---
title: "Majoration du chiffre d’affaires, Arbitraire · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 26 avril 2022"
description: "Majoration du chiffre d’affaires, Arbitraire, Charge de la preuve, Présomption. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 26 avril 2022."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/majoration-chiffre-affaires-arbitraire-charge-cour-appel-anvers-2022-04-26-171e"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Majoration du chiffre d’affaires, Arbitraire, Charge de la preuve

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

26 avril 2022

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

133 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'appel d'Anvers du 26.04.2022

WF 707-15-18/039685

\[Favorable à l’Etat belge\]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Majoration du chiffre d’affaires – Arbitraire - Charge de la preuve – Présomption*

## Dispositions légales

Articles [59, § 1er](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59), et [64, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64), du Code de la TVA

Article 1349 (ancien) du Code civil

Article 8.29 du Code civil

## Résumé

1) Les faits et les antécédents de procédure

La partie adverse exploite un établissement de restauration. Lors d'un contrôle fiscal, il a été constaté que la comptabilité n’était pas probante et que le chiffre d'affaires déclaré avait été minoré. L’administration a dressé un procès-verbal consignant cette infraction.

Sur la base de ce procès-verbal, une contrainte a été décernée, visée et déclarée exécutoire. La partie adverse a déposé une requête fiscale en opposition à la contrainte au greffe du tribunal de première instance d'Anvers. Le juge siégeant en première instance a estimé que la demande de la partie adverse était recevable mais non fondée. L’assujettie a fait appel de ce jugement

2) L’arrêt de la cour d’appel

*La majoration du chiffre d’affaire serait arbitraire*

La partie adverse allègue que le calcul du chiffre d'affaires est arbitraire car les principes de base concernant la charge et l'administration de la preuve n'ont pas été respectés.

Lors du contrôle, l'administration a constaté qu'aucune pièce justificative détaillée ne pouvait être présentée pour les inscriptions dans le journal centralisateur des recettes. Aucun total Z ou aucun reçu de TVA n'a pu être présenté. En outre, un chiffre d'affaires supplémentaire spontané de 140 000 euros a été inscrit dans les comptes sans autre précision. Le café et le thé n'étaient pas non plus repris dans la comptabilité. Ceci alors que ces produits étaient mentionnés sur le tarif des prix. La cour d'appel est du même avis que l'administration. La comptabilité n'était pas vérifiable et par conséquent également non probante. L'administration a donc eu raison de recourir aux présomptions comme moyen de preuve.

Pour calculer le chiffre d'affaires de la viande, des frites et des boissons, l'administration s’est basée sur la différence entre les achats et le stock relevé à la fin de la période imposable. Ce sont des données fiables.

Ensuite, l'administration a estimé que la portion de viande et la portion de frites pesaient chacune 300 grammes. La Cour note qu'il s'agit d'un calcul très généreux et donc par conséquent en faveur de l’assujettie. La Cour est d'avis que, dans le cas présent, on peut considérer que la perte est déjà incluse dans cette quantité.

Le prorata entre les repas consommés sur place et les portions emportées a été calculé sur la base du nombre de sacs destinés à emporter de la nourriture. Selon le tribunal, il s'agit d'une donnée objective vu que la comptabilité ne contient aucune information à ce sujet.

La quantité de boissons par bouteille et les prix par consommation a été également toujours été déterminés sur des données fiables et sur des éléments à l’avantage de l’assujettie. Ainsi, ce sont les prix les moins chers du tarif des prix qui ont toujours été pris en compte et l’administration s’est référé sur le tarif reprenant les derniers prix. En outre, une seule consommation de boisson accompagnant un repas consommé sur place a été prise en compte et il n'a pas été tenu compte des repas végétariens, bien que le tarif des prix indique que ce type de repas étaient également proposés.

La cour d'appel juge que l'administration est ainsi parvenue sur la base de faits connus à un calcul correct du chiffre d'affaires non déclaré et ce de manière très précise. Selon la cour d'appel, la taxation, en l’espèce, n’est pas arbitraire.

Enfin, l'administration a également ventilé le chiffre d'affaires supplémentaire par taux, alors qu'elle avait la possibilité d'appliquer le taux le plus élevé sur la base de l'[article 64, §3, du code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64).

## Remarque

La partie adverse a acquiescé à l’arrêt.

**Texte de l’arrêt**

***L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

**Hof van beroep Antwerpen, kamer B6M burgerlijke zaken**

Arrest van 29 april 2022

Rol: 2019/AR/1844

Mr. ..., advocaat, kantoorhoudende te ..., q.q. **curator van het faillissement van CV M.R**., ON 056...65, met laatste maatschappelijke zetel te ... Eiser in hoger·beroep, tegen het vonnis van de AFi4 kamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen van 24 juni 2019, gekend onder rolnummers 18/2889/A en 18/3755/A

**tegen**

**DE BELGISCHE STAAT - - FOD FINANCIËN**. ON 0308.357.159, in de persoon van de minister van financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, op vervolging en benaarstiging van de ADVISEUR-ONTVANGER VAN HET TEAM INVORDERING RECHTSPERSONEN ANTWERPEN 1, met diensten te 2000 ANTWERPEN, ltaliëlei 4 bus 1 en handelend ten verzoeke van de ADVISEUR GENERAAL-DIRECTEUR VAN HET KMO CENTRUM ANTWERPEN, ON 0308.357.159, met diensten te 2000 ANTWERPEN, ltaliëlei 4 bus 2. Verweerder in hoger beroep, hebbende als fiscale ambtenaren de heer X en mevrouw Y (kenmerk: 707-15-18/039685)

Het hof verwijst naar het eindarrest van deze kamer van 26 april 2022 met betrekking tot hogervermelde partijen.

In voormeld arrest werd echter vergeten uitspraak te doen over de fiscale vrijstelling van betaling van de rolrechten.

Ingevolge de wetswijziging ingevoerd door de wet van 24 oktober 2013, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 januari 2014, luidt art. 797 Ger.W. als volgt:

"Uitlegging en verbetering kunnen ambtshalve geschieden."

Ingevolge art. 799 Ger.W. mag de rechter een beslissing enkel verbeteren of oordelen over het verzuim uitspraak te doen over een punt van de vordering, in zover de beslissing niet is bestreden.

In dit dossier ligt geen énkel bewijs voor dat voornoemd arrest bestreden is. Het loutere feit dat de termijn om een rechtsmiddel aan te wenden nog niet verstreken is, doet daaraan geen afbreuk.

### Dispositif

## Beslissing

Het hof beslist bij arrest in afwezigheid van partijen.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hof zegt voor recht dat het eindarrest, op tegenspraak gewezen door deze kamer van dit hof op 26 april 2022, met toepassing van de artikelen 794 en 797 Ger.W. wordt aangevuld als volgt:

'Het hof stelt vast dat onderhavige zaak vrij is van rolrecht in hoger beroep overeenkomstig artikel 279 1, 1°, juncto 162, 4° W.Reg..'

Beveelt de griffier overeenkomstig art. 800 Ger.W. op de kant van de oorspronkelijke 'beslissing melding te maken van het beschikkend gedeelte van de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over het verzuim uitspraak te doen en zegt dat geen uitgifte, afschrift, noch uittreksel van de oorspronkelijke beslissing mag worden uitgereikt, tenzij daarop melding is gemaakt van het beschikkend gedeelte van de beslissing waarbij uitspraak wordt gedaan over het verzuim uitspraak te doen.

Legt de kosten ten laste van de Belgische Staat.

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 29 april 2022 door:

Ondertekeningen

### Décision jointe par le SPF

## Jugement du tribunal de première instance

***Le jugement est publié uniquement dans la langue originale***

### Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer AFi4

Vonnis van 24 juni 2019

Rol: 18/2889/A-18/3755/A

**Inzake: 18/2889/A**

**M.R. CVBA** met zetel te ..., KBO: 056...65, eisende partij - vertegenwoordigd ter zitting door Mr. ... advocaat, kantoorhoudende te ...,

**TEGEN:**

**BELGISCHE STAAT** in de persoon van de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Antwerpen, met kantoor te 2000 ANTWERPEN, ltaliëlei 4 bus 2, KBO 0308.357.159, verwerende partij - vertegenwoordigd door de heer X en mevrouw Y, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

**Inzake:18/3755/A**

**M.R.CVBA** met zetel te ..., KBO: 056...65, eisende partij - vertegenwoordigd ter zitting door Mr. ... advocaat, kantoorhoudende te ...,

**TEGEN:**

**BELGISCHE STAAT** in de persoon van de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer Adviseur-ontvanger van het Team Invordering rechtspersonen Antwerpen 1, met kantoren te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 1 en handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Antwerpen, met kantoor te 2000 ANTWERPEN, ltaliëlei 4 bus 2, KBO 0308.357.159, verwerende partij - vertegenwoordigd door de heer X en mevrouw Y, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

Gelet op de stukken in het dossier van de rechtspleging waaronder:

• inzake AR 18/2889/A:

Het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 juni 2018;

de synthesebesluiten namens eisende partij, neergelegd op 14 maart 2019; de synthesebesluiten namens verwerende partij, neergelegd op 13 mei 2019; de stukken van partijen,

• inzake AR 18/3755/A:

\- Het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 2 augustus 2018;

\- de synthesebesluiten namens eisende partij, neergelegd op 14 maart 2019;

\- de synthesebesluiten namens verwerende partij, neergelegd op 19 april 2019;

\- de stukken van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Gehoord de partijen in hun middelen en besluiten, ontwikkeld in de Nederlandse taal ter terechtzitting van 17 juni 2019.

Het geschil behelst BTW en vennootschapsbelasting in hoofde van eiseres.

Zij deed aangifte voor aanslagjaar 2016 (boekjaar 18/11/2014 t/m 31/12/15) in de vennootschapsbelasting.

Zij deed BTW-aangiftes over januari t/m december 2015.

Eiseres staat voor de BTW geregistreerd voor de activiteit "eetgelegenheid met volledige bediening''.

De belastingdienst verrichtte gezamenlijk controle.

Inzake BTW kwam het uiteindelijk tot de opstelling van een proces-verbaal op 5 maart 2018

{20% herleide boete incluis).

Een raadsman diende willig administratief bezwaar in, werd daarop afgewezen op 25 april 2018.

Ontvanger Rechtspersonen Antwerpen 1 vaardigde 16 mei 2018 dwangschrift uit dat op 24 mei 2018 uitvoerbaar werd verklaard en middels dwangbevel van 6 juli 2018 aan eiseres werd betekend.

Raadsman legde 2 augustus 2018 verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neer. Dit leidde tot A.R.18/3755/A.

Inzake vennootschapsbelasting werd eerst een aanvankelijke aanslag gevestigd conform de aangifte en volgde op de controle Bericht tot Wijziging van Aangifte van 27 november 2017.

Dit bericht wijst op, vooreerst, op oncontroleerbaarheid (deze geformuleerd als gebrek aan bewijskracht) van de boekhouding en werkt in detail een belastbare grondslag uit, neemt voor te belasten bij wijze van geheim commissieloon (art. 219 WIB92) en neemt bij dit alles ook 50% belastingverhoging voor.

Dit bericht werd inhoudelijk gemotiveerd betwist door een raadsman, waarop werd gerepliceerd tot behoud.

Op 9 februari 2018 werd dan supplementaire aanslag kohierartikel 880400169 gevestigd conform het voornemen.

Gemotiveerd bezwaarschrift door de raadsman kwam op 28 februari 2018 in.

Een gedelegeerd ambtenaar verklaarde op 25 april 2018 het bezwaar(schrift) impliciet toelaatbaar maar wees het ten gronde af.

Raadsman legde op 7 juni 2018 verzoekschrift op tegenspraak ter griffie neer. Afschrift der beslissing is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

Dit leidde tot A.R.18/2889/A.

Vanuit wat voorafgaat past het vooreerst de zaken samen te voegen om reden van samenhang.

Ontvankelijkheid van de rechtsvordering inzake BTW en toelaatbaarheid van de rechtsvordering inzake vennootschapsbelasting staan niet in betwisting.

### Ten gronde

**A.R.18/3755/A.**

Het proces-verbaal inzake BTW stelt vast dat de boekhouding van eiseres volop onbewijskrachtig is bij gebrek aan ook maar enige controleerbaarheid.

De belastingdienst is, vanuit wat wél kon worden aangetroffen, zelf overgegaan tot samenstelling der door eiseres gerealiseerde meeromzet.

Wat betreft de gedane vaststellingen kent het proces-verbaal de bewijswaarde van art.59 §1 2de lid Wetboek BTW.

Eiseres ontkracht deze bewijskracht geenszins.

Wat betreft de feitelijke vermoedens die werden aangewend tot samenstelling van de meeromzet stelde verweerder in de zin van art.1353 Burg.Wetboek vol- en afdoende feitelijke vermoedens samen.

Dit treedt naar voren bij de analyse van de werkwijze der controledienst.

Er werd uitgegaan van de aankoopfacturen waar deze aanwezig bleken, samen met de voorliggende prijslijst van eiseres.

Nu eiseres twee prijslijsten werden gehanteerd werd bij de omzetberekening uitgegaan van de voor haar meest gunstige.

De Deluxe schotels werden achterwege gelaten in het voordeel van eiseres.

Vegetarische schotels en dito broodjes werden in het voordeel van eiseres ook buiten beschouwing gelaten bij de berekening.

Ook werd rekening gehouden met korting bij een promotieactie in de maanden maart tot en met juni 2015, eveneens in het voordeel van eiseres.

Idem met de prijzen inzake koffie en thee, de laagste prijzen conform prijslijst.

Bij gebrek aan door eiseres enig verschaft houvast, blijkt de belastingdienst dan terecht te zijn uitgegaan van een (niet on)redelijke verhouding tussen verbruik ter plaatse en meeneemgerechten.

Eiseres vermag inderdaad haar eigen (on)redelijke handelwijze die bepaling van een te dezen redelijke verhouding zou blokkeren en elke vorm van bewijs aldus en op die wijze belastingheffing gewoonweg onmogelijk zou maken.

Wat betreft dranken werden ten dele geen aankoopfacturen aangetroffen, enz.

Eiseres kan haar eigen geslepen werkwijze in het onmogelijk maken, saboteren, van de bepaling van haar belastingtoestand, werkelijk niet naar voren schuiven.

De belastingdienst ging te dezen, zoals zonet uiteengezet, gedetailleerd en met zorg te werk om alsnog te komen tot een redelijke realistische heffing.

Bij dit alles wordt geconstateerd dat voor het geheel het (volle) tarief van 21% had kunnen worden toegepast en er nochtans een uitsplitsing werd toegepast.

Van willekeur in de· BTW-heffing kan dan ook geenszins worden uitgegaan.

Wat voorafgaat onderstreept ten volle het ontduikingsopzet van eiseres.

Hoe dan ook werd slechts een herleide boete van hier slechts 20% toegepast, conform KB 41 BTW.

Deze boete is lager dan wettelijk én ze is tegelijk lager dan evenredig met de feiten.

**A.R.18/2889/A.**

De bewijskracht en aldus de controleerbaarheid der boekhouding werd in het wijzigingsbericht gemotiveerd verworpen.

Ook hier diende de belastingdienst de (meer)omzet te berekenen aan de hand van de beschikbare gegevens.

Hij deed dat ook hier op een verantwoorde gedetailleerde wijze.

Ook hier werden alzo feitelijke vermoedens aangewend in de zin van art.1353 Burg. Wetboek.

Deze werden gedetailleerd en op onderbouwde wijze uitgewerkt in de fase van taxatie, in dezelfde zin als hogerop inzake BTW.

In het kader van art.219 WIB92 werd de meerwinst niet teruggevonden "onder de bestanddelen van het vermogen "van eiseres.

Terecht werd dan ook belast onder dit laatste wetsartikel.

Hier werd bij uitgesproken ontduikingsmechanisme terecht belastingverhoging met 50% opgelegd.

### OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken onder A.R.18/3755/A en A.R.18/2889/A samen en beoordeelt ze in een en het zelfde vonnis,

Verklaart de rechtsvorderingen ontvankelijk respectievelijk toelaatbaar, maar telkens ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten in beide zaken samen,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder in beide zaken samen niet, bij gebrek aan opgave en begroting van eigen kosten in de respectieve conclusies.

Dit vonnis werd uitgesproken op vierentwintig juni tweeduizend negentien in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:

Ondertekeningen

## Textes cités

2

[CTVA art. 64](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-64) 3 occurrences

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Reconstitution de chiffre d’affaires, Cafetiers, Notification d’indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-cafetiers-notification-cour-appel-liege-2019-06-21-0c58) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Présomption légale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-presomption-tribunal-anvers-2025-10-13-32f4) 2 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffre-affaires-preuve-presomptions-tribunal-liege-2022-03-01-5c71) 2 dispositions communes

[Absence de déclaration, Enquête bancaire, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-declaration-enquete-bancaire-reconstitution-tribunal-gand-2022-06-23-5e19) 2 dispositions communes

[Intracommunautair goederenverkeer, fraude, calcul du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/intracommunautair-goederenverkeer-fraude-calcul-chiffre-cour-appel-gand-2025-12-02-7f70) 2 dispositions communes
