---
title: "11 mai 2011 · Établissement de la taxe, droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Établissement de la taxe, droit à déduction de l’impôt, disposition pénale. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 11 mai 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/etablissement-taxe-droit-deduction-impot-tribunal-bruxelles-2011-05-11-a123"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Établissement de la taxe, droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

11 mai 2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

84 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 11.05.2011

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Rechtbank van Eerste aanleg te Brussel, 36****ste** **kamer**

AR **2010/2121/A**

**-** **Federale belastingen - BTW**

**-** **op tegenspraak**

**-** **eindvonnis**

In zake van :

De heer **J. D. G.**, wonende te …, … en KBO-nummer …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **F. G. v. O.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit, in de persoon van de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor van Brussel V, met burelen te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3103,

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **J. B.** loco Mr. **J. H.**, advocaat te …, … (ref. : …),

In deze zaak, in beraad genomen op 13/04/2011, spreekt de rechtbank het navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• het verzoekschrift op tegenspraak op grond van artikel l385decies Ger.W., neergelegd ter griffie op 18/02/2010;

• de beschikking op grond van art. 747 Ger.W. van 26/03/2010;

• de conclusies voor verweerder, neergelegd ter griffie op 14/06/2010;

• de conclusie voor eiser, neergelegd ter griffie op 31/08/2010;

• de stukken van eiser, neergelegd ter zitting op 13/04/2011; en

• de stukken van verweerder, neergelegd ter zitting op 13/04/2011.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 13/04/2011, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

1\. De heer **D. G.** is landmeter expert en in die hoedanigheid BTW-plichtig.

Op 16/02/2009 werd een BTW-controle uitgevoerd bij eiser over de periode van 01/01/2006 tot en met 31/03/2009. Hiervan werd op 09/09/2009 een proces­verbaal opgesteld, waarin de hierna volgende vermeende inbreuken op de BTW­wetgeving werden vastgesteld. Item I : inbreuk op de aftrekbeperking (50 %) in verband met personenwagens (art. 45, § 2 W.BTW). Item II : inbreuk op de teruggaafregeling. Ten onrechte en zonder verantwoording werden een aantal sommen opgenomen in vak 62 van de periodieke aangifte. Item III : geen BTW toegepast op één belastbare handeling (art. 2 W.BTW.).

Alzo werd vastgesteld dat nog verschuldigd was :

In hoofde van BTW : 118.056,63 euro,

Administratieve geldboete : 101.268, 74 euro;

Intresten aan 0,8 % per maand op 118.050,00 euro vanaf 21/04/2009.

Op 15/10/2009 werd hiervoor een dwangbevel met referentie RCIV … uitgevaardigd, uitvoerbaar verklaard op 21/10/2009. Dit dwangbevel werd betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot op 08/12/2009.

Dit dwangbevel en de hierin opgenomen BTW-schuld staan thans ter discussie.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

2\. De vordering van eiser strekt ertoe het bestreden dwangbevel te vernietigen en te zeggen dat de daarin opgenomen sommen niet verschuldigd zijn. Ondergeschikt vordert eiser de administratieve geldboete te kwijt te schelden of te verminderen.

Eiser vordert tevens de terugbetaling van de desgevallend ten onrechte betaalde bedragen.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

3\. De ontvankelijkheid van de vordering van eiser wordt niet betwist, noch bemerkt de rechtbank ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid. De vordering van eisers is ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

4\. De in het proces-verbaal opgenomen vaststellingen van inbreuken op de BTW­wetgeving worden als dusdanig door eiser niet betwist. Eiser verklaart enkel dat het grootste deel van deze bedragen (opgenomen onder Item II, met name de per vergissing onder vak 62 ingevulde bedragen) het loutere gevolg zijn van een vergissing ten gevolge van een wijziging van personeel verantwoordelijk voor de aangifte.

Overigens moet opgemerkt worden dat eiser op dit punt tot op heden zeer dubbelzinnig blijft. Enerzijds wordt voorgehouden dat er inderdaad een vergissing was bij het invullen van de periode BTW-aangiften, doch anderzijds wordt een onbegrijpelijke afrekening opgesteld (besluiten p. 6 en 7) waaruit zou moeten blijken dat er slechts 3.673,43 euro zou verschuldigd zijn.

In zoverre nodig wordt thans reeds vastgesteld dat, zoals terecht door verweerder aangehaald, het ontstaan van de omvangrijke bedragen van de BTW-schuld onder item II het gevolg is van de cumulatie van deze bedragen doordat - door de foutieve opname onder vak 62 van de aangiften - tweemaal de terug te geven sommen werden opgenomen inde aangifte.

Ten gronde werpt eiser op dat (1) de kwade trouw in hoofde van eiser niet zou zijn bewezen, (2) het proces-verbaal onvoldoende zou zijn gemotiveerd.

5\. Wat de betreft door eiser ingeroepen schending van de motiveringsplicht betreft, dient het volgende te worden vastgesteld.

Een dwangbevel inzake belastingen over toegevoegde waarde is een bestuurshandeling waarop de wet motivering bestuurshandelingen van toepassing is. Het bestuur moet aldus de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die ten grondslag liggen aan de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd (vgl. o.m. Cass. 01/12/2005, *F.J.F.* 2007, afl. 3, 202; Brussel 21/04/2005, *Fisc.Koer.* 2005, afl. 11, 448).

Deze motivering moet afdoende zijn, zodat de bestuurde (thans de belastingplichtige) in de akte zelf de motieven moet vinden op grond waarvan de beslissing werd genomen, zodat hij met kennis van zaken, kan uitmaken of het aangewezen is de beslissing te bestrijden (vgl. in administratieve zaken : o.m. R.v.St. nr. 50.973, 23/12/1994).

Het dwangbevel is dus niet onderworpen aan wettelijke vormvereisten, maar is geldig zodra het de belastingplichtige in staat stelt *"het voorwerp en de oorzaak van de eis van de Belgische Staat te laten kennen, om de gegrondheid ervan na te gaan"* (VANDEBERGH, H., De geschillenprocedure inzake BTW, Larcier, Brussel, 2005, p. 19).

In principe dient het dwangbevel op zich te volstaan om het voorwerp en de oorzaak van de eis van de fiscale administratie te onderzoeken. Dit geldt evenzeer voor het proces-verbaal in zoverre in het dwangbevel hiernaar wordt verwezen, zoals thans het geval is. In dat geval maakt dit proces-verbaal immers integraal deel uit van het dwangbevel.

Wat betreft de opgelegde administratieve geldboete valt in het proces-verbaal als volgt te lezen :

> *"2) een administratieve geldboete welke overeenkomstig* [*artikel 70, § 1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) *en* [*70, § 1bis*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) *van het BTW-Wetboek het dubbele bedraagt van de niet betaalde belasting of tweehonderdzestigduizend honderddertien euro en zesentwintig cent (236.113,26 EUR);*
>
> *a)* *in uitvoering van artikel 109 van de Wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen wordt medegedeeld dat de wettelijke boeten in uitvoering van* [*artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 41*](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) *van 30 januari 1987, zoals gewijzigd bij artikel 1 van het KB van 21/10/1993, volgens tabellen G4 en H van de bijlage bij dit besluit verminderd worden tot 6.670,00 EUR. Deze verminderde boete heeft enkel betrekking voor de overtredingen begaan vanaf 2006 tot en met 2008. Het bedrag van deze overtredingen bedroeg 67.422,26 EUR.*
>
> *b)* *voor de overtredingen begaan in 2009 wordt deze vermindering niet toegepast, gezien art. 1. laatste alinea, van het Koninklijk Besluit nr. 41 geen vermindering toestaat ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.*
>
> *Immers tijdens mijn eerste bezoek ter plaatse op 16 februari 2009 heb ik, in aanwezigheid van* ***F. D. K.*** *belastingplichtige gewezen op de foutieve handelswijze die erin bestaat de bedragen van de BTW rekening-courant nogmaals in vak 62 van de BTW-aangiftes op te nemen. Ik he\[b\] er hem eveneens op gewezen dat hij hieraan een einde moest stellen. Betrokkene heeft hieraan geen gevolg gegeven.*
>
> *De boete op dit gedeelte bedraagt derhalve : 50.634,37 EUR. x 2 = 101.268,74 EUR."*

In tegenstelling tot wat eiser voorhoudt is de opgelegde BTW-boete aldus afdoende gemotiveerd. Hierin wordt verwezen naar de persoonlijke verantwoordelijkheid van eiser aan wie de begane fout reeds eerder werd duidelijk gemaakt naar aanleiding van de controle (een vaststelling die gedekt is door de bewijswaarde van het proces-verbaal). Door na deze verwittiging nogmaals dezelfde fout te begaan, kan met recht en reden bewezen worden verklaard dat er in hoofde van eiser de bedoeling was om de belasting te ontduiken, dan wel de ontduiking ervan mogelijk te maken.

De kwade trouw in hoofde van eiser persoonlijk is aldus afdoende bewezen. Te meer daar eiser nadien nog meermaals (op 25/05/2009, 09/07/2009 en 26/08/2009) werd aangeschreven om een regularisatieopgave te ondertekenen (overigens met beperktere geldboete), doch eiser dit steeds heeft nagelaten. Het ontsnapt de rechtbank dus totaal op welke basis dat eiser meent verweerder een onredelijke houding te moeten verwijten (zie besluiten, onder de gevorderde rechtsplegingsvergoeding) waar het zijn eigen houding is geweest dewelke de huidige situatie heeft veroorzaakt.

6\. Ondergeschikt vraagt eiser een kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete.

Er moet aangenomen worden dat de rechtbank bij de beoordeling van een boete op basis van artikel 70, § 1 W.BTW een even ruime controle moet kunnen uitoefenen - niet enkel van de wettigheid van de boete, maar ook van de opportuniteit hiervan - zoals deze bestaat in hoofde van de administratie.

Artikelen 70, § 1 W.BTW moet op deze wijze geïnterpreteerd worden dat de rechter met volle rechtsmacht toezicht kan uitoefenen over de kwijtschelding of vermindering van een administratieve geldboete. Hierbij moet de rechtbank kunnen nagaan of alle wettelijke bepalingen en beginselen, waaronder de evenredigheid, werden nageleefd bij het opleggen van de boete (vgl. Grondwettelijk Hof nr. 79/2008, 15/05/2008, overweging B.8). In een andere interpretatie is deze bepaling immers niet verenigbaar met de artikelen 10 en 11 gec.G.W. en artikel 6 Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens (zie Grondwettelijk Hof (overweging B6.2 van datzelfde arrest)).

De omvang van de toetsingsbevoegdheid van de hoven en rechtbanken moet dus even ver gaan als de wettelijke mogelijkheden die de administratie of de minister hebben om een administratieve boete kwijt te schelden, met name ook op grond van artikel 9 van het regentsbesluit van 18/03/1831.

Doordat de rechtbank gebonden en beperkt is tot de mogelijkheden die de administratie heeft om de opgelegde boete kwijt te schelden of de verminderen, kan deze niet om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid de boete verminderen of kwijtschelden (vgl. o.m. Cass. 16/02/2007, rolnummer [C.04.0390.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-reduction-remise-pouvoir-cassation-bruxelles-2007-02-16-3ad4); [Cass. 12/12/2008](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-opposition-poursuite-penale-juge-cassation-bruxelles-2008-12-c808), *F.J.F.* 2009, 615 en Cass. 13/02/2009, *F.J.F.* 2009, 906; voor een bespreking zie D. NORE en F. SMET, "Hof van Cassatie verduidelijkt evenredigheidstoetsing", *Fiscoloog* 2009, afl. 1156, 4-6 en F. SMET, "Rechterlijke controle op administratieve sancties : is de motivering van de evenredigheidstoetsing de sleutel" - noot onder Cass. 13/02/2009, *T.F.R.* 2009, 903-909).

Er kan wel nagegaan worden of deze boete wettig is en in overeenstemming met de beginselen behoorlijk bestuur (met name proportioneel en evenredig, vgl. Brussel 21/01/2009, *Fisc.Koer*. 2009, p. 363 (weergave); zie F. SMETS, ''Rechterlijke controle op administratieve sancties : is de motivering van de evenredigheidstoetsing de sleutel ?", *T.F.R.* 2009, 903-909).

In deze is er geen enkele reden waarom de opgelegde boete (volgens het wettelijk tarief) disproportioneel of onevenredig zou zijn en een dergelijke kwijtschelding of vermindering gerechtvaardigd zou zijn. Er kan dan ook slechts verwezen worden naar de correcte verantwoording van de opgelegde geldboete, zoals opgenomen in het proces-verbaal van 09/09/2009. Op basis van deze overwegingen kon correct besloten worden dat er wel degelijk sprake is van kwade trouw in hoofde van eiser. Hij heeft immers, ondanks verwittigingen volhard in zijn foutieve aangiften en weigerde de situatie naderhand te regulariseren.

De vordering van eiser is volledig ongegrond.

## 4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN

7\. Nu de vordering van eiser ongegrond is, worden de kosten van het geding ten laste van eiser gelegd.

Op basis van de waarde van het geschil kan het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding begroot worden op 5.500,00 euro (basisbedrag, verhoogd conform art. 8 K.B. 26/10/2007), zoals begroot door eiser. Verweerder beperkt evenwel de gevorderde rechtsplegingsvergoeding in besluiten tot 2.000,00 euro, zodat dit bedrag wordt toegekend.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch niet gegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, en begroot deze kosten in hoofde van verweerder op 2000,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **11 mei 2011**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.**, toegevoegd rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I. D.** **J. V. B.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Redevable, Responsabilité solidaire, Report de paiement, Cocontractant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-responsabilite-solidaire-report-paiement-cour-appel-anvers-2022-02-15-073c) 1 dispositions communes

[Inspection spéciale des impôts (ISI), Secteur de l'Horeca](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-speciale-impots-isi-secteur-cour-appel-bruxelles-2026-01-13-07d9) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Services de restauration et de catering](https://juriel.be/fr/jurisprudence/services-restauration-catering-restaurant-entreprise-tribunal-anvers-2022-12-05-0910) 1 dispositions communes

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes
