---
title: "6 mars 2009 · Exonération, autre exemption · Tribunal de première instance de Louvain"
description: "Exonération, autre exemption, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 6 mars 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-autre-exemption-disposition-penale-tribunal-louvain-2009-03-06-a573"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération, autre exemption, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

6 mars 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

120 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 06.03.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN - AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK - Twaalfde kamer

**VONNIS**

**Rol nr.: 07/1391/A**

Inzake :

BVBA **G.**, met ondernemingsnummer … en met maatschappelijke zetel te …, ….

\- eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester **P. L.**, advocaat te …, ….

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur, Rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Tienen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3300 Tienen, Goossensvest 3.

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister· van Financiën, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit (A.O.I.F.), in de persoon van de Gewestelijk directeur van het Controlecentrum Tongeren-Genk, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 3700 Tongeren, Verbindingsstraat 26.

\- verweerster, ter zitting vertegenwoordigd door meester **M. C.**, advocaat te …, ….

\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_

## I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- de gedinginleidende dagvaarding op 12 juni 2007 betekend door **A. l.** plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van **P. H.** en op 13 juni 2007 .betekend door **W. G.** plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van **E. S.**, gerechtsdeurwaarder te Tongeren;

\- de neergelegde conclusies en stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 9 januari 2009.

### Il De feiten

Eiseres is Btw-plichtige. Zij baat een kuuroord en wellnesscentrum uit. (massages, lichaamsverzorgingen, schoonheidszorgen, thalasso-therapie).

Vanaf 1996 werd het centrum uitgebreid met een hotel en een aquapaleis met Turks stoombad, verschillende soorten sauna's en zweethut. Dit aquapaleis kan door de klanten afzonderlijk bezocht worden, zonder gebruik te moeten maken van de overige diensten van het wellnesscentrum.

Door het A.0.I.F. controlecentrum Tongeren-Maaseik werd een grondige controle inzake btw uitgevoerd voor de jaren 2003, 2004, 2005 en 2006.

De ontvangsten voor het aquapaleis werden door eiseres aangegeven tegen het Btw­tarief van 6 %. Volgens de administratie is het tarief van 21 % van toepassing.

Op 11 september 2006 ondertekende eiseres een correctieopgave voor akkoord. Deze correctieopgave had enkel betrekking op inbreuken op de btw-aftrekregeling en voordelen van alle aard voor de periode 1 januari 2003 tot 31 december 2004, met uitsluiting van de problematiek van het toe te passen tarief. De correctieopgave werd ondertekend *"gelezen en goedgekeurd voor de som van … euro."*

Op 18 april 2007 werd door de administratie proces-verbaal opgesteld met betrekking tot de vastgestelde inbreuken.

Bij schrijven d.d. 27 april 2007 van het btw-ontvangkantoor Tienen werd aan eiseres een·dwangbevel met R.C.I.V. nr. … toegezonden voor een bedrag van … euro verschuldigde btw, … euro verschuldigde boete, te vermeerderen met intrest vanaf 21 januari 2005. Als bijlage is de door eiseres ondertekende correctieopgave gevoegd.

Eveneens schrijven d.d. 27 april 2007 van het Btw-ontvangkantoor Tienen werd aan eiseres een dwangbevel met R.C.I.V. nr. … toegezonden voor een bedrag van … euro verschuldigde btw, …. euro verschuldigde geldboete, te vermeerderen met intrest vanaf 21 januari 2007. Als bijlage is het proces-verbaal van 18 april 2007 gevoegd.

## III De vorderingen

Eiseres formuleert haar vordering als volgt :

De vordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren, en bijgevolg,

\- te zeggen voor recht dat het eerste dwangbevel (R.C.I.V. nr. …) geen titel vormt voor de invordering, wegens de ingetreden verjaring, voor zover de bedragen betrekking hebben op de geldboetes en interesten-waarvan de oorzaak van opeisbaarheid zich voordeed in het jaar 2003 ·en verder te zeggen voor recht dat evenmin interesten verschuldigd zijn na de akkoordverklaring vanwege concluante van 11 september 2006;

\- te zeggen voor recht dat voor de activiteit van het aquapaleis terecht het BTW­tarief van 6 % werd toegepast;

\- in ondergeschikte orde, te zeggen voor recht dat het tarief van 6 % alleszins terecht werd toegepast voor de periode van 1 januari 2003 tot en met 1 maart 2006 waarna een spontane regularisatie plaatsvond, zodat het tweede dwangbevel (R C.I.V. nr. …) geen titel vormt voor de invordering van de erin opgenomen bedragen zodat deze niet verschuldigd zijn;

\- teruggave te bevelen van alle sommen die aldus ten onrechte werden betaald (onder meer dan gevolg van de spontane regularisatie) of ingehouden, vermeerderd met de moratoriuminteresten;

Verweerder te horen veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding, in hoofde van concluanten begroot op … EUR;

Verweerder bovendien te horen veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ex aequo et bono begroot op … EUR en van … EUR voor de extra bijstand voorafgaandelijk aan de gerechtelijke fase;

Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad zonder borgstelling of kantonnement.

## IV Beoordeling

1 Artikel 2, 2° van het Koninklijk Besluit van 29 oktober 1971 bepaalt dat de Minister van Financiën de zetel en de territoriale bevoegdheid van de gewestelijke en locale diensten vaststelt.

Het Ministerieel·Besluit van 10 oktober 1979 bepaalt dat de secretaris-generaal wordt gedelegeerd om de bij artikel 2, 2°, van het Koninklijk Besluit van 29 oktober 1971 voorziene bevoegdheden uit te oefenen. Dit Ministerieel Besluit werd pas gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 15 december 2006.

In uitvoering van dit Ministerieel Besluit heeft de secretaris-generaal de bevoegdheden van de A.O.I.F. vastgesteld.

2 Eiseres voert aan dat deze delegatie onwettig of ongrondwettig is en dat deze delegatie slechts uitwerking kan hebben ten aanzien van derden of belastingplichtigen vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad. De beslissingen door de secretaris­generaal genomen in uitvoering van deze delegatie zijn dan ook nietig, de ambtenaren. van de A.O.I.F. hebben geen controlebevoegdheid.

3 Artikel 59, § 1 van het Koninklijk Besluit van 29 oktober 1971 bepaalt dat de Minister van Financiën, onder de voorwaarden en binnen de perken die hij bepaalt, aan de secretaris-generaal een gedeelte van de hem verleende machten kan delegeren.

In uitvoering van dit Koninklijk Besluit heeft de Minister van Financiën de bevoegdheid om de zetel en de territoriale bevoegdheid van de gewestelijke en locale diensten vas' te stellen gedelegeerd aan de secretaris-generaal.

4 Noch de Grondwet, noch enige andere wettelijke bepaling, verbieden dat de Koning aan de Minister van Financiën de opdracht geeft om de zetel en de territoriale bevoegdheid van de gewestelijke en locale diensten vast te stellen en de Minister van Financiën machtigt deze bevoegdheid te delegeren aan de secretaris-generaal.

Het betreft de inwendige inrichting van een openbare dienst en dergelijke maatregel is toegelaten gelet op de eisen van een efficiënt .en doelmatig bestuur (Hof van Beroep Gent, 22 oktober 2002, *F.J.F.* 2003, afl. 5, 522; *T.G.R.* 2003, afl. 1, 49.)

5 Artikel 190 Grondwet bepaalt dat geen wet, geen besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur verbindend is dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij de wet bepaald.

De bekendmaking van de wet is geen vereiste voor het bestaan of de geldigheid van de betrokken norm. De bekendmaking is noodzakelijk opdat de norm bindende kracht heeft voor de burger. Zodra de bekendmaking heeft plaats gevonden en de burger de redelijke kans heeft gekregen er kennis van te nemen, verkrijgt de norm zijn bindende kracht en kan de burger zich niet langer verbergen achter zijn mogelijke onwetendheid. Als algemene regel geldt dus dat normatieve teksten slechts bindend zijn na hun bekendmaking, nadat de burger in de mogelijkheid is gesteld in redelijkheid van de betrokken teksten kennis te nemen (G. Maes, Bekendmaking van wetgeving, *NjW*, 2004, afl. 86, 1119).

Een besluit dat (nog) niet bekendgemaakt werd heeft echter executoriale kracht op voorwaarde dat geen verplichtingen aan de burgers worden opgelegd en geen afbreuk wordt gedaan aan hun rechten (Raad van State, arrest nr. 95.766 van 22 mei 2001, http://www.raadvst-consetat.be).

6 Het Ministerieel Besluit waarbij de Minister van Financiën aan de secretaris­generaal de bevoegdheid delegeert om de zetel en de territoriale bevoegdheid van de gewestelijke en locale diensten vast te stellen legt geen verplichtingen op aan de burgers en doet geen afbreuk aan hun rechten zodat het uitvoerbaar is·, en de secretaris-generaal de aan hem gedelegeerde bevoegdheden kan uitoefenen, ook als werd het Ministerieel Besluit (nog) niet gepubliceerd.

7 Artikel 6 van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen bepaalt dat Koninklijke en Ministeriële Besluiten verbindend zijn in het gehele Rijk de tiende dag na die van hun bekendmaking, tenzij zij eén andere termijn bepalen. De besluiten worden verbindend zodra daarvan aan belanghebbenden kennis is gegeven of vanaf de bekendmaking, als deze voorafgaat.

Artikel 56, § 1, vierde lid van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken bepaalt dat wanneer zij geen belang hebben voor de meerderheid van de burgers de Koninklijke en Ministeriële besluiten bij uittreksel mogen bekendgemaakt worden of het voorwerp zijn van een gewone vermelding in het Belgisch Staatsblad. Wanneer hun bekendmaking geen openbaar nut heeft, mag daarvan afgezien worden.

8 In de aanhef van de beslissing van 31 oktober 1997 van de secretaris-generaal betreffende de territoriale bevoegdheid van sommige diensten van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (B.S. 24 december 1997, 34729) staat te lezen : *"Gelet op het ministerieel besluit van 10 oktober 1979 waarbij delegatie wordt verleend voor het uitoefenen van sommige bevoegdheden."*

9 Het Ministerieel Besluit waarbij aan de secretaris-generaal de bevoegdheid gedelegeerd wordt om de zeteI en de territoriale bevoegdheid van de gewestelijke en locale. diensten vast te stellen heeft geen belang voor de meerderheid van de burgers.

10 De Minister kon terecht oordelen dat dit Ministerieel Besluit geen openbaar nut heeft en van de publicatie ervan kon worden afgezien (Hof van Beroep Gent, 22 oktober 2002, *F.J.F.* 2003, afl. 5, 522; *T.G.R.* 2003, afl. 1, 49).

11 De wet bepaalt niet op welke wijze de gewone vermelding in het Belgisch Staatsblad dient te geschieden voor de besluiten die geen belang voor de meerderheid van de burgers hebben. Door in de aanhef van de beslissing van de secretaris-generaal te vermelden dat de beslissing genomen werd op grond van de bevoegdheid aan de secretaris-generaal verleend door het Ministerieel Besluit van 10 oktober 1979 is voldaan aan de verplichting tot vermelding van dit Besluit in het Belgisch Staatsblad.

12 Op 11 september 2006 ondertekende eiseres een correctieopgave voor akkoord. Deze correctieopgave had enkel betrekking op inbreuken op de Btw­aftrekregeling en voordelen van alle aard voor de periode 1 januari 2003 tot 31 december 2004, met uitsluiting van de problematiek van het toe te passen tarief. De correctieopgave werd ondertekend "gelezen en goedgekeurd voor de som van … euro."

De correctieopgave vermeldt : *"Tenslotte verklaar ik bereid te zijn de verschuldigde bedragen te betalen ten kantore van het Regionaal Centrum voor Informatieverwerking (RCIV) te Mechelen door storting of overschrijving op postrekening … binnen de termijn gesteld in het betalingsbericht dat deze dienst mij zal toezenden."*

13 Eiseres voert aan dat zij nooit een betalingsbericht ontving van het R.C.I.V. voor de sommen die zij ingevolge de door haar ondertekende correctieopgave verschuldigd was. Wel ontving zij een schrijven van 19 april 2007 van het Btw­ontvangkantoor Tienen waarbij .zij aangemaand werd een bedrag van … euro te betalen ingevolge de op 11 september 2006 ondertekende correctieopgave.

Eiseres voert aan dat de intresten en boete voor het jaar 2003 verjaard zijn en dat geen intresten verschuldigd zijn voor de periode vanaf 11 september 2006 tot datum van ontvangst van het dwangbevel van 27 april 2007 omdat zij na de ondertekening van de correctieopgave gewacht heeft op de ontvangst van een betalingsbericht en het enkel aan verweerster te wijten is dat zij niet vroeger betaald heeft.

14 De stuiting van de verjaring door de erkenning van de schuld houdt eveneens stuiting van de verjaring in voor de intresten die op deze schuld verschuldigd zijn en als een bijzaak ervan dienen beschouwd te worden.

Eiseres heeft trouwens erkend deze intresten verschuldigd te zijn. Op de door haar ondertekende correctieopgave staat geschreven : "lk erken uit dien hoofde verschuldigd te Zijn \[...\] … euro als belasting over de toegevoegde waarde, over welk bedrag op grond van [artikel 91, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), de wettelijke intrest van 0,8 pct. per maand verschuldigd is vanaf 21 januari 2005."

15 De stuiting van de verjaring voor de verschuldigde Btw houdt geen stuiting van de verjaring voor de verschuldigde boete in.

Eiseres heeft niet erkend deze boete verschuldigd te zijn. Op de door haar ondertekende correctieopgave staat geschreven: "Ik erken ervan te zijn in kennis gesteld dat de door mij op grond van/de artikel(en) 70 en/of 71 van het BTW-Wetboek opgelopen proportionele fiscale geldboeten, \[...\] verminderd worden \[...\] tot … euro."

Eiseres erkende in kennis gesteld te zijn dat de wet een boete oplegt en dat deze verminderd werd. Zij erkende niet dit bedrag verschuldigd te zijn. Door zich bereid te verklaren "de verschuldigde bedragen te betalen", zonder te erkennen dat zij de boete verschuldigd was, en zonder dat zij erkende dat de boete van deze verschuldigde bedragen deel uitmaakte werd de verjaring niet gestuit.

Het feit dat de boete "automatisch wettelijk verschuldigd is", doet hieraan geen afbreuk.

16 De boete voor het jaar 2003 of … euro is verjaard.

17 Verweerster gaat ermee akkoord haar vordering met betrekking tot de intresten te verminderen met 8 maanden, zijnde de periode van 21 september 2006 tot 21 april 2007.

Op deze manier wordt de schade die eiseres geleden heeft doordat verweerster naliet haar en betalingsuitnodiging te sturen volledig vergoed.

18 Eiseres voert aan dat voor de activiteit van het aquapaleis het btw-tarief van 6 % van toepassing is. Zij verwijst naar tabel A, rubriek XXVIII van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

19 De activiteit van het aquapaleis wordt in het proces-verbaal, dat wat deze vaststellingen betreft geldt als bewijs, als volgt omschreven :

Een Turks stoombad, een nevelaar, een houten bruisbad, een Caldarium, wisselvoetbaden, therapeutische voet- en dompelbaden droge sauna met muziektherapie, een Finse sauna, een 'Dead Sea-pool', een Laconicum met kleurlicht therapie, een Yin-Yangtuin met buitenwatergebeuren, 2 buitenbubbelbaden, 2 buitensauna's en een zweethut.

Zelf omschrijft eiseres in haar promotiebrochures het aquapaleis als volgt :

Toegang tot de Finse sauna, Turks stoombad, Zweethut, buitensauna's, Caldarium, Helarium, kleurensauna met lichttherapie, Infrarood sauna, Kelo sauna, Jaccuzzi's, Relaxbad met dode zeezout, ligweide en Yin-Yang tuin. Gratis gebruik van scrubzout, shampoo en douchegel.

20 Tabel A, rubriek XXVIII van het K.B. nr. 20 waarop eiseres zich steunt bepaalt dat onderworpen zijn aan het tarief van 6 percent :

Inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak.

De toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van \[...\]

21 De activiteit van het aquapaleis, zoals beschreven in het proces-verbaal en de promotiebrochure van eiseres, kan niet beschouwd worden° als· een inrichting voor cultuur, sport of vermaak. Het tarief van 6 % is·niet van toepassing (Vergelijk Hof van Beroep Antwerpen, 26 september 2006, rolnummer …, www.fiscalnet.be).

22 Eiseres voert aan dat verweerster haar bij de controle die gedaan werd in 1998 en die betrekking had op de periode 1995 en 1996 erop had moeten wijzen dat zij voor het aquapaleis foutief het tarief van 6 % toepaste en het tarief van 21 % diende toe te passen.

23 Verweerster repliceert hierop dat tijdens deze controle vooral aandacht besteed werd aan het feit dat eiseres de btw-vrijstelling waarin het op dat ogenblik van toepassing zijnde [artikel 44, § 1, 2° Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) voorzag ten onrechte had toegepast voor de in haar kuuroord verstrekte massages. Eiseres kon toen aantonen dat de verkeerde toepassing van deze Btw-vrijstelling het gevolg was van een verkeerde inlichting die haar hieromtrent was verstrekt door een Btw-ambtenaar en·de administratie zag toen voor het verleden af van de navordering van de Btw en eiseres stemde in met een terugstorting van de afgetrokken Btw met betrekking tot de aanschaf van. goederen, diensten en investeringen die dienstig waren voor deze activiteit. De aandacht tijdens deze controle ging dan naar de afgetrokken Btw met betrekking tot de aanschaf van deze goederen, diensten en investeringen.

Volgens verweerster is de activiteit van het aquapaleis pas gestart in het vierde kwartaal 1996 en werd bij de controle geen aandacht geschonken aan het btw-tarief dat eiseres voor deze activiteit toepaste. Tevens werd de Btw-administratie nooit officieel op de hoogte gebracht van het feit dat eiseres haar handelsuitbating met deze activiteit had uitgebreid, zodat in het btw-dossier hierover niets vermeld werd en bij de controle in 1998 hieraan geen aandacht werd geschonken.

24 De zesde btw-Richtlijn, geïnterpreteerd in het licht van het beginsel van de bescherming van het gewettigd vertrouwen, verzet zich tegen de a posteriori heffing van de Btw wanneer een informatie van de belastingadministratie een gewettigd vertrouwen in de niet-belastbaarheid van een handeling heeft doen ontstaan in hoofde van de belastingplichtige (H.v.J. nr. [C-181/04](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-181-04-arret), C-182/04, C-183/04, 14 september 2006 (Elmeka), http://curia.europa.eu; *J.L.M.B.* 2007, afl. 31, 1292, noot VAN BRUSTEM, E., VAN BRUSTEM, M; R.G.C.F. 2007, afl. 6, 465, noot VAN BRUSTEM, E., VAN BRUSTEM, M; *T.F.R.* 2006, afl. 311,944).

Er kan slechts sprake zijn van een gewettigd vertrouwen in hoofde van de belastingplichtige indien deze te goeder trouw de mening kon zijn toegedaan dat zijn handelwijze in overeenstemming met de wet was. De handelwijze van de administratie moet bij een normaal, voorzichtige en redelijke belastingplichtige het vertrouwen gewekt hebben dat hij handelde in overeenstemming met de wet.

25 De activiteit van het aquapaleis is pas gestart eind 1996. Eiseres bewijst niet dat bij de controle die in 1998 gehouden werd door de controlerende ambtenaar aandacht besteed werd aan deze activiteit en het Btw-percentage dat ervoor werd toegepast.

Eiseres bewijst niet dat de handelwijze van de controlerende ambtenaar bij de controle in 1998 bij haat te goeder trouw het gewettigd vertrouwen gewekt heeft dat zij het tarief van 6 % mocht toepassen op de activiteit van het aquapaleis.

26 Eiseres voert aan dat de administratie de motiveringsplicht geschonden heeft. De gewestelijke directeur heeft de argumenten die aangehaald werden in de brieven d.d. 5 december 2006 en 27 december 2006 van de advocaat van eiseres niet beantwoord, laat staan weerlegd.

27 De administratie heeft het schrijven van de advocaat van eiseres d.d. 5 december 2006 beantwoord. In dat antwoordschrijven zet de administratie uiteen waarom zij meent dat de gevorderde Btw verschuldigd is en waarom het vertrouwensbeginsel niet geschonden werd.

Het schrijven d.d. 27 december 2006 is in essentie slechts een herhaling van de argumenten van eiseres en behoefde dan ook geen antwoord. De administratie is trouwens ingegaan op de suggestie van de advocaat van eiseres dat "de tijd meer dan rijp \[is\] om finale conclusies te trekken" en heeft proces-verbaal opgesteld en een dwangbevel uitgevaardigd.

28 De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bepaalt trouwens niet dat de administratie alle briefwisseling moet beantwoorden en op alle argumenten in de briefwisseling weergegeven moet ingaan. Deze wet bepaalt dat de bestuurshandeling moet gemotiveerd zijn, dit wil zeggen dat de beslissing de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en dat deze motivering afdoende moet zijn.

Dit betekent dat het dwangbevel gemotiveerd moet zijn. Dit is in *casu* het geval.

29 Eiseres voert aan dat de boete in het dwangbevel niet gemotiveerd is:

30 Het dwangbevel, en het proces-verbaal dat erbij gevoegd is, verwijst naar [artikel 70, § 1 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70). Dit bepaalt dat voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, een geldboete wordt opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting.

Uit de feiten die in het proces-verbaal worden vermeld: er wordt een btw-tarief van 6 % toegepast i.p.v. 21 % en de verschuldigde Btw werd niet afgedragen, blijkt voldoende dat een overtreding begaan werd zodat voldoende gemotiveerd wordt waarom een geldboete wordt opgelegd.

Verder verwijst het proces-verbaal naar [artikel 84 van het Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84), [artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) en tabel G, eerste afdeling rubriek IV van de bijlage gevoegd bij toepassing van de BTW-reglementering, andere dan die hierna aangeduid, vastgesteld bij het nazicht van de voorgelegde boeken en stukken.".

Aldus is de boete behoorlijk gemotiveerd.

31 De rechtbank is van oordeel dat deze boete in evenredigheid staat met de begane inbreuk en niet dient verminderd te worden.

32 Eiseres voert aan dat zij overgegaan is tot een spontane regularisatie van de Btw verschuldigd voor de verrichtingen vanaf 2 maart 2006 zodat voor het bedrag van deze spontane regularisatie geen boete kan worden opgelegd ([artikel 3 Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art3)).

33 [Artikel 3 van het Koninklijk Besluit nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art3) bepaalt dat volledige kwijtschelding van de geldboeten wordt verleend wanneer een schuldenaar zijn toestand spontaan rechtzet vóór enige tussenkomst van een fiscale administratie.

Bij schrijven d.d. 27 november 2006 kondigde de administratie een controle aan voor de jaren 2005 en 2006 met betrekking tot het nazicht van het toegepaste en aangegeven Btw-tarief van de ontvangsten van het Aquapaleis.

De regularisatie gebeurde pas daarna.

34 Eiseres beweert dat zij tijdens een vergadering op 24 november 2006 deze regularisatie zou aangekondigd hebben. Verweerster beweert dat zij op deze vergadering van 24 november 2006 had meegedeeld dat het onderzoek dat gevoerd werd over de periode 2003-2004 zou uitgebreid worden naar de jaren 2005-2006. Eiseres betwist dit.

Het komt de rechtbank onwaarschijnlijk voor dat eiseres op 24 november 2006 een regularisatie zou aankondigen "in de lijn van haar toenmalig aanbod tot compromis" indien de administratie niet te kennen had gegeven dat zij ook voor de jaren 2005 en 2006 de btw zou navorderen. Een "aanbod tot compromis" is enkel te begrijpen als er een geschil is.

Hoe dan ook kan er enkel sprake zijn van een "spontane regularisatie" nadat deze werd uitgevoerd, dit is 30 januari 2007 en toen had de administratie schriftelijk aangekondigd een controle te zullen doen met betrekking tot het toegepaste Btw-tarief in 2006.

35 Uit het bovenstaande blijkt dat de administratie geen fout begaan heeft en de vordering van eiseres in betaling van een schadevergoeding ongegrond is.

### Dispositif

## V Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk en in zeer beperkte mate gegrond.

De vordering is in de hierna bepaalde mate gegrond:

\- de boete opgenomen in het dwangbevel R.C.I.V. nr. … is voor een bedrag van … euro verjaard;

\- op de btw opgenomen in het dwangbevel R.C.I.V. nr. … is geen intrest verschuldigd voor de periode van 21 september 2006 tot 21 april 2007.

De vordering is voor het overige ongegrond.

De rechtbank veroordeelt eiseres tot de kosten. Deze kosten moeten voor eiseres niet begroot worden omdat zij ·te haren laste blijven en worden voor verweerster begroot· op … euro (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de 12de kamer der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op 6 maart 2009, waar zetelden :

\- de heer **L W.**, alleenzetelend rechter

\- mevrouw **E. V. D. G.**, griffier

**E. V. D. G.** **L. W.**

## Textes cités

7

[AR no 41 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 2 occurrences

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 84](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

[C-181/04, arrêt du 14 septembre 2006](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-181-04-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA historique, Droit à déduction, Amende, Intérêts](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-historique-droit-deduction-amende-tribunal-bruxelles-2021-05-03-8427) 4 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2003-10-14-2758) 4 dispositions communes

[Formation professionnelle continue, droits et privilèges du Trésor, exonération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/formation-professionnelle-continue-droits-privileges-cour-appel-gand-2007-09-11-4e2e) 4 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 3 dispositions communes

[Taux réduit, Immeubles neufs, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeubles-neufs-travaux-tribunal-bruxelles-2023-05-31-0d52) 3 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 3 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 3 dispositions communes

[Compte spécial, Légalité formelle de la notification](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-legalite-formelle-notification-tribunal-namur-2020-04-30-2252) 3 dispositions communes
