---
title: "Intention d’éluder la taxe, Amendes 200% · Tribunal de première instance, 10 juillet 2024"
description: "Intention d’éluder la taxe, Amendes 200%, intention d'éluder l'impôt. Tribunal de première instance (Belgique), 10 juillet 2024."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/intention-eluder-taxe-amendes-impot-tribunal-2024-07-10-d758"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Intention d’éluder la taxe, Amendes 200%, intention d'éluder l'impôt

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

10 juillet 2024

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

118 paragraphes

### Corps de la décision

Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance du Limbourg, Division Hasselt du 10.07.2024

## Titre du document

Jugement du tribunal de première instance du Limbourg, Division Hasselt dd. 10.07.2024 - 23/296/A

Jugement favorable

## Mots-clés Contentieux

*Taxe sur la valeur ajoutée – Intention d’éluder la taxe – Amendes 200%*

*Dispositions légales*

[*Article 70, §1 CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70)*, AR n° 41*

## Résumé du jugement / de l’arrêt

1\. Faits

Le demandeur a été identifié à la TVA pour le commerce de gros de machines et le commerce de gros de voitures et de camionnettes.

À la suite d'un contrôle, l'administration a réclamé la TVA pour avoir exercé indûment le droit de déduire la TVA mentionnée sur de fausses factures émises au nom de sociétés qui ont été déclarées en faillite peu après la facturation, les factures n'ayant jamais été payées par le demandeur et le gérant ou l'administrateur de ces sociétés prétendant à chaque fois que les factures n'avaient pas été émises par lui. Selon l'administration, il y a eu intention d'éluder l'impôt de la part du demandeur. En conséquence, une amende de 200% a été infligée.

Le demandeur sollicite la réduction de l'amende de 200 % conformément à l'AR n° 41 en raison de sa bonne foi alléguée, ou la réduction de l'amende à un montant que le tribunal estime proportionné, ou la condamnation à l'amende avec sursis.

2\. Décision

Quant à l'intention d'éluder l'impôt, le tribunal a estimé qu'elle avait été prouvée.

En infligeant les amendes au demandeur, l'administration a fait une application correcte de l'[article 70, §1 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) et de l'AR n° 41.

Dans ces conditions, il n'apparaît pas que les amendes infligées au demandeur soient disproportionnées par rapport à la nature et à la gravité des infractions.

L'[article 70, § 1, CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) ne permet pas au tribunal d'accorder un sursis, en violation des articles 10, 11 et 172 de la Constitution. Toutefois, il ne semble pas qu'il y ait de motif d'accorder un sursis au demandeur même si la loi avait prévu cette mesure. En effet, il s'agit de multiples infractions commises avec l'intention de se soustraire à l'impôt.

La requête du demandeur n'est pas fondée.

Le demandeur envisage de faire appel de ce jugement.

**Texte intégral (disponible en NL)**

**INZAKE:**

**A.L.,** met zetel te 3640 Kinrooi, …, KB0 04…13

\- eiseres -

Tijdens de zitting vertegenwoordigd door mr. T.D. en mr. K.F. loto mr. J.T., advocaat te 2018 Antwerpen, …

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT,** F0D Financiën (ondernemingsnummer Belgische staat 0252.796.351 en ondernemingsnummer F0D Financiën 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal centrumdirecteur van het KM0 Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106.

\- verweerder -

Tijdens de zitting vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde mevr. E.M., attaché bij een fiscaal bestuur, verbonden aan de afdeling expertise van het KM0-Centrum Hasselt

## I. PROCEDURE

De zaak werd ingeleid via een verzoekschrift op tegenspraak in fiscale zaken neergelegd op 8 februari 2023.

Met toepassing van artikel 747 Gerechtelijk Wetboek werden conclusietermijnen bepaald en een pleitdatum vastgelegd.

Beide partijen hebben conclusies en een bundel met overtuigingsstukken neergelegd.

De zaak werd behandeld op de openbare zitting van 20 juni 2024 waarop de advocaten van eiseres en de gevolmachtigde van verweerder hebben gepleit.

De Wet van 15 juni 1935 inzake het gebruik van talen in gerechtszaken - in het bijzonder de artikelen 2, 30 tot en met 37 en 41 - werd nageleefd.

## II.SAMENVATTING VAN DE FEITEN

### 1. Algemeen

Eiseres Aannemingsmaatschappij Limburg bv is btw-belastingplichtige (groothandel in machines en groothandel in auto's en bestelwagens).

**2. De facturen van AGT en P.L.**

Eiseres stelt dat zij in september 2018 in contact kwam met iemand die zich voordeed als vertegenwoordiger van AGT bv en dat deze persoon vrachtwagenonderdelen te koop aanbood. Eiseres stelt dat zij met deze persoon een overeenkomst sloot tot aankoop van deze onderdelen voor een prijs van 120.000 euro exclusief btw, waarbij de prijs betaald zou werden bij de levering van de onderdelen aan eiseres.

Eiseres stelt dat een deel van de verkochte onderdelen geleverd werden op 1 oktober 2018 en dat haar toen ook een factuur van AGT bv werd overhandigd van 145.200,00 euro inclusief btw (120.000 euro maatstaf van heffing, 25.200,00 euro btw, factuur van 1 oktober 2018). Eiseres stelt dat zij deze factuur niet betaald heeft omdat niet alle aangekochte goederen geleverd waren. De wel geleverde onderdelen zijn toen volgens eiseres wel in haar bezit gebleven.

AGT werd failliet verklaard op 25 oktober 2018.

Eiseres stelt dat zij de wel geleverde onderdelen op haar beurt verkocht heeft aan H.G.T. nv voor 78.650,00 euro (65.000,00 euro exclusief 13.650,00 euro btw), waarbij deze verkoop door eiseres gefactureerd werd aan H.G.T. op 26 oktober 2018.

Eiseres stelt verder dat op het moment van de (gedeeltelijke) levering door AGT bv op 1 oktober 2018 er ook iemand anders aanwezig was die zich voordeed als vertegenwoordiger van P.L. nv. Deze persoon stelde ook goederen aan eiseres te willen verkopen. Eiseres zou deze goederen geïnspecteerd hebben en vervolgens een overeenkomst hebben gesloten tot aankoop van deze goederen voor 100.000,00 euro exclusief btw.

Volgens eiseres werd een deel van de door P.L. verkochte goederen geleverd op 9 november 2018. Eiseres zou toen een factuur van P.L. hebben ontvangen voor 121.000,00 euro (100.000,00 euro maatstaf van heffing, 21.000,00 euro btw, factuur van november 2018, de dag is niet zichtbaar op het voorgelegde exemplaar). Opnieuw zou eiseres deze factuur niet betaald hebben omdat de levering niet volledig was.

P.L. werd failliet verklaard op 15 november 2018.

De bovenvermelde facturen van AGT en P.L. werden door eiseres opgenomen in haar boekhouding. Eiseres bracht de betrokken btw telkens in aftrek in haar btw-aangifte.

De belastingadministratie voerde een controle uit en nam contact op met de curatoren van AGT en P.L.. De curator van AGT deelde mee dat hij van de zaakvoerder van AGT had vernomen dat de bovenvermelde factuur gericht aan eiseres vals was en nooit door hem was opgemaakt. Ook de curator van P.L. liet weten dat hij na overleg met de bestuurder tot de conclusie kwam dat de factuur vals was en dat de bestuurder hier totaal onwetend over was. Beide curatoren maakten een voorbeeld over van een echte factuur van de betrokken gefailleerde vennootschap en telkens waren er duidelijke verschillen met de door eiseres voorgelegde facturen.

Op 16 november 2021 stelde de administratie een proces-verbaal van regularisatie op. Daarin werd gesteld dat eiseres de btw op de facturen van AGT en P.L. ten onrechte in aftrek had gebracht. Dit leidde volgens de administratie tot 46.200,00 euro aan verschuldigde btw

en een boete van 92.400,00 euro, waarbij het volgens de administratie ging om overtredingen met het oogmerk om de belasting te ontduiken.

De schuld werd opgenomen in het innings-en invorderingsregister, dat op 28 december 2021 uitvoerbaar werd verklaard.

Eiseres diende een bezwaar in. Dit bezwaar werd afgewezen in een beslissing van 25 oktober 2022.

**3. De facturen van D.T.S.**

Eiseres steit dat zij begin december 2019 onderdelen heeft besteld bij D.T.S. bv, waarvoor twee facturen werden opgesteld: een factuur op 2 december 2019 voor 39.325,00 euro inclusief btw (32.500,00 euro maatstaf van heffing en 6.825,00 euro btw, aankoop tien hydraulische kipcylinders) en een factuur op 9 december 2019 voor 36.300,00 euro btw (30.000,00 euro maatstaf van heffing en 6.300,00 euro btw, aankoop 10 trailer assen en 4 hydraulische frontlader bakken). De huidige stelling van eiseres is dat de bestelde goederen niet geleverd werden en dat zij de factuur niet betaald heeft.

D.T.S. werd failliet verklaard op 12 december 2019.

De facturen van D.T.S. werden door eiseres opgenomen in haar boekhouding. Eiseres bracht de betrokken btw in aftrek in haar btw-aangifte.

In het kader van een onderzoek over de vennootschapsbelasting verstuurde de administratie een vraag om inlichtingen aan de curator van D.T.S.. Daarin werd gevraagd om de authenticiteit van de facturen gericht aan eiseres na te kijken (zie stuk 16 van eiseres, de kennisgeving van beslissing tot taxatie van 7 december 2021). De curator antwoordde op 30 september 2021 dat hij het voormalig bestuur zou confronteren met de facturen, maar niet al te veel heil verwachtte op dat vlak.

Op 1 oktober 2021 schreef de curator van D.T.S. een brief aan eiseres. Daarin stelde de curator dat hij in het bezit werd gesteld van twee verkoopfacturen gericht aan eiseres van 2 en 9 december 2019. De curator vroeg eiseres om betalingsbewijzen van deze facturen over te maken dan wel over te gaan tot betaling van het bedrag van 75.625,00 euro. Eiseres heeft hierop klaarblijkelijk niet gereageerd.

Op 29 november 2021 antwoordde eiseres op een bericht van wijziging dat haar verstuurd was in het kader van de vennootschapsbelasting. In dat bericht van wijziging was melding gemaakt van de facturen van D.T.S. van november 2019. De gevolmachtigde van eiseres antwoordde dat er tijdens de controle verkoopfacturen waren overhandigd waarop dezelfde verwijzing was genoteerd en waaruit bleek dat "deze facturen reeds doorverkocht zijn", wat volgens de gevolmachtigde een bewijs was van de echtheid van de facturen. De gevolmachtigde van eiseres verwees ook naar de brief van de curator van D.T.S. waarin betaling van de facturen werd gevraagd.

In een kennisgeving van beslissing tot taxatie over de vennootschapsbelasting van 7 december 2021 stelde de belastingadministratie dat de verkoopfactuur waar eiseres naar verwezen had, dateerde van voorafgaand aan de facturen van de aankoop bij D.T.S. en dus geen bewijs vormde van de aankoop bij D.T.S.. Ook wees de administratie er op dat de brief van de curator een gevolg was van de vraag om inlichtingen die aan de curator was gestuurd.

In een bezwaarschrift in het kader van de vennootschapsbelasting stelde de advocaat van eiseres dat D.T.S. failliet was gegaan voorafgaand aan de levering en dat eiseres bij gebrek aan volledige levering de factuur nooit betaald had.

De belastingadministratie voerde ook een onderzoek over de btw en nam in dat kader contact op met de curator van D.T.S.. De curator liet weten dat hij van eiseres nooit een bericht had ontvangen, dat de voormalige zaakvoerder van D.T.S. de betrokken facturen niet herkende en dat er volgens hem sprake was van identiteitsfraude.

Op 22 november 2022 stelde de administratie een bijkomend proces-verbaal van regularisatie op. Daarin werd gesteld dat eiseres de btw op de facturen van D.T.S. ten onrechte in aftrek had gebracht. Dit Ieidde volgens de administratie tot 13.125,00 euro aan verschuldigde btw en een boete van 26.250,00 euro, waarbij het volgens de administratie ging om overtredingen met het oogmerk om de belasting te ontduiken.

De schuld werd opgenomen in het innings-en invorderingsregister, dat op 28 december 2022 uitvoerbaar werd verklaard.

## III. DE VORDERINGEN

Eiseres A.L. vraagt om:

\- de vordering van eiseres toelaatbaar en gegrond te verklaren;

\- dienvolgens naar recht en voor recht te zeggen dat het door eiseres ingediende verzoekschrift toelaatbaar en gegrond is en:

•in hoofdorde: de vermindering van de boete van 200% zoals opgelegd in het proces-verbaal d.d. 8 december 2021 met betrekking tot kalenderjaar 2018 en in het proces-verbaal dd. 22 november 2022 met betrekking tot kalenderjaar 2019, conform KB nr. 41 gelet op de goede trouw in hoofde van eiseres;

•in ondergeschikte orde: de vermindering van de boete van 200% zoals opgelegd in het proces-verbaal d.d. 8 december 2021 met betrekking tot kalenderjaar 2018 en in het proces-verbaal d.d. 22 november 2022 met betrekking tot kalenderjaar 2019, tot een bedrag dat uw rechtbank wel proportioneel acht;

•meer in ondergeschikte orde: de boete van 200% zoals opgelegd in het proces-verbaal d.d. 8 december 2021 met betrekking tot kalenderjaar 2018 en in het proces-verbaal d.d. 22 november 2022 met betrekking tot kalenderjaar 2019, op te leggen met uitstel;

in combinatie met het voorgaande, dienvolgens verweerder te veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van aile onterecht ingevorderde of betaalde sommen te verhogen met de moratoriuminteresten;

\- in combinatie met het voorgaande, dienvolgens verweerder te veroordelen tot de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, zoals bepaald in het Koninklijk Besluit dd. 26 oktober 2007, begroot op 10.500,00 EUR.

Verweerder de Belgische staat vraagt om:

\- het verzoekschrift ontvankelijk doch ongegrond te verklaren;

\- de vordering van eiseres af te wijzen en hem te veroordelen tot betaling van de door de administratie; gevorderde boeten vermeld in het proces-verbaal van 16 november 2021 en opgenomen in het innings-en invorderingsregister (ref. 500.2478.61547) hetwelk uitvoerbaar werd verklaard op 28 december 2021, alsook de beslissing d.d. 25 oktober 2022 die samen *één* geheel vormen en tot betaling van de door de administratie gevorderde boeten vermeld

in het proces-verbaal van 22 november 2022 en opgenomen in het innings- en invorderingsregister (ref. 500.2634.84308) hetwelk uitvoerbaar werd verklaard op 28 december 2022;

eiseres te veroordelen tot de kosten.

## IV. BEOORDELING DOOR DE RECHTBANK

#### A. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist.

De rechtbank bemerkt geen gronden van onontvankelijkheid die zij zelf moet opwerpen.

De vordering is ontvankelijk.

#### B. Grond van de zaak

### 1. Het opzet om de belasting te ontduiken

Eiseres erkent dat zij de btw op de bovenvermelde facturen van AGT, P.L. en D.T.S. niet in aftrek had mogen brengen.

Eiseres betwist wel dat zij gehandeld heeft met het opzet om de belasting te ontduiken.

De rechtbank is van oordeel dat het opzet om de belasting te ontduiken echter wel degelijk bewezen is.

Het gaat om vier facturen waarbij de btw telkens in aftrek is gebracht terwijl eiseres (ook in haar eigen huidige feitenversie) wist dat de facturen niet betaald waren.

Bovendien gaat het om vier facturen uitgaande van drie verschillende leveranciers en telkens stelde de zaakvoerder of bestuurder van de leverancier dat de factuur niet door hem is opgesteld.

Op iets meer dan een jaar tijd zijn er dus maar Iiefst drie leveranciers geweest die aan eiseres gefactureerd hebben en de leverancier telkens achteraf stelt niets te weten van de opgestelde facturen. Waarbij het dan tekens ook nog gaat om facturen voor zeer aanzienlijke bedragen en waarbij de betrokken leverancier telkens kort na de facturatie failliet werd verklaard. Het is niet geloofwaardig dat een dergelijke opeenvolging van facturen is kunnen gebeuren zonder medeweten van eiseres.

Voor de facturen van D.T.S. beweerde eiseres bovendien oorspronkelijk (in haar antwoord van 29 november 2021 op het bericht van wijziging) uitdrukkelijk dat de goederen door haar waren doorverkocht. Het is pas later (in het bezwaarschrift over de vennootschapsbelasting) dat eiseres van standpunt veranderde en stelde dat de betrokken goederen niet geleverd en niet betaald waren. Dit nadat in de kennisgeving van beslissing tot taxatie van 7 december 2021 (stuk 16 van eiseres) was aangetoond dat de betrokken goederen door eiseres niet waren verkocht zoals eiseres dat oorspronkelijk beweerde.

Verder zou het bijzonder vreemd zijn dat leverancier AGT op 1 oktober 2018 heel wat goederen in het bezit van eiseres zou laten zonder dat eiseres daar enige betaling (al was het maar een gedeeltelijke betaling) voor had gedaan. Zeker ais het ging om de goederen met de aanzienlijke waarde die door eiseres werden verkocht aan H.G.T. nv voor 65.000,00 euro exclusief btw. Ook ais het zou gaan om een leverancier die nog snel goederen wil verkopen voorafgaand aan een faillissement, dan nog zou die leverancier de goederen niet achterlaten zonder enige betaling, net omdat een dergelijke leverancier zeer snel betaling zou willen bekomen.

Verder heeft eiseres geen strafklacht ingediend, ook niet nadat in het proces-verbaal van 16 november 2021 een boete werd opgenomen van 200% wegens het opzet om de belasting te ontduiken, wat duidelijk wel een benadeling en schade vormt voor eiseres indien eiseres werkelijk niet op hoogte was van het fictief karakter van de facturen.

Hoewel het gaat om aankopen voor grote bedragen, kon voor geen van de betrokken aankopen een onderliggend stuk (overeenkomst, bestelbon, communicatie over de bestelling of levering, ...) worden voorgelegd. En ais het werkelijk zou gaan om bestellingen gedaan te goeder trouw waarbij er slechts gedeeltelijk of helemaal niet geleverd werd, dan zou men verwachten dat er communicatie zou zijn naar aanleiding van het uitblijven van de volledige levering, maar ook van dergelijke communicatie kon geen enkel stuk worden voorgelegd.

Het opzet om de belasting te ontduiken is dus aangetoond.

### 2. De boete

De in [artikel 70 Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) bedoelde fiscale geldboeten hebben tot doel de inbreuken begaan door alle belastingplichtigen te voorkomen en te bestraffen, zonder enig onderscheid. Zij hebben dus een repressief karakter en zijn strafrechtelijk in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (vergelijk GwH 15 mei 2008, 79/2008; GwH 21 februari 2013, 13/2013; GwH 3 april 2014, nr. 61/2014 en GwH 20 februari 2020, nr. 32/2020).

De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, moet de wettigheid van die sanctie onderzoeken. Hij mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet in bijzonder aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk. Hij mag dus onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een sanctie met de betrokken omvang.

De rechter mag hierbij in het bijzonder rekening houden met de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld. Maar hij moet hierbij in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie. Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (vergelijk Cass. 13 februari 2009, F.06.0109.N.; Cass. 15 oktober 2010, [F.09.0081.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2010-10-15-7748); Cass. 12 november 2010, [F.09.0146.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2010-11-12-ea38); Cass. 8 april 2011, [F.10.0033.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-controle-pleine-juridiction-cassation-bruxelles-2011-04-08-231c); Cass. 15 maart 2012, [F.11.0012.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-ayant-caractere-repressif-cassation-bruxelles-2012-03-15-daf4); Cass. 17 mei 2013, [F.11.0155.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-ayant-caractere-repressif-cassation-bruxelles-2013-05-17-8091); Cass. 18 januari 2018, F.16.0160.N;Cass. 21 september 2018, F.17.0086.N en Cass. 23 september 2022, [F.20.0112.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-fiscale-proportionnalite-reduction-diminution-cassation-bruxelles-2022-09-23-1884)).

De administratie heeft bij het opleggen van de boetes aan eiseres een correcte toepassing gemaakt van artikel 70 § Btw-Wetboek en het Koninklijk besluit nr. nr. 41 van 30 januari 1987.

Zoals hoger al aangegeven, gaat het om meerdere overtredingen begaan met het opzet om de belasting te ontduiken.

In die omstandigheden blijkt niet dat de boetes opgelegd aan eiseres onevenredig zijn met de aard en ernst van de inbreuk.

Het is wel zo dat in zoverre [artikel 70 Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) aan de rechtbank niet toelaat om een uitstel te verlenen, het in strijd is met de artikelen 10, 11 en 172 van de Grondwet (vergelijk GwH 21 februari 2013, 13/2013 en GwH 20 februari 2020, nr. 32/2020).

Deze ongrondwettigheid belet een rechter niet om [artikel 70 Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) toch toe te passen wanneer de rechter vaststelt dat de inbreuken vaststaan, dat het bedrag van de geldboete niet onevenredig is met de ernst van de inbreuk en dat er geen reden zou zijn geweest om uitstel te verlenen zelfs indien de wet in die maatregel had voorzien (vergelijk GwH 21 februari 2013, nr. 13/2013; GwH 20 februari 2020, nr. 32/2020; Cass. 20 juni 2013 [F.11.0007.F](https://juriel.be/fr/jurisprudence/juge-fait-application-article-70-cassation-bruxelles-2013-06-20-8313) en Cass. 12 januari 2018, [F.16.0127.F](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-amendes-fiscales-cassation-bruxelles-2018-01-12-abd3) en vergelijk ook i.v.m. de inkomstenbelasting Cass. 13 november 2015, F.14.0119.F).

Wanneer de fiscale rechter oordeelt dat er een reden zou zijn geweest om uitstel te verlenen indien de wet in die maatregel had voorzien, dan bestaat het passend herstel in *de* weigering tot toepassing van de wetsbepaling die de geldboete oplegt (vergelijk Cass. 12 januari 2018, [F.16.0127.F](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-amendes-fiscales-cassation-bruxelles-2018-01-12-abd3)).

Er blijkt niet dat er een reden is om aan eiseres uitstel te verlenen zelfs indien de wet in die maatregel had voorzien. Het gaat immers om meerdere overtredingen begaan met het oogmerk om de belasting te ontduiken.

### 3. Besluit

De vordering van eiseres is ongegrond.

## V. KOSTEN VAN DE PRODEDURE

Eiseres werd in het ongelijk gesteld en moet de kosten van de procedure betalen.

### Dispositif

## BESLISSING

De rechtbank beslist in eerste aanleg en op tegenspraak.

De rechtbank verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot betaling van de kosten van de procedure, door de rechtbank voor de Belgische staat vereffend op nul euro.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A kamer, op het gerechtshof te Hasselt, op **10 juli 2024** alwaar zetelden:

De heer R. M., alleenzetelend rechter,

Mevrouw G. B, griffier.

## Textes cités

1

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 7 occurrences

## Décisions similaires

8

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Redevable, Responsabilité solidaire, Report de paiement, Cocontractant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-responsabilite-solidaire-report-paiement-cour-appel-anvers-2022-02-15-073c) 1 dispositions communes

[Inspection spéciale des impôts (ISI), Secteur de l'Horeca](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-speciale-impots-isi-secteur-cour-appel-bruxelles-2026-01-13-07d9) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Services de restauration et de catering](https://juriel.be/fr/jurisprudence/services-restauration-catering-restaurant-entreprise-tribunal-anvers-2022-12-05-0910) 1 dispositions communes

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes
