---
title: "Location immobilière, Report de paiement de la TVA · Cour de cassation de Belgique, 23 décembre 2016, F.15.0083.N"
description: "Location immobilière, Report de paiement de la TVA, Droit à déduction, Nullité de la contrainte. Cour de cassation de Belgique, 23 décembre 2016, F.15.0083.N."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-report-paiement-tva-cassation-bruxelles-2016-12-23-0215"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Location immobilière, Report de paiement de la TVA

**Juridiction**

Cour de cassation

**Numéro de rôle**

F.15.0083.N

**Date**

23 décembre 2016

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

106 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

## Arrêt de la Cour de cassation du 23 décembre 2016 (F.15.0083.N)

\[favorable à l’administration\]

Taxe sur la valeur ajoutée – Location immobilière – Report de paiement de la TVA – Droit à déduction – Nullité de la contrainte – Caractère d’ordre public de la loi fiscale

## Législation

[Article 44, § 3, 2°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

[Article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

[Article 85 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85)

[Article 20, § 4, de l’arrêté royal n° 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) relatif aux mesures tendant à assurer le paiement de la taxe sur la valeur ajoutée.

Article 6 du Code civil

## Résumé

L’assujetti est une société identifiée à la TVA pour une activité de développement de projets résidentiels. Un contrôle en matière de TVA a permis de constater que l’activité économique exercée consistait exclusivement en la location immobilière d’espaces commerciaux ou industriels, opération exemptée de la TVA. Se considérant comme un assujetti ordinaire, déposant des déclarations périodiques, la société considérait que les factures qu’elle recevait étaient soumises au régime du report de paiement de la taxe. La TVA due sur ces factures était reprise dans ses déclarations périodiques et immédiatement déduite. Sur la base de l’[article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), l’administration a rejeté les déductions. L’administration a réclamé la TVA due sur pied de l’[article 20, § 4, de l’arrêté royal n° 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588).

Le premier juge et la cour d’appel ont estimé que le procès-verbal était motivé de façon contradictoire parce qu’il est impossible de soutenir à la fois que la société est un assujetti exempté et ne dépose pas de déclarations périodiques et qu’elle n’a d’autre part pas respecté l’[article 20, § 1er et § 4, de l’arrêté royal n° 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588). La cour d’appel a confirmé le jugement rendu en première instance qui a annulé la contrainte. En conséquence, les retenues effectuées n’étaient pas justifiées et l’Etat belge doit procéder au remboursement des sommes qui avaient ainsi été retenues.

Décision de la Cour de cassation

La loi fiscale est d’ordre public. Sauf lorsque l’acte administratif est nécessaire pour que naisse la dette d’impôt, le juge est tenu de décider de l’existence de la dette d’impôt lorsqu’il y est invité par les

Il s’ensuit que dans un litige en matière de TVA, lorsqu’un assujetti demande non seulement la nullité de la contrainte mais également le remboursement des sommes qu’il a déjà payées, le juge, qui invalide la contrainte, doit également se prononcer sur l’existence de la dette de TVA.

Le juge ne peut pas ordonner le remboursement de la dette de TVA sans avoir examiné si la taxe était due ou non. L’annulation de la contrainte n’implique en effet pas que la taxe a été payée indûment. Ce faisant, le juge doit tenir compte des conséquences de l’annulation de la contrainte invoquées par les parties notamment sur le plan de la prescription.

Après avoir reconnu que la contrainte a été annulée par le premier juge en raison d’une motivation contradictoire, la cour d’appel considère que :

\- l’analyse de la Cour de cassation selon laquelle le juge ne peut pas ordonner le remboursement sans examiner si la taxe est ou non due, ne peut pas être approuvée car elle mène à une série de conséquences inattendues ;

\- cette analyse a notamment comme conséquence qu’un juge, qui doit se prononcer sur l’existence d’une dette d’impôt, ne devrait plus tenir compte de la moindre exigence de forme ;

**Texte de l’arrêt**

**L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale**

### Corps de la décision

## Arrest van het Hof van Cassatie

**dd. 23.12.2016**

**(F.15.0083.N)**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-directeur, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24, bus 28, eiser, vertegenwoordigd door mr. … , advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te … ,

tegen

**T. nv**, met zetel te 1780 Wemmel, de Limburg Stirumlaan 71, verweerster, met als raadsman mr. Stefan Sablon, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 57-59, waar de verweerster woonplaats kiest.

## I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 26 november 2014.

Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft op 31 mei 2016 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Waarnemend procureur-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

## II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

## III. BESLISSING VAN HET HOF

### Beoordeling

1\. De fiscale wet raakt de openbare orde. Behoudens wanneer de administratieve akte noodzakelijk is voor de totstandkoming van de belastingschuld, dient de rechter bijgevolg, ongeacht de nietigheid van de administratieve akte, zelf in feite en in rechte te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld.

Hieruit volgt dat wanneer de belastingplichtige in een geschil betreffende de belasting over de toegevoegde waarde niet alleen de nietigverklaring van het dwangbevel zoals bedoeld in [artikel 85 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) vordert, maar ook de terugbetaling van de door hem reeds betaalde sommen, de rechter die het dwangbevel nietig verklaart moet oordelen over het bestaan van de btw-schuld.

De rechter kan de terugbetaling van de btw-schuld niet bevelen zonder na te gaan of de belasting al dan niet verschuldigd is. De nietigverklaring van het dwangbevel impliceert immers niet dat de belasting onverschuldigd werd betaald. De rechter dient hierbij rekening te houden met de door de partijen aangevoerde gevolgen van de nietigverklaring van het dwangbevel, onder meer op het vlak van de verjaring.

2\. Na te hebben geoordeeld dat het dwangbevel van 22 november 2007 door de eerste rechter terecht nietig werd verklaard wegens tegenstrijdige motivering, oordelen de appelrechters dat:

\- zij de zienswijze dat de rechter de terugbetaling van een belasting niet kan bevelen zonder te hebben nagegaan of de belasting al dan niet verschuldigd is, niet bijtreden aangezien deze een aantal onverwachte gevolgen heeft;

\- deze zienswijze namelijk tot gevolg heeft dat de rechter, die over het bestaan van de belastingschuld moet oordelen, met geen enkel vormvoorschrift nog rekening zou moeten houden;

\- ook de verjaring buiten werking zou worden gesteld aangezien het niet de minste rol meer zou spelen dat een nietig dwangbevel de verjaring niet stuit;

\- op het vlak van de directe belastingen de artikelen 355 en 356 WIB92 geen zin meer zouden hebben aangezien er toch, wanneer de aanslag nietig wordt ver-klaard, ten gronde moet worden onderzocht of er al dan niet belasting verschuldigd is.

### Dispositif

Op die gronden bevestigen zij de veroordeling van de eiser tot terugbetaling van de eventueel in uitvoering van het dwangbevel betaalde btw, zonder te hebben nagegaan of de btw al dan niet verschuldigd was.

Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

## Dictum

**Het Hof,**

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de terugbetaling van de belasting en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit …

Ondertekeningen

### Pièce jointe par le SPF

## Voorziening in Cassatie

VOOR de BELGISCHE STAAT, Federale overheidsdienst Financiën, Algemene administratie van de fiscaliteit, sector btw, vertegenwoor-digd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat, 12, voor wie optreedt : Mevr. Nancy Picavet, Adviseur-Directeur, Zwartzustersvest 24 bus 28, 2800 te Mechelen Bijgestaan en vertegenwoordigd door Meester Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67 bus 14, waar keuze van woonplaats wordt gedaan, eiser in cassatie,

TEGEN :

de NV T., met maatschappelijke zetel te 1780 WEM-MEL, de Limburg Stirumlaan 71, ingeschreven bij de de KBO met als on-dernemingsnummer 0430.048.906 verweerster in cassatie,

Aan de Heren Eerste Voorzitter en Voorzitter, Dames en Heren Raadsheren, leden van het Hof van Cassatie,

Hooggeachte Dames en Heren,

Eiser heeft de eer het arrest aan Uw toezicht te onderwerpen dat op 26 november 2014 op tegenspraak werd gewezen door de fiscale kamer «6D» van het Hof van Beroep te Brussel (2010/AR/2596).

FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

Verweerster in cassatie, de NV T. werd geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het nummer BE 0430.048.906 voor de door haar verklaarde btw-activiteit van ‘projectontwikkeling voor woningbouw'.

Tijdens btw-nazicht werd echter vastgesteld dat de uitgeoefende activiteit door de NV T. uitsluitend de verhuur van bedrijfspanden omvatte.

Aangezien de activiteit van onroerende verhuur vrijgesteld is van btw zoals bepaald in [artikel 44, § 3, 2° van het WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), is de NV T. een btw-belastingplichtige zonder recht op aftrek, en werd het btw-nummer van de NV T. met ingang van 01 januari 2008 doorgehaald. Op grond van de bepaling van [artikel 45,§1 van het WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) verlenen vrijgestelde handelingen geen recht op aftrek van btw.

Er werden tevens inbreuken vastgesteld op de toepassing van de verlegging van heffing van btw ([artikel 51,§§1 en 4, KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f), art.20).

Door zich te gedragen als een gewone btw-belastingplichtige die aangiften indient, en het recht op aftrek enkel uit te oefenen m.b.t. welbepaalde handelingen, namelijk op ontvangen werken in onroerende staat, heeft NV T. de betreffende diensten geheel onterecht doch zeer doelbewust belastingvrij ontvangen, en aldus behouden. De NV T. liet zich facturen uitreiken waarbij de verlegging van heffing op grond van [artikel 20 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) werd toegepast. Ze heeft zich de facto gedragen als belastingplichtige met recht op aftrek, terwijl dit niet het geval was. De ontvangen diensten zijn dus onbelast gebleven.

Op basis van art.51bis blijft de btw verschuldigd.

De door de NV T. ten onrechte afgetrokken btw én de overtredingen op de toepassing van de verlegging van heffing werden opgenomen in een regularisatieopgave die op 17 juli 2007 aan belastingplichtige werd toegestuurd.

Bij gebrek aan akkoord werd de regularisatieopgave omgezet in een proces-verbaal d.d. 12 november 2007. Door de rekenplichtige van het btw-Ontvangkantoor van Halle werd op grond van dit proces-verbaal op 12 november 2007 een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 27 november 2007 uitvoerbaar verklaard werd door de wd. eerst-aanwezend inspecteur van de btw te Brussel-omtrek, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen te Mechelen

Blijkens dit dwangbevel is de NV T. verschuldigd aan de Belgische Staat:

btw euro 98.866,96, een geldboete wegens niet-tijdige betaling van de btw euro 197.733,92, te vermeerderen met de interest van 0,8 % per maand vertraging te berekenen op de verschuldigde btw en de moratoire interesten te berekenen op de nog verschuldigde boeten vanaf de betekening van het dwangbevel.

Het dwangbevel werd bij exploot van 06 december 2007, samen met de processen-verbaal d.d. 9 maart 2007 en 12 november 2007 en de kennisgeving van uitbreiding van de verjaringstermijn d.d. 19 juni 2007 aan de NV T. betekend.

Op 13 december 2007 werd door tegenpartij een verzoekschrift op tegenspraak ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel neergelegd.

Bij vonnis dd. 17 juni 2009 uitgesproken voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, werd de vordering van verweerster, ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard.

De Belgische Staat legde vervolgens een akte van hoger beroep neer ter griffie van het Hof van Beroep te Brussel, op 22 september 2010 tegen voornoemde uitspraak .Het bestreden arrest van 26 november 2014 bevestigt het eerdere vonnis en oordeelt dat het dwangbevel van 27 november 2007 nietig was wegens tegenstrijdigheden in de motivering van het proces-verbaal, dat aan de basis ligt van het betwiste dwangbevel.

ENIG MIDDEL TOT CASSATIE

Geschonden wetsbepalingen:

\- het algemeen rechtbeginsel van openbare orde van de fiscale wetten;

\- artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek;

\- de artikelen 632, 1068, eerste lid, en 1138, 3° van het Gerechtelijk Wetboek

\- de artikelen [85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) en [86](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-86) van het BTW-wetboek;

Aangevochten beslissing

Het bestreden arrest doet het beroepen vonnis teniet en, opnieuw recht doende, willigt het de oorspronkelijke vordering van eiseres in als volgt:

\- verklaart het dwangbevel van 27 november 2007 nietig;

\- beveelt de terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond van dit dwangbevel werden betaald of ingehouden, verhoogd met de intresten vanaf het gedinginleidend verzoekschrift;

\- veroordeelt eiser tot de kosten.

Het bestreden arrest besluit tot de nietigheid van het dwangbevel op grond van de volgende overwegingen :

> "Terecht oordeelde de eerste rechter dat het onmogelijk is om te zeggen dat de geïntimeerde enerzijds vrijgesteld is van de btw (en dus niet als btw-belastingplichtige kan geregistreerd worden, en dus geen aangiften moest indienen) en anderzijds niet in regel was met art. 20 §§ 1 en 4 van het KB 1".

(arrest, punt 3, p.6).

Het systeem van verlegging van de heffing is enkel van toepassing bij belastingplichtigen die periodieke aangiften indienen.

De rechter verwerpt de vordering van de administratie om de belastingschuld voor echt te verklaren.

Grieven:

De belasting raakt de openbare orde zodat de gerechtelijke rechtscolleges, ook in graad van beroep, zelf in feite en naar recht uitspraak moeten doen binnen de perken van het voorgelegde geschil, ongeacht de grond van nietigheid van de beslissing van de administratie.

Een dwangbevel vormt een titel waarin de belastingschuld wordt geconcretiseerd bij niet spontane betaling van de verschuldigde belasting, en kan tevens gelden als uitvoerbare titel op grond waarvan de belastingschuld kan worden ingevorderd. Waar inzake btw de belastingschuld van rechtswege krachtens de wet ontstaat, los van het uitvaardigen van een dwangbevel, kan een eventuele onregelmatigheid van het dwangbevel het bestaan zelf van de belastingschuld niet aantasten.

Wanneer de rechter een dwangbevel inzake btw vernietigt, bijv. wegens de schending van de Wet Motivering Bestuurshandelingen, dan moet de rechter zich zelf uitspreken over het bestaan van de belastingschuld, waarbij zijn beslissing als uitvoerbare titel kan gelden voor de administratie.

Het bestreden arrest verklaart het litigieuze dwangbevel van 27 november 2007 nietig wegens gebrek aan motivering in de zin van de Wet Motivering Bestuurshandelingen en beveelt de terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond van dit dwangbevel werden betaald of ingehouden, doch laat na zich uit te spreken over het bestaan en het verschuldigd zijn van de belastingschuld die het voorwerp uitmaakte van het vernietigde dwangbevel.

Hieruit volgt dat de appelrechters, die aldus geen uitspraak doen over het aan hen voorgelegde geschil betreffende het bestaan en het verschuldigd zijn van de litigieuze btw-schuld, en zich zonder meer beperken tot het nietig verklaren van het niet-gemotiveerde dwang-bevel, deze beslissing niet naar recht hebben verantwoord (schending van het algemeen rechtbeginsel van openbare orde van de fiscale wetten, de artikelen 6 van het Burgerlijk Wetboek, 632, 1068, eerste lid, en 1138, 3° van het Gerechtelijk Wetboek, 85 en 86 van het BTW-wetboek).

TOELICHTING

Aangezien de belasting de openbare orde raakt moeten de gerechtelijke rechtscolleges zelf in feite en naar recht uitspraak doen binnen de perken van het hen voorgelegde geschil omtrent een belastingschuld, ongeacht de nietigheid van de beslissing van de administratie (Cass., 3 maart 2011, F.080082.F/1 en Cass., 22 mei 2014, [F.12.0188.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-motivation-ordre-public-dette-cassation-bruxelles-2014-05-22-92b2)). De rechter in beroep maakt hierover de volgende be-merking in zijn arrest: "Het lijkt erop dat de advocaat-generaal in zijn advies bij het arrest van 3 maart 2011 andere rechtspraak uit haar verband heeft gerukt en heeft toegepast op een hypothese die niet ten gronde lag aan die oude rechtspraak", en houdt dus geen rekening met voorgaande arresten.

Het bestreden arrest dat het dwangbevel nietig verklaarde en ver-weerster dienvolgens ontsloeg van de betaling van de in het dwang-bevel gevorderde bedragen, zonder zich uit te spreken over het be-staan van de belastingschuld, verantwoordde bijgevolg zijn beslis-sing niet naar recht.

OM DEZE REDENEN,

Besluit voor eiser ondergetekende advocaat bij het Hof van Cassatie, dat het U behage, Hooggeachte Dames en Heren, het bestreden ar-rest te vernietigen, de zaak en partijen te verwijzen naar een ander hof van beroep, kosten als naar recht.

G.d.F.

advocaat bij het Hof van Cassatie

## Textes cités

6

[AR no 1 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) 4 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) 3 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 2 occurrences

[AR no 1 art. 51](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f) 1 occurrence

[CTVA art. 86](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-86) 1 occurrence

## Jurisprudence

10

### Belgique

10

Cour de cassation F.21.0056.N 24.03.2023

#### [Amende fiscale, Proportionnalité, Droit de grâce, procédure gracieuse](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-fiscale-proportionnalite-droit-grace-cassation-bruxelles-2023-03-24-d9b4)

Cour de cassation 27.09.2019

#### [Droit à déduction, Bien immobilier, Frais de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-frais-cassation-bruxelles-2019-09-27-59d6)

Cour d'appel de Gand 01.04.2025

#### [Substitution de motifs, Présomptions de fait](https://juriel.be/fr/jurisprudence/substitution-motifs-presomptions-fait-lieu-cour-appel-gand-2025-04-01-724a)

## Doctrine administrative

1

[Fiches de commentaire administratif 1](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-report-paiement-tva-cassation-bruxelles-2016-12-23-0215/documents?type=commentaire)

[Voir les 11 documents](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-report-paiement-tva-cassation-bruxelles-2016-12-23-0215/documents)

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 3 dispositions communes

[Compte spécial, Conformité au Droit communautaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-conformite-droit-communautaire-tribunal-bruxelles-2022-12-21-17dd) 3 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 3 dispositions communes

[Fraude fiscale, Fausses factures, Indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/fraude-fiscale-fausses-factures-indices-cour-appel-bruxelles-2022-12-01-3bd0) 3 dispositions communes

[Boulangerie, Location, Personne assujettie à la TVA mixte](https://juriel.be/fr/jurisprudence/boulangerie-location-personne-assujettie-tva-tribunal-2025-11-06-570c) 3 dispositions communes

[Autoliquidation, Conditions d’application, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/autoliquidation-conditions-application-charge-preuve-tribunal-bruxelles-2024-12-06-9700) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Travaux immobiliers, Location immobilière, Opération exemptée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-travaux-immobiliers-location-cour-appel-bruxelles-2015-10-15-c685) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Rejet de déductions opérées](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-rejet-deductions-operees-cassation-bruxelles-2020-05-22-1815) 3 dispositions communes
