---
title: "1er avril 2010 · Exonération, autre exemption · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 1er avril 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-droit-deduction-tribunal-hasselt-2010-04-01-e450"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

1er avril 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

90 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 01.04.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLUKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

IN ZAKE AR nr. **08/10/A**

**G. S. NV**, voorheen de NV **O. C.**, met maatschappelijke zetel te …, …, geïdentificeerd als BTW-belastingsplichtige onder het nummer BE ….

**eiseres,**

vertegenwoordigd door mr. **V. H.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**ADMINISTRATIE VAN DE ONDERNEMINGS- EN INKOMSTENFISCALITEIT**, Controlecentrum Hasselt-Beringen, RAC Voorstraat 41,3500 Hasselt.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **D. D.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 21.12.2007, met aangehecht een afschrift van het dwangbevel van 04.12.2007, zoals ter kennis gebracht bij aangetekende brief van 07.12.2007 en van het proces-verbaal van 27.11.2007;

\- de conclusies, aanvullende en syntheseconclusies en de stukken van verweerder;

\- de conclusies, syntheseconclusies en de stukken van eiseres.

---

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

**1.** Eiseres is sedert 01.01.1991 geregistreerd als belastingplichtige onder het BTW-nummer BE … voor de activiteit "inrichten van sportwedstrijden en sportevenementen" en dient hiervoor maandelijkse aangiften in.

**2.** Na voorafgaande kennisgeving, voert de administratie op 07.06.2007 een controle uit bij eiseres teneinde voor de periode van 01.01.2004 tot en met 31.12.2005 de juiste toepassing van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten te controleren. Van deze werkzaamheden stellen de genaamden **T. S.**, eerstaanwezend inspecteur-dienstchef, en **Ch. T.**, fiscaal deskundige bij de FOD Financiën, het proces-verbaal van 27.11.2007 op (zie stuk 1 bundel administratie).

**3.** Naar aanleiding hiervan stelt de administratie in hoofde van eiseres verschillende overtredingen vast, die zij opneemt in een correctieopgave. Deze correctieopgave wordt op 15.10.2007 gedeeltelijk voor akkoord ondertekend door eiseres.

Met twee door de administratie weerhouden overtredingen verklaart eiseres zich evenwel niet akkoord en deze worden op verzoek van de gevolmachtigde van eiseres opgenomen in een apart proces-verbaal. Het betreft meer bepaald de volgende overtredingen :

\- eiseres organiseert diverse sportcompetities waaraan wordt deelgenomen door binnenlandse en buitenlandse supporters. Deze organisaties zijn werkzaamheden die naargelang de deelnemers aan de competities een deelnemingsgeld dan wel geen deelnemingsgeld betalen respectievelijk vrijgesteld zijn op grond van artikel 44, § 3, 13° W.BTW of buiten de werkingssfeer van de BTW plaatsvinden. De BTW geheven van. de leveringen van goederen en diensten bestemd voor deze activiteiten is bijgevolg niet aftrekbaar.

De administratie is van. oordeel dat de kosten van logies, spijzen en dranken, zoals nader gespecifieerd in bijgevoegde tabel, werden gemaakt voor sportmensen die aan dergelijke wedstrijden deelnemen en zijn derhalve niet aftrekbaar zijn.

\- voor dezelfde sportmanifestaties worden toegangsgelden gevraagd aan toeschouwers die de competities bijwonen, worden er diensten inzake publiciteit en andere werkzaamheden gepresteerd die aan de BTW onderworpen zijn. Op de belasting die de belastingplichtige hiervoor verschuldigd is, mag hij, op grond van artikel 45, § 1 W.BTW, de belasting in aftrek brengen geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen.

De in de bijgevoegde tabel opgegeven kosten van logies, spijzen en dranken werden volgens de administratie evenwel gemaakt voor binnenlandse en buitenlandse sporters die worden gecontacteerd om aan de competities deel te nemen. Daar deze personen niet behoren tot het personeel van de onderneming, is niet voldaan aan de voorwaarde van [artikel 45, § 1, 3°, a) van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) en werd de BTW, naar het oordeel van de administratie, ten onrechte afgetrokken door eiseres.

**4.** Op basis van het proces-verbaal van 27.11.2007 vaardigt de genaamde **F. H.**, e.a. inspecteur van het Eerste BTW-Ontvangkantoor van Hasselt op 04.12.2007 een dwangbevel uit, dat op 05.12.2007 geviseerd en uitvoerbaar verklaard wordt door de genaamde **J. V. L.**, gewestelijk directeur van de BTW te Hasselt (zie stuk 2 bundel administratie).

Middels voornoemd dwangbevel vordert de administratie de betaling van het bedrag van 26.261,21 €, samengesteld als volgt :

1° als belasting over toegevoegde waarde : 23.881,21 €;

2° als geldboete : 2.380,00 €;

3° bedragen te vermeerderen met de intresten van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.01.2006, te vermeerderen met de moratoire intrest over de nog verschuldigd geldboete vanaf de eerste kennisgeving of betekening het dwangbevel;

4° de vervolgingskosten;

**5.** Bij aangetekende brief van 07.12.2007 doet de "administratie kennisgeving van het dwangbevel van 04.12.2007 (zie stuk 3 bundel administratie).

**6.** Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 21.12.2007 stelt eiseres een vordering in rechte in en tekent zij verzet aan tegen het dwangbevel van 04.12.2007, waarvan zij de vernietiging nastreeft en de veroordeling van de administratie tot terugbetaling van alle bedragen die wederrechtelijk op grond van dit dwangbevel werden geïnd, te verhogen met de intresten.

Hierbij verzoekt eiseres de rechtbank de navolgende prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie:

(1) Wordt het bestemmingsbeginsel en neutraliteitsbeginsel zoals deze bepaald zijn in artikel 1, resp. 168, 169 en 173 R1. 2006/112 geschonden in de interpretatie dat concluant een vrijgestelde dienst zou verrichten aan de sportbeoefenaar, in het kader van een belastbaar evenement en hij daardoor geen recht op aftrek van de BTW op hotel- en restaurantkosten zou hebben die hij contractueel ten opzichte van de sportbeoefenaar verplicht is te maken in het kader van hun deelneming aan het sportevenement, alhoewel deze kosten deel vormen van de prijs die hij aanrekent aan de toeschouwers van het evenement in het kader van een belastbare (BTW)activiteit ?

(2) Werden in weerwil van artikel 176 R1. 2006/112, het neutraliteitsbeginsel (artikel 1 R1. 2006/112), het bestemmingsbeginsel (artikel 168, 169 en 173 R1. 2006/112) en het evenredigheidsbeginsel (algemeen beginsel van het Gemeenschapsrecht) geschonden door het algemeen verbod van aftrek van BTW op hotel- en restaurantkosten behalve in wettelijke uitzonderingen zoals omschreven in artikel 45, § 3, 3° W.BTW ?

Verder vordert eiseres de verwijzing van de administratie in de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, die zij begroot op 1.200,00 €.

**7.** De administratie concludeert tot de onontvankelijkheid, minstens tot de ongegrondheid van de vordering van eiseres.

Zij vraagt eiseres te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, die zij begroot op 1.200,00 €.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

In het beschikkend gedeelte van zijn besluiten besluit verweerder tot de onontvankelijkheid van de vordering, zonder evenwel daarover in het overwegend gedeelte een precies middel te ontwikkelen, zodat de rechtbank aanneemt dat het hier een stijlclausule betreft.

Nu de rechtbank geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering bemerkt, is de vordering dan ook ontvankelijk

### 2. Ten gronde

#### 2.1. Probleemstelling

De betwisting tussen partijen beperkt zich tot de vraag naar de aftrekbaarheid van kosten van onthaal op grond van art. 45, § 1 en § 3 W.BTW.

Eiseres is van oordeel dat de administratie ten onrechte volhoudt dat niet voldaan is aan de voorwaarden van art. 45, § 3 W.BTW; eiseres betwist het standpunt van de administratie die voorhoudt dat ten onrechte BTW werd afgetrokken.

Verder stelt eiseres dat de vordering van de administratie willekeurig is en niet overeenkomstig de wettelijke bepalingen en dat bovendien het neutraliteitsprincipe en het evenredigheidsbeginsel geschonden zijn waardoor er prejudiciële vragen moeten gesteld worden aan het Hof van Justitie.

#### 2.2. Principe

Art. 45, § 1 W.BTW bevat het principe dat elke belastingplichtige de belasting die geheven werd op aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek mag brengen op de belasting die hij verschuldigd is, voor zover hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen onderworpen aan de belasting (bestemmingsbeginsel).

Art. 45, § 3 W.BTW houdt een uitzondering in op art. 45, § 1 W.BTW en stelt :

"Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van :

1° (…)

2° (...)

3° kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van art. 18, § 1, tweede lid, 10° en 11° daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :

a) voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;

b) door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken.

#### 2.3. Toegepast op het voorliggend geschil

Eiseres richt sportevenementen in.

Daartoe trekt zij atleten aan, zowel uit het binnenland als uit het buitenland. Aan die atleten verschaft zij logies, spijzen en dranken, en zij vraagt van die atleten geen inschrijvingsgelden; integendeel, in de meeste gevallen worden de deelnemers zelfs betaald voor hun deelname.

Aan de toeschouwers wordt inkomgeld gevraagd.

De organisatie van wedstrijden is ofwel een handeling die buiten de werkingssfeer van de BTW valt ([art. 2 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2)), ofwel een handeling die vrijgesteld is van BTW op grond van [art. 44, § 3, 13° BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

Wanneer geen inschrijvingsgelden van de atleten gevraagd wordt, valt de organisatie van de wedstrijd als potentieel belastbare handeling buiten de werkingssfeer van de BTW ([art. 2 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2)). Het element "bezwarende titel" ontbreekt immers.

In het voorliggend geschil is dit het geval : nergens uit blijkt dat de deelnemende sportbeoefenaars effectief inschrijvingsgelden hebben betaald voor de door eiseres georganiseerde manifestaties.

Inzake de geïnde inkomgelden zijn dit handelingen die aan BTW onderworpen zijn.

Dit neemt echter niet weg dat de kosten van logies, dranken en spijzen een direct verband blijven hebben met de competitie op zich die, zoals hoger bepaald, buiten de werkingssfeer van de BTW plaatsvindt.

Wanneer de gemaakte kosten in samenhang met de organisatie van de competitie moeten worden aanzien, en wanneer die organisatie buiten het toepassingsgebied van de BTW valt, dan komen deze kosten niet in aanmerking voor aftrek (vgl. Hof van Justitie, 06.04.1995, BLP Group pIc Commissioners of Customs & Excise). Er bestaat. immers geen rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de kosten en de belastbare verrichting, daarbij in overweging nemend dat de door de belastingplichtige nagestreefde doelstelling niet relevant is.

Ook in de zin van [art. 45, § 3, 3° BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) kunnen de door eiseres gemaakte kosten niet als aftrekbare kosten worden aanzien.

Immers, deze wettelijke bepaling sluit de aftrek van BTW voor kosten van logies, spijzen en dranken uit, behalve wanneer deze kosten gemaakt worden voor personeel dat buiten de onderneming belast is met de levering van een goed of een dienst, en de sporters die deelnemen aan de wedstrijden kunnen in elk geval niet aanzien worden als personeel van de organisator omdat zij als zelfstandigen handelen.

[Art. 176 van Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-176) is niet geschonden, de beperking van aftrek werd ingevoerd vóór de inwerkingtreding van deze Richtlijn op 01.01.1978, zodat de uitsluiting van het recht op aftrek gerechtvaardigd blijft.

Van een schending van het gelijkheidsbeginsel tussen werknemers van de belastingplichtige en de zelfstandige medewerkers is geen sprake, omdat de arbeidsverhouding totaal verschillend is, en derhalve een verschillende fiscale benadering op objectieve gronden steunt.

Evenmin is het evenredigheidsbeginsel geschonden nu de wetgever in bepaalde gevallen voorzien heeft dat aftrek van BTW mogelijk is voor kosten van logies, spijzen en dranken.

Dat de kosten die eiseres tracht onder te brengen onder die BTW-aftrekregeling daar nu geen deel van uitmaken, impliceert nog. niet dat het evenredigheidsbeginsel geschonden werd.

Om bovenstaande redenen is het niet opportuun een prejudiciële vraag te stellen.

De vordering van eiseres is derhalve ongegrond.

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

De vordering is in geld waardeerbaar.

De partijen begroten evenwel onderling de rechtsplegingsvergoeding op 1.200,00 euro, zodat om die reden van de basisvergoeding kan worden afgeweken.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

---

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN:

**De rechtbank,** rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding en begroot deze in hoofde van verweerder op 1.200,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer A**, op het gerechtshof te Hasselt op **01.04.2010**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter, en

De heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **M. C.**

## Textes cités

4

[CTVA art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) 2 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 176](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-176) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Pratique abusive](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-pratique-abusive-cassation-bruxelles-2017-05-11-594e) 3 dispositions communes

[Sixième directive no 77/388/CEE du Conseil du 17 mai 1977](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sixieme-directive-cee-conseil-mai-cassation-bruxelles-2012-02-10-9708) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Pratique abusive, Assujetti partiel](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-pratique-abusive-assujetti-cour-appel-liege-2020-01-15-bac7) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Assujetti mixte et partiel](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-assujetti-mixte-partiel-cour-appel-bruxelles-2018-05-30-dd4d) 3 dispositions communes

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 2 dispositions communes

[Séminaire, Différents taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/hotel-seminaire-differents-taux-tva-tribunal-2026-04-20-0f2e) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 2 dispositions communes
