bedoelde herziening in eenmaal worden verricht voor het jaar waarin het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde of een vijftiende per jaar van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte BTW.*
>
> *Voor de in onderstaande tabel vermelde BTW die oorspronkelijk in aftrek werd gebracht op datum van 30/06/2003 (tijdstip van verlies van hoedanigheid van belastingplichtige) nog aan herziening onderworpen bedrijfsmiddelen. werd de bovenbedoelde herziening niet verricht*.
>
> *Uit de boekhouding van belastingplichtige blijkt dat, met betrekking tot de oprichting van gebouwen, gelegen te …, …, tijdens de jaren 1999 tot en met 2002 diverse boekingen gebeurden met toepassing van het recht op aftrek van de BTW. Per verstreken kalenderjaar en per totaal bedrag van de gemaakte kosten voor de oprichting van deze gebouwen wordt de aftrek van de BTW herzien :*
>
> *(...)".*

Het totaal bedrag van de te herziene BTW op het gebouw bedraagt 1.035.460,15 EUR.

In het dwangbevel wordt verwezen naar voormeld proces-verbaal van 3 mei 2004.

**2.3.** Een dwangbevel inzake. belasting over de toegevoegde waarde is een bestuurshandeling waarop de wet van 29 juli 199t betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen van toepassing is.

Krachtens artikel 3 van deze wet moet het bestuur de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die ten grondslag liggen aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd.

De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen noch enige andere wettelijke bepalingen staan eraan in de weg dat na het opstellen van een proces-verbaal en een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, het bestuur nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert. Die argumenten en gegevens kunnen enkel worden aangevoerd ter ondersteuning van hetgeen in het proces-verbaal en het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld (Cass., 1 dec. 2005. T.F.R., 2006., afl. 307, 712 met. conclusie advocaat-generaal D. THIJS en noot A. KIEKENS,· "Na het uitvaardigen van een dwangbevel mag de BTW-administratie geen nieuwe motieven meer inroepen", T.F.R., 2006, afl. 307, 717-719).

De feiten en rechtsregels waarop het dwangbevel gesteund is, kunnen nadien niet meer gewijzigd worden, noch door de administratie, noch door de rechtbank.

**2.4.** Door het hof dient te worden vastgesteld dat het proces-verbaal van 3 mei 2004 uitsluitend motiveert en argumenteert omtrent het verlies van hoedanigheid van belastingplichtige en dat in het dwangbevel geen bijkomende argumenten of motieven worden ontwikkeld. Ook in de tussen appellante en de administratie gevoerde briefwisseling wordt uitsluitend geargumenteerd omtrent het verlies van hoedanigheid van belastingplichtige.

De eerste rechter vermocht dan ook niet te onderzoeken of te dezen al dan niet voldaan is aan de tweede voorwaarde van [artikel 10, 5° van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10), nu deze reden niet vermeld is in het proces-verbaal van 3 mei 2004 noch in het dwangbevel.

**2.5.** Wat het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige betreft, heeft de eerste rechter terecht geoordeeld dat het aan de administratie behoort om te bewijzen dat aan deze voorwaarde is voldaan.

Zoals de eerste rechter terecht heeft gesteld kan de administratie dit niet afleiden uit hetgeen zij zelf voorhoudt als zijnde slechts stopzetting van een volledige bedrijfsafdeling.

Bovendien toont appellante aan de hand van de voorgelegde stukken aan dat zij wel degelijk BTW-plichtige activiteiten is blijven uitoefenen.

**2.6.** De vordering van appellante is derhalve gegrond en het bestreden vonnis dient in die zin hervormd te worden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15juni 1935.

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis en opnieuw wijzende;

Verklaart de vordering van appellante gegrond als volgt.

Wijst de vordering van geïntimeerde, vervat in het dwangbevel, uitgevaardigd op 11 mei 2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 12 mei 2004 en aan appellante betekend op 13 augustus 2004, voor wat de opgelegde herziening van de BTW op de verbouwings- en uitbreidingswerken aan het gebouw … te … betreft ten bedrage van 1.035.460,15 EUR met de overeenstemmende boete en intresten af als ongegrond.

Veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van de door appellante ten onrechte betaalde sommen, meer de overeenkomstig artikel 1154 B.W. gekapitaliseerde intresten.

Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van het geding, in hoofde van appellante begroot op 178,48 EUR RPV eerste aanleg en 15.000,00 EUR RPV hoger beroep.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het **HOF VAN BEROEP te ANTWERPEN** van **TWEE JUNI TWEEDUIZENDENNEGEN**,

waar aanwezig waren :

**D. W.**, Raadsheer wd. Voorzitter;

**M. G.** en **R. L.**, Raadsheren;

**A. V. L.**, Griffier.

**A. V. L.** **R. L.** **M. G.** **D. W.**

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit arrest ten uitvoer zullen leggen;

Dat onze procureurs-generaal en onze procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle bevelhebbers en officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit arrest is ondertekend en gezegeld met het zegel van het Hof.

Voor gelijkvormige expeditie afgeleverd aan Meester **B. V. V.**, advocaat, die optreedt voor appellante.

Antwerpen, 12 JANUARI 2010

**V. V.**

Griffier-hoofd van dienst

## Textes cités

9

[AR no 3 art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 9 occurrences

[AR no 3 art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 4 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 184](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-184) 2 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 192](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-192) 2 occurrences

[AR no 10 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-10-article-0625) 1 occurrence

[AR no 1 art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-18-ae74) 1 occurrence

[AR no 3 art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-11-046b) 1 occurrence

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

[AR no 41 art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction de la TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-tva-revision-immobilisation-cassation-bruxelles-2025-05-23-669e) 3 dispositions communes

[Chiffre d’affaires, Droit à déduction, Amendes, Question de principe](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-droit-deduction-amendes-tribunal-anvers-2021-01-08-1063) 1 dispositions communes

[Compte spécial, Légalité formelle de la notification](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-legalite-formelle-notification-tribunal-namur-2020-04-30-2252) 1 dispositions communes

[Comptable, Amende, expert-comptable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/comptable-amende-expert-tribunal-mons-2026-04-08-22f8) 1 dispositions communes

[Compte spécial, Amende, Dommages et intérêts](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-amende-dommages-interets-cour-appel-gand-2021-03-23-230a) 1 dispositions communes

[Amendes non proportionnelles](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-non-proportionnelles-pouvoir-juge-tribunal-2023-01-18-2485) 1 dispositions communes

[Comptabilité probante, Paiement en cash, Livre de caisse](https://juriel.be/fr/jurisprudence/comptabilite-probante-paiement-cash-livre-tribunal-bruxelles-2020-09-10-261d) 1 dispositions communes

[Chiffre d’affaires non déclaré, déclaration, chiffre d'affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-declaration-cour-appel-gand-2024-02-13-38e9) 1 dispositions communes
