---
title: "13 octobre 2008 · Exonération, exportation · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, poursuite. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 13 octobre 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-importation-operation-intracommunautaire-tribunal-bruges-2008-10-13-88ab"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

13 octobre 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

67 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 13.10.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **07/1689/A** Rep. nr. 2008/13925

**de NV G. D.**, (ondernemingsnr. BE …), met zetel te …, …, handelend als algemeen rechtsopvolger van BVBA **G. D.**, (ondernemingsnr. BE …), voorheen met zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **S. L.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FOD FINANCIËN**, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-controlekantoor TIELT, met kantoor te 8700 TIELT, Tramstraat 50,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 6 juni 2007.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen. overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 15 september 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is de algemene rechtsopvolger van BVBA **G. D.**. Vermelde BVBA was vanaf 1 januari 1971 tot aan de stopzetting op 30 november 2003 ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van garage en autohandel. Zij was derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 10 november 2006 werd door **R. V.**, eerstaanwezend inspecteur a.i. bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit sector BTW, in die hoedanigheid verbonden aan het controlekantoor van BTW te Tielt, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde in de periode van 1 juli 2003 tot 30 september 2003.

Op 21 december 2006 wordt door voormelde ambtenaar een correctieopgave opgemaakt, waarbij als verschuldigde BTW een bedrag is opgenomen t.b.v. 7.289,26 EUR en een verminderde proportionele boete van 728,00 EUR (10 %) ingevolge een inbreuk op artikel 39bis W.BTW bij verkoop op 5 augustus 2003 van een personenwagen Porsche aan de Franse onderneming **S.** AFT, met zetel te … (Frankrijk).

Eiseres gaat met een schrijven van 29 december 2006 niet akkoord met de correctieopgave.

Op 1 maart 2007 wordt per aangetekend schrijven aan eiseres meegedeeld dat op grond van artikel 81bis, § 1, tweede lid W.BTW de verlengde verjaringstermijn wordt ingeroepen.

Op 1 maart 2007 worden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in den proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Het proces-verbaal wordt per aangetekend schrijven aan eiseres overgemaakt op 8 maart 2007.

Op 17 april 2007 gaat eiseres onder voorbehoud over tot betaling van de gevorderde bedragen.

Door eiseres wordt op 6 juni 2007 een verzoekschrift op tegenspraak neergelegd bij de rechtbank.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- voor recht gezegd wordt dat de BTW, boetes en nalatigheidsintresten opgenomen in het proces-verbaal d.d. 1 maart 2007 niet verschuldigd zijn;

\- teruggave wordt bevolen van de ten onrechte geïnde bedragen, te vermeerderen met de moratoriumintresten;

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 900,00 EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 900,00 EUR.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

**1.** Conform artikel 81bis, § 1, eerste lid W.BTW verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, intresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan. Conform artikel 81bis, § 1, tweede lid wordt de verjaring verlengd tot na het verstrijken van het vijfde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan, zodra de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of het oogmerk te schaden.

Conform artikel 84ter W.BTW dient de administratie wanneer zij de verjaringstermijn wil uitbreiden tot 5 jaar, op straffe van nietigheid, voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennis te geven van de vermoedens van de belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode.

**2.** Met een aangetekend schrijven d.d. 1 maart 2007 deelt de administratie het volgende mee aan eiseres :

> *"Onder verwijzing naar het onder rubriek vermeld dossier, heb ik de eer u ter kennis te brengen dat ik op grond van artikel 81bis, § 1, 2° lid de verlengde verjaringstermijn inroep.*
>
> *Aangezien u zich niet minnelijk akkoord heeft verklaard met de door mij in de correctieopgave d.d. 21/12/2006 aangerekende bedragen, zal eerstdaags door mij, een proces-verbaal ter goedkeuring aan de BTW-directie worden voorgeld. Dit proces-verbaal zal u na goedkeuring worden betekend."*

**3.** De rechtbank stelt vast dat in dit schrijven niet het minste vermoeden van belastingontduiking wordt vermeld. Het zich niet minnelijk akkoord verklaren vormt geen vermoeden van belastingontduiking. Ook in de correctieopgave d.d. 21 december 2006 is geen vermoeden van belastingontduiking vermeld en ook de vermelde feiten in de correctieopgave vormen op zich geen vermoeden van belastingontduiking. Het is niet omdat artikel 39bis W.BTW niet zou zijn nageleefd dat er sprake is van belastingontduiking of van bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden of dat dit een vermoeden vormt hiervan. Het feit alleen dat geen bewijs van een intracommunautaire levering kan geleverd worden, vormt op zich geen vermoeden van belastingontduiking.

Dat de administratie daarenboven zelf overtuigd was van het feit dat er geen vermoeden van belastingontduiking bestond, blijkt uit het feit dat er een geldboete wordt opgelegd van 10 % in de correctieopgave d.d. 21 december 2006. Ook in het proces-verbaal d.d. 1 maart 2007 wordt een geldboete opgelegd van 10 %.

Deze verlaging tot 10 % kan wettelijk niet worden toegepast ingeval van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken ([artikel 1, tweede lid KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987).

De administratie kan niet tegelijkertijd de geldboete verlagen wegens geen belastingontduiking en anderzijds de verjaringstermijn verlengen wegens belastingontduiking.

Ook tot op vandaag blijft verweerder in gebreke om bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden te bewijzen in hoofde van BVBA **G. D.** voor wat betreft de verkoop op 5 augustus 2003 van de personenwagen Porsche aan de Franse onderneming **S.** AFT, met zetel te … (Frankrijk).

In besluiten schrijft verweerder zelf (synthesebesluiten d.d. 26 juni 2008 blz. 13) : *“Nu kwade trouw in hoofde van verzoekster niet kon worden bewezen is de opgelegde geldboete van 720 EUR (zijnde 10 % van de verschuldigde BTW), evenredig is met de gepleegde inbreuken en terecht verschuldigd."*

**4.** Het is duidelijk dat verweerder geen bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden kan bewijzen en dus ten onrechte de verjaringstermijn verlengd heeft tot 5 jaar. Bovendien heeft de administratie de procedure tot verlenging van de verjaringstermijn niet nageleefd door geen vermoeden van belastingontduiking te vermelden in het schrijven van 1 maart 2007.

**5.** De overige grieven van eiseres dienen niet te worden onderzocht nu het eventueel gegrond verklaren ervan niet tot een ruimer voordeel voor eiseres kan leiden.

**6.** De intresten op de eventueel geïnde sommen worden beheerst door artikel 91, § 4 W.BTW. Het betreft moratoire intresten, namelijk vanaf de aanmaning. De aanmaning tot terugbetaling is kennelijk pas door middel van het verzoekschrift gedaan. De intresten zijn dus verschuldigd vanaf 6 juni 2007 en dit tegen de wettelijke rentevoet.

### C. Betreffende de kosten

Verweerder wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, eerste lid Ger. W. moet hij de gerechtskosten dragen.

De waarde van de eis situeert zich tussen 5.000 en 10.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 900,00 EUR bedraagt, zoals gevorderd.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar en gegrond.

Zegt voor recht dat de BTW, de boete en de intresten opgenomen in het proces-verbaal d.d. 1 maart 2007 op naam van BVBA **G. D.** niet verschuldigd zijn wegens verjaring.

Beveelt de teruggave van alle sommen die op grond van het vermelde proces-verbaal werden geïnd, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke rentevoet, vanaf datum van betaling maar ten vroegste vanaf 6 juni 2007, zijnde de datum van het verzoekschrift.

Veroordeelt verweerder tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 900,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag dertien oktober tweeduizend en acht**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **L. D. P.**

## Textes cités

1

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence
