---
title: "Opération imposable, champ d&#x27;application · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 26 octobre 2011"
description: "Opération imposable, champ d'application, livraison de biens, exonération, exportation. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 26 octobre 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/operation-imposable-champ-application-livraison-tribunal-anvers-2011-10-26-d002"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Opération imposable, champ d'application, livraison de biens, exonération, exportation · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

26 octobre 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

84 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anverse du 26.10.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op zesentwintig oktober tvveeduizend en elf in openbare zitting van de 4 F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

In zake : A.R. Nr. **10/1107/A + 10/1108/A**

**A.**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te Groot-Hertogdom Luxemburg, …, … - … en met bijhuis te …, …, gekend in België onder ondernemingsnummer ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **F. S.** loco meester **B. V. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

A. vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, van wie het kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14

B. de rekenplichtige ambtenaar van de FOD Financiën, Belastingen en Invordering, sector BTW, eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor Antwerpen 2, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het exploot van rechtsingang,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek op 24 februari 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 28 september 2011.

---

## Inzake A.R. 10/1107/A en A.R. 10/1108/A

De vorderingen strekken ertoe het dwangbevel Reg. 127/137, uitgevaardigd op 9 december 2009 en uitvoerbaar verklaard op 9 december 2009, te vernietigen en van nul en generlei waarde te verklaren, te zeggen voor recht dat de vordering van verweerder vervat in voormeld dwangbevel dient afgewezen te worden en dat bijgevolg de middels dit dwangbevel van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn, het proces-verbaal van 20 november 2009 van onwaarde te verklaren en te zeggen voor recht dat de op basis van dit proces-verbaal van eiseres gevorderde bedragen door haar niet verschuldigd zijn, en verweerder te veroordelen om de ten onrechte ingehouden of ten onrechte door eiseres betaalde bedragen aan eiseres terug te betalen, meer de moratoire intresten en de kosten van het geding.

## Samenvoeging

Deze 2 zaken, gekend onder A.R. 10/1107/A en A.R. 10/1108/A, hebben betrekking op dezelfde betwisting en zijn dan ook nauw samenhangend en worden omwille van een goede rechtsbedeling samengevoegd zodat de rechtbank uitspraak doet in één vonnis.

## Beoordeling

## Betreffende de bevoegdheid van de onderzoekende instanties

Volgens eiseres was de ambtenaar van het vijftiende BTW-controlekantoor territoriaal onbevoegd de controle uit te voeren gezien eiseres onder de BTW-controle valt van een ander BTW-controlekantoor.

Geen enkele wettelijke bepaling verhindert een ambtenaar van een BTW­controlekantoor om vaststellingen te doen en controle uit te voeren met betrekking tot een persoon die onder de BTW-controle valt van een ander BTW-controlekantoor.

## Betreffende het bewijs van de intracommunautaire leveringen

Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn de leveringen van goederen vrijgesteld van de belasting indien :

\- de leveringen worden verricht door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2,

\- de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet­belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die aldaar ertoe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen,

\- de leveringen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van de belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4,

\- de goederen worden verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de Gemeenschap door de verkoper, de koper of voor hun rekening.

Artikel 39bis, lid 2 W.BTW heeft aan de Koning opgelegd de beperkingen en voorwaarden te bepalen die voor de toepassing van deze vrijstelling moeten worden nageleefd, hetgeen hij deed bij KB nr. 52 van 29 december 1992.

Krachtens voornoemd KB nr. 52 is de vrijstelling van artikel 39bis, lid 1, 1 ° W.BTW afhankelijk van de volgende voorwaarden :

\- het bewijs dient geleverd te worden dat de goederen verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap (artikel 1) en de verkoper, te dezen eiseres, moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; die stukken zijn ondermeer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken (artikel 3),

\- het bewijs dient geleverd te worden dat de levering is geschied voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (artikel 2).

Bijgevolg heeft eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, de bewijslast en dient zij dan ook het bewijs te leveren dat zij voldoet aan alle voorwaarden van de vrijstelling, bij gebreke waaraan de belasting verschuldigd is.

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat het bewijs geleverd wordt dat de goederen, namelijk 3 voertuigen, verzonden of vervoerd zijn buiten België maar binnen de Gemeenschap, namelijk Spanje, hetgeen trouwens door verweerder niet wordt betwist.

Verder dient te worden nagegaan of de goederen werkelijk werden geleverd voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat.

Krachtens artikel 10, § 1, lid 1 W.BTW wordt als levering van een goed beschouwd de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken.

Uit de in artikel 10, § 1, lid 1 W.BTW gebruikte bewoordingen blijkt dat het begrip ”levering van een goed" niet verwijst naar de eigendomsoverdracht in de vormen voorzien door het nationale recht, maar elke overdrachtshandeling van een lichamelijke zaak door een partij insluit, die de andere partij in staat stelt daadwerkelijk daarover te beschikken als ware zij eigenaar van die zaak (H.v.J. 8 februari 1990, **F.J.F.** 1990, 118-119).

Het gaat hierbij niet noodzakelijk om civielrechtelijke eigendomsoverdracht. Ook indien geen juridische eigendom van een zaak wordt overgedragen kan sprake zijn van levering. Waar het op aankomt is niet dat juridisch civielrechtelijke eigendom wordt overgedragen, maar wel dat er een overdracht is van het recht om juridisch over het goed te beschikken (juridische beschikkingsbevoegdheid).

Bijgevolg dient eiseres dan ook te bewijzen dat zij het recht om juridisch over de 3 voertuigen te beschikken heeft overgedragen aan een belastingplichtige of aan een niet­belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid­Staat.

Eiseres moet niet nagaan welke bestemming de koper aan de goederen geeft en moet bijgevolg niet nagaan of de koper de goederen aanwendt voor belastbare leveringen of diensten, doch dit doet geen afbreuk aan het feit dat eiseres wel moet bewijzen dat zij daadwerkelijk heeft geleverd aan een belastingplichtige of aan een niet­belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid­Staat.

Niettegenstaande de beweerde koper, namelijk de Spaanse firma **M. D.**, geldig geïdentificeerd was voor de BTW in Spanje, dient eiseres door middel van een sluitend geheel van bewijselementen te bewijzen dat zij het recht om juridisch over de goederen te beschikken daadwerkelijk heeft overgedragen aan deze firma, hetgeen zij kan aantonen via een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende handelsstukken.

De verificatie van een BTW-identificatienummer, dat werd afgeleverd door een andere Lid-Staat, is immers noch noodzakelijk, noch voldoende om de levering rechtmatig vrij te stellen en voegt zich enkel bij het geheel van de bewijsmiddelen.

Ook de facturen aan de Spaanse firma **M. D.**, die voor de BTW geldig geïdentificeerd was in Spanje, bewijzen zonder bijkomende bewijselementen geenszins dat de goederen daadwerkelijk werden geleverd aan deze firma en verlenen bijgevolg op zichzelf niet automatisch het recht op de vrijstelling.

Eiseres, die zich beroept op de vrijstelling, heeft immers de bewijslast om aan te tonen dat zij voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarde en dat de goederen bijgevolg daadwerkelijk werden geleverd aan deze Spaanse firma.

Bij gebreke aan dit bewijs is de administratie gerechtigd de vrijstelling te verwerpen. Er anders over oordelen zou immers de administratie elke werkelijkheid tot controle op het vervuld zijn van de vrijstellingsvoorwaarde ontnemen.

Eiseres bewijst geenszins dat de 3 voertuigen door haar daadwerkelijk werden geleverd aan de Spaanse firma **M. D.** nu blijkt :

\- dat eiseres omtrent deze 3 voertuigen geen communicatie voerde met de Spaanse firma **M. D.**, doch wel met een andere Spaanse firma;

\- er op geen enkele wijze wordt aangetoond dat deze andere Spaanse firma de Spaanse firma **M. D.** vertegenwoordigde en/of voor haar kon optreden;

\- de voertuigen niet werden betaald door de Spaanse firma **M. D.**, doch wel door deze andere Spaanse firma;

\- er geen enkel verband wordt aangetoond tussen beide Spaanse firma' s;

\- er geen enkele uitleg wordt gegeven waarom deze andere Spaanse firma zou betaald hebben voor de Spaanse firma M. D.;

\- er op geen enkele wijze wordt bewezen dat het vervoer naar Spanje plaatsvond in de relatie van eiseres met de Spaanse firma **M. D.**;

\- deze 3 voertuigen weliswaar in Spanje werden ingeschreven, doch niet op naam van de Spaanse firma **M. D.**.

Het loutere feit, dat het vervoer van de door eiseres verkochte voertuigen - volgens de vervoerdocumenten en de facturen van de transporteur - gebeurde voor rekening van de Spaanse firma **M. D.** en naar haar adres, bewijst op zich geenszins dat deze voertuigen daadwerkelijk werden geleverd aan deze Spaanse firma, te meer nu slechts één van de vervoerdocumenten voor ontvangst werd afgetekend en dan nog met een niet identificeerbare handtekening, zonder vermelding van de naam of de hoedanigheid van de ondertekenaar en zonder stempel van de ontvangende firma.

Verder dient te worden opgemerkt dat eiseres zich niet de moeite heeft getroost om zelfs maar minimale inspanningen te doen teneinde na te gaan of deze andere Spaanse firma gerechtigd was voor of namens de Spaanse firma **M. D.** op te treden.

Door niet na te gaan of deze andere Spaanse firma gerechtigd was voor of namens de Spaanse firma **M. D.** op te treden is eiseres ongetwijfeld nalatig geweest en zij kan dan vanzelfsprekend ook de naleving van haar wettelijke bewijslast niet ontlopen.

Eiseres, die de bewijslast heeft, faalt in haar bewijslast, en het loutere feit, dat zij mogelijk te goeder trouw zou zijn, ontslaat haar geenszins van deze bewijslast.

Bijgevolg was de BTW administratie dan ook gerechtigd de vrijstelling te verwerpen.

## Betreffende de strijdigheid met de Europese beginselen inzake BTW en de schending van het proportionaliteitsbeginsel

Eiseres kan de daadwerkelijke levering aan de Spaanse firma **M. D.** bewijzen met alle middelen van het gemeen recht, uitgezonderd de eed, zonder strikte, formele vereisten zodat deze voorwaarde dan ook niet strikt, doch integendeel ruim wordt toegepast.

Nu eiseres niet bewijst dat er een daadwerkelijke levering heeft plaats gehad aan de Spaanse firma **M. D.**, die voor de BTW geïdentificeerd is in Spanje, en eiseres zich bovendien niet de minste moeite heeft getroost om zelfs maar minimale inspanningen te doen teneinde na te gaan of deze andere Spaanse firma gerechtigd was voor of namens de Spaanse firma **M. D.** op te treden, kan men geenszins stellen dat de vereiste van daadwerkelijke levering dermate rigide is en in het economisch handelsverkeer onhaalbaar is zodat het recht op vrijstelling nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk wordt gemaakt.

De stelling van eiseres, dat haar bewijslast onmogelijk is, is dan ook totaal onjuist.

De vrijstellingsvoorwaarde van de daadwerkelijke levering aan een belastingplichtige of aan een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de BTW geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat, is immers een essentiële voorwaarde zonder dewelke fraude, misbruik en ongeoorloofde vrijstellingen zouden gestimuleerd worden die de belangen van de Gemeenschap ernstig zouden aantasten zodat deze voorwaarde dan ook redelijk is in verhouding tot het nagestreefde doel.

Bijgevolg is deze vrijstellingsvoorwaarde in geen geval in strijd met de Europese beginselen inzake BTW en/of met het proportionaliteitsbeginsel.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft, hebben beide partijen zich op de terechtzitting van 28 september 2011 akkoord verklaard met een bedrag van éénmaal … EUR voor beide samengevoegde zaken, waarvan de rechtbank akte kan verlenen.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Voegt de beide zaken, gekend onder A.R. 10/1107/A en A.R. 10/1108/A, samen wegens samenhang en in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.

Verklaart de vorderingen toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af

Veroordeelt eiseres tot de kosten van de gedingen tot op heden door verweerder begroot op en door de rechtbank vereffend op éénmaal … EUR rechtsplegingsvergoeding voor beide samengevoegde zaken.

**N. D.** **P. W.**
