---
title: "Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden · Cour d&#x27;appel de Gand, 6 juin 2023"
description: "Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden, Vrijstelling, Vernietigde bepalingen. Cour d'appel de Gand (Belgique), 6 juin 2023."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/kans-geldspelen-langs-elektronische-weg-cour-appel-gand-2023-06-6dad"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Kans- en geldspelen, Langs elektronische weg aangeboden, Vrijstelling · Belasting over de toegevoegde waarde – Kans- en geldspelen – Langs elektronische weg aangeboden - Vrijstelling – Vernietigde bepalingen - Handhaving vernietigde bepalingen

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

6 juin 2023

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

278 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'appel de Gand du 06.06.2023

WF 709-15-20/005023

\[Favorable à l'administration\]

*Taxe sur la valeur ajoutée - Jeux de hasard et d'argent - Jeux de hasard et d'argent par voie électronique - Exonération - Dispositions annulées – Maintien des effets des dispositions annulées*

## Dispositions légales

[Art. 44, §3, 13°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

[Art. 1, 2° de l'arrêté royal n° 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1).

## Procédure préliminaire

## Résumé

L’assujettie exploitait, à titre d'activité secondaire, un jeu en ligne dans lequel le ballon était effacé des images de matchs de football. Les participants pouvaient, après avoir versé une mise via le site web, indiquer à l'aide d'une croix l'endroit de l'image où se trouverait le ballon. La personne qui se rapprochait le plus de l'endroit correct gagnait le jeu. Le litige entre les parties porte sur la question de savoir si le jeu de hasard doit être qualifié de jeu de hasard ou d'argent relevant du régime de l’exemption prévue à l'[article 44, § 3, 13°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Selon l’assujettie, ce n'est pas le cas. Le contrôle en matière de TVA a porté sur la période allant du 1er janvier 2016 au 31 décembre 2018. La TVA a été déduite pour l'ensemble de la période. Cette TVA a été partiellement révisée par l'administration.

Avec effet au 1er juillet 2016, la loi-programme du 1er juillet 2016 a limité l'exemption de TVA existante pour les jeux de hasard et d'argent en ce sens que les jeux offerts par voie électronique n'étaient plus exemptés de TVA. Toutefois, la nouvelle législation n'a pas été maintenue. Dans son arrêt du 22 mars 2018 (n° 34/2018, Moniteur belge du 22 mai 2018), la Cour constitutionnelle a annulé l’intégralité de cette nouvelle loi pour violation des règles de répartition de compétence entre le législateur fédéral et les législateurs régionaux, tout en maintenant les dispositions annulées. Dans un arrêt ultérieur daté du 8 novembre 2018 (n° 155/2018), la Cour constitutionnelle a précisé que cette application des dispositions annulées était limitée à la TVA déjà payée pour la période allant du 1er juillet 2016 au 21 mai 2018. Pendant cette période, l’assujetti est considéré comme non exempté avec droit à déduction.

Selon la définition de l'[article 1er, 2°, de l'AR n° 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1), il faut entendre par jeux de hasard ou d'argent les jeux, sous quelque dénomination que ce soit, qui procurent aux participants à un concours de quelque nature qu'il soit, la chance de gagner des prix ou des primes en argent ou en nature. Il n'est pas contestable que le jeu met en concurrence plusieurs participants qui se disputent un prix ou une prime qu'ils peuvent gagner. Le jeu contient indéniablement un élément de compétition, dans lequel "le meilleur gagne". La cour ne peut pas dès lors constater que le jeu est un concours de prix au sens de l'[article 1er, 2°, de l'arrêté royal n° 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1).

La cour décide que l’assujettie ne prouve pas que le jeu ne fait pas partie des jeux de hasard et d'argent visés par l'[article 44, § 3, 13°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Par conséquent, le jeu est exempté de la TVA et, pour la période du 1er janvier 2016 au 30 juin 2016 d'une part et pour la période du 22 mai 2018 au 31 décembre 2018 d'autre part, l’assujettie a déduit à tort, en violation de l’[article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), la TVA payée sur les livraisons de biens et les prestations de services utilisées pour l'exploitation dudit jeu.

L'administration fiscale était habilitée à opérer la révision de la déduction de la TVA en vertu de l'[article 48, § 2, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) et de l'[article 9 de l'arrêté royal n° 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9). La demande de l’assujettie n'est pas fondée.

**Texte de l’arrêt**

***L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

**Hof van beroep Gent — 2022/AR/452**

Arrest van 06/06/2023

Rol: 2022/AR/452

**In de zaak van:**

***P.-P.*** *BV, 0N 063...10,*

*met zetel te ...,*

*appellante,*

*hebbende als raadsman mr. K. K., advocaat te ...*

tegen

**BELGISCHE STAAT/FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, 0N 0308.357.159,

Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de Adviseur-Gewestelijk Directeur Centrum KMO Aalst, met burelen te 9100 SINT-NIKLAAS, Driekoningenstraat 4,

**geïntimeerde,**

hebbende als raadsman mr. L. G., advocaat te ...

wijst het hof het volgend arrest:

## 1. De procedure voor het hof

Bij verzoekschrift van 14 maart 2022 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, zesde kamer, op 14 februari 2022 werd uitgesproken in de zaak met rolnummer 20/2882/A, waarvan niet blijkt dat het zou zijn betekend.

De zaak werd behandeld in de openbare terechtzitting van 9 mei 2023, waarbij de partijen verzochten om de zaak in beraad te nemen zonder mondelinge pleidooien. Vervolgens werd het debat gesloten en nam het hof de zaak in beraad.

Het hof heeft de Nederlandse taal gebruikt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 2. De relevante feiten en de voorafgaande procedure

2.1. De appellante is als btw-plichtige geregistreerd voor een hoofdactiviteit van overige detailhandel, niet in winkels en exclusief markt- en straathandel, en voor een nevenactiviteit van het ontwerpen en programmeren van computerprogramma's.

In het kader van haar nevenactiviteit ontwikkelde en exploiteerde de appellante een online spel, genaamd 'S. t. b.' (vrij vertaald: P. d. b.). Dit spel bestaat erin dat de appellante foto's van spelfases in voetbalwedstrijden bewerkt door er de bal uit te verwijderen en deze foto's vervolgens aanbiedt aan deelnemers van het spel. De deelnemers duiden, na betaling van een inzet via de website, met een kruisje de plaats op de foto aan waar zij vermoeden dat de bal zich bevindt. De persoon die de bal het dichtst bij de plaats waarop hij voorkomt op de originele foto situeert, wint het spel en krijgt een prijs in natura.

De betwisting tussen de partijen betreft in essentie de vraag of het spel 'S. t. b.' al dan niet gekwalificeerd moet worden als een spel dat valt onder de vrijstellingsregeling van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

2.2. Op grond van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) zijn van de btw vrijgesteld: "*weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de Koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen*". [Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) van 14 april 1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen, definieert wat onder kans- en geldspelen verstaan moet worden voor de toepassing van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) (zie verder, randnummer 4.1.2.3.).

Met ingang van 1 juli 2016 werd de bestaande btw-vrijstelling voor kans- en geldspelen door de artikelen 29 tot en met 34 van de programmawet van 1 juli 2016 beperkt in die zin dat de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden aangeboden, niet langer van de btw werden vrijgesteld. Om die beperking te bewerkstelligen werd [artikel 44, §1, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) geherformuleerd, werd een nieuwe (gedeeltelijk van [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) afwijkende) definitie van 'kans- en geldspelen' ingeschreven in [artikel 1, §14 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) en werd het koninklijk besluit nr. 45 opgeheven.

De nieuwe regelgeving bleef echter niet overeind. Bij arrest van 22 maart 2018 (nr. 34/2018, BS 22 mei 2018) heeft het Grondwettelijk Hof de artikelen 29 tot 34 van de Programmawet van 1 juli 2016 integraal vernietigd wegens schending van de bevoegdheidsverdelende regels tussen de federale en de gewestelijke wetgever, weliswaar met handhaving van de vernietigde bepalingen. Bij navolgend arrest van 8 november 2018 (nr. 155/2018, BS 3 december 2018) stelde het Grondwettelijk Hof dat deze handhaving "*in die zin \[moet\] worden uitgelegd dat de gehandhaafde gevolgen van de vernietigde bepalingen zich beperken tot de reeds betaalde belastingen voor de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018" en dat "de definitieve handhaving \[...\] de belastingadministratie niet \[toelaat\] na de voormelde periode ten aanzien van de belastingplichtige op grond van de vernietigde bepalingen nog beslissingen te nemen of handelingen te stellen die betrekking hebben op situaties die zich vóór 22 mei 2018 hebben voorgedaan*".

2.3. Bij de appellante vond een controle plaats op de toepassing van de btw-reglementering voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018. Ten gevolge daarvan maakte de btw-administratie op 8 juni 2019 een correctie-opgave op die zij naar de appellante verstuurde. Bij gebrek aan reactie werd op 21 oktober 2019 ten laste van de appellante een proces-verbaal van regularisatie inzake btw opgemaakt en aan haar ter kennis gebracht. Daarin stelde de btw-administratie vast dat het spel 'S. t. b.' onder de vrijstellingsregeling van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) viel. Dientengevolge weigerde de belastingadministratie voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 30 juni 2016 enerzijds en de periode van 22 mei 2018 tot en met 31 december 2018 anderzijds de aftrek van de btw geheven van de leveringen van goederen en diensten die gebruikt werden voor de exploitatie van het bedoelde spel. In die periodes had de appellante volgens de belastingadministratie immers geen handelingen gesteld die toelieten het recht op btw-aftrek uit te oefenen zoals bedoeld in [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45). De onterecht afgetrokken btw werd berekend op 15.750,94 EUR.

Voor wat betreft de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018 daarentegen gaf de belastingadministratie aan dat zij, in het licht van de bovenvermelde rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, geen controledaden kon stellen ten aanzien van de uitoefening van het recht op aftrek: de in deze periode in aftrek gebrachte btw bleef behouden, met dien verstande dat een herziening in het voordeel van de Staat van de aftrek geheven van bedrijfsmiddelen in de periode van 1 juli 2016 tot 21 mei 2018 zich opdrong. Met verwijzing naar de herzieningsplicht voorzien door [artikel 48, §2 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) en het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, werd de btw-aftrek inzake een aantal facturen uit die periode, die betrekking hadden op de ontwikkeling van de website en de app op de smartphone, herzien ten bedrage van 8.603,36 EUR.

Voor beide overtredingen werd een verminderde proportionele geldboete van 10% toegepast.

Samengevat werden in het proces-verbaal van regularisatie de volgende bedragen verschuldigd verklaard:

\- als btw: 24.354,30 EUR

\- als verminderde proportionele geldboete: 2.430,00 EUR

\- als interesten over de verschuldigde btw: vanaf 21 januari 2019

De btw-schuld werd vastgesteld onder het artikel RCIV-schuldnummer 500...06.

Het administratieve beroep van de appellante tegen deze schuld, werd door de btw-administratie als ongegrond afgewezen middels de administratieve beslissing van 9 juli 2020.

2.4. Bij verzoekschrift van 27 oktober 2020 stelde de appellante haar vordering in bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, ter bestrijding van de voornoemde belastingschuld. De eerste rechter oordeelde in zijn vonnis van 14 februari 2022 dat het online-spel 'Spot the buil' onder het toepassingsgebied valt van de kans- en geldspelen zoals gedefinieerd door de btw-wetgeving. Bijgevolg werd de aftrek van de btw op de gemaakte kosten buiten de periode van 1 juli 2016 tot 21 mei 2018 ten onrechte uitgeoefend en diende de oorspronkelijk afgetrokken btw van de bedrijfsmiddelen te worden herzien, ingevolge de bepalingen opgenomen in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22 maart 2018. De rechtbank besliste:

\- "*de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond te verklaren;*

*-* *dat tot dusver geen kosten van het geding te begroten zijn.*"

Het is tegen dat vonnis dat de appellante hoger beroep heeft ingesteld.

## 3. De vorderingen van de partijen

### 3.1. De vordering van de appellante

De appellante vraagt in hoger beroep aan het hof om:

*Dit hoger beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren ;*

*Dienvolgens het bestreden vonnis van 14.02.2022, uitgesproken op tegenspraak door de 6e burgerlijke kamer van de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent in de zaak gekend onder A. R. 20/2882/A, dat niet werd betekend, teniet te doen en opnieuw rechtdoende;*

*Dienvolgens het proces-verbaal van regularisatie dd. 21.10.2019 inzake btw over de periode van 01.01.2016 tot 31.12.2018 uitgaande van de FOD FINANCIEN, Centrum KMO Aalst, Controle 12, Driekoningenstraat 4, 9100 Sint-Niklaas, verzonden op 21.10.2019 te vernietigen in al haar onderdelen;*

*Dienvolgens de administratieve beslissing dd. 09.07.2020 met referentie 709...23 van de FOD FINANCIEN, Algemene Administratie van de fiscaliteit, KMO Aalst, Expertise 2, Driekoningenstraat 4, 9100 Sint-Niklaas te vernietigen in al haar onderdelen;*

*Te zeggen voor recht dat er door* ***concluante*** *geen BTW verschuldigd is aan geïntimeerde;*

*Te zeggen voor recht dat* ***concluante*** *geen boeten noch intresten verschuldigd is aan geïntimeerde in navolging van de voormelde (met succes) bestreden beslissingen/proces-verbaal;*

*Alleszins geïntimeerde te veroordelen tot alle kosten van het geding, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, voorlopig en onder alle voorbehoud begroot op:*

*-* *rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg 2.800,00 EUR*

*-* *rechtsplegingsvergoeding van hoger beroep 3.000,00 EUR*

*-* *kosten rolstelling hoger beroep 22,00 EUR*

### 3.2. De vordering van de geïntimeerde

De geïntimeerde vraagt in hoger beroep aan het hof om:

*het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond te verklaren;*

*dienvolgens het bestreden vonnis te bevestigen;*

*de kosten van onderhavige procedure, met inbegrip van de toepasselijke*

*rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep ten belope van 2.800,00 EUR, ten laste te*

*leggen van* ***appellante***.

## 4. De betwistingen en hun beoordeling

### 4.1. Valt het spel 'S. t. b.' onder de vrijstellingsbepaling van [artikel 44, §1, 13°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

#### WBTW?

*4.1.1. Standpunten van partijen*

4.1.1.1. De appellante stelt dat 'S. t. b.' een behendigheidsspel zonder toevalsfactor is, waarbij spelers het uiteindelijke resultaat niet op voorhand kennen en het aan hun vaardigheden toekomt om het spel te winnen, wat een actieve handeling van de speler veronderstelt. Zij legt uit dat de deelnemer aan het spel een foto waarop de bal is weggelaten (door een erkend fotograaf/graficus) moet analyseren, en zijn cognitieve vaardigheden en inzichten aan de hand van de informatie die hij kan afleiden uit de foto moet gebruiken, om vervolgens te bepalen waar de bal zich bevindt. Het bepalen van zowel de originele plaats van de bal, als de door de deelnemer aangeduide plaats, als de afstand tussen beide plaatsen — en bijgevolg het bepalen van de winnaar — gebeurt volgens de appellante op mathematische en 100% objectieve wijze op pixelniveau. In geval van gelijkspel wordt de winnaar bepaald door de snelste tijd van de eerste poging. Ook de omvang van de winst is volgens de appellante steeds vooraf vastgesteld, zonder dat daarin ooit enige verandering plaatsvindt.

Volgens de appellante voldoet 'S. t. b.' niet aan de definitie van kansspelen in de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en werd dit haar ook bevestigd door de Belgische Kansspelcommissie in een e-mail van 2 oktober 2014. Het spel voldoet volgens haar evenmin aan de definitie van een kans- of geldspel in de zin van de btw-wetgeving, aangezien uit niets blijkt dat de wetgever de bedoeling gehad zou hebben om een andere inhoud of strekking te geven aan de bepalingen van de btw-regelgeving. In dat verband stelt zij dat de btw-wetgeving, sinds de vernietiging van [artikel 1, §14 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) door het Grondwettelijk Hof, als zodanig niet langer een definitie verschaft over wat er exact onder kans- en geldspelen moet worden begrepen. De btw-commentaar waarnaar de btw-administratie onder meer verwijst acht zij gedateerd en niet correct. De appellante wijst er nog op dat de circulaire die werd opgesteld naar aanleiding van het arrest van het Grondwettelijk Hof met nr. 34/2018 ([circulaire 2018/C/99](https://juriel.be/fr/circulaires/2018-c-99-consequences-arret-cour-constitutionnelle-exoneration-5b02)) haar niet verbindt en evenmin een definitie bevat van kans- of geldspelen.

4.1.1.2. De belastingadministratie merkt op dat de definitie van kans- en geldspelen opgenomen in [artikel 1, §14 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) geen toepassing meer kan vinden, gelet op de voornoemde arresten van het Grondwettelijk Hof en verwijst in dat verband naar haar [circulaire 2018/C/99](https://juriel.be/fr/circulaires/2018-c-99-consequences-arret-cour-constitutionnelle-exoneration-5b02) die de gevolgen van deze arresten beschrijft. Zij situeert de definitie van kans- en geldspelen in [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) en het spel 'S. t. b.' voldoet volgens haar volledig aan de omschrijving in artikel 1, 2°. Zij verwijst ook naar de omstandige uiteenzetting die in dat verband te lezen staat in de btw-commentaar met betrekking tot de vrijstellingen beoogd door [artikel 44 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) (bijgewerkt op 1 juni 2021). Volgens die commentaar worden de lichamelijke behendigheidsspelen (zoals flipper, grijpkranen en automatische bowling) van het toepassingsgebied van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) uitgesloten. Het spel 'S. t. b.' test volgens de belastingadministratie de behendigheid echter niet, zodat het wel binnen de vrijstellingsregeling valt. De belastingadministratie wijst er nog op dat de e-mail van 2 oktober 2014 waarnaar de appellante verwijst, geen officieel of definitief standpunt is van de kansspelcommissie. Bovendien is het volgens de administratie niet omdat 'S. t. b.' volgens de kansspelcommissie geen kansspel uitmaakt in de zin van de wet op de kansspelen, dat dit ook geldt voor de btw-wetgeving.

*4.1.2. Beoordeling*

4.1.2.1. [Artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) bepaalt dat elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek mag brengen die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van de in die wetsbepaling opgesomde handelingen. De handelingen bedoeld in [artikel 44, §1, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) behoren daar niet toe en verschaffen dus geen recht op aftrek.

Het is aan de appellante die de voorbelasting van de aan haar geleverde goederen en verleende diensten met betrekking tot het spel 'S. t. b.' in aftrek wenst te brengen om aan te tonen dat de diensten die zij aanbiedt geen betrekking hebben op kans- of geldspelen in de zin van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

4.1.2.2. De eerste vraag is aan welke regelgeving het spel 'S. t. b.' getoetst moet worden.

Met ingang van 1 juli 2016 werd de bestaande btw-vrijstelling voor kans- en geldspelen als volgt gewijzigd door de artikelen 29 tot en met 34 van de programmawet van 1 juli 2016:

\- artikel 29 van de programmawet vulde [artikel 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) aan met een nieuwe §14, waarin het begrip 'kans- en geldspelen' voor de toepassing van het WBTW gedefinieerd werd;

\- artikel 30 van de programmawet bracht een wijziging van taalkundige aard aan in de Nederlandstalige versie van [artikel 18, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) (door onder 16° de woorden "kans-of gokspelen" te vervangen door de woorden "kans- en geldspelen");

\- artikel 31 van de programmawet verving [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), waarbij onder meer de langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen aan de vrijstelling werden onttrokken;

\- artikel 32 van de programmawet voegde een nieuwe paragraaf toe aan [artikel 51bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51bis) (betreffende de hoofdelijke gehoudenheid tot de btw-schuld op de langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen);

\- artikel 33 van de programmawet hief het voornoemde koninklijk besluit nr. 45 van 14 april 1993, waarin tot dan toe de 'kans- en geldspelen' gedefinieerd werden, op;

\- artikel 34 van de programmawet bepaalde dat de nieuwe regeling in werking trad op 1 juli 2016.

Het Grondwettelijk Hof vernietigde in het arrest van 22 maart 2018 (34/2018) de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 1 juli 2016 in hun geheel, maar handhaafde de gevolgen van de vernietigde bepalingen. In het arrest van 8 november 2018 preciseerde het Grondwettelijk Hof in dat verband:

*B.2. Het dictum van het arrest nr. 34/2018 dient in samenhang te worden gelezen met de overweging 8.16 van dat arrest, die de noodzakelijke grondslag vormt voor het dictum en die vermeldt :*

*"8.16. De vernietigde artikelen waren van toepassing op de inkomsten verkregen vanaf 1 juli 2016.*

*Teneinde rekening te houden met de budgettaire en administratieve moeilijkheden die de terugbetaling van de reeds betaalde belastingen zou teweegbrengen, dienen de gevolgen van de vernietigde bepalingen definitief te worden gehandhaafd met toepassing van artikel 8 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof ».*

*B.3.1. Artikel 9, § 1, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof bepaalt :*

> *"De door het Grondwettelijk Hof gewezen arresten hebben een absoluut gezag van gewijsde vanaf hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad".*

*Het arrest nr. 34/2018 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 mei 2018. Met ingang van die datum zijn de door het Hof vernietigde bepalingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwenen en kunnen zij niet langer de rechtsgrond vormen voor het verschuldigd zijn van btw op de kans- en geldspelen die langs elektronische weg worden aangeboden.*

*B.3.2. \[...\]*

*B.4. Artikel 8, derde lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 bepaalt evenwel : "Zo het Hof dit nodig oordeelt, wijst het, bij wege van algemene beschikking, die gevolgen van de vernietigde bepalingen aan welke als gehandhaafd moeten worden beschouwd of voorlopig gehandhaafd worden voor de termijn die het vaststelt". Aldus bepaalt het Hof zelf de omvang van de handhaving van de gevolgen, op voorwaarde dat dit gebeurt bij algemene beschikking.*

*B.5. Zoals blijkt uit B.16 van het arrest nr. 34/2018 heeft het Hof de definitieve handhaving van de gevolgen beperkt tot de "reeds betaalde belastingen", zodat deze niet door de belastingplichtigen kunnen worden teruggevorderd.*

*B.6. De handhaving van de gevolgen van de artikelen 29 tot 34 van de programmawet van 1 juli 2016, bij het arrest nr. 34/2018, moet bijgevolg in die zin worden uitgelegd dat de gehandhaafde gevolgen van de vernietigde bepalingen zich beperken tot de reeds betaalde belastingen voor de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018. Die definitieve handhaving laat de belastingadministratie niet toe na de voormelde periode ten aanzien van de belastingplichtige op grond van de vernietigde bepalingen nog beslissingen te nemen of handelingen te stellen die betrekking hebben op situaties die zich vóór 22 mei 2018 hebben voorgedaan, nu die bepalingen met terugwerkende kracht uit de rechtsorde zijn verdwenen en geacht moeten worden nooit te hebben bestaan.*

Uit bovenstaande bepalingen en overwegingen van het Grondwettelijk Hof vloeit voort dat de vernietigde artikelen 29 tot en met 34 van de programmawet van 1 juli 2016 met ingang van 22 mei 2018 met terugwerkende kracht uit de rechtsorde verdwenen zijn — behoudens voor wat betreft de reeds betaalde belastingen voor de periode van 1 juli 2016 tot en met 21

mei 2018 waarvoor zij gehandhaafd werden — en dat de voorheen bestaande regelgeving van [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) en de definitie van het koninklijk besluit nr. 45 in haar geheel herleeft. Het zijn die laatste bepalingen waaraan het hof het spel 'S. t. b.? toetst om na te gaan of het al dan niet van de btw is vrijgesteld.

Gelet op de autonomie van het fiscaal recht en de eigen definitie van kans- en geldspelen in het WBTW en zijn uitvoeringsbesluiten, is de verwijzing door de appellante naar de definitie van kansspelen uit de Kansspelwet van 7 mei 1999 niet dienstig.

4.1.2.3.

[Artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) stelt "*weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen" vrij van btw. Krachtens* [*artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 45*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) *van 14 april 1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen, moet, voor de toepassing van* [*artikel 44, §3, 13° WBTW*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)*, onder kans- en geldspelen, verstaan worden:*

*1°* *de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen: de handelingen die door een andere bepaling van* [*artikel 44*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) *van het Wetboek worden vrijgesteld, worden evenwel niet bedoeld;*

*2°* *de spelen, onder welke benaming ook, welke gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp het totstandbrengen van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft*.

Het spel 'S. t. b. voldoet alvast niet aan de definitie van [artikel 1, 1° van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1), dat spelen beoogt waarbij de winnaars uitsluitend door het lot of enige kansbepaling worden aangewezen. Immers worden de winnaars van het spel 'S. t. b.' (minstens ook) aangewezen op basis van de juistheid van interpretatie van een foto van een voetbalspelfase waarop de bal ontbreekt.

In de definitie van [artikel 1, 2° van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) staat deelname aan een prijskamp met het oog op het winnen van een prijs of premie centraal. De btw-regelgeving zelf voorziet niet in een specifieke definitie van het begrip "*prijskamp*". In afwezigheid daarvan moet het begrip "*prijskamp*" worden begrepen in zijn gebruikelijke betekenis. Het woordenboek VAN DALE definieert het woord "prijskamp" als een "wedstrijd waarbij een prijs te winnen is" en, in een verouderde betekenis, als een "*examen, toets*".

In de btw-commentaar betreffende de vrijstellingen beoogd door [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) (inzake loterijen en andere kans- en geldspelen) (boekwerk II, Hoofdstuk 9, afdeling 34, 1.B.a) staat in dat verband te lezen:

*Het begrip 'kans- en geldspelen' is een generieke term met een algemene draagwijdte die alle verschillende soorten en categorieën van kans- en geldspelen omvat, al dan niet online, met inbegrip van loterijen en weddenschappen.*

*Dit begrip omvat eveneens de spelen waarbij de spelers het tegen elkaar opnemen en die hun de kans geven een prijs te winnen.*

*Onder 'prijskamp' moet worden verstaan alle spelen, competities of wedstrijden, onder welke benaming ook, waarbij de deelnemers, om kans te maken op een prijs of een premie, een creatieve bijdrage moeten leveren, zoals bijvoorbeeld het invullen van een vragenlijst, het maken van een werkstuk, het uitvoeren van een opdracht, het leveren van een sportieve prestatie, enzovoort Worden eveneens beoogd: schoonheidswedstrijden, katten- en hondenshows, waarbij deelnemers meedingen naar prijzen.*

Waar de btw-commentaar geen bindend karakter heeft, is het hof van oordeel dat de bovenstaande omschrijving van kans- en geldspelen en het begrip prijskamp accuraat is en onderschreven kan worden.

Er bestaat geen discussie over het feit dat het spel 'S. t b. verschillende deelnemers heeft die het tegen elkaar opnemen en meedingen naar een prijs of premie die zij kunnen winnen als zij een 'blanco' voetbalwedstrijdsituatie best inschatten. Het spel bevat ontegensprekelijk een wedstrijdelement, waarbij 'de beste wint'.

Het staat ook vast dat het spel 'S. t. b.' geen contract tot gevolg heeft tussen de winnaars en de organisator van het spel (zoals bij voorbeeld het geval is bij deelname aan een prijskamp tussen architecten georganiseerd door een bouwheer/promotor, waarbij de winnaar het project in de wacht sleept en er een contract volgt tussen de bouwheer/promotor en de architect).

Het hof kan niet anders dan vaststellen dat het spel 'S. t. b.' een prijskamp betreft in de zin van [artikel 1, 2° van het koninklijk besluit nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1).

De btw-commentaar sluit "*de toestellen die de speler toelaten zijn behendigheid te testen zoals flipperkasten, grijperkranen, enzovoort*" uit van de vrijstelling. Nog afgezien van de vraag hoe het criterium van de behendigheid zich verhoudt tot de wettelijke definitie van kans- en geldspelen zoals hogerop omschreven, oordeelt het hof dat het spel 'S. t. b.' welzeker minstens gedeeltelijk bepaald wordt door een externe toevalsfactor (de organisator kan immers vrij bijzondere, onverwachte of uitzonderlijke spelsituaties uitkiezen

waarnaar de deelnemers het raden hebben) en dat de appellante — die geen enkel stuk voorlegt in dat verband — niet bewijst dat het spel de behendigheid test. Afgaand op de uiteenzetting van de appellante, moeten de deelnemers enkel een kruisje plaatsen (hetgeen geen behendigheid vergt) en lijken de winstkansen van het spel goeddeels bepaald te worden door inlevingsvermogen, verbeelding en een dosis geluk. Enige vereiste van cognitieve, analytische vaardigheden (die in de interpretatie van de appellante een toevaluitsluitende behendigheid zouden uitmaken) is niet primordiaal, minstens wordt dit niet aangetoond.

De verwijzing van de appellante naar de e-mail die zij op 2 oktober 2014 ontving van de Kansspelcommissie is niet van aard het standpunt van het hof te wijzigen. Niet alleen is deze e-mail volkomen vrijblijvend in zijn bewoordingen (er wordt 'geen definitief uitsluitsel' gegeven en uitdrukkelijk uitgegaan van 'de informatie die u aanbrengt'). Bovendien wordt erin verwezen naar de definitie van een kansspel zoals omschreven in de Kansspelwet van 7 mei 1999, waarvan het hof hogerop reeds heeft vastgesteld dat deze niet relevant is voor de beoordeling van de btw-reglementering.

Het hof besluit dat de appellante niet aantoont dat het spel 'S. t. b.’ niet behoort tot de kans- en geldspelen beoogd door [artikel 44, §3, 13° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Bijgevolg is het spel van de btw vrijgesteld en heeft de appellante voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 30 juni 2016 enerzijds en de periode van 22 mei 2018 tot en met 31 december 2018 anderzijds onterecht, in strijd met 45, §1 WBTW, de btw geheven van de leveringen van goederen en diensten die gebruikt werden voor de exploitatie van het bedoelde spel, in aftrek gebracht.

Tevens is de belastingadministratie, op grond van [artikel 48, §2 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) en [artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, terecht overgegaan tot herziening van de btw-aftrek van bedrijfsmiddelen die werd toegepast in de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018. Immers, waar de appellante in de periode van 1 juli 2016 tot en met 21 mei 2018 geacht wordt een belastingplichtige met recht op aftrek geweest te zijn, was zij vanaf 22 mei 2018 (opnieuw) een belastingplichtige die een op grond van [artikel 44 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) vrijgestelde activiteit zonder recht op aftrek uitoefende. Bijgevolg was de btw-aftrek van bedrijfsmiddelen die oorspronkelijk door de appellante werd verricht tussen 1 juli 2016 en 21 mei 2018, onderworpen aan herziening.

De vordering van de appellante is ongegrond. Het bestreden vonnis wordt bevestigd.

*4.2. Over de boeten en interesten*

De appellante vordert in het beschikkend gedeelte van haar conclusies te zeggen voor recht dat geen boeten noch interesten verschuldigd zijn, maar motiveert haar vordering niet.

Het hof ziet geen reden om de boete kwijt te schelden of te verminderen. De appellante verduidelijkt ook niet op welke gronden daartoe zou moeten worden overgegaan. Voor de kwijtschelding van interesten beschikt het hof niet over enige rechtsmacht.

## 5. De gerechtskosten

De appellante wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten in hoger beroep dragen.

5.1. Wat het rolrecht betreft

Het rolrecht is vrijgesteld (belastingen (art. 162, 4° + 279/1 Wb.Reg.)).

5.2. Wat de rechtsplegingsvergoeding betreft

De vordering in hoger beroep is in geld waardeerbaar. De rechtsplegingsvergoeding wordt geïndexeerd op datum van de uitspraak (vandaag). De waarde van de vordering bevindt zich in de schijf van 20.000,01 tot 40.000,00 EUR.

Na indexatie is het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding gelijk aan 3.000,00 EUR. Er is geen reden om af te wijken van het basisbedrag.

De appellante is voor de procedure in hoger beroep aan de geïntimeerde een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd van 3.000,00 EUR.

### Dispositif

## BESLISSING VAN HET HOF

Het hof doet recht op tegenspraak;

Het hof beslist als volgt:

· het hoger beroep is ontvankelijk maar ongegrond;

· het bestreden vonnis wordt bevestigd;

· het hof veroordeelt de appellante tot het betalen van de gerechtskosten van het hoger beroep, vastgesteld als volgt:

\- aan de kant van de appellante (maar te haren laste blijvend):

bijdrage begrotingsfonds hoger beroep 22,00 EUR

\- aan de kant van de geïntimeerde:

rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 3.000,00 EUR

Aldus gewezen door de VIJFDE KAMER van het hof van beroep te Gent, recht doende in fiscale zaken, samengesteld uit:

…en uitgesproken door de kamervoorzitter van de kamer in openbare terechtzitting van

**6 juni 2023**, …

### Décision jointe par le SPF

## Jugement du tribunal de première instance

***L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale***

### Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, zesde burgerlijke kamer

Vonnis van 14/02/2022

Rol: A.R.20/2882/A

**IN DE ZAAK VAN:**

**P. P. BV**, met ondernemingsnummer 063...10, met maatschappelijke zetel te ...,

**eisende partij**, vertegenwoordigd door meester K. K., advocaat met kantoor te ...;

TEGEN:

De BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33/971, in de persoon van de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit:

KMO AALST — EXPERTISE 2, met kantoren te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4,

**verwerende partij**, voor wie optreedt mevrouw X, attaché bij een fiscaal bestuur;

BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:

**I. DE RECHTSPLEGING.**

De rechtbank nam kennis van de argumenten van de partijen op de openbare terechtzitting van 17 januari 2022. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in en in het bijzonder het neergelegd gedinginleidende verzoekschrift van 27 oktober 2020 en de conclusies van partijen.

## II. DE VORDERING

**Eiseres** vordert in syntheseconclusie de vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren:

> *"Dienvolgens het proces-verbaal van regularisatie dd. 21.10.2019 inzake btw over de periode van 01.01.2016 tot 31.12.2018 uitgaande van de FOD FINANCIEN, Centrum KMO Aalst, Controle 12, Driekoningenstraat 4, 9100 Sint-Niklaas, verzonden op 21.10.2019 te vernietigen in al haar onderdelen;*
>
> *Dienvolgens de administratieve beslissing dd. 09.07.2020 met referentie 709-15-20/005023 van de FOD FINANCIEN, Algemene Administratie van de fiscaliteit, KMO Aalst, Expertise 2, Driekoningenstraat 4, 9100 Sint-Niklaas te vernietigen in al haar onderdelen;*
>
> *Te zeggen voor recht dat er door \[eiseres\] geen BTW verschuldigd is aan verweerster;*
>
> *Te zeggen voor recht dat \[eiseres\] geen boeten noch intresten verschuldigd is aan verweerster in navolging van de voormelde (met succes) bestreden beslissingen/proces-verbaal;*
>
> *Verweerster te veroordelen tot de gerechtskosten, met inbegrip van de verschuldigde rolrechten, in hoofde van \[eiseres\] voorlopig en onder alle voorbehoud begroot op:*
>
> *-* *rolrechten p.m.*
>
> *-* *rechtsplegingsvergoeding 2.600,00 EUR*
>
> *-* *bijdrage Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand 20,00 EUR".*

**Verweerster** vordert in *synthesebesluiten de vordering ontvankelijk en ongegrond te verklaren en vervolgens:*

> *"Het proces-verbaal van 21 oktober 2019 en de beslissing van 9 juli 2020 met referentie 709-15-20/005023, gekend onder schuldartikel 500...06 te bevestigen.*
>
> *Eisende partij te veroordelen tot de kosten van het geding.*"

## III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1\. Eiseres is bij de btw-administratie gekend met hoofdactiviteit: overige detailhandel, niet in winkels en exclusief markt- en straathandel (nacebelcode 47990) en als nevenactiviteit: ontwerpen en programmeren van computerprogramma's (nacebelcode 62010).

2\. Op 11 december 2018 werd een fiscale controle opgestart jegens eiseres.

3\. Op 11 december 2018 heeft de fiscale administratie per e-mail aan de aangestelde boekhouder V. M. E., optredend voor V. M., de volgende stukken en inlichtingen opgevraagd teneinde een fiscale controle uit te voeren met betrekking tot de toepassing van de btw-wetgeving voor de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2018:

\- aankoopjournaal + aankoopfacturen

\- diverse postenboek

\- erkenning als behendigheidsspel.

\- interne jaarrekening.

Er werd ook gevraagd naar de exacte activiteit van de vennootschap.

4\. Begin januari 2019 werd een back-up van de boekhouding bezorgd, werd een e-audit

opgestart en werden kopieën van de aankoopfacturen bezorgd.

5\. Uit de verkregen informatie bleek dat eiseres een aantal jaren bezig was met de ontwikkeling van een online spel, genaamd : "S. t. b.". De organisator van het spel beschikt over een aantal foto's van spelfases in voetbalwedstrijden waar de bal op voorhand werd verwijderd. De deelnemer kan na een kleine inzet via de website een kruisje zetten op de foto waar hij/zij vermoedt waar de bal zich bevindt. De winnaar krijgt een naturaprijs. De bvba P.-P. beschouwt dit als een behendigheidsspel.

6\. Op 16 mei 2019 werd de heer V. M., boekhouder, reeds mondeling op de hoogte gebracht van deze bevindingen door de fiscale ambtenaar, dhr. X. Volgens de btw-wetgeving wordt deze handeling beschouwd als een kans- en geldspel.

7\. Op grond van artikel 44, § 3, 13° W.BTW zijn van de btw vrijgesteld de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de Koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen.

8\. Bij het online spel genoemd, "S. t. b.", waarbij de deelnemers op een foto van een spelfase van een voetbalwedstrijd mits de betaling van een inleg, kunnen aanduiden waar de bal die van de foto werd verwijderd zich bevindt, speelt de behendigheid van de speler geen enkele rol. Er kan hier hoogstens sprake zijn van enige creativiteit van de speler bij het analyseren van de foto.

Bedoeld spel valt bijgevolg, volgens de fiscale administratie, onder de vrijstellingsregeling van [artikel 44, § 3, 130 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

9\. Op 8 juni 2018 werd de correctieopgave via e-mail verstuurd naar de boekhouder.

In deze correctieopgave werden volgende inbreuken opgenomen:

\- Art. 45 § 1 W.BTW;

\- Herzieningen [art. 6 eerste lid van KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-00d1) van de uitvoeringsbesluiten.

10\. Deze correctieopgave werd op 1 juli 2019 verzonden zowel per gewone post als aangetekend naar bvba P.-P. . De aangetekende zending werd niet afgehaald. In een telefonisch onderhoud met de boekhouder op vrijdag 30 augustus verklaarde de boekhouder dat indien er voor maandag geen bericht werd ontvangen, dit mocht worden beschouwd als een "niet-akkoord".

11\. Op 9 september 2019 werden de stukken opnieuw ter herinnering aangetekend en per gewone post verstuurd naar bvba P.-P. . Er werd een termijn gegeven van 8 dagen om te reageren op deze correctieopgave. Hierop kwam geen reactie.

12\. Aangezien niet tot een akkoord kon worden gekomen, werden de vastgestelde

overtredingen op 21 oktober 2019 opgenomen in een proces-verbaal.

In dit proces-verbaal werd vastgesteld dat de vennootschap bvba P.-P. enkel in de periode van 01.07.2016 tot 21.05.2018 handelingen heeft verricht bedoeld in artikel 45, § 1 W.BTW. Bijgevolg werd de aftrek van de btw op de gemaakte kosten buiten deze periodes ten onrechte uitgeoefend.

De terug te storten btw ingevolge deze inbreuk werd vastgesteld op 15.750,94 EUR. Verder werden tevens inbreuken op de opgelegde verplichting de aftrek te herzien van de btw geheven op bedrijfsmiddelen vastgesteld. De terug te storten btw ingevolge deze inbreuk werd vastgesteld op 8.603,36 EUR.

De totaal terug te storten btw bedroeg aldus 24.354,30 EUR.

Een verminderde proportionele boete van 2.430,00 EUR werd opgelegd.

13\. Op 21 januari 2020 werd een bezwaar ontvangen tegen de verschuldigde btw vastgesteld onder het RCIV-nummer 500...06, opgenomen in het proces-verbaal van regularisatie van 21 oktober 2019 inzake de btw over de periode van 1 januari 2016 tot 31 december 2018 (stuk 2 verwerende partij).

Bij beslissing van 9 juli 2020 werd dit bezwaar afgewezen.

14\. Eiseres kon zich niet vinden in deze afwijzende beslissing zodat zij op 27 oktober 2020

een verzoekschrift neerlegde ter griffie van deze rechtbank.

## IV. BEOORDELING

1\. Ontvankelijkheid

Verweerster voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden.

Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt is de vordering ontvankelijk.

2\. Ten gronde

Inzake artikel 45 §1 W.BTW

2.1.

Eiseres argumenteert dat de aftrek van de btw op de door haar gemaakte kosten, behoudens de kosten die gemaakt werden in de periode van 1.07.2016 tot 21.05.2018, terecht is. Volgens eiseres is "S. t. b." een behendigheidsspel, een zuivere 'Skin Game'. Het spel kan niet beschouwd worden als een kans- en geldspel overeenkomstig de btw-wetgeving. De vrijstellingsregeling van artikel 44 §3, 13° W.BTW is dan ook niet van toepassing.

2.2.

Artikel 45 §1 W.BTW luidt:

> "*Op de belasting die hij verschuldigd is, mag elke belastingplichtige in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:*
>
> *1°* *belaste handelingen;*
>
> *2°* *handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;*
>
> *3°* *handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;*
>
> *4°* *handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 100, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap;*
>
> *5°* *diensten als makelaar of lasthebber bij in 4° bedoelde handelingen."*

2.3.

Overeenkomstig de btw-wetgeving moeten onder kans- en geldspelen o.m. volgens [artikel 1, 2° van het K.B. nr. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c#ar45-art1) van 14.04.1993, voor de toepassing van artikel 44,§ 3, 13° W.BTW worden begrepen: de spelen, onder welke benaming ook die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp het tot stand brengen van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft.

De definitie van de begrippen 'kans- en geldspelen' en 'loterijen', is vanaf 1 juli 2016 opgenomen in artikel 1, § 14 W.BTW.

Artikel 1, § 14, 1° W.BTW inzake 'kans- en geldspelen' luidt:

a) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen;

b) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft.

Het begrip 'kans- en geldspelen' is een generieke term met een algemene draagwijdte die alle verschillende soorten en categorieën van kans- en geldspelen omvat, al dan niet online, met inbegrip van loterijen en weddenschappen, ook al wordt de laatste categorie om redenen van legistieke vereenvoudiging niet meer uitdrukkelijk vermeld in artikel 44, § 3, 13° (nieuw) W.BTW. Dit begrip omvat eveneens de spelen waarbij de spelers het tegen elkaar opnemen en die hun de kans geven een prijs te winnen.

Onder prijskamp (art. 1, § 14, 10, b) W.BTW) moet worden verstaan alle spelen, competities of wedstrijden, onder welke benaming ook, waarbij de deelnemers, om kans te maken op een prijs of een premie, een creatieve bijdrage moeten leveren, zoals bv. het invullen van een vragenlijst, het maken van een werkstuk, het uitvoeren van een opdracht, het leveren van een sportieve prestatie, enz. Worden eveneens beoogd: schoonheidswedstrijden, katten- en hondenshows, waarbij deelnemers meedingen naar prijzen. Voorbeelden van kans- en geldspelen: de sportweddenschappen, weddenschappen op paarden-wedrennen, spelen geëxploiteerd via radio, televisie, en dag- en weekbladen, pokerwedstrijden, architectenwedstrijden, enzovoort, ongeacht of deze spelen al dan niet online worden verstrekt.

Zijn daarentegen geen kans- of geldspelen, de toestellen die de speler toelaten zijn behendigheid te testen zoals flipperkasten, grijperkranen, schietapparaten, kegelspelen enzovoort.

2.4.

De rechtbank stelt vast dat het online-spel "S. t. b.", waarbij de deelnemers op een foto van een spelfase van een voetbalwedstrijd tegen betaling van een inleg, kunnen aanduiden waar de bal - die van de foto werd verwijderd - zich bevindt niet kan beschouwd worden als een behendigheidspel in de zin van de btw-wetgeving.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat verweerster tijdens de fiscale controle dan ook terecht heeft vastgesteld dat eiseres enkel in de periode van 01/07/2016 tot 21/05/2018 handelingen heeft verricht bedoeld in artikel 45, § 1 W.BTW. Bijgevolg werd de aftrek van de btw op de gemaakte kosten buiten deze periodes ten onrechte uitgeoefend.

Verweerster heeft dan ook correct besloten dat bedoelde handelingen niet beantwoorden aan artikel 45 §1 W.BTW zodat de btw voor een totaal bedrag van 15.750,94 EUR ten onrechte in aftrek werd genomen.

De terug te storten btw ingevolge deze inbreuk werd aldus correct vastgesteld op 15.750,94 EUR.

De grief van eiseres is ongegrond.

*Inzake de herziening van de aftrekbare btw op bedrijfsmiddelen*

2.6.

Eiseres stelt dat haar spel "S. t. b." niet onder het toepassingsgebied valt van kans- en geldspelen zoals gedefinieerd door de btw-wetgeving. Dit betekent dat zij evenmin de gevolgen ondergaat van de veranderingen inzake de bepalingen opgenomen in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.3.2018 zodat de oorspronkelijk afgetrokken btw van de bedrijfsmiddelen niet moet worden herzien.

Eiseres dient bijgevolg de daarmee overeenstemmende btw (x/5de voor de roerende goederen en x/15de voor de onroerende goederen) niet terug te storten.

2.7.

De rechtbank merkt op dat bij arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22 maart 2018 (BS 22.05.2018, p. 41903) de artikelen 29 tot 34 van de Programmawet van 1 juli 2016, die de btw-vrijstelling voor online kans -en geldspelen, werden vernietigd. Daarbij werd door het Grondwettelijk Hof bepaald dat, teneinde rekening te houden met de budgettaire en administratieve moeilijkheden die de terugbetaling van de reeds betaalde belastingen zou teweegbrengen, de gevolgen van de vernietigde bepalingen definitief dienen te worden gehandhaafd.

Ingevolge de vordering tot uitlegging van het in vorige alinea bedoeld arrest werd door het Grondwettelijk Hof in het arrest nr. 155/2018 van 8 november 2018 bepaald dat de handhaving van de gevolgen van de artikelen 29 tot 34 van de Programmawet van 1 juli 2016 in die zin moet worden uitgelegd dat de gehandhaafde gevolgen van de vernietigde bepalingen zich beperken tot de reeds betaalde belastingen voor de periode van 01.07.2016 tot en met 21.05.2018. De definitieve handhaving laat de fiscale administratie niet toe na de voormelde periode ten aanzien van de belastingplichtige op grond van de vernietigde bepalingen nog beslissingen te nemen of handelingen te stellen die betrekking hebben op situaties die zich voor 22 mei 2018 hebben voorgedaan.

Uit het aldus door het Grondwettelijk Hof ingenomen standpunt vloeit ook voort dat de fiscale administratie geen controledaden kan stellen ten aanzien van de uitoefening van het recht op aftrek in de periode van 1 juli 2016 tot 21 mei 2018.

2.8.

Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat spel "S. t. b." onder het toepassingsgebied valt van kans- en geldspelen zoals gedefinieerd door de btw-wetgeving, betekent dit dat zij de gevolgen dient te ondergaan van de wijzigingen inzake de bepalingen opgenomen in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 d.d. 22.3.2018.

In het voorliggende geschil betekent dit dat de oorspronkelijk afgetrokken btw van de bedrijfsmiddelen moet worden herzien.

2.9.

De rechtbank is van oordeel dat, aangezien de aftrekbepalingen op de handelingen die eiseres heeft verricht vanaf 21 mei 2018 zijn gewijzigd ingevolge de bepalingen opgenomen in het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 34/2018 van 22 maart 2018, de oorspronkelijke afgetrokken btw van de bedrijfsmiddelen dient herzien te worden.

De btw voor een bedrag van x/5 voor de roerende goederen en x/15de voor de onroerende goederen dient terug te worden gestort.

Verweerster heeft correct de btw op de betreffende facturen, die hebben betrekking hebben op de ontwikkeling van de website als de app op de smartphone, herzien voor een totaal bedrag van 8.603,36 EUR.

De grief van eiseres is ongegrond.

*Besluit*

2.10.

Alle meeromvattende en strijdige argumenten worden verworpen als niet ter zake

dienend.

Op basis van de hierboven gemaakte overwegingen is de vordering van eiseres ongegrond zodat de verschuldigde btw vastgesteld onder het RCIV-nummer 500...06, opgenomen in het proces-verbaal van regularisatie van 21 oktober 2019 inzake de btw over de periode van 1 januari 2016 tot 31 december 2018 wordt bevestigd.

De vordering van eiseres is ongegrond.

## V. GERECHTSKOSTEN

1\. In toepassing van de artikelen 279 en 162,4° van het Wetboek der registratie-,

hypotheek- en griffierechten is geen rolrecht verschuldigd.

De kosten omvatten in de voorliggende zaak onder meer de rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek (art. 1018, 6° Gerechtelijk Wetboek).

2\. Eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding te worden

verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek).

Aangezien de Belgische Staat niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat, is evenmin een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. In deze omstandigheid is het dan ook overbodig tot begroting ervan over te gaan.

### DEZE RECHTBANK BESLIST:

Recht doende op tegenspraak;

Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken:

\- alle meeromvattende en strijdige argumenten te verwerpen als niet ter zake dienend;

\- de vordering van eiseres ontvankelijk en ongegrond te verklaren;

\- dat tot dusver geen kosten van het geding te begroten zijn.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op **maandag veertien februari tweeduizend tweeëntwintig**, …

## Textes cités

9

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 23 occurrences

[AR no 45 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-45-avril-exemption-jeux-hasard-argent-9c9c) 12 occurrences

[CTVA art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) 4 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 48](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) 3 occurrences

[AR no 3 art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 2 occurrences

[AR no 3 art. 6](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-00d1) 1 occurrence

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 1 occurrence

[CTVA art. 51bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51bis) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Notion de construction neuve, révision, période de révision](https://juriel.be/fr/jurisprudence/notion-construction-neuve-revision-periode-cour-appel-gand-2022-11-22-34cd) 4 dispositions communes

[Droit à déduction, Dépenses sans caractère professionnel, Immeuble](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-depenses-caractere-professionnel-cour-appel-liege-2020-09-04-3c80) 4 dispositions communes

[Déduction de la TVA historique, Périodes de révision](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-tva-historique-periodes-revision-cassation-bruxelles-2021-04-30-4e14) 4 dispositions communes

[Exemptions, Limitation du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemptions-limitation-droit-deduction-registre-tribunal-bruges-2023-02-20-c3a6) 4 dispositions communes

[Exemption ; Jeux de hasard ou d’argent ; Loterie](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-jeux-hasard-argent-loterie-cour-constitutionnelle-all-constit-2018-03-22-2b98) 4 dispositions communes

[Déduction de la TVA afférente à des travaux immobiliers](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-tva-afferente-travaux-immobiliers-cour-appel-liege-2023-12-08-b2d4) 4 dispositions communes

[Constitutionnalité et légalité de l’arrêté royal no 3 du 10 décembre 1969](https://juriel.be/fr/jurisprudence/constitutionnalite-legalite-decembre-etendue-droit-cour-appel-bruxelles-2016-12-15-bbfb) 4 dispositions communes

[Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruxelles-2009-06-17-e672) 4 dispositions communes
