---
title: "Établissement de la taxe, preuve · Tribunal de première instance de Bruxelles, 19 septembre 2007"
description: "Établissement de la taxe, preuve, mesure de contrôle, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 19 septembre 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/etablissement-taxe-preuve-mesure-controle-tribunal-bruxelles-2007-09-19-e224"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Établissement de la taxe, preuve, mesure de contrôle, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

19 septembre 2007

## Parcours procédural

2 étapes · 3 ans 8 mois

1. Décision affichée Tribunal de première instance de Bruxelles 19.09.2007
2. [Décision sur appel Cour d'appel de Bruxelles 16.06.2011](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-cour-appel-bruxelles-2011-06-16-b9e5)

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

114 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruxelles du 19.09.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL, 36****ste** **Kamer**

**AR 2006/1610/A**

\- *Fiscale zaken : btw*

\- *op tegenspraak*

\- *eindvonnis*

In zake van :

**De VZW O. I. S. O. K. I. H. O.**, met zetel te …, …, ingeschreven in het register der ondernemingen onder het nummer …

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **L. K.** loco Mr. **St. V.**, advocaat te …, … (ref. :/),

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, op vervolging en benaarstiging van de e.a. Inspecteur van het Ontvangkantoor Vilvoorde, met kantoren te Vilvoorde, Groenstraat 51,

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **J. B.** loco Mr. **J. H.**, advocaat te …, … (ref. : 4618)

In deze zaak, in beraad genomen op 13/06/2007, wordt door de rechtbank volgend vonnis uitgesproken :

Gelet op :

\- het inleidend verzoekschrift, neergelegd ter griffie op 6/02/2006;

\- het gezamenlijk verzoekschrift 747, § 2 Ger. W.;

\- gelet op de beschikking d.d. 7/02/2006;

\- de conclusies en syntheseconclusies van verweerder, neergelegd ter griffie op 28/06/2006 en 15/11/2006;

\- de conclusies van eiseres, neergelegd ter griffie op 16/08/2006;

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 13/06/2007, waarna twee bundels met de stavingstukken van partijen werden neergelegd en de zaak in beraad werd genomen.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

Het geding heeft betrekking op een geschil inzake BTW-wetgeving.

Eiseres is BTW-plichtige (BTW nr. BE …) voor een activiteit als …

Zij verkoopt softwarepakketten aan scholen en leerkrachten. Op deze verkoop wordt BTW aangerekend.

Daarnaast verleent eiseres ook ondersteuning van de software aan klanten die een jaarlijks lidgeld betalen. Op dit lidgeld wordt geen BTW. aangerekend.

N.a.v. een controle m.b.t. de periode 1/1/2002 - 31/12/2003 werden door de controlerende ambtenaar een aantal overtredingen vastgesteld en opgenomen in een proces-verbaal d.d. 5/12/2005 waaruit blijkt dat eiseres volgende sommen aan verweerder verschuldigd zou zijn :

| BTW : hoofdsom | boete | interest |
| --- | --- | --- |
| 23.258.83 € | 2.320 € | p.m. € |

Wegens de niet-betaling daarvan en het uitblijven van een betwisting vaardigde verweerder een dwangbevel uit op 7/12/2005 dat op 12/12/2005 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard en bij aangetekend schrijven d.d. 19/12/2005 aan eiseres ter kennis werd gebracht.

Op 7/02/2006 legde eiseres wel een verzoekschrift neer ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg waarmee zij de nietigverklaring van het hogervermelde dwangschrift en het dwangbevel vordert

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering strekt ertoe het dwangbevel van 7 december 2005 nietig te horen verklaren en voor recht te zeggen dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn. In ondergeschikte orde beoogt zij de opgelegde boete geheel of gedeeltelijk kwijt te horen schelden.

Ze strekt er voorts toe de Belgische Staat te horen veroordelen tot terugbetaling aan eiseres van alle bedragen die reeds door eiseres werden betaald of door de Belgische Staat werden ingehouden ter delging van de betwiste schuld.

Tot slot beoogt zij de veroordeling van de Belgische Staat tot de kosten van het geding.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

De vordering van eiseres werd ingesteld bij verzoekschrift (art 1385decies en undecies Ger. W.) neergelegd ter griffie op 6/02/2006.

Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eiser niet.

De rechtbank stelt zich daarentegen de vraag of een verzet tegen dwangbevel inzake BTW bij verzoekschrift gericht aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan gedaan worden.

Krachtens de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wordt, wanneer de belastingplichtige nalaat zijn betaal- en/of aangifteverplichtingen na te komen, een bijzondere rekening bijgehouden, gevolgd door de opmaak van een invorderingsorder.

[Artikel 85, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) stelt dat bij niet-betaling, een dwangbevel wordt uitgevaardigd door de met de invordering belaste ambtenaar, de ontvanger.

Krachtens [artikel 85, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85), stelt de betekening of de kennisgeving van het dwangbevel de belastingplichtige in staat verzet aan te tekenen en stuit het de verjaringstermijn.

In toepassing van art. 1385decies Ger. W. kan dit evenwel bij verzoekschrift gebeuren.

De vordering van eiseres dient bijgevolg ontvankelijk verklaard

### 3.11. Gegrondheid

Het geschil betreft een discussie over het al dan niet verschuldigd zijn van BTW door eiseres op de lidgelden die zij haar "klanten" aanrekent.

*m.b.t de schending van de beginselen van behoorlijk bestuur*

Eiseres argumenteert dat de beginselen van behoorlijk bestuur zouden geschonden zijn inzake.

Zij stelt meer bepaald dat het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel zouden geschonden zijn.

Volgens eiseres staat het vast dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook door de fiscale administratie in haar contacten met de burger dienen te worden geëerbiedigd.

De schending van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel inzake bestaat er volgens eiseres uit het feit dat eiseres in 1993 werd opgericht en op de ontvangen lidgelden nooit BTW afdroeg omdat ze dacht dat deze niet belastbaar zouden zijn, en dat de fiscale administratie in het verleden daar nooit enige opmerking over heeft geformuleerd. Volgens haar wettigt het feit dat de fiscale administratie gedurende 12 jaar nooit enige opmerking maakte haar erop te vertrouwen dat de fiscale administratie haar werkwijze aanvaardde en verzet dat gewettigd vertrouwen zich ertegen dat de fiscale administratie thans retroactief BTW navordert op de lidgelden in kwestie.

In belastingaangelegenheden gelden de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het rechtszekerheidsprincipe.

Het Hof van Cassatie besliste in een arrest van 1992 dat de regels van behoorlijk bestuur het recht op rechtszekerheid inhouden en dat deze ook gelden in fiscalibus. Dit houdt in dat de burger moet kunnen vertrouwen op vaste gedrags- en beleidsregelen van de overheid. De door die overheid opgewekte gerechtvaardigde verwachtingen moeten gehonoreerd worden (Cass., 27 maart 1992, R.W., 1991-92, p. 1466; zie ook Cass. 3 november 2000, *F.J.F.*, 2001/1, 1).

Het recht op rechtszekerheid is echter geen onbeperkt recht. Het dient onder omstandigheden te wijken voor het legaliteitsbeginsel van art. 170 van de Grondwet dat de rechtszekerheid en de gelijkheid verzekert ten bate van alle belastingplichtigen.

Het legaliteitsbeginsel laat niet toe dat een in het verleden toegepaste maar met de wet strijdige regeling wordt voorgehouden als een rechtmatige regeling. Zelfs wanneer de Fiscale Administratie een standpunt zou hebben ingenomen (wat inzake niet het geval is) genereert dit op zich geen akkoord waaruit de belastingplichtige rechten zou kunnen putten voor latere aanslagjaren (Rb. Gent 27 oktober 1999, *F.J F.*, 2000/4).

Eiseres verwijst o.m. naar art. 332 WIB waarin bepaald was dat de fiscale toestand van elke belastingplichtige ten minste éénmaal om de drie jaar wordt gecontroleerd.

Dit artikel is opgeheven met ingang van 6/04/1999.

Voorts kan eiseres niet gevolgd worden waar zij stelt dat uit de bewaringsverplichting van art. 60 W.BTW een controleplicht van de administratie zou voortvloeien.

Het feit dat er inzake gedurende een bepaalde tijd geen controles plaatshadden kan en mag niet verhinderen dat er op een gegeven ogenblik toch een controle wordt uitgevoerd en dat daarbij in bepaalde mate retroactief BTW wordt nagevorderd.

Immers, zelfs indien sprake zou zijn van een akkoord, wat de rechtbank bij gebrek van overlegging van enig stuk niet kan nagaan, dan nog zou een akkoord niet van aard zijn zoals hoger gesteld, de vestiging van de belastingen volgens de wettelijke voorschriften te beletten.

De vordering van eiseres is bijgevolg op dit punt ongegrond.

*M.b.t. het al dan niet belastbaar zijn van de lidgelden inzake*

Eiseres voert aan dat de door haar ontvangen lidgelden niet aan de BTW zijn onderworpen om volgende redenen :

1° er bestaat geen direct verband tussen de ledenbijdragen en de zogenaamde diensten;

2° de diensten kaderen niet in een economische activiteit

*het al dan niet bestaan van een direct verband tussen de ledenbijdragen en de diensten*

Luidens art. 2, eerste lid, W.BTW zijn aan de belasting onderworpen de leveringen van goederen en de diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht wanneer ze in België plaatsvinden.

Eiseres, een vereniging zonder winstoogmerk, is alleen al door de verkoop van de softwarepakketten BTW-belastingplichtige.

Hierover bestaat geen discussie.

Vraag is echter of op de aangerekende lidgelden ook BTW dient te worden aangerekend.

Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie is er slechts sprake van een handeling onder bezwarende titel voor zover er een rechtstreeks verband bestaat tussen de verrichte handeling en de ontvangen tegenwaarde (H.v.J. 5 februari 1981, nr. 154/80, "Coöperatieve Aardappelenbewaarplaats", *BTW-revue* nr. 116, 931).

Bestaat er geen direct verband tussen de ontvangen vergoeding en de verrichte handeling, dan wordt deze handeling niet verricht onder bezwarende titel en is zij niet belastbaar (VANDENBERGH, H., "BTW - Handboek", 3° editie, Brussel, Larcier, 2003, nr. 38, blz. 49).

Om die reden wordt aangenomen dat ledenbijdragen die leden betalen aan hun vereniging in beginsel niet belastbaar zijn (DESCHRIJVER, D., "VZW en belastingen", 2° uitg., Kalmthout Biblo, 2000, nr. 416, 224).

De fiscale Administratie stelt zelf ook voorop dat bijdragen betaald aan een VZW in principe buiten de werkingssfeer van de BTW vallen (BTW-commentaar 2/410).

In toepassing van art. 59, § 1, eerste lid W.BTW komt het toe aan verweerder om te bewijzen dat er een direct verband is tussen de betaalde lidgelden en een dienst die de vereniging verstrekt.

Uit het arrest van het Europese Hof van Justitie d.d. 3 maart 1994 nr. 19/93 in de zaak "Tolsma" blijkt dat een dienst enkel "onder bezwarende titel" in de zin van art 2, punt 1 van de Zesde BTW - Richtlijn wordt verricht en dus enkel belastbaar is, wanneer tussen de verrichter en de ontvanger van de dienst een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld en dat de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de aan de ontvanger verleende dienst (in onderhavig geval zijn deze voorwaarden echter niet vervuld).

Om dit arrest beter te begrijpen dient men te weten dat de belastingplichtige die deze zaak opstartte een draaiorgel exploiteerde en van voorbijgangers gelden ontving.

Uit de feiten blijkt dat het niet betwist is dat eiseres BTW-belastingplichtige is gezien ze een economische activiteit (de levering van softwarepakketten) uitoefent.

Inzake bedraagt het lidgeld in de belaste periode 23,50 € (individueel lidgeld) en 75 € (lidgeld school). Volgens art. 8 van de statuten zijn de leden van verzoekster echter niet tot een bijdrage verplicht.

In casu verleent eiseres aan haar leden die lidgeld betalen ondersteuning aan elk lid dat een individueel probleem ondervind met het gebruik van de software.

Deze ondersteuning wordt niet automatisch aan alle leden verstrekt maar enkel en uitsluitend wanneer een lid er om vraagt.

Het niet betalen van lidgeld houdt ook in dat er geen beroep kan worden gedaan op eiseres voor bijstand bij mogelijke problemen tijdens het gebruik van de software.

Ook dit wordt niet betwist.

Er ontstaat m.a.w. een rechtsbetrekking tussen eiseres en haar leden zodra deze ene lidgeld betalen.

Eiseres stelt wel dat er geen verband bestaat tussen de omvang van het lidgeld en de omvang van de diensten.

De betaling van het lidgeld is de tegenwaarde van dienst en dit is een subjectieve waarde en niet een waarde die bepaald wordt volgens objectieve criteria.

De maatstaf van heffing is de werkelijk ontvangen waarde en niet een waarde die bepaald wordt volgens objectieve criteria.

Het feit dat de bedragen eventueel mogelijks buiten verhouding staan met de omvang van de diensten doet geen afbreuk aan het direct verband.

Wanneer de betaling de tegenprestatie vormt van de handeling en deze betaling verplicht is en aldus door de leverancier van de bedoelde handeling kan worden geëist is er een direct verband tussen de betaling en de onderzochte handeling.

Opdat er sprake zou zijn van een rechtstreeks verband moet er tussen de omvang van de dienst en de hoogte van de bijdrage een verband bestaan en moet de dienst een individuele tegenprestatie uitmaken.

De vordering van eiseres is bijgevolg op dit punt eveneens ongegrond.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meeromvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot betaling van de kosten van het geding, begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder,

Verwijst eiseres tot de eigen gedingkosten, begroot op € 371,84 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36 ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op 19 september 2007.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **M. L.**, rechter

Mevrouw **L. D.**, griffier.

**I. D.** **M. L.**

## Textes cités

1

[CTVA art. 85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 1 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Absence de détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2021-12-08-0e27) 1 dispositions communes

[Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-tribunal-bruxelles-2026-03-04-10c6) 1 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 1 dispositions communes

[Compte spécial, Conformité au Droit communautaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-conformite-droit-communautaire-tribunal-bruxelles-2022-12-21-17dd) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-developpement-cour-appel-anvers-2026-01-06-1ac3) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Motivation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-motivation-tva-amont-cassation-bruxelles-2025-10-23-1e16) 1 dispositions communes
