---
title: "Impôt sur les sociétés, Surtaxe fiscale · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 25 novembre 2025"
description: "Impôt sur les sociétés, Surtaxe fiscale, Amende, Dette fiscale, Bureau de conseil. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 25 novembre 2025."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/impot-societes-surtaxe-fiscale-amende-tribunal-anvers-2025-11-25-2389"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt sur les sociétés, Surtaxe fiscale, Amende, Dette fiscale

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

25 novembre 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

194 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 25.11.2025

\[ Fin 55391521-04 \]

\[ Jugement mixte \]

TVA – Impôt sur les sociétés – Surtaxe fiscale – Amende – Dette fiscale – Bureau de conseil

**Texte intégral:**

### Corps de la décision

Ce jugement n'est disponible que dans la langue originale.

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 05.11.2025**

## Inzake: AR 24/2750/A en AR 24/2751/A en AR 25/1218/A

**Inzake: AR 24/2750/A**

**cie1,**

met maatschappelijke zetel te ..., KBO:

...,

eiseres

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. AMEYE BART te 2980 ZOERSEL, Oostmallebaan 87,

\- de heer K.C., zaakvoerder, tevens aanwezig,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen — Expertise 1, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 2, en de Adviseur-Invordering-Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Antwerpen 5, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 1, KBO: 0308.357.159,

verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door D.N., in hoedanigheid van

rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

**en inzake: AR 24/2751/A**

**cie1,**

met maatschappelijke zetel te ..., KBO:

...,

eiseres

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. AMEYE BART te 2980 ZOERSEL, Oostmallebaan 87,

\- de heer K.C., zaakvoerder, tevens aanwezig,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen — Expertise 1, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 2, en de Adviseur-Invordering-Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Antwerpen 5, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 1, KBO: 0308.357.159,

verweerder

\- vertegenwoordigd ter zitting door D.N., in hoedanigheid van

rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

**en inzake: AR 25/1218/A**

**cie1,**

met maatschappelijke zetel te ..., KBO:

...,

eiseres

 vertegenwoordigd ter zitting door Mr. AMEYE BART te 2980 ZOERSEL, Oostmallebaan 87,

 de heer K.C., zaakvoerder, tevens aanwezig,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen — Expertise 1, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 2, en de Adviseur-Invordering-Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Antwerpen 5, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 1, KBO: 0308.357.159,

verweerder

 vertegenwoordigd ter zitting door D.N., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

**Inzake: AR 24/2750/A**

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 5 juli 2024, ingeschreven ter griffie op 5 juli

2024;

\- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 20 september 2024,

waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

**Inzake: AR 24/2751/A**

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 5 juli 2024, ingeschreven ter griffie op 5 juli

2024;

 de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 20 september 2024,

waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

**Inzake: AR 25/1218/A**

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

\- het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 25 maart 2025, ingeschreven ter griffie op 27

maart 2025;

 de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 9 mei 2025, waarbij de

conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 8 oktober 2025.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Huidige betwisting heeft enerzijds betrekking op de belastingverhogingen met betrekking tot de aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de aanslagjaren 2022 en 2023 gevestigd in hoofde van eiseres met de respectievelijke kohierartikelen ... en ... voor een totaalbedrag van 105.824,35 euro (44.038,34 euro + 61.786,01 euro).

Anderzijds heeft de betwisting betrekking op de geldboete met betrekking tot de fiscale schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer ..., dat werd opgemaakt op 4 september 2023 en werd uitvoerbaar verklaard op 6 september 2023 voor een totaalbedrag van 111.249,30 euro meer nalatigheidsinteresten, alsook de geldboetes met betrekking tot de fiscale schulden opgenomen in het innings-en invorderingsregister met nummers ..., ..., ... en ... (zie infra).

Eiseres is als btw-belastingplichtige geregistreerd onder het nummer ... voor de activiteit van 'overige adviesbureau's op het gebied van bedrijfsbeheer; adviesbureau's op het gebied van bedrijfsvoering'. Het btw-nummer is actief sinds 1 juni 2011.

o Inzake vennootschapsbelastingen (rolnummers 24/2751/A en 25/1218/A):

Eiseres diende voor de aanslagjaren 2022 en 2023 geen tijdige aangifte in de vennootschapsbelasting in. Hiervoor werd telkens een herinneringsbrief verstuurd door de belastingadminstratie (stukken 1 en 42 AD).

Voor aanslagjaar 2022 werd vervolgens een geldboete opgelegd van 1.250,00 euro en ingekohierd op 20 februari 2023 (stuk 2 AD).

Eiseres diende uiteindelijk voor beide aanslagjaren haar aangifte in de vennootschapsbelasting in op 23 november 2023 (stuk 43 AD).

Op 15 juni 2023 en 21 december 2023 verstuurde de belastingadministratie een kennisgeving van aanslag van ambtswege voor respectievelijk aanslagjaar 2022 en 2023 (stukken 4 en 44 AD). Met betrekking tot aanslagjaar 2022 werd aangekondigd een aanslag van ambtswege te vestigen op basis van de in artikelen 342, §3 en §4 W1B92 en artikel 182 KB/WIB 92 opgenomen forfait ten belope van 61.350,00 euro. Met betrekking tot aanslagjaar 2023 zou rekening worden gehouden met de gegevens uit de laattijdige aangifte. Er werd telkens een belastingverhoging van 200% aangekondigd wegens een 8ste overtreding zonder het opzet de belasting te ontduiken.

Met betrekking tot aanslagjaar 2022 maakte eiseres op 26 juli 2023 haar opmerkingen over (stuk 5 AD). Op 17 september 2024 verstuurde de belastingadministratie opnieuw een kennisgeving van aanslag van ambtswege (stuk 6 AD). Vervolgens werd de aanslag ingekohierd op 11 oktober 2023 onder kohierartikel ... (stuk 7 AD). Aangezien vervolgens alsnog een aangifte werd ingediend op 23 november 2023 en deze in een hogere belastbare basis voorzag, verstuurde de belastingadministratie opnieuw een kennisgeving van aanslag van ambtswege (stuk 13 AD) en werd de bestreden aanslag ingekohierd op 10 oktober 2024 onder kohierartikel ... (stuk 15 AD).

Met betrekking tot aanslagjaar 2023 werd de bestreden aanslag ingekohierd op 13 mei 2024 onder kohierartikel ... (stuk 45 AD).

Op respectievelijk 3 december 2024 en 5 juli 2024 diende eisers een bezwaarschrift in tegen de aanslagen onder de kohierartikelen ... en ... (stukken 40 en 46 AD).

Middels administratieve beslissingen van 24 februari 2025 werden de bezwaren van eiseres afgewezen (stukken 41 en 47 AD).

Bij verzoekschriften neergelegd ter griffie op 25 maart 2025 en 5 juli 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in. Afschrift van de beslissingen werden aan de gedinginleidende verzoekschriften gehecht.

o Inzake btw (rolnummer 24/2750/A):

Op 15 juni 2023 verzond de belastingadministratie een kennisgeving van aanslag van ambtswege naar eiseres omdat er voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 maart 2023 geen btw-aangiften werden ingediend (stuk 1 AD). Volgende bedragen zouden belast worden:

als btw: 37.083,10 euro;

als proportionele geldboete (200%): 74.166,20 euro;

te vermeerderen met de verschuldigde nalatigheidsinteresten vanaf 21 april 2023.

Voor de in de kennisgeving als verschuldigd opgenomen bedragen werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 4 september 2023 onder het schuldnummer ... dat op 6 september 2023 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 7 september 2023 in kennis gesteld (stuk 3 AD).

Op 6 oktober 2023 verzond de belastingadministratie een kennisgeving dat er een bijzondere rekening werd aangemaakt voor de periode van 31 maart 2023 tot 31 juli 2023 naar aanleiding van de niet-indiening van de aangifte (stuk 4 AD), Er werd tweemaal een boete van 1.000,00 euro weerhouden voor de niet indiening van de aangiften voor het eerste en tweede kwartaal van 2023. Op 30 november 2023 werd hiervan een proces-verbaal opgemaakt waarbij de boete werd verminderd naar 1.100,00 euro omdat de aangiftes inmiddels wel werden ingediend (stuk 5 AD).

Voor deze boete werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 4 december 2023 onder het schuldnummer ... dat op 6 december 2023 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 7 december 2023 in kennis gesteld (stuk 6 AD).

In het proces-verbaal van 30 november 2023 werd tevens een te betalen btw-bedrag

nagevorderd naar aanleiding van de eigen aangegeven bedragen in de laattijdig ingediende

aangiften voor het tweede kwartaal van 2023. Er werd eveneens een proportionele boete

opgelegd. Volgende bedragen zouden belast worden:

als btw: 7.345,75 euro;

als proportionele geldboete (15%): 1.100 euro;

te vermeerderen met de verschuldigde nalatigheidsinteresten vanaf 20 april 2023.

Voor deze schuld werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 15 januari 2024 onder het schuldnummer ... dat op 18 januari 2024 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 18 januari 2024 in kennis gesteld (stuk 7 AD).

Op 30 november 2023 werd een tweede proces-verbaal opgemaakt waarin een te betalen

btw-bedrag nagevorderd werd naar aanleiding van het eigen aangegeven btw-bedrag in de

laattijdig ingediende aangiften voor 2021 en 2022, dat het bedrag opgenomen in voornoemde

ambtelijke aanslag overschrijdt (stuk 8 AD). Volgende bedragen zouden belast worden:

als btw: 2.057,41 euro;

als proportionele geldboete: 300,00 euro;

te vermeerderen met de verschuldigde nalatigheidsinteresten vanaf 20 januari 2023.

Voor deze schuld werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 15 januari 2024 onder het schuldnummer ... dat op 18 januari 2024 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 18 januari 2024 in kennis gesteld (stuk 9 AD).

Op 15 juni 2023 verzond de belastingadministratie een kennisgeving van aanslag van ambtswege naar eiseres omdat er voor de periode van 30 september 2023 tot 31 januari 2024 geen btw-aangiften werden ingediend (stuk 10 AD). Volgende bedragen zouden belast worden:

als btw: 8.679,55 euro;

als proportionele geldboete: 1.600,00 euro;

te vermeerderen met de verschuldigde nalatigheidsinteresten vanaf 21 februari 2024.

Voor de in de kennisgeving als verschuldigd opgenomen bedragen werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 3 juni 2024 onder het schuldnummer ... dat op 6 juni 2024 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 6 juni 2024 in kennis gesteld (stuk 11 AD).

Op 26 november 2023 werd door eiseres een verzoekschrift tot kwijtschelding ingediend van de geldboetes onder artikelnummer ... (stuk 12 AD). Middels administratieve beslissing van 5 maart 2024 werd de geldboete van 200% voorwaardelijk verminderd naar 100% (stuk 13 AD).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 5 juli 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in. Afschrift van de verschillende innings-en invorderingsregisters zijn aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

## 2. Vorderingen van partijen

Eiseres verzoekt de rechtbank:

### Inzake vennootschapsbelastingen:

\- de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- de aanslagen in de vennootschapsbelasting met betrekking tot de aanslagjaren 2022 en 2023 gevestigd onder kohierartikelen ... en ... te vernietigen, dan wel integraal te ontheffen, of minstens te ontheffen voor wat de belastingverhoging betreft;

\- terugbetaling te bevelen van de door eiseres ten onrechte betaalde en / of door verweerder ten onrechte ingehouden bedragen, meer de moratoriuminteresten;

\- verweerder te verwijzen in de kosten, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding en 24,00 euro aan het Begrotingsfonds.

### Inzake btw:

\- de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond te verklaren;

\- de vernietiging, dan wel van generlei waarde te laten verklaren van hiernavolgende artikelnummers en PV's, of ondergeschikt de administratieve boeten en nalatigheidinteresten opgelegd middels:

artikelnummer ..., uitvoerbaarverklaard op 06.06.2024, nummer register ..., voor een totaal bedrag van 10.389,42 EUR, boete van 1.600 euro;

\- artikelnummer ..., PV dd. 30.11.2023, uitvoerbaarverklaard op 18.01.2024, nummer register ..., voor een totaal bedrag van 8.746,68 EUR, boete van 1.100 euro;

\- artikelnummer ..., PV dd. 30.11.2023, uitvoerbaarverklaard op 18.01.2024, nummer register ..., voor een totaal bedrag van 2.521,41 EUR, boete van 300 euro;

\- artikelnummer ..., uitvoerbaarverklaard op 06.12.2023, nummer register ..., voor een totaal bedrag van 1.107,33 EUR, boete van 1.100 euro;

artikelnummer ..., PV dd. 20.07.2023, uitvoerbaarverklaard op 06.09.2023, nummer register 202309NL003, voor een totaal bedrag van 112.979,70 EUR, en dewelke ingevolge de beslissing dd. 05.03.2024 de boete van 200% herleid heeft tot 100%, boete van 37.083,10 euro;

kwijt te schelden, dan wel te verminderen.

eiseres vraagt bij deze eveneens de hervorming van de beslissing d.d. 05 maart 2024, en de vermindering of kwijtschelding van de boete van 100%;

 verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, aan de zijde van eiseres begroot op 3.750,00 euro en 24,00 euro Bijdrage aan het Begrotingsfonds.

Verweerder verzoekt de rechtbank:

### Inzake vennootschapsbelastingen:

de verzoekschriften van eiseres ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, de vordering van eiseres af te wijzen, de gevestigde aanslagen te bevestigen en eiseres te veroordelen tot de kosten.

o Inzake btw:

het verzoekschrift van eiseres ontvankelijk maar ongegrond te verklaren, dienvolgens te bevestigen dat de innings- en invorderingsregisters onder de hierboven vermelde nummers opgenomen bedragen verschuldigd zijn en eiseres tot de kosten te veroordelen.

## 3. Samenvoeging

De rechtbank stelt vast dat de zaken met de rolnummers 24/2750/A, 24/2751/A en 25/1218/A samenhangend zijn. De zaken betreffen immers gelijklopende geschillen tussen dezelfde partijen voor twee opeenvolgende (aanslag)jaren, zowel in de vennootschapsbelasting als inzake btw. Deze zaken dienen, partijen maakten hier ter zitting ook geen bezwaar tegen, bij toepassing van artikel 30 Ger. W. met het oog op een goede rechtsbedeling te worden samengevoegd.

## 4. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is dan ook ontvankelijk.

## 5. Beoordeling

### 5.1. De opgelegde belastingverhogingen

#### 5.1.1. Schending van het 'non bis in idem'- beginsel?

Eiseres wijst er op dat haar met betrekking tot de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2022 een administratieve boete werd opgelegd van 1.250,00 euro. Daarnaast werd tevens een belastingverhoging van 200% opgelegd. Zij werd dus tweemaal gesanctioneerd omwille van eenzelfde overtreding. Volgens eiseres kan de belastingadministratie geen belastingverhoging meer opleggen zonder het 'non bis in idem'-beginsel te schenden.

Er kan niet betwist worden dat de administratieve sanctie van 1.250,00 euro en de belastingverhoging van 200% werden opgelegd ter bestraffing van in wezen dezelfde feiten. Dit belet evenwel niet noodzakelijk dat twee bestraffingen zijn toegestaan (zie EHRM 15 november 2016, nr. 24130/11 en 29758/11 Inzake A&B v. Noorwegen). Twee bestraffingen zijn toegestaan indien ze onderdeel uitmaken van een geïntegreerd sanctiestelsel en aldus een coherent geheel vormen. Hiertoe dient cumulatief aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan: (i) het moet gaan om parallelle procedures en bestraffingen die deel uitmaken van een geïntegreerd systeem, (ii) waarmee verschillende aspecten van sociaal wangedrag op een (iii) voorzienbare en (iv) proportionele wijze worden aangepakt. Daarbij moet rekening worden gehouden met de 'substantiële en temporele samenhang' van beide procedures, te beoordelen aan de hand van materiële en niet-materiële elementen.

De twee bestraffingen, m.n. de administratieve geldboete van 1.250,00 euro en de belastingverhoging van 200%, maken onderdeel uit van een geïntegreerd sanctiestelsel en vormen een coherent geheel. Immers, de niet-aangifte kan door de belastingadministratie zowel op grond van artikel 444 WIB 92 (belastingverhoging) als op grond van artikel 445 WIB 92 (administratieve geldboete) worden gesanctioneerd.

Zoals de belastingadministratie terecht aangeeft, dienen de beide parallelle procedures complementaire doeleinden. De administratieve (forfaitaire) geldboete van 1.250,00 euro wordt opgelegd teneinde de belastingplichtige ertoe aan te zetten alsnog zijn aangifte in te dienen waartoe hij verplicht is op grond van artikel 305 WIB 92 en houdt geen rekening met de omvang van de niet-aangegeven inkomsten. De belastingverhoging daarentegen strekt ertoe het aangehouden nalatig gedrag van de belastingplichtige te bestraffen daarbij rekening houdend met de omvang van de niet-aangegeven inkomsten alsook om hem ertoe aan te zetten in de toekomst zijn aangifteverplichting te respecteren. De parallelle bestraffing is ontegensprekelijk voorzienbaar want opgenomen in de artikelen 444 en 445 WIB 92 en waarnaar werd verwezen in de herinneringsbrief.

Ook temporeel zijn de beide bestraffingen door dezelfde administratie samenhangend. Van de belastingverhoging werd kennis gegeven na afloop van de respijtperiode, kort nadat de administratieve geldboete werd aangekondigd en alvorens deze laatste definitief werd (zie in die zin Antwerpen 27 april 2021, rolnr. 2019/AR/1076, www.monkey.be; Gent 15 september 2020, rolnr. 2019/AR/1142, www.monkey.be).

Er is dan ook geen schending van het 'non bis in idem'-beginsel.

#### 5.1.2. Bedrieglijk opzet?

Inzake btw werd met betrekking tot het schuldnummer ... een proportionele geldboete opgelegd van 200% wegens bedrieglijk opzet.

Eiseres diende hiervoor reeds op 26 november 2023 een verzoekschrift tot kwijtschelding in waarna de geldboete, middels administratieve beslissing van 5 maart 2024, voorwaardelijk werd verminderd naar 100% (stuk 13 AD).

Volgens de rechtbank toont de belastingadministratie, op basis van de omstandigheden vermeld onder randnummer 5.1.3., niet aan dat er in dit dossier sprake is van bedrieglijk opzet. Hierdoor dient de geldboete alvast verminderd te worden naar 20%.

#### 5.1.3. Uitstel?

De (enige) bestuurder van eiseres deelt mee dat hij met een medische problematiek kampte die ervoor heeft gezorgd dat hij zijn (fiscale) administratie niet correct heeft bijgehouden. Uiteindelijk is hij hiervoor in behandeling gegaan en zou zijn situatie thans stabiel zijn.

De rechtbank stelt vast dat de problematiek van de bestuurder van eiseres in een attest opgesteld door een klinisch psycholoog als volgt wordt omschreven (stuk 9 eiseres).

*Momenteel functioneert K.C. stabiel, en lijkt het erop dat hij zijn verantwoordelijkheden met betrekking tot administratieve taken opneemt, alsook dat hij bereid is om tot op zeker; hoogte te compenseren voor zijn nalatigheid.*

*De symptomatologie (hoge niveaus van stress die dalen wanneer een bepaalde taak succesvol kan worden genegeerd) is begrijpelijk in het licht van historische elementen, en als dusdanig duidelijk te kaderen binnen pathologisch beeld waar K.C. zelf heel erg onder lijdt. liet is daarenboven tevens duidelijk dut het uitdrukkelijk niet gaat over een kwaadwillige intenties,*

*K.C. is gemotiveerd en therapietrouw, komt steeds tijdig opdagen voor de sessies en geen blijk van een gemotiveerde positie ten aanzien van het rechtzetten van zijn fouten.*

Verder ligt ook nog een medisch attest voor waaruit blijkt dat de bestuurder van eiseres vanaf mei 2022 tevens behandeld werd bij een huisartsenpraktijk in ... (stuk 9 eiseres).

De bestuurder van eiseres was ook persoonlijk aanwezig ter zitting en gaf toelichting bij zijn medische problematiek, die volgens hem al veel langer aanwezig was, maar erger is geworden vanaf 2019. Hij bevestigde dat zijn medische toestand op heden onder controle is en hij hierdoor ook, wat betreft de navolgende periode, zich opnieuw in regel heeft gesteld, hetgeen niet werd tegengesproken door de belastingadministratie.

De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat de aangehouden nalatigheid van eiseres om te voldoen aan haar fiscale verplichtingen, zowel inzake vennootschapsbelasting als inzake btw, te kaderen valt binnen de omschreven medische problematiek van de bestuurder van eiseres. Volgens de rechtbank is er hierdoor geen sprake van enig bedrieglijk opzet in hoofde van eiseres (zie supra 5.1.2.).

De rechtbank merkt daarbij nog op dat de bestuurder van eiseres beherend vennoot is van eiseres, een commanditaire vennootschap, en dus onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk kan gesteld worden voor de schulden van eiseres indien eiseres hier niet zelf aan kan voldoen, hetgeen in dit geval een reëel risico uitmaakt.

Dit is een realiteit waar de rechtbank rekening mee kan houden.

De rechtbank komt tot het besluit dat de door de belastingadministratie opgelegde administratieve sancties met strafrechtelijk karakter in dit geval disproportioneel zijn.

De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande omstandigheden een gegronde reden zijn om een gedeeltelijk uitstel te verlenen aan eiseres en de geldboetes slechts gedeeltelijk effectief op te leggen. Het verlenen van uitstel kan de belastingplichtige er immers toe aanzetten zijn gedrag te wijzigen, door dreiging, om indien hij zou recidiveren, de veroordeling tot de betaling van een geldboete alsnog uit te voeren (zie bv. GwH 6 november 2008, 157/2008, www.const-court.be, zie o.a. B.4.1.).

Inzake vennootschapsbelasting is de rechtbank van oordeel dat de effectieve geldboete beperkt dient te blijven tot 1.250,00 euro per aanslagjaar.

Inzake btw is de rechtbank van oordeel dat de effectieve geldboete onder artikelnummer ... beperkt dient te blijven tot 1.000,00 euro en het effectief gedeelte van de overige geldboetes dient beperkt te blijven tot de helft.

De rechtbank stelt evenwel vast dat het noch het WIB92 noch het btw-wetboek de mogelijkheid biedt om de geldboete met (gedeeltelijk) uitstel op te leggen en dit ondanks het feit dat de wetgever reeds sinds 2008 op de hoogte is van het feit dat het invoeren in het fiscaal recht van strafsancties (artikel 6 EVRM) zonder de mogelijkheid uitstel toe te kennen, ongrondwettelijk is (GwH 6 november 2008, 157/2008; GwH 14 oktober 2021, 143/2021, www.const-court.be).

Het Hof van Cassatie oordeelde dat wanneer de wet niet in die mogelijkheid voorziet en indien de rechtbank van oordeel is dat uitstel moet worden verleend, hij de belastingplichtige het passende herstel dient te bieden door de toepassing van het artikel dat de sanctie oplegde te weigeren (bv. Cass. 12 januari 2018, [F.16.0127.F](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxe-valeur-ajoutee-amendes-fiscales-cassation-bruxelles-2018-01-12-abd3), www.juportal.be)

De rechtbank heeft in deze zaak dan ook geen andere mogelijkheid dan [artikel 70, § 1, lid 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) gedeeltelijk buiten toepassing te laten, waardoor de rechtbank vaststelt dat de geldboete in casu gedeeltelijk onwettig werd opgelegd en deze dient te worden vernietigd voor zover ze meer bedraagt dan wat effectief wordt opgelegd (vergelijk Gent 19 september 2023, 2022/AR/767, *Fisc. Koer.* 2023/17, 434 e.v.; Luik 18 december 2020, 2016/RG/1334, www.taxwin.be).

De rechtbank herleidt de geldboetes dus zoals hiervoor bepaald.

De vordering van eiseres is in die zin gegrond.

## 6. Kosten van het geding

De rechtbank vindt het passend, nu partijen elk gedeeltelijk in het gelijk en ongelijk zijn gesteld, de kosten van het geding, in toepassing van artikel 1017, lid 4 Ger. W., om te slaan, zodat elke partij instaat voor zijn eigen kosten.

De bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand blijft dus ten laste van eiseres.

Er zijn tot slot geen rolrechten verschuldigd in fiscale zaken.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken gekend onder de rolnummers 24/2750/A, 24/2751/A en 25/1218/A samen wegens samenhang in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in één vonnis.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond.

Beveelt de vernietiging van de aanslag in de vennootschapsbelasting gevestigd in hoofde van eiseres voor de aanslagjaar 2022 en 2023 gevestigd met de respectievelijke kohierartikelen ... en ... in de mate dat een belastingverhoging werd opgelegd hoger dan 1.250,00 euro per aanslagjaar.

Zegt voor recht dat de vordering van eiseres met betrekking tot de btw-schuld met schuldnummer ... gegrond is in de mate dat de opgelegde btw-boete meer bedraagt dan 1.000,00 euro en de btw-schuld met schuldnummers ..., ..., ... en ..., enkel wat de opgelegde geldboetes betreft, dienen gehalveerd te worden.

Beveelt de terugbetaling van alle ten onrechte ingehouden of betaalde bedragen, te vermeerderen met de wettelijke moratoriuminteresten overeenkomstig artikel 418 WIB92/[artikel 91 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Wijst het meer en/of anders gevorderde af als ongegrond.

Veroordeelt elke partij tot de eigen kosten.

Verklaart aldus de bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die werd gestort door eiseres definitief verworven voor het fonds.

Dit vonnis werd uitgesproken op **vijf november tweeduizend vijfentwintig** in openbare zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:

De Clerck, rechter

C. Lemmens, griffier

## Textes cités

2

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 2 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Taux réduit, Immeubles neufs, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeubles-neufs-travaux-tribunal-bruxelles-2023-05-31-0d52) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 2 dispositions communes

[Finalité, Lieu d'établissement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/finalite-lieu-etablissement-principe-neutralite-cour-appel-bruxelles-2026-05-13-12b2) 2 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 2 dispositions communes
