---
title: "15 mai 2006 · Exonération, autre exemption · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Exonération, autre exemption, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 15 mai 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-poursuite-instance-tribunal-anvers-2006-05-15-558d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, autre exemption, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

15 mai 2006

## Parcours procédural

2 étapes · 3 ans

1. Décision affichée Tribunal de première instance d'Anvers 15.05.2006
2. [Décision sur appel Cour d'appel d'Anvers 02.06.2009](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-champ-application-service-cour-appel-anvers-2009-06-02-c266)

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

80 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 15.05.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vijftien mei tweeduizend en zes in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk anondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, adjunct-griffier.

**In zake : A.R. Nr. 04/4942/A**

**N.V. FCI**,

ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder het nummer …, voorheen met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, thans gevestigd te …, ….

**EISENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **B. V. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

in de persoon van de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, vertegenwoordigd door Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Mechelen met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzustersvest 24 bus 34.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **L. E.** loco meester P. S., advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 25 augustus 2004,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 18 juli 2005,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 24 april 2006.

---

Een bevoegd ambtenaar verrichtte in januari, maart en april 2004, BTW-controle ten aanzien van huidig eiseres.

Hierover stelde hij op 3 mei 2004 proces-verbaal op.

Hij stelde enerzijds vast dat eiseres noch aangifte van stopzetting, noch aangifte van wijziging van activiteit, noch opgave van wijziging van adres had gedaan aan de BTW-belastingdienst.

Hij stelde anderzijds vast dat eiseres niet meer op haar maatschappelijke zetel was gevestigd, maar wel op een ander adres een kantoor huurde en dat hij op dit laatste adres te woord werd gestaan door een tijdelijk medewerker die verklaarde aldaar de boekhouding te voeren.

Hij stelde vast dat uit de hem voorgelegde balans bleek dat eiseres alle activa 'had afgestoten' en alle goederen en stock had verkocht, behoudens het gebouw der maatschappelijke zetel, en dat alle personeel was ontslagen, zulks naast stopzetting, 'medio 2003', van 'alle activiteit met betrekking tot enige productie van FCI'.

Hij stelde vast dat het adres van de maatschappelijke zetel zelf verlaten was, met affichering van te koop stelling, en dat bij OVAM bodemattest was aangevraagd met oog op verkoop.

In het vermelde proces-verbaal werd navordering geformuleerd ter zake volgende drie punten :

1° Herziening, krachtens [art. 10, 5°, KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) inzake BTW, van verrichte aftrek

2° BTW op niet aanwezige stock zonder aanwezigheid van 'verkoopstukken'

3° BTW wegens gebruik van bedrijfsvoertuigen voor privé of andere dan bedrijfsdoeleinden.

Volgende herleide boetes werden krachtens KB 41 inzake BTW geformuleerd : 10 %, 20 % en 20 %, naast … EUR wegens niet aangifte stopzetting activiteit.

Wettelijke intrest werd krachtens [art. 91, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) geformuleerd op de nagevorderde rechten en boetes, zulks met ingang van 21 juli 2003.

De Ontvanger BTW Mechelen stelde op 11 mei 2004 dwangbevel (RCIV …) op dat op 12 mei 2004 uitvoerbaar werd verklaard en waarvan met aangetekende brief van 12 augustus 2004 kennis werd gegeven aan eiseres op adres van haar maatschappelijke zetel.

Inmiddels was er briefwisseling geweest tussen raadgevers van eiseres en de belastingdienst.

Raadslieden voor eiseres legden op 25 augustus 2004 ter griffie verzoekschrift op tegenspraak neer met aangehecht afschrift van het dwangbevel en van het eraan gehechte proces-verbaal.

Toelaatbaarheid van de rechtsvordering staat niet in betwisting, ook niet zo nodig ambtshalve aan te halen.

Ten gronde betwist eiseres enkel het eerste punt van navordering, door haar zonder betwisting van verweerder uitgerekend naar … EUR en correlatieve boete … EUR ad 10 % en correlatieve intrest.

Zij vordert ook terugbetaling, stelt hiermede aldus een vordering tot teruggaaf, geeft evenwel niet op of er op de fiscale vordering wel effectief betaling is geschied en zo ja wanneer.

In ondergeschikte orde werpt eiseres op dat de herziening, zo van toepassing, onderworpen is aan vijf jaar herzieningstermijn en niet aan vijftien jaar herzieningstermijn.

Verweerder concludeert tot afwijzing ten gronde, stelt daarbij vast dat punten 2° en 3° van de fiscale vordering niet worden betwist, aldus in die mate niet het dwangbevel.

Eiseres produceerde vanaf onbekende datum op het adres van haar maatschappelijke zetel die aldus ook haar uitbatingszetel was, componenten voor elektrische installaties.

Zulks werd minstens gedeeltelijk voortgezet tijdens vernieuwings- en omvormingswerken van 1999 tot 2002.

Onbetwist werd op 9 mei 2003 beslist de doelactiviteit te staken en het gebouw zelf te koop te stellen.

Zoals reeds hogerop uiteengezet bevond de verbalisant op 9 april 2004 het gebouw verlaten.

De overgebleven niet industriële activiteit werd door de verbalisant aangetroffen op een adres waar een kantoor werd gehuurd, en eiseres heeft daarheen naderhand haar zetel overgebracht.

De discussie loopt of de op de vernieuwings- en verbouwingswerken aan medecontractanten betaalde, en daardoor in aftrek genomen voorbelasting, onderworpen is aan herziening. en zo ja, over welke periode die herziening moet worden gespreid.

Eiseres stelt in hoofdorde dat in het geheel geen herziening dient te geschieden.

Er loopt alvast geen discussie dat eiseres naar aanleiding van de werken recht had op aftrek der voorbelasting, gelet op objectieve bestemming der werken tot BTW-activiteiten.

Eiseres stelt dat herziening als, latere, beperking op dat recht op aftrek restrictief moet worden gelezen, en dat het door de belastingdienst aangevoerde [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) inzake BTW te dezen niet van toepassing is.

Zij werpt daartoe op dat zij niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft verloren. en zij evenmin 'nog slechts handelingen verricht die geen recht op aftrek verlenen wat betreft de aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard'.

Voor verweerder is elk van beide mogelijkheden te dezen voldaan.

Ter zake de eerste mogelijkheid legt hij de bewijslast ten onrechte bij eiseres.

Het is immers aan verweerder, die middels dwangbevel de fiscale vordering heeft gesteld om aan te tonen dat de voorwaarde van verlies van hoedanigheid van belastingplichtige in hoofde van eiseres is vervuld.

Zij kan bij dit alles het verlies van hoedanigheid van belastingplichtige niet louter afleiden uit de door haar zelf uitdrukkelijk naar voren geschoven slechts stopzetting van wat zij omschrijft als een "volledige bedrijfsafdeling"' zonder aldus met zichzelf in tegenspraak te komen.

Ter zake de tweede mogelijkheid telt de vraag of eiseres 'nog slechts handelingen verricht die geen recht op aftrek verlenen wat betreft de aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard'.

Op zich is in het proces-verbaal van mei 2004 gerelateerd dat eiseres, sedert 30 juni 2003, het gebruik van haar onroerend goed heeft stopgezet.

Eiseres nuanceert zulks evenwel door te wijzen op te koop stelling van het gebouw, zoals dat gegeven trouwens is gerelateerd in hetzelfde proces-verbaal, en zij verwijst daarmede naar de uitzondering van vermeld [art. 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) dat het gebouw alsnog het voorwerp kan vormen van levering met recht op aftrek.

Verweerder repliceert dat overdracht van het gebouw met BTW alsnog uitgesloten wordt door vrijstelling onder art. 44, § 3 1 a Wetboek BTW, zijnde levering na afloop van BTW­periode, of zulks nu valt onder de oude redactie ervan dan wel onder de huidige redactie.

Eiseres verplaatst de discussie dan naar [artikel 20 lid 3 Zesde BTW-Richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-20) dat herziening slechts mogelijk stelt bij daadwerkelijke levering die tot op heden weliswaar nog steeds geen feit maar toch nog steeds een mogelijkheid vormt in haar standpunt.

Weliswaar heeft zij, na vrijwillige stopzetting in mei 2003 van uitgaande BTW-handelingen met specifiek betrekking tot het vermelde gebouw, op dat ogenblik dit gebouw te koop gezet.

Evenwel ligt krachtens [artikel 10, 5° KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) de bal in haar bewijskamp ('tenzij ... ') om aan te tonen dat het onroerend goed het voorwerp heeft gevormd van een levering die recht op aftrek verleent.

In dat kader wijst verweerder er op dat eiseres op geen enkel nuttig ogenblik de door [art. 8, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-8) vereiste verklaring heeft gedaan om te vervreemden met BTW, en ze evenmin beroepsoprichter is, waardoor er van moet worden uitgegaan dat het gebouw nog slechts met heffing van registratierecht kon en kan worden vervreemd.

Eiseres stelt bij dit alles niet zozeer dat optiemogelijkheid alsnog openstond op de dag waarop dwangbevel werd uitgevaardigd of op de dag waarop het dwangbevel haar ter kennis gebracht werd, aldus alsnog steeds op de dag waarop 'reeds' de fiscale vordering werd uitgeoefend.

Wel stelt ze dat ze niet kon worden genoopt optieaangifte te doen voordat de termijn zelf tot herziening afliep, of in eigen woorden dat de regeling van KB nr.14 inzake BTW die bepaalt dat recht op aftrek bij verkoop van gebouw pas 'ontstaat' bij indiening van optieaangifte, niet strookt met de Europese regelgeving.

Eiseres maakt daarbij ten onrechte geen onderscheid tussen het ontstaan van recht op aftrek en de uitoefening van recht op aftrekt. Optieaangifte gebeurt louter tot effectuering van het recht.

Het is alzo zijzelf die moet aantonen dat het gebouw het voorwerp heeft gevormd van levering die naar wettelijke voorwaarden van de uitzonderingen in [art. 44, § 3 1° a) Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) recht op aftrek verleent.

Dat bewijs levert zij te dezen niet, zodat zij niet aantoont te vallen onder een (de) uitzondering op de herzieningsplicht.

Waar geen levering blijkt te zijn geschied, staat te zuiveren overvloede niet eens vast wanneer in voorkomend geval de voorgehouden termijn tot vervreemding met BTW tevoren aanvang heeft of zou hebben genomen.

De ondergeschikte discussie rond de 'duurtijd van' de herzieningstermijn wordt zonder nuttig voorwerp door wat voorafgaat.

### Dispositif

## OM DIE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten, deze aan elke zijde begroot op de rechtsplegingvergoeding, en door de rechtbank in hoofde van verweerder vereffend op … EUR geactualiseerde rechtsplegingvergoeding.

**N. D.** **L. B.**

## Textes cités

5

[AR no 3 art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 4 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[CTVA art. 8](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-8) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 20](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-20) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA historique, Droit à déduction, Amende, Intérêts](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-historique-droit-deduction-amende-tribunal-bruxelles-2021-05-03-8427) 3 dispositions communes

[Droit à Déduction, Conditions d’exercice, Lien direct et immédiat](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-exercice-lien-cour-appel-liege-2020-03-24-1606) 3 dispositions communes

[Location, Location d’un moyen de transport](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-moyen-transport-localisation-prestation-cour-appel-bruxelles-2021-05-19-0215) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 2 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Taux réduit de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-taux-reduit-tva-cour-appel-gand-2022-03-15-2602) 2 dispositions communes

[Notion de construction neuve, révision, période de révision](https://juriel.be/fr/jurisprudence/notion-construction-neuve-revision-periode-cour-appel-gand-2022-11-22-34cd) 2 dispositions communes

[Fraude fiscale, Fausses factures, Indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/fraude-fiscale-fausses-factures-indices-cour-appel-bruxelles-2022-12-01-3bd0) 2 dispositions communes
