---
title: "Enquête bancaire, Chiffre d&#x27;affaires · Tribunal de première instance de Bruges, 2 juin 2025"
description: "Enquête bancaire, Chiffre d'affaires, Droit à déduction, Notes de crédit, Fraude. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 2 juin 2025."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/enquete-bancaire-chiffre-affaires-droit-tribunal-bruges-2025-06-02-ed4f"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Enquête bancaire, Chiffre d'affaires, Droit à déduction

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

2 juin 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

88 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Flandre occidentale, Division Bruges du 02.06.2025 - Numéro de rôle : 23/1520/A

WF 714-15-23/028042 - Finality 54823346

\[ Jugement favorable \]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Enquête bancaire – Chiffre d'affaires – Droit à déduction – Notes de crédit – Fraude*

*Dispositions légales*

*Articles* [*45, §1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)*,* [*53, §1, 62bis*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53)*,* [*70, §1 et 77*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) *CTVA*

## Résumé du jugement

1\. Faits et antécédents de procédure

La requérante est enregistrée en tant qu'assujettie à la TVA pour l'activité : « Activités de conseil en informatique ». Étant donné qu'elle n'a pas introduit plusieurs déclarations et/ou les a introduites tardivement et qu'elle n'a pas répondu à une demande de renseignements, une enquête bancaire a été ouverte conformément à l'[article 62bis CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis). Les informations obtenues ont révélé que le chiffre d'affaires déclaré était insuffisant et que la TVA déduite était excessive. Les infractions, la TVA due et l'amende légale ont été consignées dans un procès-verbal. Par requête, la requérante a introduit sa demande auprès du tribunal de première instance.

2\. Décision

Le tribunal a jugé que l'[article 62bis du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis) n'avait pas été violé.

En ce qui concerne les notes de crédit établies, la requérante ne démontre pas qu'il existe une cause de restitution en vertu des dispositions de l'[article 77 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77). Les notes de crédit ont été rejetées à juste titre. En ce qui concerne le droit à déduction rejeté en vertu de l'[article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), la requérante ne prouve en aucune manière que les conditions requises pour bénéficier du droit à déduction ont été remplies.

En ce qui concerne l'amende légale, le tribunal a estimé qu'il ressortait du dossier que la requérante n'avait pas déclaré son chiffre d'affaires, avait déduit à tort la TVA, avait déposé tardivement (après avoir été sollicitée par le défendeur) des déclarations de TVA erronées et avait mentionné sur les factures de vente le compte bancaire au nom de son administrateur.

Le fait de ne pas avoir déposé ou d'avoir déposé de manière incorrecte les déclarations de TVA à plusieurs reprises et d'avoir mentionné le compte bancaire du dirigeant sur les factures de vente ne peut en aucun cas être le résultat de simples erreurs ou négligences. La requérante n'a pas non plus répondu aux demandes d'informations. La requérante a activement mené des actions pour frauder le fisc. L'infliction de l'amende est justifiée dans cette affaire et n'est pas disproportionnée par rapport aux infractions. Le tribunal ne voit aucune raison d'accorder un sursis. Il n'y a aucune raison qui pourrait justifier un sursis. L'amende a non seulement un caractère compensatoire, mais aussi un caractère punitif et dissuasif. Les intérêts de retard ne constituent pas une sanction, mais une compensation pour le paiement tardif.

**Texte intégral :**

**Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.**

### Corps de la décision

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:

**In de zaak : 23/ 1520/A**

## Hoofdzaak :

**K.C. (KBO: …),** maatschappelijke zetel te …,

**eisende partij,**

hebbende als raadsman meester W.B., advocaat te …

tegen :

**de BELGISCHE STAAT - FOD FINANCIËN (KBO: 0308.357.159),** in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum KORTRIJK 762, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31,

**verwerende partij,**

voor wie optreedt D.J., attaché (ref.: …)

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 12 mei 2023.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord op de zitting van 5 mei 2025.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE…, voor de activiteit van computerconsultancy-activiteiten. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Eiseres is sedert 31 januari 2022 actief. Voor het eerste en tweede kwartaal 2022 heeft eiseres geen BTW-aangiften ingediend. Na een vraag om inlichtingen aan S.C. blijkt dat deze vennootschap geen facturen meer heeft ontvangen vanaf januari 2019 van haar leverancier H.C. (een zustervennootschap van eiseres), maar wel van eiseres terwijl S.C. geen overeenkomst had met eiseres. Op 22 augustus 2022 wordt een vraag om inlichtingen verzonden aan eiseres. Door eiseres wordt niet gereageerd. Op 6 september 2022 worden de BTW-aangiften van het eerste en tweede kwartaal 2022 ingediend. Op 28 september 2022 wordt een verslag opgemaakt teneinde conform [artikel 62bis, tweede lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis) beschikbare gegevens bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België op te vragen. De gegevens worden bekomen en machtiging wordt verleend om het bankgeheim op te heffen betreffende 2 bankrekeningen op naam van eiseres en 1 bankrekening op naam van de bestuurder van eiseres. De gegevens van de banken worden bekomen en daaruit blijkt dat op de rekeningen bedragen zijn ontvangen van andere vennootschappen. Op 6 oktober 2022 wordt een vraag om inlichtingen gesteld aan eiseres. Door eiseres wordt niet gereageerd. Op 17 januari 2023 wordt een proces-verbaal opgesteld. Volgens verweerder heeft eiseres ten onrechte te weinig omzet en BTW aangegeven en ten onrechte BTW afgetrokken. Volgens de administratie is eiseres verschuldigd als BTW 15.722,28 EUR, als proportionele geldboete 31.440 EUR en intresten op het BTW-bedrag. Op 27 februari 2023 wordt de schuld (met nummer …) opgenomen in het innings-en invorderingsregister, welk uitvoerbaar wordt verklaard op 2 maart 2023. Op 3 maart 2023 wordt een innings- en invorderingsbericht aan eiseres verzonden.

Door eiseres wordt fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 12 mei 2023.

2.Eiseres vraagt dat:

de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- het proces-verbaal d.d. 17 januari 2023 en het innings- en invorderingsregister (schuldnummer 500266174036) worden vernietigd, minstens ongegrond worden verklaard;

\- de geldboete wordt kwijtgescholden, minstens wordt verminderd;

verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle onterecht betaalde bedragen, te

vermeerderen met de moratoriumintresten;

verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de

rechtsplegingsvergoeding.

3.Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

#### 1. [Artikel 62bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis)

Conform artikel 62bis, tweede en derde lid WBTW heeft de administratie de machtiging om, wanneer zij over aanwijzingen van belastingontduiking beschikt, de in artikel 322 §3, eerste lid WIB 1992 bedoelde beschikbare gegevens over een schuldenaar op te vragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België. De machtiging wordt slechts verleend als alle andere wettelijke middelen voor het bekomen van de gewenste informatie, behoudens het visitatierecht, uitgeput zijn en na bevraging van de schuldenaar. Bij die bevraging wordt aan de schuldenaar meegedeeld dat bij gebreke aan antwoord het vermelde contactpunt zal worden geraadpleegd.

Op 19 april en 19 september 2022 werden vragen om inlichtingen gesteld aan de S.C., zijnde een klant van de H.C. (een zustervennootschap van eiseres). Uit het antwoord bleek dat deze vennootschap geen facturen meer heeft ontvangen vanaf januari 2019 van haar leverancier H.C., maar wel van eiseres terwijl de BV S.C. geen overeenkomst had met eiseres.

Op 23 augustus 2022 werd een vraag om inlichtingen (verkoopjournalen, financieel dagboek en rekeninguittreksels) gesteld aan eiseres. In het schrijven wordt verwezen naar [artikel 62bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis). Deze vraag werd niet beantwoord door eiseres. Eiseres stelt deze vraag om inlichtingen niet te hebben ontvangen. Uit de gegevens van het dossier blijkt evenwel dat de vraag om inlichtingen aangetekend en per gewone post werd verzonden aan het correcte adres van eiseres. De aangetekende zending werd niet terugbezorgd aan verweerder.

Voor het eerste en tweede kwartaal 2020 heeft eiseres niet tijdig BTW-aangiften ingediend. Uit het antwoord op de vragen om inlichtingen aan de BV S.C. blijkt dat eiseres in vermelde periode wel gefactureerd heeft met BTW. De BTW-aangiften van het eerste en tweede kwartaal worden laattijdig (na de vraag om inlichtingen aan eiseres) ingediend. De omzet en de BTW werden niet correct opgenomen in de BTW-aangiften. Eiseres geeft dit ook toe en geeft toe dat dit verkeerd was.

Net tweemaal niet indienen van de BTW-aangiften kan onmogelijk het gevolg zijn van eenvoudige vergissingen of slordigheden. Bovendien staat vast dat eiseres in de betreffende periodes wel omzet heeft gerealiseerd en BTW heeft aangerekend en ontvangen. Uiteindelijk dient eiseres de ontbrekende BTW-aangiften laattijdig in (na de vraag om inlichtingen aan eiseres), maar niet correct. Eiseres heeft ook niet geantwoord op een vraag om inlichtingen. Eiseres heeft onmiskenbaar de BTW-aangiften niet of niet correct ingediend met het opzet om de belastingen te ontduiken.

Verweerder heeft alle andere wettelijke middelen voor het bekomen van de gewenste informatie, behoudens het visitatierecht, uitgeput en eiseres (zonder resultaat) bevraagd. Verweerder kon derhalve toepassing maken van [artikel 62bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis).

Verweerder heeft ook de gegevens betreffende een bankrekening op naam van de bestuurder van eiseres bekomen, maar deze bankrekening werd door eiseres op haar verkoopfacturen vermeid. Eiseres gaf dus zelf aan dat dit een van haar beroepsrekeningen was.

[Artikel 62bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis) werd dan ook niet geschonden.

#### 2. Creditnota's

Volgens eiseres werd er ten onrechte geen rekening gehouden met door haar uitgereikte creditnota's.

Voor het verkrijgen van teruggave van BTW zijn er een aantal voorwaarden die moeten worden voldaan ([artikel 75 e.v. WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-75)). De voorwaarden en modaliteiten voor het uitoefen van het recht op teruggave zijn opgenomen in KB nr. 4 van 29 december 1969.

Eiseres bewijst niet afdoende dat de voorwaarde voor recht op teruggave voldaan zijn.

Bovendien heeft eiseres op 16 juni 2023 een gecorrigeerde BTW-aangifte voor het tweede kwartaal 2022 ingediend. Op 16 juni 2023 wordt de BTW-aangifte van het derde kwartaal 2022 ingediend. ln beide aangiften is rooster 49 ingevuld met de BTW opgenomen in de betwiste creditnota's.

#### 3. Aftrek BTW

Verweerder stelt dat de door haar betaalde BTW ten onrechte niet werd afgetrokken door verweerder. Op grond van artikel 45 t.e.m. 49 WBTW mag een belastingplichtige onder voorwaarden de BTW op de aan hem geleverde goederen en diensten in aftrek brengen. De voorwaarden en modaliteiten voor het uitoefen van het recht op aftrek zijn opgenomen in KB nr. 3 van 10 december 1969.

De betwisting betreft 3 facturen opgesteld door de H.C. (zustervennootschap van eiseres). Het recht op aftrek werd uitgeoefend in de BTW-aangifte van het tweede kwartaal 2022.

Eiseres bewijst evenwel op geen enkele manier dat de voorwaarden voor recht op aftrek van BTW voldaan zijn. H.C. heeft sedert het vierde kwartaal 2020 geen BTW-aangiften meer ingediend en geen BTW afgedragen. Eiseres is hier van op de hoogte gezien eiseres dezelfde bestuurder heeft als de H.C.

#### 4. Geldboete

Een geldboete van 200 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met voile rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met voile rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit het dossier en het voorgaande blijkt dat eiseres omzet niet heeft aan te geven, onterecht BTW heeft afgetrokken, laattijdig (na vragen van verweerder) foutieve BTW-aangiften heeft ingediend en op verkoopfacturen melding heeft gemaakt van de bankrekening op naam van haar bestuurder. Het herhaaldelijk niet of niet correct indienen van de BTW-aangiften en het vermelden van de bankrekening van de bestuurder op verkoopfacturen kan onmogelijk het gevolg zijn van eenvoudige vergissingen of slordigheden. Eiseres heeft ook niet geantwoord op vragen om inlichtingen. Eiseres heeft actief handelingen verricht om op een bedrieglijke wijze belasting te ontduiken.

De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van de boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.

De rechtbank ziet geen enkele reden om een uitstel te verlenen. Er is geen enkel reden die een uitstel zou kunnen verantwoorden.

De geldboete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.

De nalatigheidsintresten betreffen geen straf, maar zijn een vergoeding voor de laattijdige betaling.

C. **Betreffende de kosten**

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij de gerechtskosten dragen.

Aangezien verweerder niet bijgestaan wordt door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, in haar hoofde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en in hoofde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

---

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op **maandag twee juni tweeduizend vijfentwintig** waar zitting hadden:

L.D., rechter;

J.T., griffier.

### Note du SPF Finances

## Référence WF

WF 714-15-23/028042 - Finality 54823346

## Textes cités

6

[CTVA art. 62bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-62bis) 7 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 53](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53) 2 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 75](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-75) 1 occurrence

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Constitution d’un droit d’emphytéose, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/constitution-droit-emphyteose-deduction-revision-cour-appel-anvers-2019-06-04-4949) 4 dispositions communes

[Obligations de l’assujetti, Dépôt de déclarations périodiques](https://juriel.be/fr/jurisprudence/obligations-assujetti-depot-declarations-periodiques-tribunal-2024-06-10-7a5c) 4 dispositions communes

[Échange intracommunautaire, amende TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/echange-intracommunautaire-amende-tva-tribunal-bruxelles-2025-11-14-8277) 4 dispositions communes

[Factures fictives, fausse facture, fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/factures-fictives-facture-fausse-fraude-tribunal-liege-2019-12-16-d122) 4 dispositions communes

[Principe de neutralité, Droit à déduction, Contrats de leasing](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-droit-deduction-contrats-tribunal-bruxelles-2022-01-24-e310) 4 dispositions communes

[Demande de restitution, Formalités et conditions imposées](https://juriel.be/fr/jurisprudence/demande-restitution-formalites-conditions-imposees-cassation-bruxelles-2014-10-31-1f3a) 4 dispositions communes

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 3 dispositions communes
