---
title: "16 février 2011 · Exonération, exportation · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, preuve. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 16 février 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-importation-operation-intracommunautaire-tribunal-gand-2011-02-16-65c1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

16 février 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

119 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 16.02.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT - ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 16 FEBRUARI 2011

Rolnummer **AR 04/474/A**

In de zaak van :

BVBA **S. C.**, met zetel te …, … en met ondernemingsnummer …

**eiseres,**

hebbende als raad Mter **S. S.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het kantoor Aalst, Administratie der Belastingen over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, met burelen te 9300 Aalst, Graanmarkt 1

**verweerder,**

hebben de als raad Mter **Ph. V.**, advocaat te …, …

Vonnist de rechtbank als volgt :

## I. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 5 januari 2011 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het geding inleidend verzoekschrift op tegenspraak van 10 februari 2004 en de conclusies van de partijen en hun stukkenbundels.

## II. DE VORDERING

1\. Eiseres vordert in hoofdorde het door ea. inspecteur **M. B.** uitgevaardigd dwangbevel van 21 november 2003 - RCIV nr … - dat geviseerd en uitvoerbaar verklaard werd door de ambtenaar aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Antwerpen op 20 november 2003, te vernietigen.

In het dwangbevel worden de verschuldigde bedragen vastgesteld als volgt :

\- als belasting op toegevoegde waarde : … EUR

\- als geldboete ingevolge artikel 70, § 1 W.BTW : … EUR

\- als verlopen intresten krachtens artikel 91, § 1, 1° W.BTW: … EUR

(berekend tot 20 november 2003)

\- **voorlopig totaal :** **… EUR**

Dit alles te vermeerderen met de intresten vanaf 21 november 2003 à rato van 0,80 % per maand vertraging, de moratoire intresten op de geldboeten en de vervolgingskosten.

2\. In subsidiaire orde vordert de eiseres de (gedeeltelijke) kwijtschelding van de opgelegde boete.

3\. Verweerder te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding miv van de rechtsplegingsvergoeding van … EUR en voor zoveel als nodig verweerder te veroordelen tot terugbetaling van alle ten onrechte geïnde bedragen, te vermeerderen met de moratoriumintresten.

4\. Het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van elk kantonnement.

## III. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

1\. De eiseres is geregistreerd als BTW-belastingplichtige en houdt zich bezig met activiteiten op het vlak van uitbating van een feestzaal en verstrekken van traiteurdiensten.

2\. Op 23 juni 2003 onderwierp een controleambtenaar de boekhouding van de eiseres aan een BTW-controle, waarbij met betrekking tot de periode van 1 januari 2000 tot 31 december 2001 welbepaalde inbreuken werden vastgesteld, die werden opgenomen in het Proces-Verbaal van 5 november 2003, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan de eiseres per aangetekende brief werd overgemaakt.

Overeenkomstig deze vaststellingen zou de eiseres verschuldigd zijn :

\- BTW : … EUR

\- Intresten : p.m.

\- Boeten : … EUR

3\. In een brief van 20 november 2003 meldt de gevolmachtigde van de eiseres niet akkoord te gaan met de weerhouden inbreuken in het proces-verbaal, behoudens wat betreft de inbreuken op de aftrekregeling in verband met de voertuigen ten bedrage van … EUR, en de dubbele boekingen ten bedrage van … EUR, verminderd met de compensatie van … EUR.

(administratief dossier nummer 2)

4\. Een tweede en aan de opmerkingen van de eiseres aangepast proces-verbaal d.d. 3 maart 2004 werd opgemaakt, waarin de totalen zich als volgt aanboden :

\- BTW : … EUR

\- Intresten : p.m.

\- Boeten : … EUR

5\. Per aangetekende brief van 21 november 2003 werd de kennisgeving verricht van het dwangbevel, uitgevaardigd op 18 november 2003 en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 20 november 2003.

In deze kennisgeving en het dwangbevel werd volgende bedragen vastgesteld :

\- BTW : … EUR

\- Boeten : … EUR

\- Intresten : p.m.

6\. Op 10 februari 2004 werd door de eiseres een verzoekschrift ter griffie neergelegd.

## IV. BESPREKING

### 1. Inbreuken op de aftrekregeling ten bedrag van … EUR

1.1.

In het proces-verbaal werd het beroepsmatig karakter van een aantal leveringen en diensten niet aanvaard en een aantal facturen zouden niet voldoen aan de voorgeschreven formaliteiten.

[Artikel 5, § 1 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) stelt dat de factuur en het in artikel 2 bedoeld stuk dienen te vermelden :

> “…
>
> 6° de gegevens die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten;
>
> 7° de in [artikel 8bis, § 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-8bis), van het Wetboek bedoelde gegevens voor de leveringen van nieuwe vervoermiddelen, evenals het merk, het model, het jaartal, de cilinderinhoud, de motorsterkte, het carrosseriemodel en het chassisnummer in geval van levering van nieuwe of tweedehandse personenauto's of auto's voor dubbel gebruik en, wanneer het gaat om tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, de datum waarop zij voor het eerst in het verkeer werden ..."
>
> 1.2. Vakliteratuur
>
> De boeking van een factuur waarin de omschrijving "vakliteratuur" werd opgenomen, heeft volgens de eiseres betrekking op de aankoop van tijdschriften en dagbladen. De eiseres houdt voor dat er wel degelijk een verband is tussen het lezen van deze lectuur door klanten en de beroepswerkzaamheden.
>
> Dagbladen en tijdschriften vallen niet onder de noemer vakliteratuur, zodat de omschrijving in de factuur niet in overeenstemming is met verantwoording van de eiseres.
>
> Terecht werd door de administratie gesteld dat facturen de voorgeschreven vermeldingen zoals voorzien in het KB nr. 1 niet bevatten. De op factuur aangewende omschrijving laat in casu niet toe de nodige controle te kunnen uitoefenen.
>
> 1.3. Facturen m.b.t de herstelling voertuig
>
> De eiseres deinst er niet voor terug facturen in te brengen betreffende een voertuig dat niet toebehoorde aan de vennootschap. In dergelijke omstandigheden wordt het des belangrijker om te kunnen identificeren voor welke voertuigen herstellingen nu juist werden verricht.
>
> De niet-aanvaarding van de BTW-aftrek omwille van de afwezigheid van de vermelding van het immatriculatienummer van het voertuig is in casu geen loutere formalistische houding van de BTW-administratie, doch een terechte opmerking wegens de onmogelijkheid van controle.
>
> 2\. Inbreuken op de tarificatie betreffende het verstrekken van spijzen en dranken
>
> 2.1.
>
> De eiseres is· van oordeel dat een deel van haar omzet dient uitgesplitst te worden in het gewoon tarief van 21 % en in het verlaagd tarief van 6 %. Volgens de eiseres werd de omzet met verlaagd tarief onder de rubriek "diverse klanten A” geboekt en had deze betrekking op afhaalmaaltijden ter gelegenheid van speciale gebeurtenissen zoals verjaardagen, bedrijfsfeesten, communiefeesten, enz ....

Eiseres centraliseerde en boekte deze ontvangsten driemaandelijks.

Daarnaast zou de eiseres maaltijden en dranken leveren bij cliënt, zoals levering van eetmalen in vergaderzalen zonder bediening, levering van buffetten en levering van versnaperingen en dranken, die allen onder verlaagd tarief van 6 % zouden vallen.

2.2.

De omzet met het verlaagd BTW-tarief van 6 % werd door de verweerder niet aanvaard.

2.3.

Overeenkomstig artikel 64, § 3 W.BTW, worden handelingen als het verstrekken van spijzen en dranken geacht voor het geheel betrekking te hebben op de goederen of diensten waarvoor het hoogste tarief geldt, behoudens wanneer door de eiseres op afdoende wijze het tegenbewijs wordt geleverd. De eiseres draagt de bewijslast met betrekking tot vaststelling van de omzet, die door klanten afgehaald werden. Pas wanneer dit bewijs wordt geleverd kan er een uitsplitsing van de omzet gebeuren naargelang het toepasselijke BTW-tarief van 6 of 21 % dat kan worden toegepast. Een driemaandelijkse inschrijving geglobaliseerde inschrijving van de dagontvangsten in slechts één enkele factuur in een rubriek "diverse klanten A" kan bezwaarlijk aanvaard worden als tegenbewijs met betrekking tot de uitsplitsing volgens het voorgehouden toepasselijke verlaagde BTW-tarief van 6 %. Deze driemaandelijkse boeking zonder enig verantwoordingsstuk is niet controleerbaar waardoor deze slechts de waarde hebben van een éénzijdige bewering.

De rechtbank is van oordeel dat de eiseres niet slaagt te bewijzen hoeveel omzet zou zijn afgehaald om een uitsplitsing van haar omzet naargelang het toepasselijke BTW-tarief te verantwoorden.

3\. De inbreuk op de vrijstellingsregeI overeenkomstig artikel 42, § 3, 3° W.BTW m.b.t. levering en diensten aan internationale instellingen

De eiseres heeft een factuur uitgeschreven ten aanzien van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voor goederen en diensten die uiteindelijk bestemd waren voor Ierse commissieleden van de Europese Unie. Volgens eiseres waren de afnemers Europese ambtenaren en vallen deze onder de vrijstellingsregel zoals voorzien in artikel 42, § 3, 3° W.BTW.

De eiseres verliest uit het oog dat de vrijstelling wordt toegestaan op basis van een attest aan de leverancier van de goederen of diensten die een factuur moet uitreiken. Voor de Europese Gemeenschap betreft dit een document 15.10. (zie Richtlijn 77/388/EEG, artikel 15, lid 10).

De eiseres kan zulk·certificaat niet voorleggen zodat zij zich ten onrechte meent te kunnen beroepen op artikel 42, § 3, 3° W.BTW.

De grief van de eiseres is ongegrond.

### 4. Voordelen van alle aard voor het personeel

In het proces-verbaal van 3 maart 2004 (blz. 8) werd de jaarlijkse waarde voor de onttrekkingen van voedingswaren en dranken door het personeel - in mondeling akkoord vastgesteld op … BEF, waarbij de verschuldigde BTW werd begroot op … BEF of … EUR.

De eiseres stelt het bestaan van een mondeling akkoord afgesloten met **E. D. C.**, de gevolmachtigde van de eiseres, in vraag.

De rechtbank merkt op dat de eiseres het bestaan van een mondeling akkoord wel erkend met betrekking het onttrekken van een roerend goed voor privé-doeleinden in hoofde van de zaakvoerder. Het komt dan ook weinig geloofwaardig over te beweren dat er geen mondeling akkoord zou zijn afgesloten met betrekking tot onttrekking van een roerend goed voor de privé-doeleinden door de personeelsleden. De rechtbank stelt overigens vast dat in het antwoord van de gevolmachtigde d.d. 20 november 2003 op het proces-verbaal van 5 november 2003 niet werd ontkend dat een mondeling akkoord via hem was afgesloten en enkel opmerkt dat "de vennootschap niet akkoord gaat met de kwestieuze belastbare onttrekking in hoofde van de personeelsleden".

De eiseres levert geen tegenbewijs van de door de controle-ambtenaar geakteerd akkoord.

De grief van eiseres is ongegrond.

### 5. De omzetverhoging

De controle-ambtenaar heeft binnen het kader van zijn opdracht een aantal vaststellingen gedaan die een bewijskracht hebben tot het tegendeel is aangetoond.

In casu werden bepaalde vaststellingen bevestigd in de brief van de gevolmachtigde van de eiseres. De administratie heeft voorts in het tweede proces-verbaal rekening gehouden met de door de eiseres gefundeerde en met bewijsstukken gestaafde opmerkingen.

Nu werd vastgesteld dat niet alle verkoopfacturen in het verkoopdagboek waren ingeschreven, dat bepaalde creditnota's niet werden opgenomen in de boekhouding, dat het dagontvangstenboek voor de verkoop aan particulieren niet werd bijgehouden, kan de boekhouding bezwaarlijk als bewijskrachtig aanvaard worden. De door de gevolmachtigde bevestigde onregelmatigheden, staat ieder geloofwaardig bewijs van het tegendeel in de weg.

De rechtbank is van oordeel dat het totaal der verschuldigde rechten, zoals vastgesteld in het proces-verbaal van 2 maart 2004 ten bedrage van … EUR op afdoende wijze aan de hand van feitelijke en boekhoudkundige stukken is aangetoond. Eiseres slaagt er niet in naar voldoening van recht een tegenbewijs te leveren.

De grief van de eiseres is ongegrond.

### 6. De boete

6.1.

De eiseres kan zich niet akkoord verklaren over de opgelegde fiscale geldboete van … EUR. De verweerder merkt op dat de opgelegde geldboete … EUR zou bedragen.

In het proces-verbaal van 3 maart 2004 heeft de administratie de geldboete inderdaad gereduceerd van … EUR naar … EUR.

De rechtbank moet evenwel vaststellen dat in de aangetekende brief van 21 november en het daaraan gevoegd dwangbevel van 18 november 2003 (geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 20 november 2003), een fiscale geldboete werd aangerekend van … EUR, hetgeen niet in overeenstemming is met het bovenvermeld proces-verbaal.

6.2.

De rechtbank stelt vast dat de berekening in het proces-verbaal van 3 maart 2003 van de boete op een correcte wijze is gebeurd zodat deze kan vastgesteld worden op … EUR.

Gelet op de hierboven beschreven inbreuken is de rechtbank van oordeel dat deze proportionele verminderde boete als gerechtvaardigd overkomt.

## V. DE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

De eiseres en de verweerder begroten de rechtsplegingsvergoeding op … EUR.

De vordering situeert zich in de schijf van 60.000,01 EUR tot 100.000,00 EUR zodat overeenkomstig artikel 2 van het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek de rechtsplegingsvergoeding kan vastgesteld worden op het basisbedrag van … EUR.

Gezien de beide partijen in het ongelijk gesteld worden, dienen zij overeenkomstig artikel 1017, 1e lid van het Gerechtelijk Wetboek, beide de gerechtskosten te dragen, waarbij de eiseres 3/4de en verweerder 1/4de wordt opgelegd.

## VI. UITVOERBAARHEID BIJ VOORRAAD

Overeenkomstig artikel 92bis W.BTW schorsen de termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening in cassatie de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing, zodat het vonnis dan ook niet uitvoerbaar bij voorraad kan verklaard worden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Met inachtneming van de artikelen 2 en 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk en deels gegrond.

Bevestigt het proces-verbaal van 2 maart 2004.

Zegt voor recht dat de geldboete … EUR bedraagt en beveelt een dienovereenkomstige correctie in het bestreden dwangbevel van 18 november 2003, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 20 november 2003 met RVIZ nummer ….

Verwijst de eiseres tot 3/4de van de kosten van het geding en de verweerder tot 1/4de waarbij deze kosten thans worden begroot als volgt :

\- langs de zijde van de eiseres : … EUR rechtsplegingsvergoeding

\- langs de zijde van de verweerder : … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **woensdag zestien maart tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

de heer **C. S.**, toegevoegd rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **C. S.**

## Textes cités

2

[AR no 1 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) 1 occurrence

[CTVA art. 8bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-8bis) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Paiement de la taxe, Cocontractant, Représentant responsable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-taxe-cocontractant-representant-responsable-cour-constitutionnelle-all-2012-10-fa4c) 2 dispositions communes

[Procédure civile, Frais et dépens](https://juriel.be/fr/jurisprudence/procedure-civile-frais-depens-tva-cour-constitutionnelle-bruxelles-2018-07-05-88-2018) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 1 dispositions communes

[Principe de neutralité, Amende proportionnelle, Intérêts, Notification préalable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-amende-proportionnelle-interets-cour-appel-anvers-2026-01-20-1005) 1 dispositions communes

[Amende fiscale, Proportionnalité de l’amende fiscale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-fiscale-proportionnalite-reduction-diminution-cassation-bruxelles-2022-09-23-1884) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-amende-tva-amont-cour-appel-anvers-2021-01-19-2323) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Factures de sous-traitance imprécises et irrégulières](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-sous-traitance-tribunal-bruxelles-2023-06-09-23dd) 1 dispositions communes
