---
title: "Éditeur, TVA indûment réclamée · Tribunal de première instance de Bruges, 14 avril 2025"
description: "Éditeur, TVA indûment réclamée, Annexe 62, TVA indue, régularisation de la TVA. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 14 avril 2025."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/editeur-tva-indument-reclamee-annexe-tribunal-bruges-2025-04-14-d843"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Éditeur, TVA indûment réclamée, Annexe 62, TVA indue

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

14 avril 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

61 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance de Bruges du 14.04.2025

\[ Jugement favorable \]

TVA – Éditeur – TVA indûment réclamée – Annexe 62

**Texte intégral:**

Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.

### Corps de la décision

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge d.d. 14.04.2025**

**(23/1392/A)**

**In de zaak : 23/ 1392/A**

## Hoofdzaak :

**X. (KBO…),** maatschappelijke zetel te …,

**eisende partij,**

hebbende als raadsman meester V.K., advocaat te …

tegen :

**de BELGISCHE STAAT - FOD FINANCIEN (KBO: 0308.357.159),** in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KM0 Brugge, met kantoor te 8200 Brugge, Koning Albert I-laan 1-5, bus 3,

**verwerende partij,**

voor wie optreedt S.D., attaché (ref.: kmo.brugge.expertise2Pminfin.fed.be).

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 28 april 2023.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 10 maart 2025.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ontstaan uit een fusie van de NV I.S. en de BV T.M. en is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE…, voor de activiteit van uitgeverij van boeken (sedert 1 maart 2017, daarvoor overige adviesbureaus op het gebied van bedrijfsbeheer, adviesbureaus op het gebied van bedrijfsvoering). Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Door P.D., financieel deskundige bij de Algemene Administratie van de Fiscaliteit en verbonden aan het centrum KMO te Brugge, werd een controle aangevat bij eiseres over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode 2018 en 2019.

Op 25 januari 2022 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie werd onterecht BTW t.b.v. 16.378,10 EUR teruggevraagd (rooster 62 aangifte vierde kwartaal 2019). De verschuldigde bedragen werden opgenomen in het invorderingsorder 500.2510.34356.

Door eiseres werd een bezwaarschrift ingediend op 27 januari 2022. Het bezwaar werd afgewezen bij beslissing d.d. 9 februari 2023.

Door eiseres werd fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift neergelegd ter griffie op 28 april 2023.

2.Eiseres vraagt dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- de zaak naar de rol wordt verzonden in afwachting van een definitief arrest in de zaak van eiseres tegen de NV B.;

\- ondergeschikt de beslissing d.d. 9 februari 2023 en de taxatie worden vernietigd;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van derechtsplegingsvergoeding.

3.Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

Conform artikel 75 W.BTW kan de BTW enkel worden teruggegeven in de gevallen waarin het wetboek voorziet.

Conform artikel 77 §1, 7° W.BTW wordt de belasting teruggegeven aan diegene die ze betaald heeft aan de Staat, wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.

Conform artikel 79 §1 W.BTW moet de leverancier of de dienstverrichter aan de medecontractant een verbeterend stuk uitreiken met vermelding van de hem teruggegeven belasting en dit ingeval van een vergissing in de factuur of van het bepaalde in artikel 77 §1, 2° tot 7° W.BTW.

Conform [artikel 4 van het KB nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art4) van 29 december 1969 moet de belastingplichtige om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen een verbeterend stuk opmaken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag, hij moet het stuk inschrijven in een daartoe bestemd register en hij moet een dubbel uitreiken aan de medecontractant voorzien van de vermelding 'BTW terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht'.

Eiseres heeft in de BTW-aangifte van het vierde kwartaal 2019 teruggaaf gevraagd van 16.378,10 EUR. Volgens eiseres heeft het bedrag betrekking op facturen die in 2014 door de NV I.S. en de BV 12 Management werden opgemaakt voor diensten verleend aan de NV B.. Volgens eiseres zijn de facturen niet betaald en is de vordering oninbaar.

Eiseres bewijst niet afdoende de oorsprong van de bedragen. Eiseres heeft facturen voorgelegd uit 2014 aan de NV B., maar het bedrag van de BTW stemt niet overeen met het bedrag opgenomen in rooster 62 vierde kwartaal 2019.

Eiseres bewijst ook niet afdoende dat de BTW werd afgedragen aan de Staat.

Eiseres stelt dat de vordering definitief verloren is. De NV B. is niet failliet verklaard. Er is in 2015 wel overgegaan tot dagvaarding van de NV B.. In een vonnis d.d. 16 maart 2023 van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent werd de NV B. veroordeeld tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag. De NV B. heeft hoger beroep aangetekend. Bij arrest d.d. 16 oktober 2024 van het hof van beroep te Gent werd de NV B. ook veroordeeld tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag (doch iets lager dan in eerste aanleg).

Hieruit blijkt dat de vordering op de NV B. in het vierde kwartaal 2019 helemaal niet definitief verloren was. Eiseres dient te bewijzen dat de vordering verloren was toen zij teruggave heeft gevraagd. Eiseres bewijst dit niet.

Eiseres heeft ook geen verbeterend stuk opgemaakt op het moment dat zij teruggaaf heeft gevraagd.

Door het niet uitreiken van het verbeterend stuk kan de medecontractant, de BTW-belastingplichtige die de BTW reeds in aftrek heeft gebracht, deze BTW niet terugstorten aan de Staat of kan de Staat deze BTW niet terugvorderen van deze medecontractant.

Verweerder heeft derhalve terecht het recht op teruggaaf geweigerd dat werd uitgeoefend in het vierde kwartaal 2019.

C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, dient zij in te staan voor de kosten van het geding.

Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat en heeft derhalve geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.

---

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op maandag veertien april tweeduizend vijfentwintig waar zitting hadden:

L.D., rechter;

J.T., griffier.

## Textes cités

1

[AR no 4 art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence
