---
title: "9 mai 2005 · Exonération, autre exemption · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 9 mai 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-droit-deduction-tribunal-bruges-2005-05-09-bc41"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, autre exemption, droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

9 mai 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

76 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 09.05.2005

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **04/290/A** Rep. nr. 2005/ 6361

**de NV A. R.**, (Ondernemingsnr. …), met vennootschapszetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **R. L.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, in de persoon van de Gewestelijke Directeur BTW, Registratie en Domeinen te Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, Katelijnestraat 7, op vervolging en benaarstiging van de Invordering-Sector BTW, in de persoon van de BTW-Ontvanger te Oostende, met kantoor te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie van de rechtbank alhier de dato 27.01.2004.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 18.04.2005.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge de door haar aangevatte geregelde activiteit van aankoop, verkoop en verhuur van onroerende goederen. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 10 januari 2003 werd door **E. B.**, e.a. inspecteur bij de administratie van de BTW, ter beschikking gesteld van de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001.

Op 17 oktober 2003 werd door **E. B.** voornoemd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 24 november 2003 werd door **E. D. D.**, e.a. inspecteur ad interim van het BTW-ontvangkantoor van Oostende, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 9 december 2003 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. L.**, de waarnemend gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 13 januari 2004 bij gerechtsdeurwaardersexploot aan eiseres betekend.

Op 27 januari 2004 werd door eiseres een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 1385decies Ger. W.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het fiscaal verhaal ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd. Ondergeschikt vraagt zij dat verweerder, na compensatie wordt veroordeeld tot de betaling aan haar van … EUR, meer de wettelijke interesten vanaf de datum van de BTW-afdracht tot op heden en vanaf heden met de gerechtelijke interesten. Uiterst ondergeschikt vaagt zij dat de opgelegde boete wordt kwijtgescholden. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het vordering ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kan leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

#### 3.2.1. nietigheid van het dwangbevel

Het dwangbevel, hetwelk ontegensprekelijk een authentieke akte uitmaakt, dient in de op hem toepasselijke wettelijk voorgeschreven vorm te zijn opgemaakt, te weten overeenkomstig de bepalingen van artikel 85, § 1 W.BTW, luidende als volgt : "Bij gebreke van voldoening van de belasting, intresten, administratieve geldboeten en toebehoren wordt door de met invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd; dit wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen of door de door hem aangewezen ambtenaar en, in de gevallen bepaald door de Koning, door de gewestelijke directeur van de administratie der douane en accijnzen, of door de door hem aangewezen ambtenaar".

Met betrekking tot de vorm en inhoud wordt door de wet geen enkele sacramentele vorm voorgeschreven. Een dwangbevel is regelmatig wanneer het door zijn inhoud of door het proces-verbaal waarnaar het verwijst het voorwerp van de eis doet kennen en het de belastingplichtige mogelijk maakt de gegrondheid ervan te beoordelen.

In casu beantwoordt het bestreden dwangbevel aan deze vereisten.

Het niet vermelden van de verhaalmogelijkheden in het dwangbevel heeft geen enkele invloed op de rechtsgeldigheid ervan.

Tenslotte dient nog te worden opgemerkt dat het originele ondertekende proces­verbaal op het BTW-ontvangkantoor wordt bewaard en dat een voor eensluidend verklaard afschrift van het origineel bij het bestreden dwangbevel werd gevoegd.

#### 3.2.2. recht op aftrek

**3.2.2.1.** Eiseres stelt een aantal appartementen (deels gehuurd van derden, deels eigendom), gelegen te …, …, ter beschikking aan vakantiegangers onder de benaming "**S. A.**".

Eiseres beschouwde deze dienst als het verstrekken van gemeubelde logies en onderwierp deze handelingen aan de BTW.

Verweerder is evenwel de mening toegedaan dat de terbeschikkingstelling van de appartementen vrijgesteld was van de BTW op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, zodat er voor dergelijke diensten overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW geen recht op aftrek bestaat.

**3.2.2.2.** Krachtens artikel 18, § 1 eerste lid W.BTW moet als een dienst worden beschouwd elke handeling die geen levering is van een goed in de zin van het BTW­wetboek.

[Artikel 13, B, eerste lid, b) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) (nr. 77/388/EEG Raad 17.5.1977) bepaalt dat de lidstaten, onverminderd andere communautaire bepalingen, vrijstelling verlenen voor o.m. verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uitzondering van de aldaar opgesomde gevallen.

Artikel 44, § 3, 2° W.BTW voorziet op zijn beurt dat van de BTW zijn vrijgesteld de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1 W.BTW, met de in artikel 44, § 3, 2° W.BTW opgesomde uitzonderingen (van onder meer het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend).

Waar voormeld artikel 44 voorziet in de vrijstelling voor verhuur van uit hun aard onroerende goederen is het een implementatie van het [artikel 13, B, eerste lid, b) van de zesde richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13), zodat het dient te worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen en het doel van de richtlijn. Dit brengt onder meer met zich dat bij het onderzoek van de vraag of te dezen al dan niet sprake is van onroerende verhuur in de zin van [artikel 44, § 3, 2° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), de volgende principes dienen in acht genomen :

\- de bewoordingen waarin de in [artikel 13 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) bedoelde vrijstellingen zijn omschreven, moeten strikt worden uitgelegd, daar die vrijstellingen afwijkingen zijn van het algemeen beginsel, dat BTW wordt geheven over elke dienst die door een belastingplichtige onder bezwarende titel wordt verricht.

\- de vrijstellingen van [artikel 13 van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) zijn autonome communautaire rechtsbegrippen en dienen derhalve een communautaire definitie te krijgen.

\- wat de in [artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) bedoelde vrijstellingen betreft, geeft deze bepaling geen omschrijving van het begrip "verhuur" en verwijst zij evenmin naar de respectieve omschrijvingen van dat begrip in de wettelijke regelingen van de lidstaten; krachtens de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is het wezenlijke kenmerk van de verhuur van onroerende goederen in de zin van [artikel 13, B, sub b, van de Zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13), dat aan de houder voor een overeengekomen tijdsduur tegen vergoeding het recht wordt verleend, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten.

\- om de aard van een belastbare handeling vast te stellen, moeten verder alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen.

*(zie Hof van Beroep Gent, 30.03.2004, niet gepubliceerd)*.

**3.2.2.3.** Dat in casu systematisch aan alle klanten voor een globale prijs een dienst werd aangeboden en verstrekt die zowel bestond in 1) het ter beschikking stellen van gemeubeld logies, 2) het onthaal ter plaatse van de gasten gedurende een groot gedeelte van de dag en 3) minstens één van de volgende bijkomende diensten : het regelmatig onderhoud en schoonmaken van de gemeubelde kamers tijdens het verblijf, het verschaffen en verversen van het huishoudlinnen gedurende het verblijf, of het verschaffen van een ontbijt op de kamers of in de eetzaal van de inrichting, blijkt niet uit de concrete feiten.

Uit de vaststellingen ter plaatse en uit de voorliggende stukken blijkt immers dat de studio’s werden verhuurd per week, per weekend of per midweek, dat er ter plaatse geen onthaal was voorzien gedurende een groot deel van de dag, dat men de sleutels moest ophalen en inleveren in **H. A.** dat op 1 km was gelegen van de bewuste studio’s dat men bij het in gebruik nemen van de studio’s een waarborg diende te betalen van … Fr., dat men bedlinnen zelf diende mee te brengen of kon huren aan … Fr./bed, dat men badhanddoeken zelf diende mee te brengen of kon huren aan … Fr./persoon, dat men keukenhanddoeken zelf diende mee te brengen, dat de studio’s tijdens het verblijf niet werden schoongemaakt, dat de eindschoonmaak verplicht was mits het betalen van een supplementair bedrag van … Fr. en dat er geen ontbijt of andere maaltijden werden verstrekt.

De stelling van eiseres dat de klanten eventueel gebruik konden maken van een aantal faciliteiten van het **H. A.** blijkt verder uit geen enkel stuk.

Het is derhalve duidelijk dat in casu niet de hotelservice maar wel het gebruik/genot van de studio’s essentieel was bij de ter beschikkingstelling ervan. We hebben hier bijgevolg niet te maken met het ter beschikking stellen van gemeubeld logies in de zin van artikel 44, § 3, 2° a) derde streepje W.BTW maar met een gewone verhuur die vrijgesteld is van BTW krachtens artikel 44, § 3, 2° W.BTW. Overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW verlenen dergelijke diensten geen recht op aftrek van de BTW.

#### 3.2.3. recht op teruggave

De teruggave van de ten onrechte aan verweerder betaalde BTW dient desgevallend te gebeuren volgens het W.BTW en het KB nr. 4 van 29 december 1969 m.b.t. de teruggaven inzake BTW.

#### 3.2.4. nopens de boete

Op grond van artikel 70, § 1bis W.BTW is een evenredige fiscale geldboete verschuldigd wegens de onrechtmatig genoten aftrek van tweemaal het bedrag van de verschuldigde rechten. Deze geldboete werd verminderd overeenkomstig de schalen in bijlage aan het KB nr. 41 van 30 januari 1987, hetzij tot 10 % van de teveel afgetrokken BTW.

Nu de betwisting wordt gevoerd op principiële gronden welke niet van meet af aan als ongegrond konden worden aanzien, zijn er geen gronden om een boete toe te passen.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt voor de eigenlijke betwisting in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzoekschrift ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder gevorderde BTW ten bedrage van … EUR en de gevorderde interesten ten bedrage van … EUR gegrond zijn.

Zegt dienvolgens voor recht dat de door verweerder opgelegde boete van … EUR ongegrond is.

Beveelt dienvolgens verweerder om over te gaan tot terugbetaling aan eiseres van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlsinterest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum dagvaarding tot op datum van volledige betaling.

Wijst eiseres van het overige af.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **negen mei tweeduizend en vijf**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier

**N. L.** **N. A.**

## Textes cités

2

[6e directive 77/388 art. 13](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) 6 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 2 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 2 dispositions communes

[Exonération, distorsion de concurrence](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-distorsion-concurrence-cour-appel-bruxelles-2026-03-19-188a) 2 dispositions communes

[Taux TVA de 6%, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-immeuble-bati-exemption-cour-appel-gand-2023-10-213e) 2 dispositions communes

[Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/code-taxe-valeur-ajoutee-art-cour-constitutionnelle-bruxelles-2021-12-02-3910) 2 dispositions communes

[Amende proportionnelle, Remise, amende fiscale proportionnelle, effacement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-proportionnelle-remise-fiscale-effacement-cour-appel-bruxelles-2025-10-09-4ff6) 2 dispositions communes

[Formation professionnelle, TVA payée en trop, Remboursement, récupération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/formation-professionnelle-tva-payee-trop-cour-appel-anvers-2025-09-16-551b) 2 dispositions communes

[Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-mise-disposition-locaux-cassation-bruxelles-2024-02-22-766a) 2 dispositions communes
