---
title: "6 mars 2007 · Établissement de la taxe, champ d&#x27;application · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers"
description: "Établissement de la taxe, champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 6 mars 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/etablissement-taxe-champ-application-service-cour-appel-anvers-2007-03-06-1d09"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Établissement de la taxe, champ d'application, service, opération imposable · Belasting over de toegevoegde waarde

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

6 mars 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

161 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 06.03.2007

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 6e bis KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

**inzake : 2005/AR/3275**

NV **I.**, met vennootschapszetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. … en thans ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nr. …;

**APPELLANTE**

tegen een vonnis gewezen door de 4e F kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 12 september 2005, aldaar gekend onder nr. A.R. …;

vertegenwoordigd door Mr. **M. V. B.**, advocaat, kantoorhoudende te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, federale overheidsdienst Financiën, administratie van de invordering, sector Btw, in de persoon van de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de gewestelijk directeur van de Btw te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige van het derde Btw-ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

**GEINTIMEERDE**

vertegenwoordigd door Mr. **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, … (ref. : BTW 1397);

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd waaronder het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 12 september 2005, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, alsmede het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 30 december 2005, waarbij een naar vorm en termijn regelmatig en ontvankelijk hoger beroep wordt ingesteld.

## 1. Voorafgaande feiten en procedure

1.1

In de loop van 1997-1998 liet de NV **I.** een gebouw oprichten, gelegen te …, ….

Dit gebouw (met een bebouwde oppervlakte van 9.995,29 m3 ) bestaat uit een magazijn (met een oppervlakte van 9.491,29 m3 ) en een bijhorende kantoorruimte (met een totale oppervlakte van 504 m3 ).

Het kantoorgebouw bestaat uit drie verdiepingen en bevindt zich aan de buitenkant van het gebouwencomplex, aan drie zijden omringd door de magazijnruimte (bijlage 5 bij stuk 5 NV **I.**).

De kantoorruimte is derhalve geïntegreerd in het gebouw.

1.2

Het magazijn en kantoor vormen samen één onroerend goed. Aan het gehele gebouw werd één kadastraal inkomen toegekend. Het gebouw (inclusief de kantoorruimte) heeft tevens het statuut van douane-entrepot type A.

1.3

De NV **I.** bracht de Btw met betrekking tot de oprichting van dit gebouw volledig in aftrek.

1.4

Op 1 december 1997 werd tussen de NV **I.** en de NV **S. L.** een overeenkomst afgesloten waarbij de opslag­ en kantoorruimte te …, …, ter beschikking werd gesteld van de NV **S. L.** (stuk 2 NV **I.**).

Tussen partijen werd overeengekomen dat :

\- het terbeschikkinggestelde onroerend goed als enige bestemming mag hebben de opslag van goederen binnen deze ruimte, het beheer en de exploitatie van de opslagruimte, het behandelen van deze goederen binnen de opslagruimte, alsmede alle diensten die hiermee nauw verbonden zijn;

\- de kantoorruimte enkel gebruikt mag worden voor het beheer en de exploitatie van de opslagruimte en de opgeslagen goederen

(stuk 2 NV IMMOSANY).

1.5

In uitvoering van deze overeenkomst gebruikt de NV **S. L.** tot op heden het volledige magazijn voor de opslag van goederen en betrekt zij zelf een groot deel van de kantoorruimte (o.a. de volledige gelijkvloerse verdieping).

De NV **I.** onderwerpt de vergoedingen, die zij van de NV **S. L.** ontvangt ingevolge de terbeschikkingstelling van het gebouw, aan de Btw.

1.6

Op 4 juni 1998 sloot de NV **S. L.** een samenwerkingsovereenkomst af met de BVBA **E.-S.** met betrekking tot de opslag van goederen door deze laatste vennootschap in het magazijn te …, …, en het beheer van deze goederen (laden en lossen van de goederen, vervullen van douaneformaliteiten, enz.).

Deze overeenkomst voorzag tevens in de terbeschikkingstelling van een bureelruimte van ± 90 m2, gelegen op de tweede verdieping van de kantoorruimte in het gebouw te …, door de NV **S. L.** aan de BVBA **E.-S.**. Aan laatstgenoemde werd tevens toegestaan om haar maatschappelijke zetel aldaar te vestigen (stuk 3 NV **I.**).

1.7

Op 7 december 1998 sloot de NV **S. L.** tevens een samenwerkingsovereenkomst af met de BVBA **T. C. C.** Laatstgenoemde vennootschap is werkzaam als douane­expediteur, vervoercommissionair en stockbeheerder (in het bijzonder voor de NV **C.**).

Tussen beide partijen werd een regeling uitgewerkt aangaande de behandeling en opslag van goederen voor rekening van de BVBA **T. C. C.** door de NV **S. L.** in het magazijn te …, ….

Daar overeengekomen werd dat de BVBA **T. C. C.** alle douaneformaliteiten zou vervullen met betrekking tot het douane-entrepot (zijnde het magazijn te …, …) van de NV **S. L.**, dient de BVBA **T. C. C.** naar zeggen van de NV **I.** te beschikken over een kantoorruimte in de onmiddellijke nabijheid van het magazijn.

Wat het stockbeheer voor rekening van de NV **C.** betreft, is de BVBA **T. C. C.** bovendien contractueel verplicht om over een kantoorruimte te beschikken, vlakbij de opslagruimte van de goederen.

Teneinde aan deze verplichtingen te kunnen voldoen, werd in de samenwerkingsovereenkomst tussen de NV **S. L.** en de BVBA **T. C. C.** overeengekomen dat deze laatste een bureelruimte met een oppervlakte van ± 180 m2 , gelegen op de eerste verdieping van het kantoorgebouw te …, …, ter beschikking krijgt, en dat deze op dat adres haar maat­ schappelijke zetel mag vestigen (bijlage 7 bij stuk 5 NV **I.­S.**).

1.8

In de loop van 2000 werd de NV **I.** door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomstenfiscaliteit (A.0.I.F.), controlecentrum Mechelen-Lier, afdeling Lier, onderworpen aan een Btw­controle met betrekking tot de jaren 1997 en 1998.

Naar aanleiding van deze controle ontstond een discussie met de fiscale administratie over twee punten :

\- enerzijds vordert de administratie in hoofde van de NV **I.­S.** Btw m.b.t. werken die zij zelf zou hebben uitgevoerd in het kader van de oprichting van het gebouw, gelegen te …, …;

\- anderzijds verwerpt de administratie de aftrek van de Btw die de NV **I.** betaald had m.b.t. de oprichting van het gebouw omdat dit gebouw door de NV **I.** ter beschikking gesteld wordt van andere firma's en deze terbeschikkingstelling volgens de administratie een vrijgestelde onroerende verhuur zou betreffen.

1.9

Aan de NV **I.** werd door de A.O.I.F. een correctieopgave overgemaakt waarin om de betaling werd verzocht van de volgende bedragen :

\- … BEF (… EUR) aan Btw met betrekking tot de werken die de NV **I.** zelf zou hebben uitgevoerd aan het magazijn;

\- … BEF (… EUR) aan Btw met betrekking tot de verworpen Btw-aftrek in verband met het opgerichte magazijn;

\- een geldboete ten bedrage van … BEF (… EUR);

\- de intresten op grond van art. 91 §1 W.BTW over het in hoofdsom gevorderde bedrag aan Btw

(stuk 4 NV **I.**).

1.10

De NV **I.** ging niet akkoord met voormelde correctieopgave en diende bij aangetekend schrijven van 16 augustus 2000 een bezwaarschrift in.

1.11

Na een discussie met de NV **I.** zag de administratie af van de navordering van Btw met betrekking tot de werken die de NV **I.** zelf zou hebben uitgevoerd aan het magazijn.

1.12

Met een beslissing van 6 maart 2001 werd de NV **I.** door de gewestelijk directeur van het controlecentrum Mechelen-Lier ervan in kennis gesteld dat de administratie bij haar standpunt bleef wat de verwerping van de Btw-aftrek met betrekking tot het onroerende goed te … betrof (stuk 9 geïntimeerde).

1.13

Op 5 november 2001 wordt over de verwerping van de Btw-aftrek m.b.t. het magazijn te …, …, in hoofde van de NV **I.** een proces-verbaal opgesteld door de heer **L. C.**, e.a. inspecteur van de Btw-administratie, destijds ter beschikking gesteld van de A.O.I.F., controlecentrum Mechelen-Lier, afdeling Lier.

Overeenkomstig dit proces-verbaal werd in hoofde van de NV I. betaling gevorderd van :

\- … BEF (… EUR) aan Btw in hoofdsom;

\- … BEF (… EUR) als geldboete;

\- de interesten overeenkomstig art. 91 §1 W.BTW ten bedrage van 0,8 % per maand over het bedrag aan Btw

(stuk 6 NV **I.**).

1.14

Met een aangetekend schrijven d.d. 12 november 2001 werd de NV **I.** in kennis gesteld van voormeld proces-verbaal (stuk 7 NV **I.**).

Op grond voormeld proces-verbaal werd op 30 november 2001 een dwangbevel uitgevaardigd door mevrouw **S. S.**, e.a. inspecteur a.i. van het derde Btw-ontvangkantoor te Antwerpen (stuk 1 NV **I.**).

Op 11 december 2001 werd de NV **I.** in kennis gesteld van dit dwangbevel (stuk 2 geïntimeerde).

1.15

Tegen dit dwangbevel werd op 14 november 2003 een dagvaarding in verzet uitgebracht voor de eerste rechter.

1.16

De eerste rechter wees het verzet tegen het dwangbevel af als toelaatbaar, doch ongegrond.

De eerste rechter oordeelde dat het contract tussen de NV **I.** en haar medecontractant het louter ter beschikking stellen van bergruimte overschrijdt, en dus de kenmerken van een onroerende huur vertoont.

De eerste rechter stelde dat de aftrek van voorbelasting bijgevolg terecht werd verworpen.

De eerste rechter oordeelde tevens dat de opgelegde geldboete van 10 % wel degelijk in verhouding stond met de gepleegde inbreuk.

De eerste rechter veroordeelde de NV **I.** tot de kosten.

1.17

De vordering van de NV **I.** (oorspronkelijk eiseres, thans appellante) in graad van beroep, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> *"Concluante akte te verlenen van haar hoger beroep, en dit hoger beroep toelaatbaar en gegrond te verklaren;*
>
> *Dienvolgens het bestreden vonnis a quo dd. 12 september 2005 van de 4F kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen in de zaak met het rolnummer … teniet te doen en, opnieuw recht doende, het bestreden dwangbevel Reg. 127/196-2001, uitgevaardigd op 30 november 2001 en uitvoerbaar verklaard op 4 december 2001, te vernietigen en appellante te ontslaan van de in het dwangbevel gevorderde sommen;*
>
> *Geïntimeerde te veroordelen tot de integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden, en die werden toegerekend op de sommen vermeld in het dwangbevel waarvan thans de vernietiging wordt gevorderd;*
>
> *Geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van het geding, …"*

1.18.

De vordering van de Belgische Staat (oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde) in graad van beroep, zoals laatst geformuleerd in besluiten, luidt meerbepaald als volgt :

> *"de vordering van appellante ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren;*
>
> *dienvolgens het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg van Antwerpen dd. 12 september 2005, AR. nr. …, te bevestigen, en appellante te veroordelen tot alle kosten van het geding, ... "*

## 2. Bespreking

2.1

Tot 1 januari 1993 bevatte het W.BTW een limitatieve opsomming van handelingen die als diensten in de zin van het W.BTW dienden gekwalificeerd te worden (art. 18 W.BTW, zoals van toepassing vóór de wijziging door art. 18 van de wet van 22 december 1992 tot wijziging van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, B.S., 31 december 1992, eerste uitgave).

Sedertdien bevat art. 18 W.BTW nog slechts een niet-limitatieve (exemplatieve) opsomming van diensten. Dit blijkt uit de woorden *"onder meer"* in deze bepaling (Gent, 8 november 2000, F.J.F., nr. 2001/144; Rb. Antwerpen, 11 oktober 2002, inzake NV **P.**/Belgische Staat, onuitg.; Rb. Antwerpen, 15 januari 2003, R.A.B.G., 2004, 552-557).

Overeenkomstig art. 18 §1, lid 1 W.BTW dient elke handeling die geen levering is, als een dienst te worden beschouwd.

Wanneer het W.BTW niet uitdrukkelijk voorziet dat een bepaalde dienst van de Btw vrijgesteld is en deze dienst onder bezwarende titel door een als zodanig handelend Btw-belastingplichtige wordt verricht, is deze op grond van art. 2, lid 1 W.BTW aan Btw onderworpen (PEETERS, G., WILLE, P., BAERVOETS, Ph. en LEJEUNE, 1., B. T. W.-Praktijkboek 2004, Mechelen, Kluwer, 2004, 113).

2.2

Het [artikel 13 B van de zesde Btw-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) luidt als volgt :

> *"onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid­Staten vrijstelling voor de onderstaande handelingen, onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen :*
>
> *a)* *(…)*
>
> *b)* *verpachting en verhuur van onroerende goederen, met uit­ zondering van :*
>
> *1.* *Het verstrekken van accommodatie, als omschreven in de wetgeving der Lid-Staten, in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de verhuuraccommodatie in vakantiekampen of op kampeerterreinen;*
>
> *2.* *Verhuur van parkeerruimte voor voertuigen;*
>
> *3.* *Verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines;*
>
> *4.* *Verhuur van safeloketten.*
>
> *c) (. ..)"*

Overeenkomstig [art. 13 C van de zesde Btw-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) kunnen de lidstaten evenwel aan de belastingplichtigen het recht verlenen om voor belastingheffing te kiezen ingeval van verhuur en verpachting van onroerende goederen.

De omzetting van [artikel 13 B en C van de zesde Btw-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) is in de Belgische Btw-wetgeving terug te vinden in art. 44 §3, 2 ° W.BTW dat bepaalt dat van de belasting vrijgesteld is :

> *"de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke goederen onder de voorwaarden van artikel 19, §1 (W.BTW), met uit­ zondering van :*
>
> *a)* *de volgende diensten :*
>
> • *de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;*
>
> • *de terbeschikkingstelling van bergruimten voor het opslaan van goederen;*
>
> • *het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;*
>
> • *de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;*
>
> b) *(…)"*

2.3.

Het W.BTW bevat geen specifieke omschrijving van het begrip "onroerende verhuur".

Evenmin voorziet de zesde Btw-richtlijn in een definitie ter zake.

2.4

Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie blijkt dat men de "communautaire" begrippen van de richtlijnen moet interpreteren overeenkomstig de regels van het communautair recht en derhalve door rekening te houden met de context van de bepaling en het doel van de desbetreffende regeling (H.v.J., 7 februari 1979, inzake Nederland/Commissie, C-11176, Jur.H.v.J., 1979, 1, 245-284; H.v.J., 7 februari 1979, inzake Duitsland/Commissie, C-18/76, Jur.H. v.J., 1979, I, 343 - 396; H.v.J., 6 oktober 1982, inzake Srl. Cilfit en Lanificio di Gavardo Spa / Ministerie van Volksgezondheid, [C-283/81](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-283-81-arret), Jur.H.v.J., 1982, 1, 3415-3432; H.v.J. 17 november 1983, inzake Firma E. Merck / Hauptzollamt Hamburg - Jonas, C-292182, Jur.H. v.J., 1983, I, 3781-3795; H.v.J., 21 februari 1984, inzake St. Nikolaus Brennerei und Likörfabrik / Hauptzollamt Krefeld C-337/82, Jur.H.v.J., 1,1984, 1, 1051- 1065; Ger., 8 maart 1990, inzake Schwedler / Europees Parlement, T-41/89, Jur.H.v.J., 1990, 11., 81-91).

Het algemeen principe vervat in de zesde Btw-richtlijn (die aan de basis ligt van het Belgische W.BTW), is evenwel dat alle handelingen die door een Btw-belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de Btw onderworpen zijn. De uitzonderingen op deze regel moeten steeds restrictief geïnterpreteerd worden (H.v.J., 15 juni 1989, inzake Stichting Uitvoering Financiële Acties / Staatssecretaris van Financiën, [C-348/87](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-348-87-arret), Jur.H.v.J., 1989, I, 1749-1754; H.v.J., 11 augustus 1995, inzake Bulthuis-Griffien / Inspecteur der Omzetbelasting, [C-453/93](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-453-93-arret), Jur.H.v.J., 1995, I, 2352 - 2361; H.v.J., 9 oktober 2001, inzake Commisioners of Customs & Excise / Mirror Group pic, [C-409/98](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-409-98-arret), Jur. H. v.J., 2001, I, 7192-7209; H.v.J., 18 januari 2001, inzake Svenska Staten / Stockholm Lindöpark AB, [C- 150/99](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-150-99-arret), F.J.F., nr. 2001/278).

Uit art. 172 van de Grondwet volgt dat vrijstellingen en verminderingen inzake belastingen restrictief dienen geïnterpreteerd te worden (Rb. Antwerpen, 11 oktober 2002, inzake AR. nr. 01 /5946/A, NV **P.** / Belgische Staat, onuitg.; Rb. Antwerpen, 11 april 2003, inzake AR. nr. 00/2141 /A, NV Chocolaterie Bruurs en NV Chocolaterie Limar / Belgische Staat, onuitg.).

Door het Hof van Justitie werd uitdrukkelijk bepaald dat de restrictieve interpretatie van de vrijstellingen inzake Btw ook geldt voor het begrip "onroerende verhuur" (H.v.J., 12 september 2000, inzake Commissie / Ierland, c-358/97, Jur. H. v.J., 2000, I, 6328-6353;

H. v.J., 12 september 2000, inzake Commissie / Verenigd Koninkrijk, C359/97, F.J.F., nr. 2001 /153; H. v.J., 9 oktober 2001, inzake Commissioners of Customs & Excise / Cantor Fitzgerald lnternationl, [C-108/99](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-108-99-arret), F.J.F., nr. 2002/3; H.v.J., 8 mei 2003, inzake Wolfgang Seeling / Finanzamt Starnberg, [C-269/00](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-269-00-arret), F.J.F., nr. 2003/218, specifiek punt 48)

Het begrip "onroerende verhuur" dient derhalve strikt te worden geinterpreteerd waardoor niet elke overeenkomst die elementen van een onroerende verhuur bevat, gekwalificeerd kan worden als een onroerende verhuur (Concl. Adv.-gen. Alber, inzake Commissie / Ierland, C-358197, Jur.H. v.J., 2000, I, 6304-6327, punt 62-63; Gent, 8 november 2000, F.J.F., nr. 2001/144; Gent, 30 maart 2004, inzake AR. nr. 2000/AR/2268, N.V. Dienstencentrum Westinform / Belgische Staat, onuitg.; Rb. Antwerpen, 15 januari 2003, R.A.B.G., 2004, 552- 557; Rb. Gent, 18 december 2003, F.J.F., nr. 2004/204; Rb. Luik, 4 september 2003, F.J.F., nr. 2004/142).

2.5

De administratie, die de vrijstelling van artikel 44 § 3, 2° W.BTW inroept, dient bijgevolg het bewijs te leveren dat de NV **I.** zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het voordeel van de vri stelling te kunnen genieten.

Volgens artikel 1709 B.W. moet onder verhuur verstaan worden de overeenkomst *"waarbij de ene partij zich verbindt om de andere het genot van een zaak te doen hebben gedurende een zekere tijd, en tegen een bepaalde prijs, die de laatstgenoemde zich verbindt te betalen."*

Gelet op wat voorafgaat dient een handeling, bestaande uit de terbeschikkingstelling van opslagruimte, gekwalificeerd te worden als een huurovereenkomst wanneer het essentiële voorwerp ervan bestaat in het genot van een uit zijn aard onroerend goed. Wanneer het essentiële voorwerp daarentegen bestaat in de terbeschikkingstelling van bergruimte, is de handeling aan Btw onderworpen.

Teneinde het essentiële voorwerp van een overeenkomst te bepalen, dient conform artikel 1156 B.W. de gemeenschappelijke bedoeling van partijen te worden nagegaan. Indien de ter beschikking gestelde oppervlakte bestemd is voor het opslaan van goederen, en de hoofdbestemming van het gebouw duidelijk de opslag van goederen is, moeten de 'verhuringen' van het onroerend goed worden beschouwd als aan de Btw onderworpen dienstverrichtingen (Antwerpen, 21 maart 2006, Fisc. Koer., 2006, afl. 13, 653).

2.6.

In casu bepaalt de overeenkomst tussen de NV **I.** en de NV **S. L.** uitdrukkelijk in artikel 1 o.m. hetgeen volgt :

> *“…*
>
> *Het gebouw bestaat uit 9. 491,29 m3 opslagruimte en 504 m 3 kantoorruimte.*
>
> *Het ter beschikking gestelde onroerend goed zal als enige bestemming mogen hebben :*
>
> *-* *opslag van goederen binnen deze ruimte, het beheer en de exploitatie van de opslagruimte, het behandelen van deze goederen binnen de opslagruimte, alsmede alle diensten die hiermede nauw verbonden zijn;*
>
> *-* *kantoorruimte die enkel mag gebruikt worden voor het beheer en de exploitatie van de opslagruimte en de opgeslagen goederen.*
>
> *Het is* ***S. L.*** *uitdrukkelijk verboden de bestemming van het ter beschikking gestelde onroerend goed te veranderen of er een andere handelsactiviteit in uit te oefenen dan deze hogervermeld, zonder de schriftelijke toestemming van* ***I.****.*
>
> *Onderhavige overeenkomst is niet onderworpen aan de Wet op de Handelshuur overeenkomsten. Het is* ***S. L.*** *verboden een activiteit in het ter beschikking gestelde pand uit te oefenen waardoor de Wet op de Handelshuurovereenkomsten van toepassing zou worden.*
>
> *…”*

Uit de stukken blijkt ook dat de Belgische Staat niet het tegendeel bewijst van het feit dat de 9.491,29 m3 opslagruimte ook daad­ werkelijk bestemd wordt voor opslag.

Blijft wel dat de NV **S. L.** bij afzonderlijke overeen­ komsten delen heeft verder ter beschikking gesteld van resp. de BVBA **E.-S.** alsmede de BVBA **T. C. C.**.

M.b.t. de aanwezige - in verhouding tot het geheel - beperkte kantoorruimte wordt voldoende aannemelijk gemaakt dat deze nodig is voor de hoofdactiviteiten van opslag van goederen.

Hetzelfde kan gezegd worden van activiteiten van de BVBA **E.­S.** en de BVBA **T. C. C.** : de aanwezigheid van hun maatschappelijke zetel ter plaatse, het feit dat door deze laatste ook activiteiten van douane-expediteur en vervoercommissionair worden uitgeoefend, … doen geen afbreuk aan het feit dat zij ondergeschikt zijn aan de hoofdactiveit in de litigieuze plaatsen van de opslag van goederen.

2.7

Ten onrechte wordt dan ook de litigieuze aftrek van Btw door appellante geweigerd.

Het vonnis van de eerste rechter dient dan ook te worden hervormd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**HET HOF,**

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het bestreden vonnis.

Opnieuw recht doende,

Maakt het bestreden dwangbevel Reg. 127/196-2001, uitgevaardigd op 30 november 2001 en uitvoerbaar verklaard op 4 december 2001, ongedaan en ontslaat appellante van de in het dwangbevel gevorderde sommen.

Veroordeelt de Belgische Staat tot de integrale terugbetaling van alle bedragen die ten onrechte werden betaald of ingehouden, en die werden toegerekend op de sommen vermeld in het hoger vermelde dwangbevel.

Veroordeelt geïntimeerde tot de kosten van beide aanleggen, aan de zijde van appellante vereffend op … EUR (dagvaardingskosten eerste aanleg), … EUR (rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg) en … EUR (rechtsplegingsvergoeding hoger beroep), volgens opgave in conclusie.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **ZES MAART TWEEDUIZEND EN ZEVEN**, waar aanwezig waren :

**M. V. D. B.**, alleenzetelend raadsheer

**G. V.**, griffier

**G. V.** **M. V. D. B.**

## Textes cités

8

[6e directive 77/388 art. 13](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) 3 occurrences

[C-108/99, arrêt du 9 octobre 2001](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-108-99-arret) 1 occurrence

[C-150/99, arrêt du 18 janvier 2001](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-150-99-arret) 1 occurrence

[C-269/00, arrêt du 8 mai 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-269-00-arret) 1 occurrence

[283/81, arrêt du 6 octobre 1982](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-283-81-arret) 1 occurrence

[348/87, arrêt du 15 juin 1989](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-348-87-arret) 1 occurrence

[C-409/98, arrêt du 9 octobre 2001](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-409-98-arret) 1 occurrence

[C-453/93, arrêt du 11 août 1995](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-453-93-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 1 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 1 dispositions communes

[Exonération, distorsion de concurrence](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-distorsion-concurrence-cour-appel-bruxelles-2026-03-19-188a) 1 dispositions communes

[Taux TVA de 6%, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-immeuble-bati-exemption-cour-appel-gand-2023-10-213e) 1 dispositions communes

[Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/code-taxe-valeur-ajoutee-art-cour-constitutionnelle-bruxelles-2021-12-02-3910) 1 dispositions communes

[Amende proportionnelle, Remise, amende fiscale proportionnelle, effacement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-proportionnelle-remise-fiscale-effacement-cour-appel-bruxelles-2025-10-09-4ff6) 1 dispositions communes

[Formation professionnelle, TVA payée en trop, Remboursement, récupération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/formation-professionnelle-tva-payee-trop-cour-appel-anvers-2025-09-16-551b) 1 dispositions communes

[Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-mise-disposition-locaux-cassation-bruxelles-2024-02-22-766a) 1 dispositions communes
