---
title: "Exonération, exportation · Cour d&#x27;appel de Bruxelles, 26 février 2009"
description: "Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire. Cour d'appel de Bruxelles (Belgique), 26 février 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-importation-operation-cour-appel-bruxelles-2009-02-26-3917"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Bruxelles

**Date**

26 février 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

163 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 26.02.2009

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**HOF van BEROEP te BRUSSEL - Zesde fiscale kamer**

Nr. van de zaak : **2002/AR/1461**

Openbare terechtzitting van 26.02.2009

IN ZAKE VAN :

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de BTW, registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, met kantoor gevestigd te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door meester **A. H.** loco meester **P. D.**, advocaat, met kantoor gevestigd te …, ….

tegen :

De BVBA **I. A. S.**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

**geïntimeerde,**

niet verschijnende.

---

Het hof, na beraad, spreekt in openbare terechtzitting volgend arrest uit.

**R. 2009/1509** **EINDARREST - gegrond**

## PROCEDURE

Gelet op de procedurestukken, inzonderheid het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 15 maart 2002, waarvan geen betekeningakte wordt voorgelegd, en waartegen hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift op de griffie van het hof neergelegd op 17 juni 2002.

Geïntimeerde werd failliet verklaard op 28 december 2004.

Haar raadsman treedt niet meer voor haar op.

Aan de curator werd een gerechtsbrief verstuurd bij toepassing van de artikelen 803 en 804 Ger. W.

De curator liet het hof weten dat hij de zaak niet verderzet.

Het arrest wordt overeenkomstig voormelde bepalingen opzichtens geïntimeerde, die niet verschijnt, bij verstek gewezen.

## FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN

Geïntimeerde, BTW-plichtig uit hoofde van haar werkzaamheid als adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer, leverde van augustus 1997 tot oktober 1997 computerprocessoren aan de Nederlandse BV MC DOS met vrijstelling van de BTW overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1° W.BTW, betreffende de intracommunautaire levering.

Tijdens een BTW-controle bij geïntimeerde op 20 oktober 1997 betreffende de boekhouding van 1 januari 1996 tot 20 oktober 1997, en in het bijzonder de factuur nr. … van 9 september 1997 ten bedrage van … BEF (… EUR) en de factuur nr. … van 10 september 1997 ten bedrage van … BEF (… EUR) betreffende de voormelde leveringen, werd vastgesteld dat geïntimeerde het bewijs niet leverde dat de betreffende goederen werden verzonden en vervoerd naar een andere Lidstaat van de Gemeenschap (inbreuk op de artikelen [1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art1) en [2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art2) van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde), en dat de voormelde facturen noch de datum van levering, noch de melding krachtens dewelke de handelingen van de belasting zijn vrijgesteld en krachtens dewelke de belasting niet in rekening werd gebracht, vermelden (inbreuk op artikel 5, eerste paragraaf, 5° en 10° van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).

Nadat van deze vaststellingen processen-verbaal van 19 november 1997 en 23 april 1999 werden opgesteld, werd op 6 juli 1999 een dwangbevel uitgevaardigd, aangetekend ter kennis gebracht van geïntimeerde op 22 juli 1999, waarbij betaling werd gevorderd van de volgende bedragen :

BTW … BEF

geldboete wegens niet-tijdige betaling

van de BTW … BEF

… BEF

meer de interesten en vervolgingskosten

De eerste rechter was van oordeel dat geïntimeerde voor de litigieuze leveringen het bewijs van de echtheid van het vervoer leverde, en kende het verzet tegen het dwangbevel toe. Hij deed het dwangbevel teniet, en veroordeelde appellant tot de kosten.

## GRIEVEN

Volgens appellant is het bewijs van de intracommunautaire levering niet geleverd, en is bijgevolg BTW verschuldigd op de litigieuze facturen.

Appellant vordert het bestreden vonnis te hervormen en het oorspronkelijk verzet ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, en geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van beide aanleggen.

## BEOORDELING

1\. Overeenkomstig [artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3) van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde, moet de BTW-plichtige te allen tijde de bewijsstukken kunnen voorleggen, waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer blijkt, en zijn documenten zoals contracten, bestelbons, vervoerdocumenten en betalingsstukken vereist.

In eerste aanleg beoogde geïntimeerde voor de litigieuze facturen de echtheid van het vervoer te bewijzen met de volgende stukken :

\- de voor ontvangst van goederen getekende facturen nrs. … en …

\- het inningsbewijs van een buitenlandse cheque ter betaling van de factuur nr. …

\- een betalingsopdracht aan de ABN Amro bank ter betaling van de factuur nr. …

\- een creditbericht van de Generale Bank tot inning van de factuur nr. …

\- een bestelbon van de BV MC DOS van 9 september 1998 betreffende de factuur nr. …

\- een magazijnfiche van de BV MC DOS van 16 februari 1998 betreffende de factuur nr. …

\- het schrijven van 12 november 1998 van de Nederlandse fiscus

Hoofdzakelijk op basis van het inningsbewijs van een buitenlandse cheque ter betaling van de factuur nr. … en het creditbericht tot inning van de factuur nr. … afkomstig zijn van een onafhankelijke derde, nl. de Generale Bank, oordeelde de eerste rechter dat geïntimeerde voor de litigieuze facturen het bewijs van de echtheid van het vervoer leverde.

De bundel met stukken van geïntimeerde, die verstek doet, wordt niet bijgebracht.

Het hof verkeert derhalve in de onmogelijkheid om de bewijslevering van geïntimeerde, op wie de bewijslast rust, te beoordelen.

Het bewijs van de intracommunautaire leveringen is derhalve niet geleverd, en de BTW is verschuldigd op de litigieuze facturen.

2\. Op de zitting vraagt appellant het basisbedrag van … EUR van de rechtsplegingvergoeding.

Dit basisbedrag kan worden toegekend aan appellant. Geïntimeerde, niet bijgestaan door een raadsman, en overigens niet verschijnende, heeft geen recht op rechtsplegingvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF,** rechtsprekend na tegenspraak ten aanzien van appellant en bij verstek ten aanzien van geïntimeerde,

Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond,

Hervormt het bestreden vonnis,

Verklaart het verzet tegen het bestreden dwangbevel ontvankelijk, doch ongegrond,

Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, in hoger beroep aan de zijde van appellant begroot op het bedrag van … EUR, en aan de zijde van geïntimeerde op het bedrag van … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de **zesde fiscale kamer** van het hof van beroep te Brussel, op **26-02-2009**

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

**P. V.**, raadsheer,

**M. D. G.**, raadsheer,

**R. V.**, plaatsvervangend raadsheer,

C. D. N., griffier.

**C. D. N.** **R. V.** **M. D. G.** **P. V.**

### Décision jointe par le SPF

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL**

**A.R. 99/8648/A**

Fiscaal geschil- BTW

## Eindvonnis in eerste aanleg en op tegenspraak

Bijlagen :

1 dagvaarding

2 besluiten

Inzake van :

**De BVBA I. A. S.**, met maatschappelijke zetel te …, … en ingeschreven in het H.R. te Brussel onder het nummer …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mr. **M. v. D.**, advocaat, met kantoor te …, ….

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de e.a. inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Vilvoorde, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door Mr. **V. B.** loco Mr. **M. V. A.**, advocaat, met kantoor te …, ….

---

In deze zaak, in beraad genomen op 22 februari 2002, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit :

## I. PROCEDURE

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

\- het exploot van dagvaarding van gerechtsdeurwaarder **H. v. H.**, te …, houdende verzet tegen dwangbevel, betekend op 18 augustus 1999, waardoor het geding aanhangig werd gemaakt;

\- de besluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op 5 mei 2000;

\- de besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op 21 november 2001.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare zitting van 22 februari 2002, waarna de bundels met de stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.

## Il. FEITEN EN RETROACTEN

De BVBA **I. A. S.**, hierna afgekort BVBA **IAS**, huidige eiseres, heeft uit hoofde van haar werkzaamheid als adviesbureau op het gebied van bedrijfsvoering en beheer de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

Op 20 oktober 1997 voerden de heren **S.** en **G.**, beiden verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, verbonden aan het Nationaal Controlecentrum ter bestrijding van BTW-carrousels te Mechelen, in aanwezigheid van de heer **K.**, zaakvoerder van de BVBA **IAS**, een controle van de boekhouding van deze vennootschap uit over de periode van 1 januari 1996 tot en met 20 oktober 1997, teneinde de juiste toepassing van de BTW-wetgeving en reglementering na te gaan.

Meer bepaald werd een fiscaal onderzoek ingesteld met betrekking tot de uitgaande facturen nr. … van 10 september 1997 en nr. … van 9 september 1997 voor de verkoop van respectievelijk 500 en 1000 CPU's (computerprocessoren) voor een totale waarde van respectievelijk … euro (… BEF) en … euro (… BEF).

Er werd vastgesteld dat op deze uitgaande facturen geen BTW in rekening werd gebracht, en dit onder toepassing van art. 39bis W.BTW, volgens de Belgische Staat zonder dat door de BVBA **IAS**, het bewijs werd geleverd dat die goederen werden verzonden of vervoerd buiten België, maar binnen de Gemeenschap.

Op 19 november 1997 werd, als gevolg van deze controle, een proces-verbaal opgesteld conform art. 59, § 1 W.BTW, waarin ernstige vermoedens werden geformuleerd dat de door de BVBA **IAS**, voor de maand september 1997 ingediende BTW-aangifte gegevens bevatte die onjuist waren.

Op 3 december 1997 werd bij aangetekend schrijven de akte van inhouding aangezegd aan de BVBA **IAS**, door de e.a. inspecteur verbonden aan het BTW-ontvangkantoor te Vilvoorde, teneinde het saldo van de BTW rekening-courant op 31 oktober 1997 ten bedrage van … euro (… BEF) in te houden op grond van [art. 8/1, § 3, lid 5 van het K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-article-86c6) van 29 december 1969.

Op 9 maart 1999 tekende de BVBA **IAS**, verzet aan tegen deze door de Belgische Staat uitgevoerde inhouding.

Op 23 april 1999 werd een proces-verbaal conform art. 59, § 1 W.BTW met de totale becijferde schuld van de BVBA **IAS**, zoals opgenomen in het proces-verbaal van 19 november 1997, opgesteld.

In dit proces-verbaal van 23 april 1999 werd vastgesteld dat de BVBA **IAS**, intracommunautaire leveringen factureerde aan een Nederlandse vennootschap, de Mc Dos BV, maar dat zij voor deze met vrijstelling van BTW gefactureerde leveringen op grond van art. 39 bis, lid 1, 1° W.BTW, het bewijs van de echtheid van het vervoer of verzending niet leverde. Bovendien werd op de betreffende facturen noch de datum van verzending, noch de melding krachtens dewelke de belasting niet in rekening werd gebracht, vermeld.

Volgens de Belgische Staat is de BVBA **IAS**, verschuldigd :

• aan BTW : … euro (… BEF)

• aan boete : … euro (… BEF)

• aan interesten : P.M.

Op 17 mei 1999 werd dit proces-verbaal van 23 april 1999 ter kennis gebracht van de BVBA **IAS**.

Vervolgens ontving deze laatste een bericht van betaling met als uiterste betaaldatum 2 juni 1999.

Op 6 juli 1999 werd op grond van het proces-verbaal van 23 april 1999 een dwangbevel uitgevaardigd.

Op 22 juli 1999 werd het dwangbevel de BVBA **IAS**, aangetekend ter kennis gebracht.

Op 18 augustus 1999 ging de BVBA **IAS**, over tot betekening van een exploot houdende verzet tegen dit dwangbevel.

## lIl. IN RECHTE

### A STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiseres vraagt haar verzet ontvankelijk en gegrond te horen verklaren; dienvolgens het dwangbevel, uitgevaardigd door de wnd. e.a. inspecteur, hoofd van het BTW-ontvangkantoor Vilvoorde op 6 juli 1999, teniet te horen doen.

Verweerder vraagt het verzet van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en haar in haar eis af te wijzen.

### B. BEOORDELING

Eiseres stelt dat zij, in tegenstelling tot wat verweerder voorhoudt, voor de twee litigieuze leveringen wel degelijk het bewijs van de echtheid van het vervoer of de verzending levert.

Krachtens [art. 3 van het K.B. nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3) van 29 december 1992 kan genoemd bewijs onder meer worden geleverd door middel van contracten, bestelbons, vervoerdocumenten en betalingstukken. Eiseres legt als bewijsstukken voor :

• de voor ontvangst van goederen getekende facturen nrs. … en …;

• het inningsbewijs van een buitenlandse cheque ter betaling van factuur nr. …;

• een betalingsopdracht aan de ABN Amro-bank ter betaling van factuur nr. …;

• een credit-bericht van de Generale Bank tot inning van factuur nr. …;

• een bestelbon van Mc Dos BV van 9 september 1998 met betrekking tot factuur nr. …;

• een magazijnfiche van Mc Dos BV van 16 februari 1998 met betrekking tot factuur nr. ….

Naar het oordeel van eiseres bewijzen deze stukken de echtheid van het vervoer of de verzending voor wat de twee litigieuze leveringen betreft.

Bovendien blijkt de waarachtigheid van het vervoer, volgens eiseres, uit het schrijven van 12 november 1998 van de Nederlandse fiscus, waarin deze, volgens haar, stelt dat de betreffende leveringen in de administratie van Mc Dos BV verantwoord zijn.

Derhalve meent eiseres dat de BTW-vrijstellingen met betrekking tot deze leveringen dan ook terecht door haar werden ingeroepen.

Verweerder verwijst naar de inhoud van art. 59, § 1 W.BTW, en stelt dat, bij toepassing van deze bepaling, de in het proces-verbaal van 23 april 1999 opgenomen vaststellingen door de rechtbank als waarachtig dienen te worden beschouwd, tot bewijs van het tegendeel. Loutere beweringen van het tegendeel leveren niet het tegenbewijs op van wat in het proces-verbaal werd opgenomen.

Verder stelt verweerder dat, teneinde fraude en ontduiking van de BTW tegen te gaan, door de administratie maatregelen werden uitgevaardigd die de leverancier, in casu eiseres, verplichten het bewijs te leveren dat de goederen effectief naar een andere E.U-Lidstaat zijn verzonden. Indien deze leverancier er niet in slaagt dit bewijs te leveren en hij de levering toch heeft vrijgesteld van BTW, blijft hij aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde BTW. Overeenkomstig art. 51, § 1, 1° W.BTW is de belasting immers verschuldigd door de belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen of een belastbare dienst verricht.

Ten slotte stelt verweerder dat de vrijstelling van BTW inzake intracommunautaire leveringen van goederen afhankelijk is van het bewijs van de verzending of het vervoer van de goederen buiten België maar binnen de Europese Unie. In dat verband moet de verkoper te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de waarachtigheid van de verzending of van het vervoer van de goederen blijkt. Naar het oordeel van verweerder wordt het effectieve bewijs van intracommunautaire levering, zijnde het materieel vervoer, in casu niet geleverd.

Ook het schrijven van de Nederlandse fiscus van 12 november 1998, waaraan eiseres refereert om de waarachtigheid van het vervoer te bewijzen, heeft· volgens verweerder niet de draagwijdte die eiseres daaraan wil geven. De Nederlandse fiscus spreekt inderdaad van vervoerdocumenten, maar deze betreffen volgens hem CMR-documenten opgemaakt door Mc DOS BV voor leveringen van Mc Dos NV, en niet voor leveringen van eiseres.

De rechtbank stelt vast dat [art. 3 van het K.B. nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3) letterlijk als volgt luidt :

> *"De verkoper moet te allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt; hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.*
>
> *Door of vanwege de Minister van Financiën kan eveneens het uitreiken van andere stukken worden voorgeschreven"*.

Terecht wijst eiseres erop dat het gebruik van de termen "onder meer" erop duidt dat de opsomming van de stukken, die als bewijs kunnen gelden, een exemplatief karakter heeft. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen ook andere stukken dienstig zijn, zoals briefwisseling, leveringsnota's, enz : ... (in die zin, zie : VANDEBERGH, H., BTW-Handboek, Gent, Mys en Breesch, 1999, 316).

Ten onrechte houdt verweerder voor dat de door eiseres voorgelegde stukken telkens werden opgesteld door één van de partijen die volgens hem betrokken waren in de BTW-carrousel.

Zoals eiseres met reden voorhoudt, zijn de volgende bewijsstukken afkomstig van een onafhankelijke derde, nl. de Generale Bank :

• het inningsbewijs (Generale Bank) van een buitenlandse cheque ter betaling van factuur nr. …;

• een credit-bericht van de Generale Bank tot inning van factuur nr. ….

Verder is er ook het schrijven van 12 november 1998 van de Nederlandse fiscus, waann· letterlijk het volgende staat vermeld :

> *"De bevoegde fiscale autoriteiten van België hebben mij gevraagd te verifiëren of bepaalde door BVBA* ***I. A. S.*** *en NV Mc Dos in 1996 en 1997 verrichte intracommunautaire leveringen aan Mc Dos BV in de administratie van laatstgenoemde is verantwoord. Tevens hebben zij gevraagd om gegevens met betrekking tot betaling en wijze van vervoer van de gefactureerde leveringen.*
>
> *(...)*
>
> *Ter zake heb ik aan de Belgische fiscale autoriteiten het volgende meegedeeld.*
>
> *De desbetreffende leveringen zijn in de administratie van Mc Dos BV verantwoord. Kopieën van aangetroffen betalingsbewijzen en vervoersdocumenten zijn verstrekt. Goederen afkomstig van BVBA* ***I. A. S.*** *werden afgeleverd door een persoon genaamd* ***E. R.****, die daarvoor gebruik maakte van een huurauto van de onderneming Hertz."*.

Verweerder replikeert hierop door te stellen dat deze. tekst door eiseres geheel uit zijn context werd gerukt en als volgt dient te worden gelezen :

Wat betreft de leveringen tussen Mc Dos Nv en Mc Dos BV :

> *"De desbetreffende leveringen zijn in de administratie van Mc Dos BV verantwoord. Kopieën van aangetroffen betalingsbewijzen en vervoersdocumenten zijn verstrekt."*

Wat betreft de leveringen tussen BVBA **IAS** en Mc Dos BV :

> *"Goederen afkomstig van BVBA* ***I. A. S.*** *werden afgeleverd door een persoon genaamd* ***E. R.****, die daarvoor gebruik maakte van een huurauto van de onderneming Hertz."*.

De rechtbank is evenwel van oordeel dat het door verweerder gemaakte onderscheid met terug te vinden is in voormeld schrijven van 12 november1998. Derhalve kan verweerder niet worden bijgetreden : wanneer hij stelt dat de vervoersdocumenten, waarover de Nederlandse fiscus spreekt, CMR-documenten betreffen opgemaakt door Mc Dos BV voor leveringen van Mc Dos NV en niet voor leveringen van BVBA **IAS**.

Op grond van hetgeen voorafgaat, meent de rechtbank dat eiseres voor de twee leveringen van goederen aan Mc Dos BV, die op grond van art. 39 bis, lid 1, 1° W.BTW met vrijstelling van BTW werden gefactureerd, het bewijs van de echtheid van het vervoer heeft geleverd.

Derhalve dient de vordering van eiseres te worden ingewilligd.

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, zoals nadien gewijzigd.

Rechtsprekend in eerste aanleg, na tegenspraak.

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of·overbodig,

Verklaart het verzet van de BVBA **IAS**, ontvankelijk en gegrond.

Doet dienvolgens het dwangbevel, uitgevaardigd door de wnd. e.a. inspecteur, hoofd van het BTW-ontvangkantoor Vilvoorde, op 6 juli 1999, teniet.

Veroordeelt de Belgische Staat tot de kosten van het geding, begroot ten aanzien van de BVBA **IAS**, op … euro (… euro rechtsplegingsvergoeding + … euro dagvaardingskosten), en ten aanzien van hemzelf op … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de **33ste kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op datum van **15 maart 2002**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

de heer **V.**, alleenrechtsprekend rechter,

mevrouw V., adjunct-griffier.

**V.** **V.**

## Textes cités

4

[AR no 52 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 3 occurrences

[AR no 4 art. 8/1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-article-86c6) 1 occurrence

[AR no 52 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 1 occurrence

[AR no 52 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Bateau](https://juriel.be/fr/jurisprudence/bateau-cour-appel-bruxelles-2026-05-21-b5bb) 1 dispositions communes

[Contrainte, Compte spécial, Retenue d’un crédit d’impôt](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-compte-special-retenue-credit-cassation-bruxelles-2021-04-30-e4fa) 1 dispositions communes

[Demande de restitution, Délai de prescription, Point de départ](https://juriel.be/fr/jurisprudence/demande-restitution-delai-prescription-point-cassation-bruxelles-2012-11-23-06d4) 1 dispositions communes

[Demande de restitution, Délai de prescription, Point de départ](https://juriel.be/fr/jurisprudence/demande-restitution-delai-prescription-point-cassation-bruxelles-2012-11-23-01aa) 1 dispositions communes

[Procès-verbal, Contestation, Contrainte, Obligations, contentieux, instrument financier](https://juriel.be/fr/jurisprudence/proces-verbal-contestation-contrainte-obligations-cassation-bruxelles-2006-03-09-840a) 1 dispositions communes

[Non-paiement de la TVA, Compte spécial](https://juriel.be/fr/jurisprudence/non-paiement-tva-compte-special-cour-appel-anvers-2017-11-28-bbad) 1 dispositions communes

[Livraison de biens, Localisation, option d'achat, intérêt de retard](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-biens-localisation-option-achat-cour-appel-bruxelles-2026-05-21-d09d) 1 dispositions communes

[Remboursement de la taxe, disposition pénale, amende administrative, poursuite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/remboursement-taxe-disposition-penale-amende-tribunal-kortrijk-2003-03-04-1512) 1 dispositions communes
