---
title: "26 février 2007 · Exonération, autre exemption · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 26 février 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-droit-deduction-tribunal-bruges-2007-02-26-faab"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

26 février 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

62 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 26.02.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **04/3380/A** Rep. nr. 2007/2963

**de BVBA C. T.**, (Ondernemingsnr. …), met zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **C. V.** (balie Brugge) loco Meester **R. D.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, FOD FINANCIËN, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor te Oostende, met burelen te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de dagvaarding houdende verzet dwangbevel de dato 2.11.2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 29.01.2007.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op. het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de door haar opgegeven activiteit van goederenvervoer over de weg. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door **V. V. R.**, e.a. verificateur bij de administratie van de BTW, werd een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over het derde kwartaal 2003.

Op 2 december 2003 werd door **V. V. R.** een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 3 december 2003 werd overgegaan tot inhouding van het belastingkrediet van het derde kwartaal 2003.

Op 19 augustus 2004 werd door **V. V. R.** een tweede proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 8 september 2004 werd door **E. D. D.**, e.a. inspecteur ad interim verbonden aan het BTW-ontvangkantoor van Oostende, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 10 september 2004 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **P. D. R.**, e.a. inspecteur van de BTW-Oostende I, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 16 september 2004 bij aangetekend schrijven aan eiseres ter kennis gebracht.

Op 2 november 2004 werd hiertegen verzet aangetekend.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden proces-verbaal en dwangbevel worden vernietigd en dat zij dienvolgens gerechtigd is op de volledige en onmiddellijke aftrek van de betreffende BTW. Verder vraagt zij dat het positief saldo van het belastingkrediet, vermeerderd met de moratoriumintresten onmiddellijk wordt terugbetaald. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding en de dagvaardingskosten en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 364,41 EUR rechtsplegingsvergoeding. In ondergeschikte orde vraagt hij dat eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de BTW op het gebruik van het onroerend goed vanaf het jaar 2003.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van het verzet kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is het verzet ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

#### 3.2.1. de inhouding

Naar aanleiding van de summiere controle door **V. V. R.** werden inbreuken vastgesteld op artikel 45, § 1 W.BTW. Ten gevolge hiervan werd op grond van artikel 8, § 3, 5° lid van het KB nr. 4 van 29 december 1969 overgegaan tot de integrale inhouding van het belastingkrediet van het derde kwartaal.

Deze inhouding is geen betaling en geldt slechts als een bewarend beslag onder derden tot op het ogenblik dat het bewijs vervat in het proces-verbaal is weerlegd. De met invordering belaste ambtenaar heeft dan ook terecht een dwangbevel uitgevaardigd voor het volledige bedrag van de schuld.

In tegenstelling met wat eiseres voorhoudt is de procedure van inhouding niet onwettig (zie ook Gent, 21 december 2001, *F.J.F.*, nr. 2002/268; Antwerpen, 28 januari 2004; Brussel 19 juni 2003; Gent 5 februari 2002 en Gent, 14 april 2005).

#### 3.2.2. recht op aftrek

**3.2.2.1.** Eiseres kocht op 10.05.2003 een onroerend goed waar thans haar maatschappelijke zetel is gevestigd. De aankoopprijs bedroeg in totaal 152.390,02 EUR (zijnde 125.942,17 EUR en 26.447,85 EUR BTW). In de aangifte van het derde kwartaal 2003 werd de betaalde BTW met betrekking tot de woning volledig in aftrek gebracht.

Het kwestieuze onroerend goed betreft een alleenstaande woning in een recente woonwijk. In de woonkamer is er een bureel met computer en worden er kasten gebruikt om de boekhouding op te bergen. Buiten werd er met een bouwvergunning een brandstoftank geïnstalleerd en de oprit is op zo'n wijze verhard dat de trekker van een vrachtwagen erop kan geparkeerd worden. Tevens werd door verweerder vastgesteld dat de hal en de woonkamer als ontvangstruimtes dienen aangemerkt te worden.

Door verweerder werd dan ook terecht een maximaal beroepsgedeelte van 20 % weerhouden.

**3.2.2.2.** [Artikel 13, B, eerste lid, b) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) (nr. 77/388/EEG Raad 17.5.1977) bepaalt dat de lidstaten, onverminderd andere communautaire bepalingen, vrijstelling verlenen voor o.m. verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uitzondering van de aldaar opgesomde gevallen.

Artikel 44, § 3, 2° W.BTW voorziet op zijn beurt dat van de BTW zijn vrijgesteld de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1 W.BTW, met de in [artikel 44, § 3, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) opgesomde uitzonderingen.

**3.2.2.3.** In casu heeft eiseres als rechtspersoon een deel van het onroerend goed ter beschikking gesteld van een derde persoon, nl. haar zaakvoerder, voor diens privé-behoeften. Het is evident dat deze overeenkomst een overeenkomst ten bezwarende titel is vermits de vergoeding die wordt ontvangen voor het uitoefenen van de functie van zaakvoerder kan bestaan in diensten of in prestaties in natura zoals de terbeschikkingstelling van een woning.

Het feit dat de duur van de overeenkomst niet is vastgelegd betekent niet dat er in werkelijkheid geen verhuur zou bestaan. Er moet immers rekening worden gehouden met de werkelijke contractuele bepalingen en met het gegeven dat de vennootschap en de zaakvoerder zeer nauw met elkaar betrokken zijn en vertegenwoordigd worden door één en dezelfde natuurlijke persoon. Bijgevolg is het ondenkbaar dat de eigenaar van het gebouw, zijnde eisers, zal toestaan dat het rustig genot dat zij aan haar zaakvoerder ten persoonlijke titel verleend heeft zal verstoren.

De terbeschikkingstelling van het onroerend goed aan een zaakvoerder van de vennootschap moet in casu worden aangemerkt als een onroerende verhuur onder bezwarende titel en is bijgevolg vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2°W.BTW.

Verder wordt niet betwist dat het beroepsgebruik van het gebouw beperkt is tot 20 %. De BTW-aftrek betreffende het gedeelte van het gebouw dat niet aangewend wordt voor de economische activiteit (zijnde 80 %) dient verworpen te worden.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### 3.4. nopens de uitvoerbaarheid bij voorraad

Nu de hoofdvordering ongegrond wordt bevonden, moet de vraag tot voorlopige tenuitvoerlegging geacht worden zonder voorwerp te zijn.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk, doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 364,40 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag zesentwintig februari tweeduizend en zeven**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 13](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 2 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 2 dispositions communes

[Exonération, distorsion de concurrence](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-distorsion-concurrence-cour-appel-bruxelles-2026-03-19-188a) 2 dispositions communes

[Taux TVA de 6%, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-immeuble-bati-exemption-cour-appel-gand-2023-10-213e) 2 dispositions communes

[Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/code-taxe-valeur-ajoutee-art-cour-constitutionnelle-bruxelles-2021-12-02-3910) 2 dispositions communes

[Amende proportionnelle, Remise, amende fiscale proportionnelle, effacement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-proportionnelle-remise-fiscale-effacement-cour-appel-bruxelles-2025-10-09-4ff6) 2 dispositions communes

[Formation professionnelle, TVA payée en trop, Remboursement, récupération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/formation-professionnelle-tva-payee-trop-cour-appel-anvers-2025-09-16-551b) 2 dispositions communes

[Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-mise-disposition-locaux-cassation-bruxelles-2024-02-22-766a) 2 dispositions communes
