---
title: "Droit à restitution à l’importation, Prescription · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 14 février 2014, 2012/AR/2266"
description: "Droit à restitution à l’importation, Prescription, Dommages et intérêts, poursuite. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 14 février 2014, 2012/AR/2266."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-restitution-importation-prescription-dommages-cour-appel-anvers-2014-02-14-cae1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à restitution à l’importation, Prescription, Dommages et intérêts · Droit à restitution à l’importation – Prescription – Dommages et intérêts

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Numéro de rôle**

2012/AR/2266

**Date**

14 février 2014

## Parcours procédural

2 étapes · 1 an 9 mois

1. [Décision attaquée Tribunal de première instance d'Anvers 24.04.2012](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-anvers-2012-04-24-5a6a)
2. Décision affichée Cour d'appel d'Anvers 14.02.2014

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

83 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

**Arrêt de la Cour d’appel d’Anvers dd. 14.02.2014 (2012/AR/2266)**

*Taxe sur la valeur ajoutée – Droit à restitution à l’importation - Prescription - Dommages et intérêts*

## Dispositions légales

Article 77, § 1 er*bis*, et [article 81bis, § 1er, alinéa premier, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis)

[Article 2, alinéa premier, de l’arrêté royal n° 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art2) relatif aux restitutions en matière de taxe sur la valeur ajoutée

## Résumé

Lors de l’importation de biens en 2003, les droits d’entrée et la TVA avaient été acquittés à l’Administration des douanes. La TVA avait été déduite à bon droit. Cependant, en 2006, la déclaration d’importation originelle avait été remplacée en raison de la réception tardive d’un certificat d’origine et les droits d’entrée avaient été restitués (« 0-droit »). Ce faisant, la TVA avait à nouveau été déduite du crédit hebdomadaire du déclarant. Ensuite, une demande en restitution de la TVA originelle payée en 2003 avait été introduite. Cependant, cette demande n’est pas autorisée lors de l’importation de biens qui ne sont pas des biens d’investissement et de surcroît, en 2007, la prescription était acquise. Le droit à restitution aurait dû être imputé sur le paiement de l’indu de 2006.

Finalement, suite à une requête, une régularisation via la déclaration périodique a été accordée par l’administration.

La demande pour obtenir une indemnité en dommages en raison de l’acquittement des intérêts et des frais n’est pas fondée. Le retard est uniquement consécutif à l’exercice régulier tardif du droit à restitution par la déclarante qui, en tant que société spécialisée dans l’import et l’export depuis de nombreuses années, aurait dû connaître la procédure.

**Texte intégral**

***La décision est publiée uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

## Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen , zeventiende bis kamer

**dd. 14.02.2014**

**2012/AR/2266**

**I.A. NV** met maatschappelijke zetel te … eiseres in hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. A.K. loco Mr. T.C., advocaat te ...

tegen het vonnis van de 13e kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 24 april 2012, gekend onder rolnummer 10/7484/A

**BELGISCHE STAAT. FOD FINANCIËN**, vertegenwoordigd door de heer Vice-Eerste minister en minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, verweerster in hoger beroep, vertegenwoordigd door Mr. A.L., advocaat te …

Gezien het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 24 april 2012, waarvan geen betekening voorligt.

Gezien het verzoekschrift in hoger beroep neergelegd ter griffie van dit hof op 25 juli 2012 , waarbij tijdig en naar de vorm geldig hoger beroep werd aangetekend.

### Voorgaanden:

1\. De oorspronkelijke vordering van I.A. NV werd ingeleid bij exploot van 12 november 2010 en strekte tot de veroordeling van de Belgische Staat tot betaling van de som van 17 315,55 EUR, hetzij:

| - Kosten: |  |  |  |
| --- | --- | --- | --- |
|  |  | - advocatenkosten: | 4.390,05 EUR |
|  |  | - BDO Atrio: | 1.815,00 EUR |

| - Gederfde intresten op onterecht aangerekende en ingehouden BTW: | 1.898,98 EUR 3.677,38 EUR 2.881,48 EUR 965,64 EUR |
| --- | --- |
| - lnteresten welke aan klant diende betaald te worden op invoerrechten: | 1.687,03 EUR |

bedragen te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf 12 november 2010 en de kosten van het geding, op basis van foutaansprakelijkheid volgens art. 1382 B.W.

2\. De eerste rechter verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

De eerste rechter overweegt dat de vertraging in de terugbetaling, waarvoor in de vordering intresten worden aangerekend, is voor een groot deel aan eiseres in hoger beroep zelf te wijten. Het oorzakelijk verband tussen de fout die bestaat uit het aanrekenen voor een tweede keer van een BTW bedrag en hier bedoelde schade, wordt doorbroken door de fout die eiseres in hoger beroep zelf maakte.

3\. In hoger beroep vordert eiseres in hoger beroep de veroordeling van de FOD Financiën tot betaling van het bedrag van 17 315,55 EUR,te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf de dagvaarding tot de datum van algehele betaling.

Verweerster in hoger beroep concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.

### Beoordeling:

4\. **I.A. nv** trad in november 2003 op als aangever bij de invoer van haspels, afkomstig uit Israël voor de firma L.

**I.A. NV** vroeg op 28 juni 2006 de teruggave van de met aangifte IM4-S0399944 betaalde invoerrechten (8.835,35 EUR) aangezien de opdrachtgever op dat ogenblik wel beschikte over een oorsprongscertificaat dat op een O-recht aan invoerrechten recht gaf.

De teruggave van de invoerrechten werd door de administratie van douane en accijnzen toegestaan, en de betaalde invoerrechten werden teruggestort.

Daarop ging I.A. NV over tot de inschrijving van het betaalde bedrag aan BTW van 52.390,49 EUR in rooster 62 van de periodieke BTW-aangifte met betrekking tot oktober 2007.

Het BTW controlekantoor verrichtte een nazicht met betrekking tot de vraag tot teruggave van het tegoed (52.390,49 EUR).

De BTW administratie verwierp het verzoek tot teruggave van de BTW en bijkomend legde zij omwille van het beweerdelijk ten onrechte in aftrek brengen van het bedrag van euro 52.390,49 nog eens een geldboete op van euro 5.230,00. (10% van het basisbedrag ingevolge foutieve aangifte).

5\. *Betreffende het recht van teruggave van de B.*T. W. *mbt het oorspronkeliik invoerdocument:*

Na voorlegging van het invoerdocument, kon de opdrachtgever van **I.A.** aanspraak maken op de teruggave van de invoerrechten. Deze invoerrechten werden inderdaad bij schrijven van 15 juli 2010 door de raadsman van **L.** teruggevorderd van **I.A.** (deze had de invoerrechten terugbetaald gekregen van de douane-administratie).

De betaalde BTW werd echter niet teruggegeven.

Met betrekking tot de teruggaaf van de BTW bepaalt [art. 2, eerste lid van het K.B. nr 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art2) van *29.12.1969: "De teruggaaf bedoeld in* [art. 77, §1bis BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77)*, wordt niet verleend wanneer ze betrekking heeft op de invoer van een goed dat geen bedrijfsmiddel is en de geadresseerde belastingplichtige is die gehouden is de aangifte bedoeld in* [art. 53 §1, eerste lid, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53) *van het Wetboek in* te *dienen en die de bij de invoer voldane belasting volledig in aftrek kan brengen."*

De BTW die door de belastingplichtige **L.** werd voldaan bilde invoer, werd normaal in aftrek gebracht in zijn periodieke BTW aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de invoer heeft plaatsgehad. Indien de teruggaaf zou worden toegestaan, dan zou de belastingplichtige de door hem vooraf verrichte aftrek moeten herzien en het ten onrechte afgetrokken bedrag moeten terugstorten aan de Schatkist door dat bedrag op te nemen in rooster 61 van de periodieke BTW aangifte.

Op 4 juni 2008 ondertekende de gevolmachtigde van de **NV I.** de correctieopgave waardoor zij erkende dat zij ten onrechte de teruggave van de BTW had gevraagd door op rooster 62 van haar eigen BTW aangifte voor de maand oktober 2007.

De vraag tot teruggaaf door **I.A.** was in strijd met art. 2 eerste lid van voormeld K.B. maar was bovendien verjaard; het recht op teruggaaf van de betreffende BTW op het oorspronkelijk invoerdocument werd uitgeoefend nà het verstrijken van het derde jaar volgend op de oorzaak van de teruggaaf, op 31 december 2006.

De vraag tot teruggaaf door **IA..** werd dan ook terecht verworpen door de BTW-administratie.

6\. *Betreffende het recht op teruggaaf van de BTW mbt het vervangende document:*

Na het voorleggen van een geldig invoerdocument werd een nieuwe aangifte met enkel betaling van de BTW (euro 50 535,07) gevalideerd; (de inreiking van het nieuwe document gebeurde op 28 juni 2006, maar werd slechts gevalideerd door de douane op 20 februari 2007).

Door de inreiking van de nieuwe COM4 werd het verschuldigd BTW-bedrag (nu euro 50 535, 7) opnieuw in mindering gebracht van het weekkrediet van de aangever.

Aangezien op het oorspronkelijk invoerdocument reeds euro 52 390,49 BTW werd aangerekend – BTW die door de **BV L.** in aftrek werd gebracht - werd het bedrag van euro 50 535,07 ten onrechte aangerekend.

Op grond van [art. 77 § 1bis,1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) wordt de belasting die ter zake van de invoer werd geheven tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is.

Uiteindelijk werd aan **I.A.** toegestaan - ingevolge het verzoekschrift van **B.A.** fiscale adviseurs dd. 30 oktober 2009 - om het recht op teruggaaf uit te oefenen door opname van het BTW bedrag van euro52.390,49 in de eerst volgende periodieke BTW-aangifte. Maar de onverschuldigde betaling bedroeg in feite euro 50.535,07 ipv euro 52.390,49.

In een schrijven van 30 november 2009 stelt de BTW administratie:

> "De betaling van de teveel betaalde belasting is de betaling van het bedrag aan BTW bij invoer op het vervangende douanedocument (d.m.v. de afboeking van het weekkrediet) en niet de oorspronkelijke betaling in 2003. Deze laatste betaling gebeurde in februari 2007, en is het aanvangspunt van de vordering tot teruggaaf van de betaalde BTW bij invoer op het geannuleerde douanedocument.
>
> Bijgevolg verjaart deze vordering tot teruggave pas op 31.12.2010."

**I.A.** bekwam teruggave van het bedrag van euro 52.390,49 door inschrijving in vak 62 van de periodieke BTW-aangifte van de maand november 2009, die werd ingediend op 21 december 2009.

7\. *Betreffende de vordering tot betaling van schadevergoeding:*

**I.A.** heeft - zoals uit bovenstaande motivering blijkt - een aanvraag tot teruggaaf van de BTW ingediend, waarvan zij moest weten - als gespecialiseerde onderneming in export en importverrichtingen - dat deze aanvraag onterecht was en bovendien laattijdig wegens verjaring. Door de ondertekening van de correctieopgave op 4 juni 2008 heeft de gevolmachtigde trouwens erkend dat de BTW-wetgeving inzake het recht op teruggaaf was overtreden.

De vraag om teruggaaf van de BTW voor een bedrag van euro 52 390,49 met betrekking tot de annulatie van het invoerdocument werd dus terecht verworpen.

Anderzijds ontstond er - op 20 februari 2007 - in hoofde van I. een recht van teruggaaf van een onverschuldigde betaling van een bedrag van euro 50535,07, uitgevoerd via het weekkrediet van **I.A.** bij de douane.

**I.A.** heeft haar recht op teruggaaf uitgeoefend door opname van het bedrag van euro 52 390,49 -ten onrechte heeft de administratie haar goedkeuring gegeven om dit bedrag terug te geven ipv euro 50535,07 - in vak 62 van de periodieke BTW-aangifte van de maand november 2009.

De vordering tot betaling van intresten en kosten van juridische en fiscale bijstand wegen niet teruggaaf van de onverschuldigde BTW voor de periode 2007-2009, is ongegrond, aangezien zij enkel het gevolg is van het laattijdig uitoefenen van het recht op teruggaaf door **I.A.** zelf.

Inzake de teruggaaf van de BTW vermeld op het vervangende invoerdocument is de lange periode, de verantwoordelijkheid van **I.A.** zelf. De vraag om teruggaaf werd pas met een schrijven van **B.A.** van 30 oktober 2009 ingediend en bij directoriale beslissing werd reeds op 30 november 2009 positief geantwoord.

Het bestreden vonnis dient - zij het om andere motieven - te worden bevestigd.

8\. Overeenkomstig art. 1017 Ger.W. zijn de gerechtskosten ten laste van de in het ongelijk gestelde partij.

**I.A.** is gelet op de ongegrondheid van het hoger beroep de in het ongelijk gestelde partij.

Het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding hoger beroep bedraagt overeenkomstig van 26.10.2007 de som van 1.210 EUR.

### DE BESLISSING:

### Dispositif

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik in gerechtszaken.

Het hof verklaart het hoger beroep van **I.A.** toelaatbaar doch ongegrond.

Het hof bevestigt het bestreden vonnis.

Het hof verwijst **I.** in de gedingkosten in hoger beroep, vereffend aan de zijde van FOD FINANCIEN op 1 210 EUR(rechtsplegingsvergoeding);

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 14 februari 2014 door

M. D. Raadsheer

E. C. Griffier

## Textes cités

4

[AR no 4 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 3 occurrences

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 2 occurrences

[CTVA art. 81bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) 2 occurrences

[CTVA art. 53](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 2 dispositions communes

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 2 dispositions communes

[Inspection à domicile, Fraude au domicile, visite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-domicile-fraude-visite-cour-appel-gand-2025-02-04-3b64) 2 dispositions communes

[Constitution d’un droit d’emphytéose, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/constitution-droit-emphyteose-deduction-revision-cour-appel-anvers-2019-06-04-4949) 2 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Consultation du dossier judiciaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-consultation-tribunal-gand-2024-03-13-4c82) 2 dispositions communes

[Prescription, Délai étendu de prescription en cas de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-delai-etendu-cas-fraude-cour-appel-gand-2023-06-17-5158) 2 dispositions communes

[Nullité de la contrainte](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-contrainte-caractere-ordre-public-cour-appel-anvers-2021-10-15-7803) 2 dispositions communes

[Échange intracommunautaire, amende TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/echange-intracommunautaire-amende-tva-tribunal-bruxelles-2025-11-14-8277) 2 dispositions communes
