---
title: "23 juin 2004 · Exonération, exportation · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, prélèvement spécial. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 23 juin 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-importation-operation-intracommunautaire-tribunal-hasselt-2004-06-23-0055"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, prélèvement spécial, disposition pénale · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

23 juin 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

70 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasset du 23.06.2004

Résume non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

**INZAKE A.R. nr. 03/1475/A**

**R. E. C. NV**, Verkoopsfirma, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder nummer … met BTW-nummer BE …, met zetel gevestigd te …, ….

Eiseres, vertegenwoordigd door Mr. **H. D.**, advocaat te …, ….

**tegen**

**ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN lNKOMSTENFlSCALITEIT (AOIF)**, in de persoon van de Gewestelijk Directeur, Controle Centrum Hasselt-Beringen, afdeling Geschillen 5.1, met kantoren gevestigd te 3500 Hasselt Voorstraat 43.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**,

Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

verweerder, vertegenwoordigd door Mr. **R.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift in fiscale zaken, neergelegd ter griffie op 4.7.2003, waarbij eiseres fiscaal verhaal instelt tegen de beslissing van 8 april 2003 van de gewestelijke Directeur der Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit te Hasselt, waarbij het verzoek van eiseres tot toepassing van de vrijstellingsregeling van artikel 39bis, 1° W.BTW voor de levering van twee wagens aan afnemers gevestigd in … in 2000, werd afgewezen;

\- de conclusies en de stukken van partijen;

## Feiten en voorgaanden

Eiseres is ingevolge haar economische activiteit, nl. handel in tweedehandse voertuigen, geregistreerd als BTW-belastingplichtige met BTW-nummer … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan getroffen besluiten.

Op 31.1.2002 en 20.2.2002 hebben twee controleambtenaren van de A.O.I.F. Hasselt-Genk een BTW-controle doorgevoerd over de periode 1.1.1997 tot 31.12.2000 betreffende de door eiseres uitgevoerde beroepswerkzaamheden.

In deze controle werd volgens verweerder vastgesteld dat voor 2 leveringen van voertuigen door eiseres aan twee in … gevestigde vennootschappen, de voorwaarden tot toepassing van vrijstelling van de levering van BTW zoals omschreven in artikel 39bis, lid 1, 1 W.BTW niet waren voldaan :

\- de levering opgenomen in factuur nr. 1 van het uitgaand factuurboek van eiseres, van 3.2.2000, uitgereikt aan de S.A.R.L. **N. T.**, maatstaf van heffing € … (… BEF);

\- de levering opgenomen in factuur 6 van het uitgaand factuurboek van eiseres, van 6.5.1998, uitgereikt aan de S.A. **M.-A-L.** Lux. maatstaf van heffing € … (… BEF).

Bij de controle zou verweerster vastgesteld hebben dat de voorwaarden tot het bekomen van voornoemde vrijstelling niet waren voldaan, meer bepaald niet de vereisten van het K.B. nr. 52 van 29.12.1992 voor wat betreft de intracommunautaire leveringen. De controleambtenaren stelden dat er geen bewijs geleverd was van de echtheid van het vervoer of de verzending van de goederen naar een plaats buiten België maar binnen de gemeenschap.

Evenmin werd bewezen dat de levering geschiedde aan een belastingplichtige die als dusdanig optrad in … en er aldaar toe gehouden was zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.

Wat de leveringen aan de S.A.R.L. **N. T.** betreft, werd vastgesteld dat het BTW-nummer van deze vennootschap werd doorgehaald op 27.1.2000, tijdstip voordat het betrokken voertuig, een Ferrari, werd gefactureerd.

De vaststellingen leidden tot een proces-verbaal van 5.7.2002 waarin gesteld werd dat eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd is :

\- … BEF(€ …) BTW;

\- … EUR geldboete krachtens art. 70, § 1 W.BTW, verminderd conform de bepalingen van het K.B. nr. 41;

\- wettelijke intresten aan 0,8 % per maand vanaf 21.1.2001 over de som van € ….

Op 26.7.2002 werd tegen eiseres een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 5.7.2002. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 2.8.2002.

In dit dwangbevel werden de hoger vermelde bedragen gevorderd alsook moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboeten vanaf de eerste kennisgeving of betekening van het dwangbevel in toepassing van artikel 91, § 4 W.BTW, alsook de vervolgingskosten.

Bij exploot van 9.8.2002 van gerechtsdeurwaarder **R. K.**, plaatsvervanger van **J. W.**, werd het dwangbevel aan eiseres betekend.

Eiseres verzocht alsnog om toepassing van de vrijstellingsregeling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW, hetgeen haar bij beslissing van 8.4.2003 werd geweigerd.

Daarop legde zij voormeld verzoekschrift in fiscale zaken neer ter griffie van deze rechtbank.

## Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering, zodat zij de vordering als ontvankelijk beoordeelt.

## Ten gronde

## De levering van het voertuig Ferrari aan S. N. T. gevestigd te …

Eiseres beroept zich ten aanzien van deze levering op de vrijstelling zoals voorzien door artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW.

Krachtens artikel 39bis lid 1, 1° W.BTW zijn van de BTW vrijgesteld de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2 W.BTW, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4 W.BTW.

Gelet op het feit dat eiseres een vrijstelling van belasting vraagt, draagt zij de bewijslast van het vervuld zijn van voormelde voorwaarden.

Zij moet derhalve bewijzen dat het voertuig verzonden of vervoerd werd buiten België maar binnen de gemeenschap en, bovendien, dat haar afnemer in … er toe gehouden was zijn intracommunautaire verwerving van goederen aan de belasting te onderwerpen, en dit volgens de voorschriften van het artikel 1 en 2 van het K.B. BTW nr. 52.

Tot bewijs van de verzending en het vervoer buiten België, legt eiseres een verkoopovereenkomst van 25.1.2000 over, een bevestiging op 18.1.2000 van de geldigheid van het BTW-nr. van **S. N. T.** in …, een bestelbon van 2.2.2000, een copie van een afhaalbon ondertekend door de afnemer, door de rechtbank gelezen als zijnde ondertekend op 3.4.2000, betalingsbewijzen van 3.2.2000 en, wat het saldo betreft, een andere, niet leesbare datum, en stukken betreffende verzekering van het voertuig, de betaling van de verkeersbelasting in … en de technische controle aldaar, allemaal van 3.2.2000 of erna.

In weerwil van hetgeen zij voorhoudt bewijst eiseres door die stukken niet dat zij haar leveringsplicht vervulde voor het ogenblik waarop zij de factuur met betrekking tot het voertuig aan haar … afnemer uitreikte.

Verder moet eiseres niet alleen bewijzen dat het voertuig vervoerd werd buiten België maar binnen de gemeenschap, maar ook dat de levering geschiedde voor een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon, die voor de belasting over de toegevoegde waarde geïdentificeerd is in een andere Lid-Staat (art. 2 KB/BTW nr. 52, artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW) en er als zodanig optreedt en er aldaar toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.

Eiseres richtte haar factuur aan haar afnemer op 3.2.2000 (stuk 1 van eiseres). Daarop werd, voor wat de in … gevestigde afnemer betreft, opgave gedaan van een BTW nr. "LU …". Eiseres houdt vol dat al op 25.1.2000 een verkoopovereenkomst onder opschortende voorwaarde voor het voertuig tot stand kwam. De discussie daarover is echter irrelevant, nu blijkt dat eiseres dit voertuig pas op 3.2.2000 factureerde en geen levering aan haar afnemer vóór die datum op grond van de door eiseres overgelegde stukken als bewezen beschouwd kan worden.

Het BTW-nummer van haar afnemer dat eiseres op de factuur van 3.2.2000 vermeldde, werd blijkens de gegevens van verweerder in … doorgehaald op 27.1.2000. Eiseres moet het bewijs leveren dat haar afnemer geïdentificeerd is in … en er als zodanig optreedt. Dit bewijs is geenszins geleverd nu blijkt dat het BTW-nummer van haar afnemer in … geschrapt werd op het ogenblik waarop zij het verkochte goed aan die afnemer factureerde. Eiseres draagt nochtans de bewijslast van die omstandigheid.

Het feit dat zij op 18.1.2000 kennis kreeg van een mededeling dat dit BTW­nummer van haar afnemer nog geldig zou zijn geweest, is geen bewijs van geldigheid van dit BTW-nummer op 3.2.2000. Immers moet aangetoond zijn dat de afnemer van eiseres in de Staat … als BTW-plichtige optrad op 3.2.2000, bewijs dat door eiseres niet wordt geleverd.

Haar vordering tot toepassing van de vrijstelling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW voor deze levering is dan ook niet gegrond.

De levering van een geaccidenteerde Mercedes 250 diesel bouwjaar 1991 aan de S.A. **M.-A-L.** in ….

Ook voor deze levering beroept eiseres zich op de vrijstelling zoals voorzien door artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW.

Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zijn van de BTW vrijgesteld de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2 W.BTW, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België maar binnen de gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-Staat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4 W.BTW.

Gelet op het feit dat eiseres een vrijstelling van belasting vraagt, draagt zij de bewijslast van het vervuld zijn van voormelde voorwaarden.

Zij moet derhalve vooreerst bewijzen dat het voertuig verzonden of vervoerd werd buiten België maar binnen de gemeenschap, volgens haar beweringen naar ….

Bovendien gaat het hier om een geaccidenteerd voertuig dat niet meer zelf kon rijden.

Eiseres legt met betrekking tot de verkoop aan de S.A. **M.-A-L.** een kopie van een verkoopovereenkomst voor, een bestelbon, een kopie van een bankcheque en betalingsbewijs voor. Evenwel kan op grond van geen enkel van deze stukken als bewezen worden geacht dat het voertuig Mercedes werd verzonden of vervoerd buiten België, meer bepaald naar ….

Er werden ook geen vervoersdocumenten voorgelegd, terwijl het nochtans ging om een geaccidenteerd voertuig.

Bovendien ligt ook geen enkel bewijs voor dat S.A. **M.-A-L.** in … een BTW-belastingplichtige was of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig in een andere Lid-Staat dan België optrad en er aldaar toe gehouden was haar intracommunautaire verwervingen van goederen aan BTW te onderwerpen.

Derhalve levert eiseres het bewijs van de vrijstellingsvoorwaarden van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW niet, zodat haar vordering ook op dit onderdeel ongegrond is.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak;

Verklaart de voorziening ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten en stelt deze vast in hoofde van verweerder op de som van € … rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer op het gerechtshof te Hasselt op **23 JUNI 2004** alwaar aanwezig waren :

De Heer **E. S.**, rechter, waarnemend voorzitter;

De Heer **L. B.** en Mevrouw **C. V.**, rechters;

De Heer **Ph. N.**, griffier.

**Ph. N.** **C. V.** **L. B.** **E. S.**
