---
title: "Jugement du tribunal de première instance d&#x27;Anvers du 15.09.2025 · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 15 septembre 2025"
description: "Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 15.09.2025, exportation. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 15 septembre 2025."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/jugement-premiere-instance-exportation-exoneration-tribunal-anvers-2025-09-15-c9bb"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 15.09.2025

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

15 septembre 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

151 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 15.09.2025

\[Jugement différé\]

TVA – Exonération pour les exportations et les livraisons intracommunautaires – Chevaux de course

## Résumé

Pas disponible

**Texte intégral**

Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.

### Corps de la décision

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 15.09.2025**

**(24/1064/A)**

Inzake:

**...,**

met maatschappelijke zetel te ..., KBO: ...,

eiseres

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. DUJARDIN TISHA en Mr. FRANCKEN KLAAS in eigen

naam en loco Mr. VAN MOPPES DAVE te 2018 ANTWERPEN 1, Van Putlei 14,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (AABBI), 5 e directie, Cel Geschillen, met als correspondentieadres 9050 LEDEBERG (GENT), Gaston Crommenlaan 6 bus 805, KBO: 0308.357.159,

verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw I.V., in hoedanigheid van

rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financier.

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 11 maart 2024, ingeschreven ter griffie op 11

maart 2024;

\- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 19 april 2024, waarbij

de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 16 juni 2025.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

De huidige betwisting heeft betrekking op de btw opgenomen in het innings- en

invorderingsregister met schuldnummer 500262031732, uitvoerbaar verklaard op 1

december 2022, waarbij een bedrag van 612.150,00 euro als btw werd gevorderd, meer een geldboete van 61.210,00 euro te vermeerderen met nalatigheidsintresten te rekenen vanaf 21 januari 2021.

De activiteit van eiseres bestaat in verzorging, training en verkoop van sportpaarden. Haar maatschappelijke zetel en stallen zijn gevestigd in ...

De betwisting betreft de verkoop van 7 renpaarden, waarvoor tijdens de jaren van betwisting een vrijstelling werd gevraagd voor uitvoer (2 sportpaarden) en een vrijstelling voor intracommunautaire levering (5 sportpaarden).

Volgens de belastingadministratie heeft eiseres ten onrechte toepassing gemaakt van deze vrijstellingsregelingen.

De btw-schuld wordt verantwoord door het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2022 (stuk 1 verweerder).

Op 1 december 2022 werd aan eiseres het innings- en invorderingsbericht m.b.t. het schuldnummer 500262031732 overgemaakt (stuk 2 verweerder).

Uit het proces-verbaal blijkt dat een controle plaatsvond voor de periode 1 januari 2016 t.e.m. 31 december 2020, dat resulteerde in een naheffing voor de jaren 2019 en 2020.

Tijdens het onderzoek vond een bezoek bij eiseres plaats, werd een vraag om inlichtingen aan eiseres en aan buitenlandse administraties gesteld. Tevens werden opzoekingen gedaan in de FEI databank (Federation Equestre Internationale). Daarnaast werd een vraag om inlichtingen verzonden aan de Nationale Opsporingseenheid van de FAVV. Via deze vraag werd onder andere verzocht om informatie te vertrekken aangaande de gegevens in de TRACES-databank voor de paarden die het voorwerp waren van de fiscale controle.

M.b.t. de 7 paarden die door eiseres werden verkocht in de jaren 2019 en 2020 werden de volgende inbreuken vastgesteld :

\- Voor de paarden Balasky en Cumano Chardonnay: een inbreuk op de vrijstellingsregeling van [artikel 39, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39), wat resulteerde in een verschuldigde btw voor een bedrag van 6.300,00 euro (Balasky) en 38.850,00 euro (Cumano Chardonnay); Voor de paarden Udget Du Rozel (2019 — btw : 63.000,00 euro), Cool Scendy (2020 -btw: 178.500,00 euro), For Sale (2020 — btw: 126.000,00 euro), Go for it B (2020 -btw: 94.500,00 euro) en Gulliver du Saint-Chene (2020 — btw: 105.000,00 euro), een inbreuk op de vrijstellingsregeling van [artikel 39 bis, §1, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis).

Eiseres diende een bezwaar in tegen de btw-schuld en de boete, dat afgewezen werd bij administratieve beslissing van 23 januari 2024 (stuk 13 verweerder).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 maart 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in.

## 2. Vorderingen van partijen

De vordering van eiseres strekt ertoe:

 in hoofdorde de btw-schuld, vermeerderd met de boete van 10% en de nalatigheidsinteresten, zoals opgenomen in het innings- en invorderingsbericht d.d. 1 december 2022 te vernietigen, minstens te ontheffen omdat de betrokken leveringen vrijgesteld zijn van btw conform [artikel 39, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) en [artikel 39 bis, §1, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis); in ondergeschikte orde, de boete van 10% kwijt te schelden gelet op het principieel karakter van het geschil minstens de btw -boete te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel;

 de Belgische Staat te veroordelen tot de terugbetaling aan de eiseres van al de geldsommen die gedwongen of anders werden betaald door eiseres en door de Belgische Staat werden aangerekend, vermeerderd met moratoriuminteresten;

 de Belgische Staat te veroordelen tot de betaling van de kosten van het geding, in hoofde van eiseres begroot op het rolrecht, de gerechtskosten, meer de rechtsplegingsvergoeding vast te stellen in toepassing van het Koninklijk Besluit d.d. 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek begroot op 15.697,67 euro.

De Belgische Staat verzoekt de rechtbank:

 het verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren;

 eiseres tot de kosten te veroordelen.

## 3. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is ontvankelijk.

## 4. Beoordeling

### 4.1. Betreffende de toepassing van [artikel 39, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39)

A. Algemeen — standpunt partijen,

Balasky werd verkocht bij factuur d.d. 16 mei 2019 aan M.S.H. voor een bedrag van 30.000,00 euro (stuk 1 eiseres) en werd uitgevoerd op 17 mei 2020 (een jaar later — stukken 41 en 42 eiseres).

Cumano Chardonnay werd verkocht bij factuur d.d. 22 mei 2019 aan S.S. voor een bedrag van 185.000,00 euro (stuk 2 eiseres) en werd uitgevoerd op 12 december 2019 (meer dan zes maanden nadien — stuk 40 eiseres).

Overeenkomstig [artikel 39, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) zijn van de belasting vrijgesteld:

1° de leveringen van goederen die door of voor rekening van de verkoper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap;

2° de leveringen van goederen die door of voor rekening van een niet in België gevestigde koper worden verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap.

De voorwaarden van deze vrijstellingsregeling worden uitgewerkt in KB nr. 18.

Ingevolge [artikel 3 van het KB nr. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65#ar18-art3) moet de koper ten alien tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de uitvoer blijkt; hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn, onder meer, de bestelbons, de vervoerdocumenten, de betalingsstukken alsmede de aangifte ten uitvoer bedoeld in artikel.

Verweerder stelt dat eiseres ten onrechte deze vrijstellingsregeling heeft toegepast voor de paarden Balasky en Cumano Chardonnay omwille van de volgende redenen:

 de noodzakeiijke materiele en temporele band tussen verkoop en vervoer werd verbroken. Verweerder wijst erop dat het eerste vervoer van Balasky dat volgens de TRACES-databank kon worden vastgesteld na de verkoop aan M.S.H., een vervoer binnen de Gemeenschap was en niet erbuiten. Voor Cumano Chardonnay bleek uit deze databank dat dit paard voor de uitvoer, in tussentijd werd vervoerd naar Duitsland en Slovakije;

 de paarden werden nog gebruikt in de bewuste periode om wedstrijden mee te rijden. Voor Balasky werd in het bijzonder vastgesteld dat volgens de FEI, Balasky deelnam aan 5 wedstrijden in de periode tussen de factuurdatum en de uitvoerdatum. Het paard werd hierbij bereden door de koper. Deze wedstrijden vonden plaats binnen de Gemeenschap. Dezelfde databank wees uit dat Cumano Chardonnay deelnam aan 27 wedstrijden in de periode tussen de factuurdatum en de uitvoerdatum waarbij het paard hoofdzakelijk bereden werd door de koper. 24 van deze wedstrijden vonden plaats binnen de Gemeenschap;

\- het voorgelegde uitvoerdocument vertoont gebreken;

\- voor Balasky in het bijzonder gebeurde het vervoer buiten de Gemeenschap door een derde partij;

\- het voorgelegde uitvoerdocument voor Cumano Chardonnay betreft geen definitieve uitvoer.

Eiseres verwijst naar haar stukken 40, 41 en 42 als bewijs dat deze paarden werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap.

Verder argumenteert eiseres dat de voorwaarden die de belastingadministratie stelt in haar aanschrijving E.T. 97.794 (artikel 60) dat het vervoer onmiddellijk dient plaats te vinden en dat het betreffende goed (in casu de paarden) niet langer mogen worden gebruikt in België of een andere lidstaat tenzij om ze te vervoeren, geen wettelijke basis hebben.

Eiseres verwijst hiervoor naar de rechtspraak van het Hof van Justitie (zie arrest d.d. 19 december 2013, [C-563/12](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-563-12-arret)) en naar de rechtspraak van het Antwerpse hof van beroep (zie arrest van 20 juni 2023 (stuk 43 eiseres) en arrest d.d. 26 november 2024 (stuk 44 eiseres)).

#### B. Standpunt rechtbank

i.De rechtbank stelt vast dat [artikel 39, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) geen termijn oplegt waarbinnen de uitvoer dient plaats te vinden en dat het standpunt van de belastingadministratie dat de paarden in de periode tussen de verkoop en de uitvoer buiten de Gemeenschap, niet mochten worden gebruikt, in casu om wedstrijden te rijden en het trainingsschema of te werken, geen wettelijke basis heeft (vgl. Antwerpen, 26 november 2024, 2023/AR/1466 - stuk 44 eiseres).

De rechtbank stelt daarnaast vast dat op basis van de voorgelegde douane-aangifte van het paard Balasky (zie stuk 41 eiseres), A.A. de afzender en de geadresseerde was en ... geklentificeerd onder het btw-nummer ..., de aangever.

Hieruit blijkt dat Balasky vervoerd werd naar een plaats buiten de Gemeenschap door nog een andere (derde) partij. Deze partij, die optreedt als zowel afzender als geadresseerde, maakt geen deel uit van voormelde handelstransactie.

De levering van het paard gebeurde dus niet door of voor rekening van eiseres of van M.S.H. (de koper), overeenkomstig artikel 39, § 1, 1' en 2° WBTW.

Verder verwijst de douaneaangifte niet naar de factuur 2017298 en de gegevens die op deze factuur vermeld staan (zie stuk 1 eiseres). Hoewel [artikel 2 van het KB nr. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65#ar18-art2) bepaalt dat ook een kopie van de verkoopfactuur moet worden afgegeven op het douanekantoor waar de aangifte ten uitvoer moet worden ingediend, stelt de rechtbank vast dat er onvoldoende overeenstemming is tussen de factuur waarop de vrijstelling wordt ingeroepen en het uitvoerdocument ter staving van deze vrijstelling.

Uit het voorgaande besluit de rechtbank dat eiseres ten onrechte de vrijstellingsregeling van uitvoer heeft toegepast voor het paard Balasky.

ii.Voor het paard Cumano Chardonnay, legt eiseres enkel het douane-document d.d. 9 december 2019 voor (stuk 40 eiseres). Hieruit blijkt dat dit paard werd uitgevoerd naar de Verenigde Arabische Emiraten door de koper waarbij "vak 23" werd aangekruist. Vak 23 betekent dat er enkel sprake was van een tijdelijke uitvoer naar de Verenigde Arabische Emiraten met het oog op latere terugkeer in ongewijzigde staat.

Eveneens voor Cumano Chardonnay stelt de rechtbank vast dat er onvoldoende overeenstemming is tussen de factuur waarop de vrijstelling wordt ingeroepen en het uitvoerdocument ter staving van deze vrijstelling. Bijvoorbeeld wordt in het douanedocument gesproken van een gefactureerd bedrag van 15.000,00 euro, terwijl Cumano Chardonnay verkocht werd door eiseres voor een bedrag van 185.000,00 euro.

Aangezien eiseres niet aantoont dat Cumano Chardonnay definitief werd uitgevoerd naar aanleiding van de levering door eiseres, is evenmin voor dit paard voldaan aan [artikel 39, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) en kon eiseres om deze reden alleen al, zich niet beroepen op deze vrijstelling.

De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.

### 4.2. Betreffende de toepassing van [artikel 39 bis, §1, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis)

#### A. Algemeen — standpunt partijen

i.Udget Du Rozel werd verkocht bij factuur d.d. 18 juni 2019 aan ... voor een bedrag van 300.000,00 euro (stuk 3 eiseres) en werd uitgevoerd op 15 oktober 2019 naar Tsjechië (stukken 5 en 6 eiseres). Tot de uitvoer nam Udget Du Rozel nog deel aan wedstrijden in Nederland en België (stuk 4 eiseres), waarbij het paard tijdens de wedstrijden en daarna bereden werd door V.K. (CZE) (zie bijlage aan het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2022).

ii.Cool Scendy werd verkocht bij factuur d.d. 2 januari 2020 aan ... voor een bedrag van 850.000,00 euro (stuk 7 eiseres) en werd uitgevoerd op 25 juli 2020 naar Tsjechië (stukken 8 en 9 eiseres). Voor de uitvoer nam Cool Scendy nog deel aan wedstrijden in VAE (stuk 10 eiseres). Ook deze merrie werd tijdens de wedstrijden en daarna bereden door V.K. (CZE) (zie bijlage aan het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2022).

iii.For Sale werd verkocht bij factuur d.d. 2 januari 2020 aan ... voor een bedrag van 600.000,00 euro (stuk 12 eiseres) en werd uitgevoerd op 26 juli 2020 (stukken 14 en 15 eiseres). Eveneens deze hengst nam voor de uitvoer nog deel aan wedstrijden in VAE (stuk 13 eiseres). For Sale werd tijdens de wedstrijden en daarna bereden door V.K. (CZE) (zie bijlage aan het proces-verbaal d.d. 18 oktober 2022).

iv.Go for it B werd verkocht bij factuur d.d. 17 juni 2020 aan ... voor een bedrag van 450.000,00 euro (stuk 16 eiseres) en werd uitgevoerd op 26 juli 2020 naar Tsjechië (stuk 17 eiseres). Voor de uitvoer nam Go for it B nog deel aan wedstrijden in België waarbij de merrie werd bereden door V.K. (CZE) (zie bijlage aan proces-verbaal d.d. 18 oktober 2022).

v.Gulliver du Saint-Chene werd verkocht bij factuur d.d. 5 mei 2020 aan ... voor een bedrag van 500.000,00 euro (stuk 20 eiseres) en werd uitgevoerd op 18 september 2020 naar Frankrijk (stukken 23 en 24 eiseres). Volgt- de uitvoer nam zij nog deel aan wedstrijden in België waarbij de merrie werd bereden door A.C.V. (BEL). Na de uitvoer bereed A.C.V. dit paard verder tijdens de wedstrijden (zie bijlage aan voornoemd proces-verbaal).

Het Btw-Wetboek en KB nr. 52 vermelden in detail de voorwaarden die dienen te zijn vervuld om aanspraak te maken op de vrijstelling van btw in het kader van een intracommunautaire levering, zoals voorzien bij [artikel 39bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis).

Er is sprake van een vrijstelling voor zover de leveringen van goederen door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd worden buiten België maar binnen de Gemeenschap en voor zover de leveringen worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als zodanig handelt in een andere lidstaat, en die in een andere lidstaat voor btw-doeleinden is geïdentificeerd en dit btw-identificatienummer heeft meegedeeld aan zijn leverancier.

Overeenkomstig [artikel 2 van het KB nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art2) moet de leverancier, met het oog op het bewijs dat er een levering van goederen heeft plaatsgevonden voor de toepassing van de vrijstellingen bedoeld in [artikel 39 bis, eerste lid, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) tot [30](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-30) WBTW, steeds in het bezit zijn van alle documenten waaruit de echtheid van de levering van goederen blijkt. Die documenten omvatten onder meer de contracten, de bestelbons, de facturen en de betalingsdocumenten.

Als een levering in de zin van het WBTW wordt verstaan de overdracht of de overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijk goed te beschikken. Hier wordt onder meer bedoeld de terbeschikkingstelling van een goed aan de verkrijger of de overnemer ingevolge een contract tot overdracht of aanwijzing (zie [artikel 10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10)).

Er kan sprake zijn van een levering zelfs indien geen overdracht van de juridische eigendom van die zaak plaatsvindt (zie HvJ, 8 februari 1990, 320/88). Een materiele levering is evenmin essentieel voor een levering op het vlak van de btw (zie HvJ 26 juni 1990, [C-185/89](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-185-89-arret)).

Voor leveringen van goederen vindt het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de levering van het goed wordt verricht. De levering wordt verricht op het tijdstip waarop het goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld ([artikel 16, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-16)).

Verweerder stelt eveneens dat voor intracommunautaire leveringen het vervoer (in dit geval binnen de Gemeenschap) in rechtstreeks verband dient te staan met de verkoop en dat de intracommunautair te leveren goederen niet meer binnen België mogen worden gebruikt gedurende de periode die eventueel kan bestaan tussen de verkoop en het daadwerkelijke fysieke vervoer.

Indien dit wel het geval blijkt te zijn, moet de levering worden beschouwd als een binnenlandse levering zonder intracommunautair vervoer. Een eventueel vervoer in een later stadium, door of voor rekening van wie dan ook, kan volgens verweerder dan ook niet meer worden beschouwd als verbonden aan de betreffende levering.

Op basis van de gedane opzoekingen voor de 5 betreffende paarden in de FEI en TRACES-databank stelt verweerder vast dat de koper het door hem aangekochte paard in België in gebruik heeft genomen zodat er geen sprake is van een vervoer in het kader van een levering, en dus evenmin van een vrijgestelde intracommunautaire levering.

Voor Cool Scendy wordt daarnaast gesteld dat het bestemmingsdocument niet overeenstemt met de werkelijkheid gezien volgens dit document, dit paard werd uitgevoerd op 25 juli 2020, terwijl uit de FEI databank blijkt dat dit paard nog wedstrijden liep in België op 25 en 26 juli 2020.

Eiseres herhaalt haar standpunt (zie punt 4.1.) en stelt dat de toepassing van de btw-vrijstelling niet vereist dat het goed onmiddellijk wordt vervoerd buiten de lidstaat van de leverancier. Evenmin is het gebruik van de renpaarden, in casu door de deelname aan wedstrijden, voor het vervoer naar een andere lidstaat een beletsel om de vrijstelling toe te kennen.

Eiseres stelt dat de ondernemingen de paarden hebben aangekocht met het opzet de paarden naar hun eigen stallen in de andere lidstaat over te brengen. Het vervoer van de paarden naar de andere lidstaat blijkt volgens eiseres uit een geheel van overeenstemmende gegevens. Het gegeven dat de paarden na de aankoop nog hebben deelgenomen aan geplande wedstrijden doet volgens eiseres geen afbreuk aan de toepassing van de vrijstellingsregeling, wat in casu noodzakelijk was om de paarden in topniveau te behouden. Tot slot stelt eiseres dat er wel degelijk redenen voorhanden waren om het vervoer van de paarden niet onmiddellijk te laten plaatsvinden, zoals het drukken van de transportkost, de beperkingen inzake het goederenverkeer als gevolg van de covidcrisis, ed.

#### B. Standpunt rechtbank

Eveneens voor de intracommunautaire levering stelt de rechtbank vast dat [artikel 39, § 1 bis, 10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) geen termijn voorziet waarbinnen het vervoer moet plaatsvinden om van de vrijstelling te kunnen genieten.

De vereiste dat er een temporeel verband moet bestaan tussen de koop en de vervoer, vindt haar oorsprong in het arrest d.d. 18 november 2010 ([C-84/09](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-84-09-arret)) van het Hof van Justitie dat betrekking had op het specifiek geval van de aankoop van een nieuw vervoermiddel door een particulier, waarvan het vervoer moeilijk te onderscheiden is van het gebruik ervan.

De rechtbank oordeelt dat een verkoop van renpaarden tussen ondernemingen essentieel verschilt zodat uit dit arrest van het Hof van Justitie niet kan worden afgeleid dat er in casu een temporeel en materiaal verband moet bestaan tussen de verkoop van de renpaarden en het vervoer ervan naar de eindbestemming.

De rechtbank stelt daarnaast vast dat uit het dossier blijkt dat de koper ... de macht om als eigenaar over de aangekochte renpaarden te beschikken heeft gekregen nog vooraleer deze werden vervoerd naar Tsjechië.

Dit blijkt niet enkel uit het gegeven dat eiseres niet betwist dat de nieuwe eigenaar - wiens activiteit eveneens bestond in de aankoop, de verzorging en training van sportpaarden waarmee deelgenomen wordt aan wedstrijden - met de aangekochte renpaarden heeft deelgenomen aan de wedstrijden in en buiten België vooraleer het betreffende renpaard werd vervoerd naar Tsjechië.

Hieruit blijkt dat de koper het aangekochte paard in gebruik heeft genomen voor de eigenlijke verzending naar de Tsjechische stal.

Eiseres betwist dit niet en stelt dat het betreffende paard tijdens de wedstrijden en voor de uiteindelijke vervoer naar Tsjechië nog enkel werd ondergebracht in de stal van eiseres omdat het paard met deze stal vertrouwd was.

Dat de nieuwe koper economisch over de aangekochte renpaarden kon beschikken voor de uiteindelijke verzending naar Tsjechië blijkt eveneens uit het feit dat eiseres niet betwist dat de door haar verkochte renpaarden tijdens de wedstrijden werden bereden door de ruiters van de nieuwe eigenaar. Dit wordt bevestigd door de wedstrijdgegevens opgenomen in de FEI database waaruit blijkt dat alle renpaarden werden bereden door V.K. met Tsjechische nationaliteit voor de verzending van het paard naar de nieuwe stallen van de koper in Tsjechië. Bovendien bleef V.K. alle paarden, behalve Go for it B, berijden nadat het paard was aankomen in de Praagse stal van de koper.

Evenmin betwist eiseres dat na de verkoop, het paard Gulliver du Saint-Chene met haar nieuwe eigenaar in de maand juli 2020 een drietal wedstrijden in België heeft gereden en werd naar eigen zeggen van eiseres, gedurende deze periode ook Gulliver du Saint-Chene enkel ondergebracht bij eiseres omdat het paard met deze stal vertrouwd was. Voor Gulliver du Saint-Chene stelt de rechtbank vast dat op het ogenblik dat dit paard door de nieuwe eigenaar BlueMoon Equestrian in gebruik werd genomen, A.C.V. aan wedstrijden deelnam.

De vaststelling dat deze ruiter het paard bleef berijden nadat het paard werd vervoerd naar de Franse stal, bevestigt de vaststelling van de rechtbank dat de nieuwe eigenaar de economische macht had om over Gulliver du Saint-Chene te beschikken nog voordat het renpaard vervoerd werd van België naar Frankrijk.

Uit het voorgaande blijkt dat de overdracht van de macht om als eigenaar over de (ren)paarden te beschikken niet gebeurde op het moment dat de paarden in de nieuwe stallen, in casu in Tsjechië en in Frankrijk, aankwamen. Nu vaststaat dat de levering van de renpaarden reeds had plaatsgevonden voor het vervoer ervan naar de uiteindelijke eindbestemming, werden de paarden niet vervoerd in het kader van een intracommunautaire levering.

Wegens gebrek aan vervoer in het kader van de levering is er geen vrijstelling voor intracommunautaire leveringen mogelijk.

De vordering van eiseres is dan ook ongegrond.

### 4.3. Betreffende het "substance over form principe"

Eiseres stelt dat bij het toepassen van het "substance over form principe", de vrijstelling moet worden toegestaan nu de discussie enkel het temporeel element betreft van de uitvoeren binnen en buiten de Gemeenschap.

De rechtbank volgt niet deze zienswijze aangezien voor de buiten de Gemeenschap uitgevoerde paarden (Balasky en Cumano Chardonnay ) door eiseres niet aangetoond wordt dat aan de materiele voorwaarden voldaan werd voor de uitvoer met vrijstelling (zie punt 4.1.).

Wat de verkochte renpaarden betreft waarvoor de vrijstellingsregeling van [artikel 39, § 1 bis, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) werd toegepast, faalt eiseres dan weer aan te tonen dat de verkochte paarden werden getransporteerd buiten het grondgebied België naar de lidstaat van de koper in het kader van een intracommunautaire levering (zie punt 4.2.).

Hieruit volgt dat eiseres zich niet kan beroepen op "het substance over form principe".

De vordering van eiseres is ook op dit punt ongegrond.

### 4.4. Betreffende de schending van het neutraliteitsbeginsel

Eiseres argumenteert de schending van het neutraliteitsbeginsel vanuit de premisse dat de btw die zij dient of te dragen, indien haar vordering wordt afgewezen, niet meer kan worden gevorderd van de kopers.

De rechtbank stelt vast dat eiseres geenszins in rechte en/of in feite verantwoordt om welke reden(en) zij deze btw niet meer zou kunnen recupereren van de buitenlandse kopers.

Bij gebrek aan bewijs van het feit dat eiseres de financiële last van deze btw dient te dragen, dient de vordering van eiseres te worden afgewezen als ongegrond.

### 4.5. Betreffende de opgelegde geldboete van 10%

Eiseres is van oordeel dat de opgelegde boete van 10% disproportioneel is en vraagt de kwijtschelding ervan gelet op het strafrechtelijk karakter.

Verweerder stelt dat de wettelijke boete van 200% terecht werd verminderd naar de schalen van het barema van KB nr. 41, in casu 10%, nu de belastingadministratie aan eiseres geen kwade trouw of belastingontduiking verwijt, maar evenmin kunnen de vastgestelde onregelmatigheden toevallig of uitzonderlijk worden genoemd.

Op de terechtzitting van 16 juni 2025 stelt verweerder niet te betwisten dat de discussie in verband met de niet correcte toepassing van de vrijstelling voor de intracommunautaire verwervingen, principieel van aard is, doch wijst hij erop dat een "principiële' betwisting" geen aparte wettelijk grond vormt voor het verlagen of de kwijtschelding van de opgelegde geldboete.

Krachtens [artikel 70, § 1, WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) wordt voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbele van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Krachtens [artikel 84, derde lid, WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) wordt, binnen de door de wet gestelde grenzen, het bedrag van de proportionele fiscale boeten bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld. Deze schalen zijn terug te vinden in het KB nr. 41.

De rechtbank stelt vast dat partijen geen standpunt hebben ingenomen of deze rechtbank überhaupt nog de mogelijkheid heeft om in het kader van de evenredigheidstoets, geen of een lagere geldboete op te leggen rekening houdende met het recente arrest van het Hof van Cassatie d.d. 25 april 2025 in de zaken [F.22.0162.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-entreposage-biens-cachette-cassation-bruxelles-2025-04-25-9748)-[F.22.0166.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-entreposage-biens-cachette-cassation-bruxelles-2025-04-25-9748) (juportal.be).

Het past de debatten te heropenen om hen hiertoe de kans te geven.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres **ontvankelijk.**

Alvorens verder recht te doen, heropent de debatten om de hiervoor vermelde redenen.

Stelt de zaak voor verdere behandeling in voortzetting op de zitting van **22 december 2025 van 12:00 tot 12:30 uur** van de AFi1 kamer van deze rechtbank (zaal A4).

Bepaalt overeenkomstig artikel 775 Ger. W. volgende termijnen:

\- voor mededeling en neerlegging van de conclusie en eventuele stukken door eiseres:

uiterlijk 20 oktober 2025;

\- voor mededeling en neerlegging van de conclusie en eventuele stukken door verweerder: uiterlijk 20 november 2025.

Houdt de beslissing omtrent de kosten van het geding aan.

Dit vonnis werd uitgesproken op **vijftien september tweeduizend vijfentwintig** in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit:

J.V., rechter

C.L., griffier

## Textes cités

13

[CTVA art. 39](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) 8 occurrences

[CTVA art. 39bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) 5 occurrences

[AR no 18 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65) 1 occurrence

[AR no 18 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65) 1 occurrence

[AR no 52 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 1 occurrence

[CTVA art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10) 1 occurrence

[CTVA art. 16](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-16) 1 occurrence

[CTVA art. 30](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-30) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 84](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) 1 occurrence

[C-185/89, arrêt du 26 juin 1990](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-185-89-arret) 1 occurrence

[C-563/12, arrêt du 19 décembre 2013](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-563-12-arret) 1 occurrence

[C-84/09, arrêt du 18 novembre 2010](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-84-09-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Preuve du droit à déduction, Factures fictives](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-droit-deduction-factures-fictives-tribunal-mons-2022-02-15-66bb) 4 dispositions communes

[Dette de TVA, Bâtiment, Terrain, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/dette-tva-batiment-terrain-immeuble-tribunal-2025-12-15-9aee) 4 dispositions communes

[Livraisons intracommunautaires exemptées, Echange d’informations entre Etats membres](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraisons-intracommunautaires-exemptees-echange-informations-cour-appel-liege-2025-02-17-b1e3) 4 dispositions communes

[Livraison intracommunautaire, Numéro de TVA intracommunautaire, Rectification spontanée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-intracommunautaire-tva-rectification-spontanee-tribunal-anvers-2026-03-30-02dc) 4 dispositions communes

[Livraisons intracommunautaires exonérées, Exportations, Régime de la marge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraisons-intracommunautaires-exonerees-exportations-regime-tribunal-2026-04-07-e524) 4 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 3 dispositions communes

[Compte spécial, Légalité formelle de la notification](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-legalite-formelle-notification-tribunal-namur-2020-04-30-2252) 3 dispositions communes

[Absence de déclaration, Enquête bancaire, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-declaration-enquete-bancaire-reconstitution-tribunal-gand-2022-06-23-5e19) 3 dispositions communes
