---
title: "21 avril 2005 · Établissement de la taxe, champ d&#x27;application · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers"
description: "Établissement de la taxe, champ d'application, importation, exonération, exportation. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 21 avril 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/etablissement-taxe-champ-application-importation-cour-appel-anvers-2005-04-21-9eb5"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Établissement de la taxe, champ d'application, importation, exonération, exportation · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

21 avril 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

61 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 21.04.2005

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

Zitting van : **21 APRIL 2005**

Inzake : **2003/AR/608**

**NV D. A. E.**, met zetel te …, …;

**appellante,**

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt d.d. 4 december 2002

vertegenwoordigd door Mr. **W. Z.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT****,** vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kantoren gevestigd zijn te 1000 Brussel, Wetstraat 14, op vervolging en bemoeiingen van de Gewestelijk Directeur der Douanen en Accijnzen, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 41-43-45;

**DE BELGISCHE STAAT****,** Federale Overheidsdienst Financiën, (voorheen Ministerie van Financiën) Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **P. V. D. S.**, advocaat te …, …;

---

## 1. De antecedenten en de vorderingen

Het voorwerp van de door geïntimeerde tegen appellante en NV **F. B.** (als borg) ingestelde fiscale navordering (tot betaling van BTW, administratieve boete en invoerrechten op door appellante onder extern communautair douanevervoer geplaatste goederen - uit Japan afkomstige videorecorders en -camera's - die uiteindelijk in de Benelux in het vrije verkeer bleken gebracht te zijn) en de daaraan ten grondslag liggende feiten werden uiteengezet in het bestreden vonnis d.d. 4.12.2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt en dit hof verwijst daar naar en preciseert de feiten zoals hierna volgt.

De eerste rechter verklaarde de gevorderde fiscale boete ongegrond en de overige onderdelen van de fiscale navordering gegrond.

Appellante, die bij een ter griffie van dit hof op 27.2.2003 neergelegd verzoekschrift tegen geïntimeerde hoger beroep instelde, besluit tot de ongegrondheid van de fiscale navordering.

Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

## 2. Beoordeling

Uit de door partijen neergelegde stukken en in conclusie gedane uiteenzettingen blijkt dat :

1.sinds 1984 appellante douane expediteur te … is en haar zustervennootschap **H. E.** en Zonen verzorgt internationale transporten, o.m. een vrachtautolijn Hamburg-Lommel;

2\. op 22.6.1989, 1.8.1989, 1.7.1989, 24.8.1989, 6.9.1989, 7.2.1990, 22.5.1990 en 12.6.1990 **E.** en Zonen diverse vrachttransporten van videoapparatuur (afkomstig uit Japan) van Hamburg naar het douanekantoor Lommel deed. Bedoeling was de koopwaar onder extern communautair douanevervoer naar het douanekantoor Rotterdam (met verdere bestemming Nigeria) te brengen. Het vervoer van Lommel naar Rotterdam werd niet verzorgd door Transport **E.**, doch de goederen werden telkens door een Luxemburgse firma **H. I.-E.**, een voor appellante tot dan ongekende firma, bij de firma **E.** afgehaald. Voor de douaneregeling werd beroep gedaan op de diensten van appellante, die als douaneagent voor al deze videoapparatuur in het douane-kantoor van vertrek LOMMEL de nodige T1 documenten voor extern communautair douanevervoer opstelde en aangaf en dit voor rekening van voormelde firma **H. I.-E.** (hoewel zij in conclusie op onsamenhangende en niet controleerbare wijze verschillende opdrachtgevers aanduidt);

3\. het bij het terugzendingsexemplaar 5 van genoemde T1 documenten gevoegde *"controlestrookje"* of ontvangstbewijs, behoorlijk afgestempeld door het douanekantoor van bestemming (E.C.T.) te Rotterdam door tussenkomst van **H. I.-E.** voor alle behalve het achtste van genoemde transporten aan appellante overhandigd werd. Uit deze ontvangstbewijzen bleek dat de bedoelde T1 documenten in het kantoor van bestemming, samen met de goederen - die echter op deze ontvangstbewijzen niet omschreven werden - te Rotterdam aangeboden werden;

4\. deze ontvangstbewijzen door appellante overhandigd werden aan het douanekantoor van vertrek te Lommel, dat echter vanaf 5.9.1989 (en daaropvolgend op 23.11.1989, 4.12.1989, 10.1.1990, 11.1.19990, 12.5.1990, 15.9.1990 en 12.6.1990) appellante verzocht om mededeling van het terugzendingsexemplaar 5 van de bewuste T1 documenten, nu dit exemplaar niet door het kantoor van vertrek te Lommel was ontvangen. Hieropvolgend werd door het kantoor van vertrek te Lommel een verzoek tot nasporing (van de goederen) verzonden naar het kantoor van bestemming te Rotterdam. De douanediensten in Nederland (Rotterdam en Kerkrade) openden een onderzoek en dienden vast te stellen dat de door appellante meegedeelde "ontvangstbewijzen" intellectueel vals waren, nu door tussenkomst van omgekochte douaneambtenaren te Rotterdam deze ontvangstbewijzen konden aangevuld en voorzien worden van originele stempels, dit niettegenstaande het feit dat de T1 documenten en de daarop vermelde videoapparatuur nooit in het kantoor van bestemming was aangeboden. Na *verder* onderzoek is gebleken dat de heren **C.** en **M.** middels gebruik van een nepvennootschap (**H. I.-E.**) te Luxemburg al deze goederen de facto verkocht hebben op de Benelux markt : het transport (de vrachtauto's) maakte op de autoweg naar Rotterdam gewoon rechtsomkeer België en de nodige valse ontvangstbewijzen werden door omgekochte douanebeambten te Rotterdam aan **C.** of **M.** verstrekt. Deze ambtenaren voegden tevens valse exemplaren nr. 4 (voor het kantoor van bestemming) van de litigieuze T1 documenten bij de douanepapieren in het kantoor van bestemming te Rotterdam en hebben op 27.8.1990 valselijk een document opgesteld *"t. a. v. de expediteur'* waarin op briefpapier van het douanekantoor "post Rotterdam Seattleweg" verklaard werd : *"Bij onderzoek is gebleken dat de goederen/documenten vanuit Ktr. Lommel met de nrs;·.... binnen de gestelde termijn conform werden aangeboden bij de E. C*. *T. te Rotterdam, alwaar de documenten werden aangezuiverd".* Bij brief d.d. 17.9.1991 heeft de belastingdienst Kerkrade m.b.t. de litigieuze documenten aan het douanekantoor Lommel o.m. meegedeeld :

> *"..Uit een door de FIOD te Haarlem ingesteld onderzoek is gebleken dat de goederen op onregelmatige wijze in de Benelux in het vrije verkeer zijn gebracht. Ik verzoek u derhalve de invorderingsprocedure te starten overeenkomstig het gestelde in artikel* 5, *lid 1 en 2 van het Aanvullend Protocol.";*

Op grond van de op het ogenblik van de litigieuze feiten toepasselijke wetgeving, meer bepaald de artikelen 11 en 13 van Verordening (E.E.G.) nr. 222/77 van de Raad van 13.12.1976 en artikelen 118, § 1 en 135 van het KB d.d. 18.7.1977 tot coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen geschiedt het extern communautair douanevervoer op risico van de aangever douane expediteur en wordt de doorvoer enkel voltrokken wanneer de goederen op het vreemd grondgebied zijn aangekomen of de zeetolkring hebben overschreden: door de aangifte verplichtte appellante zich tegenover de bevoegde autoriteiten tot het op regelmatige wijze verrichten van het douanevervoer en voormelde bepalingen verplichtten appellante de goederen binnen de gestelde termijn ongeschonden aan het kantoor van bestemming aan te brengen en daarbij de bepalingen na te leven betreffende de regeling van communautair douanevervoer.

In casu is het bewezen dat de litigieuze goederen de Europese Gemeenschap niet verlaten hebben doch wel integendeel in de Benelux in het vrije verkeer gebracht werden, zodat overeenkomstig voormelde artikelen appellante aansprakelijk is voor het betalen van de rechten bij invoer en de verschuldigde BTW (cfr. tevens de artikelen [3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-3), [24](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-24), [40, § 1, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-40) en [51](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) van het BTW-Wetboek, zoals in voege op het ogenblik van de feiten) en zulks afgezien van welk bedrog of overtreding van de strafwet dan ook en welke ook de oorzaak weze van de niet wederuitvoering (cfr. Cass., 14.9.1992, Arr.Cass. 91-92, 1108 en Cass. 5.11.2002, AR.P.02.0013.N, www.cass.be).

De eerste rechter heeft op oordeelkundige gronden, die door appellante niet weerlegd en door dit hof overgenomen worden, de door appellante ingeroepen overmacht; met name de actieve corruptie van de douane-ambtenaren in Nederland, verworpen.

Immers, deze actieve corruptie was enkel een weliswaar nuttige schakel in de frauduleuze praktijken van de heren **M.** en **C.** en de nepvennootschap **H. I.-E.**, voor wiens rekening appellante de litigieuze transit douaneregeling verrichte. T.o.v. geïntimeerde draagt appellante het risico van deze frauduleuze praktijken.

Dit hof voegt daaraan toe dat de litigieuze ontvangstbewijzen, zelfs indien ze niet vals zouden geweest zijn, niet volstaan ter aanzuivering van de voormelde T1 documenten: deze ontvangstbewijzen vermelden geen enkele beschrijving van de goederen zoals nochtans vereist door het door appellante ingeroepen (doch weliswaar slechts vanaf 1.7.1990 toepasselijke) artikel 11ter van Verordening 1062/87 (zoals ingevoegd door Verordening 1429/90).

Enkel door toezending (door de Nederlandse douaneautoriteiten) van het behoorlijk ingevuld en gevalideerd terugzendingsexemplaar nr. 5 van de T1 documenten naar het kantoor van vertrek, konden deze T1 documenten gezuiverd worden en appellante werd door het kantoor van vertrek LOMMEL vanaf 5.9.1989 regelmatig verwittigd dat deze terugzendingsexemplaren daar nog niet ontvangen waren.

Op het ogenblik van de feiten was volgens de alsdan toepasselijke (hoger aangehaalde) wettelijke bepalingen bovendien de beëindiging van de regeling van extern douaneverkeer door het aanbrengen van de goederen samen met het bijhorende document op het douanekantoor van bestemming, gekoppeld aan de ook op appellante als aangever rustende verplichting tot aanzuivering of wederoverlegging op het kantoor van uitreiking van de documenten waarop deze goederen betrekking hebben.

Geen overmacht op douanewettechnisch gebied is bewezen.

Nu het hoger beroep ongegrond is, heeft het geding uiteraard geen tergend of roekeloos karakter.

Uit hoger vermelde overwegingen volgt ook dat geen foutief of onzorgvuldig handelen of enige nalatigheid in hoofde van geïntimeerde bewezen is.

De bij tegenvordering door appellante gevorderde schadevergoeding is dan ook ongegrond.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Veroordeelt appellante tot betaling van de kosten van hoger beroep, deze tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € … (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **ÉÉNENTWINTIG APRIL TWEEDUIZEND EN VIJF**

waar aanwezig waren :

de heer

**E. H.**,

Voorzitter

de heer

**E. L.**,

Raadsheer

de heer

**J. E.**,

Raadsheer

mevrouw

**G. V.**,

Griffier.

Op het ogenblik van de uitspraak van huidig arrest, waarover Raadsheer **A. W.** mede beraadslaagd heeft overeenkomstig art. 778 Ger. W., wordt deze magistraat, die thans wettig verhinderd is, vervangen door Raadsheer **J. E.**, hiertoe aangewezen overeenkomstig art. 779 Ger. W., bij beschikking van de Eerste Voorzitter van het Hof van beroep te Antwerpen in datum van heden.

**G. V.** **J. E.** **E. L.** **E. H.**

## Textes cités

5

[CTVA art. 24](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-24) 1 occurrence

[CTVA art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-3) 1 occurrence

[CTVA art. 40](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-40) 1 occurrence

[CTVA art. 51](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) 1 occurrence

règlement 1062/87 art. 11ter 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, champ d'application](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruxelles-2002-03-29-8763) 4 dispositions communes

[Poursuite, paiement de l'impôt, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-paiement-impot-instance-droits-cour-appel-bruxelles-2008-04-23-a2ed) 4 dispositions communes

[Droit judiciaire, Acquiescement à une décision judiciaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-judiciaire-acquiescement-exercice-voie-cassation-bruxelles-2011-01-14-1353) 3 dispositions communes

[Redevable de la taxe, Autoliquidation, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-taxe-autoliquidation-prescription-action-tribunal-bruxelles-2019-12-05-3f7e) 2 dispositions communes

[Nettoyage des bâtiments, Infractions à la TVA, Régularisation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nettoyage-batiments-infractions-tva-regularisation-tribunal-anvers-2025-10-01-6a4a) 2 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 2 dispositions communes

[Dépassement du seuil des acquisitions intracommunautaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/depassement-seuil-acquisitions-intracommunautaires-renonciation-cassation-all-2022-11-25-9d03) 2 dispositions communes

[Nullité du procès-verbal, Droit à déduction, Fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-proces-verbal-droit-deduction-cour-appel-gand-2024-03-05-cbc5) 2 dispositions communes
