---
title: "Droit de déduction · Tribunal de première instance de Hasselt, 23 juin 2022"
description: "Droit de déduction, Renonciation au temps écoulé de la prescription. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 23 juin 2022."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-renonciation-temps-ecoule-tribunal-hasselt-2022-06-23-7e74"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit de déduction

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

23 juin 2022

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

262 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance de Hasselt du 23.06.2022

\[ Arrêt mixte \]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Droit de déduction – Renonciation au temps écoulé de la prescription*

## Dispositions légales

Articles 45, § 1, art. 45, §1quinquies et [art. 83 CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83)

[Article 1, § 2 de l’arrêté royal n°3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art1) du 10 décembre 1969

## Résumé du jugement

1\. Faits et antécédents de procédure

Le contribuable est enregistré comme assujetti à la TVA pour son activité de « conseil informatique ». En réalité, il exerce l'activité d'expert indépendant dans le domaine des expertises judiciaires et se consacre également à l'achat, la vente, la rénovation et la location de biens immobiliers. À cet effet, la société recherche des projets de constructions neuves ou de rénovations dans le but de les louer ou de les revendre après rénovation. Un contrôle a été entamé le 4 janvier 2018 tant en matière d'impôt des sociétés que de TVA. Le volet TVA concernait la période allant du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2016.

Une première visite sur place a été effectuée le 29 janvier 2018. Le 31 août 2018, un relevé de régularisation a été transmis à la requérante. Le contribuable a alors introduit un recours administratif. Le 29 octobre 2018, conformément à l'[article 83 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83), une déclaration de renonciation au temps couru de la prescription a été signée par le gérant. Le 8 novembre 2018, l'administration a effectué une deuxième visite au siège social, suite auquel un procès-verbal de constatation a été établi le 12 novembre 2018. Le 25 août 2020, l'administration a procédé à l'établissement d'un procès-verbal. Ce procès-verbal a été signifié le 25 août 2020. Un avis de paiement a été envoyé le 1er septembre 2020, suivi d'un paiement le 11 septembre 2020. Le contribuable a déposé une requête auprès du tribunal de première instance de Hasselt.

Le juge de première instance a estimé que, pour les frais liés au jardin et à l'étang, il n'avait pas été démontré qu'ils avaient été utilisés dans le cadre de l'exécution d'une opération visée à l'[article 45, § 1, 1° à 5° du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) et que, par conséquent, la TVA avait été indûment déduite. En ce qui concerne les factures relatives à l'aménagement de l'allée et des places de parking, l'administration a accepté une déduction de 20 %, mais le juge a estimé que celle-ci devait être corrigée à 50,5 %.

**Texte intégral:**

Le jugement est publié uniquement dans la langue originale.

### Corps de la décision

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt d.d. 23.06.2022**

## (20/2064/A en 20/2066/A)

## IN ZAKE nr. 20/2064/A:

**X.,** KBO …, met maatschappelijk zetel te ...

 eiseres —

Ter zitting vertegenwoordigd door Mr. A.V. en Mr. H.D., advocaten met kantoor …

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,** ondernemingsnummer Belgische staat 0252.796.351, vertegenwoordigd door FOD Financiën (ondernemingsnummer FOD Financiën 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van het KMO-Centrum Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106.

 verweerder —

Tijdens de zitting vertegenwoordigd door de gevolgmachtigden mevrouw L.A. en de heer H.M., beiden attaché bij een fiscaal bestuur, verbonden aan het KMO-Centrum Hasselt, gemachtigd om namens de Belgische Staat te verschijnen voor de rechtbank.

**EN IN ZAKE AR nr. 20/2066/A**

**X.,** KBO …, met maatschappelijk zetel te …

 eiseres —

Ter zitting vertegenwoordigd door Mr. A.V. en Mr. H.D., advocaten met kantoor te …

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,** ondernemingsnummer Belgische staat 0252.796.351, vertegenwoordigd door FOD Financiën (ondernemingsnummer FOD Financiën 0308.357.159), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal van het KMO-Centrum Hasselt (Expertise 1), met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 106, en de adviseur invordering-ontvanger van Team Invordering Rechtspersonen Hasselt 1 met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, postbus 11

\- verweerder —

Tijdens de zitting vertegenwoordigd door de gevolgmachtigden mevrouw L.A. en de heer H.M., beiden attaché bij een fiscaal bestuur, verbonden aan het KMO-Centrum Hasselt, gemachtigd om namens de Belgische Staat te verschijnen voor de rechtbank.

**VOLGT HET VONNIS**

**In zake AR nr. 20/2064/A**

Gelet op:

 het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 12.11.2020, met aangehecht een afschrift van de directorale beslissing van 11.08.2020;

 de beschikking overeenkomstig art. 747, § 1 Ger.W. van 10.12.2020; de syntheseconclusies en stukken van verweerder;

 de syntheseconclusies en stukken van eiseres.

**In zake AR nr. 20/2066/A**

Gelet op:

 het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 12.11.2020;

 de beschikking overeenkomstig art. 747, § 1 Ger.W. van 10.12.2020;

 de syntheseconclusies en stukken van verweerder; de syntheseconclusie en stukken van eiseres.

## I. SAMENVOEGING

Partijen verzoeken de rechtbank de zaken met A.R. nr.20/2064/A en AR nr. 20/2066/A samen te voegen en er in een vonnis uitspraak over te doen gelet op de samenhang.

Ter wille van een goede rechtsbedeling past het op dit verzoek in te gaan.

## II. FEITEN EN VOORGAANDEN

**IN ZAKE AR nr. 20/2064/A**

1\. Het geschil heeft betrekking op twee aanslagen in de vennootschapsbelasting, gemeente Sint-Truiden, gevestigd in hoofde van eiseres voor:

 het aanslagjaar 2016, kohierartikel 8013101 voor een te betalen bedrag van 51.814,50 euro;

 het aanslagjaar 2017, kohierartikel 890001784 voor een te betalen bedrag van 21.531,69 euro.

2\. Op 29.01.2018 werd een fiscale controle uitgevoerd op de maatschappelijke zetel van eiseres door de administratie.

Bij bericht van wijziging van aangifte van 31.08.2018 brengt de taxatieambtenaar eiseres op de hoogte van zijn voornemen om voor de aanslagjaren 2017 en 2018 de aftrekbare beroepskosten te zullen wijzigen.

Tevens werd er een belastingverhoging van 10 % aangekondigd wegens onvolledige of onjuiste aangifte, eerste overtreding.

Bij brief van 15.10.2018 stelde de gevolmachtigde van eiseres dat eiseres niet akkoord kon gaan met de inhoud van het bericht van wijziging.

Op 08.11.2018 vond er een onaangekondigd bezoek door de belastingadministratie plaats op de maatschappelijke zetel. Eiseres stelt in besluiten dat zij de betrokken ambtenaren verzocht om op een ander tijdstip een afspraak te maken aangezien er om 10 u een vergadering was ingepland. Tevens stelde eiseres dat zij graag had gehad dat haar raadsman aanwezig kon zijn bij het plaatsbezoek. De administratie interpreteerde de houding van eiseres als een weigering om toegang te verlenen tot de beroepslokalen.

Op 12.11.2018 werd een nieuwe kennisgeving van bericht van wijziging verzonden aan eiseres. Dit bericht van wijziging werd op 13.11.2018 eveneens per mail overgemaakt.

Op 13.12.2018 antwoordde eiseres met een niet-akkoord.

Op 20.12.2018 werd een kennisgeving van beslissing tot taxatie aan eiseres toegezonden.

Vervolgens werden de kwestieuze aanslagen ingekohierd voor de aanslagjaren 2016 en 2017.

Bij brief van 21.06.2019 heeft eiseres bezwaar ingediend tegen de aldus gevestigde aanslagen voor de aanslagjaren 2016 en 2019.

Op 15.10.2019 vond er een aangekondigd plaatsbezoek plaats bij eiseres.

Op 21.11.2019 werd er door eiseres een aanvullend bezwaarschrift ingediend.

Bij directorale beslissing van 11.08.2020 werden de grieven van eiseres slechts gedeeltelijk ingewilligd.

3\. Bij tegensprekelijk verzoekschrift neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 12.11.2020 heeft eiseres een vordering in rechte ingeleid.

**EN IN ZAKE AR nr. 20/2066/A**

Eiseres is wegens de door haar opgegeven activiteit van "computerconsultancy" geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer BE 0465.962.165. In werkelijkheid oefent eiseres de activiteit uit van onafhankelijk expertisebureau werkzaam in gerechtelijke deskundigenonderzoeken. Zij is als dusdanig onderworpen aan de bepalingen van het WBTW en aan de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 04.01.2018 werd een controle aangevangen inzake de wetgeving van de vennootschapsbelasting en de BTW.

Het BTW-Iuik had betrekking op de toepassing van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten voor de periode vanaf 01.01.2015 tot en met 31.12.2016.

Op 29.01.2018 vond er naar aanleiding van deze controle een plaatsbezoek plaats op de maatschappelijke zetel van eiseres.

Op 31.08.2018 werd er een correctieopgave overgemaakt aan eiseres.

De raadsman van eiseres heeft hier hiertegen bezwaar ingediend.

Op 15.10.2019 werd een plaatsbezoek uitgevoerd op de maatschappelijke zetel van eiseres. Dit plaatsbezoek had tot doel de nodige vaststellingen te doen enerzijds met betrekking tot het beroepsmatig gedeelte van het onroerend goed gelegen te 3800 Sint-Truiden, Hasseltsesteenweg 32, maatschappelijke zetel van de vennootschap en anderzijds met betrekking tot de door de vennootschap in aftrek gebrachte kosten zowel wat betreft de vennootschapsbelasting als de BTW.

Een proces-verbaal van vaststelling van 04.11.2019 werd opgesteld door de controleambtenaren.

De administratie weerhield de volgende overtredingen in hoofde van eiseres:

Rubriek I: Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van goederen en/of diensten die volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit.

Rubriek II: Inbreuken op de aftrekregeling ten aanzien van de verplichting in het bezit te zijn van een regelmatige factuur.

Rubriek III: Onregelmatigheden met betrekking tot de inschrijving van bedragen in rooster 62 van de periodieke BTW-aangiften.

Op 29.10.2018 werd vervolgens overeenkomstig [artikel 83 § 3 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) een verklaring tot afstand van de verlopen tijd van de verjaring getekend door de zaakvoerder van eiseres waarbij hij verklaarde hiermee afstand te doen van de verlopen tijd van de verjaring in het voordeel van de Belgische Staat en voor de sommen die werden vastgesteld en opgenomen lastens eiseres in voormelde correctieopgave van 31.08.2018 te weten:

\- BTW: 19.699,66 euro

\- Boeten: 1.960,00 euro

\- Interesten vanaf 21.01.2017.

Op 08.11.2018 werd er inzake de BTW een plaatsbezoek uitgevoerd. Op 12.11.2018 werd een proces-verbaal van vaststellingen opgesteld.

Op 25.08.2020 ging de administratie over tot de opstelling van een proces-verbaal van regularisatie lastens eiseres ten einde haar aanspraken definitief vast te leggen. Dit proces-verbaal werd aan eiseres betekend op 25.08.2020. Een betaalbericht werd verstuurd op 01.09.2020 waarna een betaling volgde op 11.09.2020.

De volgende bedragen zijn volgens de administratie verschuldigd:

17.237,51 euro BTW;

 1.720,00 euro als geldboete;

 interesten van 0,8 % per maand over de som van 17.230,00 euro afgerond vanaf 21.01.2017 overeenkomstig [artikel 91 § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van de rechtbank op 12.11.2020 heeft eiseres een vordering in rechte ingesteld.

## III. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid:

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk

### 2. Ten gronde:

**IN ZAKE AR nr. 20/2064/A**

#### 2.1. Voorafgaand:

Partijen stellen dat in de directorale beslissing van 11.08.2020 een materiele vergissing geslopen is bij de bepaling van het belastbaar resultaat.

Deze materiele vergissing dient rechtgezet te worden en leidt tot een correctie van het

belastbare resultaat in het voordeel van eiseres;

voor het aanslagjaar 2016 ten bedrage van 24,47 euro

voor het aanslagjaar 2017 ten bedrage van 13.037,71 euro.

#### 2.2. Willekeurige taxatie:

1.Eiseres houdt vooreerst dat de fiscale administratie willekeurig gehandeld heeft bij het weerhouden van de gegevens waarop zij de aanslagen heeft gevestigd. De werkwijze van de fiscale administratie en meer bepaald de feiten waarop zij zich steunt en de gevolgen die zij daaruit afleidt om de belastbare inkomsten te bepalen, is willekeurig.

2.De rechtbank is vooreerst van oordeel dat het bericht van wijziging van 31.08.2018 duidelijk gemotiveerd werd en dat eiseres zich voldoende rekenschap kon geven van de cijfers, feiten en omstandigheden waarop de aanslagen berusten. Eiseres werd aldus in de gelegenheid gesteld de aanslagen te weerleggen door het voorleggen van bewijzen en antwoorden.

Het volstaat dan ook dat de motivering van het bericht voldoende is om de belastingplichtige toe te laten de motieven van de administratie te onderzoeken, zodat zij hier eventueel op kan antwoorden.

Uit de opmerkingen die namens eiseres geformuleerd werden bij het bericht van wijziging, blijkt dat de motivering ervan voldoende was om de discussie met de administratie aan te gaan en op adequate wijze een antwoord te formuleren.

3\. Verder stelt de rechtbank geen willekeurige vaststelling van de belastbare grondslag door de administratie vast.

Het feit dat men niet akkoord is dat de administratie bepaalde kosten verwerpt terwijl men deze aanvankelijk wel aanvaardde volgens eiseres, maakt de aanslagen geenszins

willekeurig.

In casu werden de aanslagen gevestigd rekening houdend met de elementen die op dat ogenblik door de administratie gekend waren en heeft de administratie haar standpunt gemotiveerd en onderbouwd.

De administratie was van oordeel dat de oorspronkelijke taxatie gebeurde op basis van een onvolledig dossier bevattende foute informatie. Het feit dat de taxerende ambtenaar er in de loop van de procedure een andere mening op na houdt, impliceert op zich geen

willekeur.

De aanslagen zijn dan ook geenszins willekeurig gevestigd.

#### 2.3. Beroepskosten

Verweerder betwist de aftrek als beroepskost van kosten enerzijds m.b.t. het onroerend goed gelegen te Sint-Truiden, … en anderzijds de onroerende goederen gelegen te Knokke-Heist, … en … na gewezen te hebben op de bewijslast van art. 49 WIB92.

De verwijzing naar de bewijslast van art. 49 WIB92 is terecht.

Krachtens deze bepaling zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag ervan verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbaar tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben gekregen en als zodanig zijn geboekt.

Met andere woorden:

\- de kosten moeten gedaan of gedragen zijn tijdens het belastbaar tijdperk;

\- om belastbare inkomsten te behouden of te verwerven;

\- de belastingplichtige moet de echtheid en het bedrag ervan bewijzen.

Aan al deze voorwaarden moet voldaan worden. Als aan een voorwaarde niet voldaan is, is de betreffende kost niet aftrekbaar.

Eiseres stelt dat de administratie ten onrechte een vierde voorwaarde toevoegt aan art. 49 W1B92 als ze zegt dat de kosten noodzakelijk verband moeten houden met het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid.

Ze verwijst hiervoor naar de cassatierechtspraak van juni 2015 (o.a. Cass, 12 juni 2015, F.14.0080N) dat volgens eiseres zou stellen dat de kosten niet noodzakelijk moeten zijn voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid.

De cassatiearresten van juni 2015 stellen enkel dat de omstandigheid, dat tussen een verrichting van een vennootschap en haar maatschappelijke activiteit of statutair doel geen verband bestaat, als dusdanig niet uitsluit dat de kosten die met zulke verrichtingen verband houden, als aftrekbare beroepskosten kunnen worden aangemerkt.

**-** **Onroerend goed gelegen te Sint-Truiden, …:**

1\. In een bruikleenovereenkomst van 15.06.2004 tussen eiseres en mevr. R. werd bepaald dat het bijgebouw B, de toegangsweg, de parkeerplaatsen en de tuin (met uitzondering van het privé-gedeelte) voor onbepaalde duur kosteloos ter beschikking van de vennootschap worden gesteld.

Krachtens de bruikleenovereenkomst betaalt eiseres geen enkele huurprijs of andere vergoeding voor de terbeschikkingstelling van het onroerend goed. Wel moet eiseres zelf alle kosten dragen die verbonden zijn met het gebruik van het onroerend goed. Art. 3 van de bruikleenovereenkomst bepaalt dat de vennootschap de in bruikleen gegeven goederen als een goede huisvader dient te gebruiken en in een goede staat dient te onderhouden. Overeenkomstig art. 7 van de bruikleenovereenkomst dient de vennootschap in te staan voor de door haar gebruikte nutsvoorzieningen. Art. 6 van de bruikleenovereenkomst ten slotte machtigt de vennootschap om aanpassings- of veranderingswerken in het kader van de uitoefening van haar activiteiten uit te voeren aan de In bruikleen gegeven goederen. Indien deze verfraaiingswerken een meerwaarde betekenen voor het onroerend goed dient de eigenaar de vennootschap hiervoor te vergoeden op het ogenblik dat de bruikleenovereenkomst wordt beëindigd.

In een addendum aan de bruikleenovereenkomst van 15.12.2008 komen eiseres en mevr. K. R. overeen dat ook de rechtervleugel van het hoofdgebouw A ter beschikking gesteld wordt van de vennootschap. De rechtervleugel van het hoofdgebouw A bestaat uit een bureelruimte met bibliotheek, bureau en vergadertafel met bijhorende toiletruimte en garage.

2\. In het bericht van wijziging van aangifte van 31.08.2018 heeft de taxatieambtenaar uitvoerig zijn standpunt uiteengezet i.v.m. het niet aanvaarden van de aangegeven beroepskosten; het onroerend goed zou slechts ten belope van 20 % beroepsmatig worden gebruikt.

Het bericht van wijziging van 31.08.2018 motiveert dit als volgt:

> *"Volgens de kadastrale legger bestaat het onroerend goed gelegen*
>
> *… in Sint-Truiden uit:*
>
> *-* *een hoofdgebouw A (436 m2 => 52,28%)*
>
> *-* *een bewoonbaar bijgebouw B (224 m2 => 26,86%)*
>
> *-* *twee andere bijgebouwen E en E' (50 m2 + 124 m2 => 20,86%)*
>
> *De totale oppervlakte van het perceel bedraagt 73 are en 35 centiare.*
>
> *Bij bezoek ter plaatse dd. 29 januari 2018 werd vastgesteld dat de vennootschap een bureel- en vergaderruimte ter beschikking heeft in bijgebouw B. Aangezien hier ook douches en een keuken voorzien zijn en aangezien er een zwembad gelegen is achter bijgebouw B, wordt ervan uitgegaan dat de vennootschap niet de volledige 26,86% (i.e. bijgebouw B) beroepsmatig gebruikt, maar slechts 20% van het onroerend goed gelegen Hasseltsesteenweg 32 in Sint-Truiden.*
>
> *Ingevolge bovenstaande staat slechts 20% van de kosten met betrekking tot het onroerend goed gelegen Hasseltsesteenweg 32 in Sint-Truiden in noodzakelijk verband met de daadwerkelijke activiteit van de vennootschap; derhalve is enkel dat deel aftrekbaar."*

Eiseres kon niet akkoord gaan met de beperking van de beroepskosten tot 20 % en deelde dit mee aan de administratie.

Op 08.11.2018 diende de taxatieambtenaren zich aan op de maatschappelijke zetel van eiseres voor een onaangekondigd plaatsbezoek. De zaakvoerder van eiseres deelde mee dat dit niet paste gezien een nakende afspraak.

Op 12.11.2018 werd er een nieuw bericht van wijziging verzonden waarin uitdrukkelijk werd gemotiveerd:

> *"(...) en aangezien de administratie op 8 november 2018 niet werd toegestaan om bijkomende vaststellingen te doen in het dossier teneinde zo volledig en correct mogelijk te antwoorden naar de belastingplichtige (zie proces-verbaal in bijlage), en aangezien de administratie op 8 november 2018 om 09.10 de toegang volledig werd ontzegd, niettegenstaande ze op 29 januari 2018 wel toegang werd verleend tot bijgebouw B en niettegenstaande de e-mail op 8 november 2018 om 12.01 van advocaat mevrouw D.H. met de vermelding dat de belastingplichtige ten volle bereid is hieraan mee te werken, wordt vandaag een nieuw bericht van wijziging van aangifte verzonden."*

In dit bericht van wijziging werden de volledige kosten i.v.m. het onroerend goed verworpen door de administratie.

In de kennisgeving van beslissing tot taxatie van 20.12.2018 heeft de taxatieambtenaar dit standpunt bevestigd en uiteen gezet. De bruikleenovereenkomst van 15.06.2004 tussen eiseres en mevr. R. werd afgedaan als zijnde "fictief".

In de directorale beslissing van 11.08.2020 werden de aanslagen gedeeltelijk ontheven, in die zin dat de beroepskosten verbonden aan het bijgebouw B en de in bruikleen gegeven gedeelte van hoofdgebouw A (de gezinswoning) aanvaard worden.

De kosten i.v.m. de oprijlaan, de parkeerplaatsen, de tuin en een aantal gemeenschappelijke kosten werden niet aanvaard.

3\. Eiseres is van oordeel dat alle door eiseres gemaakte kosten met de aan haar in bruikleen gegeven gedeelten van het onroerend goed gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verwerven en dus volledig aftrekbaar zijn.

Minstens zijn de kosten voor 50,5 % aftrekbaar, in de meest ondergeschikte orde voor 20 %.

Behoudens specifieke wettelijke bepalingen, zijn rechtshandelingen gesteld door de belastingplichtige tegenstelbaar aan de fiscale administratie. Voor de vestiging van de belasting moet de fiscale administratie beschouwd worden als een publiekrechtelijke schuldeiser die zijn rechten niet haalt uit een overeenkomst doch uit de eenzijdige wil van de overheid. De fiscale administratie dient derhalve na te gaan welke kosten voldoen aan de voorwaarden van art. 49 WIB92.

\- Oprijlaan en parkeerplaatsen:

De oprijlaan en de parkeerplaatsen worden gemengd gebruikt, zowel door eiseres beroepsmatig als privé door de heer en mevr. P.-R..

De administratie aanvaardt in haar besluiten dat de oprijlaan ook beroepsmatig wordt gebruikt doch stelt dat het in casu onmogelijk is om de juiste verhouding tussen het totaal van de kosten en het beroepsmatig gedeelte te bepalen. Hoe dikwijls de oprijlaan beroepsmatig wordt gebruikt kan immers niet aangetoond worden.

Eiseres stelt dat het beroepsgedeelte van het onroerend goed 50,50 % bedraagt en het privégedeelte 49,50 %. Het onroerend goed bestaat namelijk uit twee volwaardig bewoonbare gebouwen, met name een hoofdgebouw A en een bijgebouw B, waarbij de gebruikte oppervlaktes als volgt zijn verdeeld:

 Hoofdgebouw A: 436 m2

Privégedeelte hoofdgebouw A: 326,25 m2

Beroepsgedeelte hoofdgebouw A: 109, 75 m2

 Bijgebouw Ei: 224 m2

Beroepsgedeelte bijgebouw B: 224 m2

De rechtbank onderschrijft deze berekening van eiseres en stelt dat de kosten voor 50,5 % kunnen aanvaard worden als beroepsmatig.

\- Hekwerk en toegangspoort:

Met betrekking tot het hekwerk en de toegangspoort stelt de administratie dat eiseres zelf toegeeft dat er geen volledig beroepsgebruik is. Een deel van de betreffende werken werd gefactureerd op naam van de eigenaar, mevr. K.R., een deel op de vennootschap. Het hekwerk zou voor 44,44 % beroepsmatig zijn, de muur waarop dit hekwerk staat en de toegangspoort zou 20 % beroepsmatig zijn. Hoe eiseres aan deze percentages komt is volstrekt onduidelijk volgens de administratie.

De rechtbank stelt vast dat de herstellingen van het hekwerk en het plaatsen van een toegangspoort niet beschouwd kunnen worden als kosten voor onderhoud en kleine herstellingswerken, zelfs niet gedeeltelijk, doch grove herstellingswerken zijn die ten laste vallen van de eigenaar van het onroerend goed en derhalve niet aftrekbaar zijn als beroepskost door eiseres.

 Gemeenschappelijk kosten: waterverbruik en onderhoud wasverzachter:

Wat betreft deze kosten die deels betrekking hebben op het beroepsgedeelte van het onroerend goed en deels op het privé-gedeelte van het onroerend goed, trekt eiseres haar redenering door en stelt dat 50,5 % van het onroerend goed beroepsmatig is, zodat 50,5 % van de kosten die gemeenschappelijk zijn aftrekbaar zijn in hoofde van eiseres.

De administratie is van oordeel dat slechts 20 % beroepsmatig is.

De rechtbank onderschrijft de berekening van eiseres die gebaseerd is op de feitelijke verdeling beroepsmatig/privé van de oppervlakte van de woning en die als concrete maatstaf in deze kan dienen. De kosten kunnen derhalve voor 50,5 % aanvaard worden als beroepsmatig.

 Tuin en vijver:

Verweerder verwijst terecht naar de bewijslast van art. 49 W1B92.

Eiseres dient aan te tonen dat aan de voorwaarden van art. 49 WIB92 is voldaan en meer bepaald dat de kosten een noodzakelijk verband hebben met de beroepswerkzaamheid.

Aanleg en onderhoud van de tuin en vijver vormt evenwel geen beroepskost voor eiseres nu het onroerend goed tevens privé bewoond wordt door de zaakvoerder van eiseres en zijn gezin, zodat de administratie terecht deze post als verrekenbare beroepskost heeft verworpen.

Uit geen door eiseres bewezen noodzaak blijkt dat de tuin en vijver voor beroepsdoeleinden noodzakelijk was.

Eiseres faalt in de op haar rustende bewijslast dat ze de kosten aan tuin en vijver heeft gedaan of gedragen om in de zin van art. 49 WIB92 belastbare inkomsten te behouden of te verkrijgen.

Deze kosten zijn dan ook niet aftrekbaar als beroepskosten.

Het feit dat de tuin en vijver ter beschikking werd gesteld aan eiseres in de bruikleenovereenkomst van 15.06.2004 doet hieraan geen afbreuk.

**-** **Onroerende goederen gelegen te Knokke-Heist, … en …**

Eiseres wenst 50 % van de kosten gelieerd aan het appartement gelegen op de … te Knokke-Heist en 100 % van de kosten van de garagebox of te trekken als beroepskosten.

Het appartement wordt voornamelijk voor privé-doeleinden gebruikt. Mevr. R. is immers voor 50 % eigenaar van het appartement.

Verder stelt eiseres dat het appartement gelegen op de … te Knokke-Heist werd aangekocht met een dubbel beroepsmatig oogmerk: enerzijds de renovatie en de verkoop ervan (wat tot het doel van eiseres behoort), anderzijds in afwachting van de verkoop het beroepsmatig gebruik ervan. De aankoopprijs, de mogelijkheid tot renovatie en de locatie van het appartement maken het volgens eiseres mogelijk een aanzienlijke meerwaarde te realiseren op de aankoop ervan.

Daarnaast werd ook een garagebox aangekocht op de … in Knokke-Heist met het oog op een gecombineerde verkoop ervan met het appartement.

\- Wat betreft het beroepsmatig gebruik van het appartement en de garage

In afwachting van de verkoop zou het appartement beroepshalve worden gebruikt. Het appartement zou worden gebruikt als uitvalsbasis in het kader van gerechtelijke deskundige-onderzoeken waarbij de zaakvoerder van eiseres wordt aangesteld door de gerechtelijke arrondissementen van Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen. Het appartement wordt enerzijds gebruik als overnachtingsplaats wanneer er expertises in Antwerpen, Oost- en West-Vlaanderen plaats vinden teneinde files te vermijden. Anderzijds zou het appartement gebruikt worden voor verzoenings-en bemiddelingsvergaderingen m.b.t. dossiers waarin de klanten in die regio wonen.

De garage zou eenmaal gebruikt zijn ten tijde van de aanstelling in een dossier in de haven van Zeebrugge, alsook zou de garage te huur aangeboden worden.

De overlegde stukken overtuigen de rechtbank niet (zie stuk 8, bundel eiseres). Het is niet aannemelijk dat men voor een expertiseopdracht in Hoeilaart aan zee zou gaan overnachten. Indien er verzoenings-en bemiddelingsvergaderingen m.b.t. dossiers waarin de klanten in die regio wonen zouden plaatsvinden, kon dit aangetoond worden aan de hand van de oproeping van de partijen voor de vergadering op de … te Knokke-Heist. Deze stukken worden niet overlegd.

Ook het beroepsmatig gebruik van de garagebox werd niet aangetoond.

\- Wat betreft de aankoop met het oog op verkoop:

In de statuten van eiseres staat ingeschreven dat zij o.m. als doel heeft:

> *" (...) De verwerving, de vervreemding, het beheer, de borgstelling, de uitbating, de valorisatie, de verkaveling, de ordening, de huur en de verhuur, het doen bouwen en verbouwen van onroerende goederen, de bemiddeling in hoge/-vermelde aangelegenheden door het verstrekken van diensten op commissiebasis;"*

De rechtbank stelt vast dat het appartement en garage werden aangekocht in resp. 2010 en 2011 en dat nadat de renovatie van het appartement was afgerond in 2011, ze tot op heden nog niet te koop hebben gestaan.

Het appartement werd voor 50 % in voile eigendom verworven door eiseres en de garage voor 100 %.

Eiseres overlegt recente rechtspraak van het Hof van Beroep te Gent van 3 december 2019 (Gent, 3 december 2019, rolnr. 2018/AR/1530, www.monKey.be) waarbij de rechtbank zich inhoudelijk aansluit.

Het feit dat eiseres het appartement en garage in voile eigendom aanhoudt (resp. 50 % en 100 %), betekent dat, ongeacht of ze werkelijk gebruikt worden en dus ongeacht of ze slechts voor privédoeleinden gebruikt worden, zelfs door hun bestuurders, betekent dat die kosten staan tegenover een actiefpost en een permanente tegenwaarde vertegenwoordigen.

De investeringskost is een kost die er toe leidt dat het actief verankerd wordt in het vermogen van de vennootschap, waarbij de doelstelling van eiseres geacht moet worden te zijn geweest de middelen van de vennootschap duurzaam te beleggen.

In casu maakt eiseres het aannemelijk op basis van haar uitvoerige motivatie in besluiten dat er redelijker wijze een meerwaarde te verwachten valt uit de realisatie van de onroerende goederen gelegen in Knokke-Heist. Bovendien zal de eventuele latere meerwaarde volledig toekomen aan de vennootschap aangezien de onroerende goederen in voile eigendom zijn verworven ( respectievelijk voor 50 % en 100 %).

Dit verschilt dan ook fundamenteel van de situatie waarbij de vennootschap slechts een tijdelijk vruchtgebruik heeft en waarnaar de administratie verwijst (cfr. Gent, 25 maart 2014). Het Hof van Beroep te Antwerpen sluit zich hierbij aan in een arrest van 14 januari 2020 en stelt dat de situatie anders is wanneer een vennootschap over de voile eigendom beschikt dan wel wanneer de vennootschap slechts over het vruchtgebruik beschikt (zie Antwerpen, 14 januari 2020, rolnr. 2018/AR/1207, www. monKey.be).

Het feit dat het boekhoudrecht en het fiscaal recht toestaan om de investering of te schrijven, doet daaraan op zich geen afbreuk. Aangezien is aangetoond dat redelijkerwijze een meerwaarde uit de realisatie van de onroerende goederen te verwachten valt, zeker gelet op het feit dat het appartement in 2011 grondig gerenoveerd werd, zijn de kosten die eiseres voor die onroerende goederen maakt, steeds aftrekbaar met toepassing van artikel 49 WIB 92.

Van het bovenstaande wordt niet afgedaan door de vaststelling dat de aankopen gepaard gingen met een gedeeltelijke financiering (250.000,00 euro werd ontleend, 194.005,51 euro eigen inbreng door eiseres) ook de kosten die daarmee verbonden zijn, zijn bedoeld om het investeringsgoed te verwerven.

De kosten m.b.t. het appartement en garage zijn gedragen of gedaan om belastbare inkomsten te verkrijgen of behouden en zijn derhalve volledig aftrekbaar als beroepskosten.

#### 2.4. M.b.t. het abnormaal en goedgunstig voordeel:

In de betwiste aanslag voor het aanslagjaar 2016 wordt een bedrag van 41.124,04 euro toegevoegd aan de winst omdat de werken uitgevoerd door eiseres aan het onroerend goed te Sint-Truiden, Hasseltsesteenweg 32 beschouwd worden ais een abnormaal en goedgunstig voordeel overeenkomstig art. 26 WIB92.

In casu houdt dat in dat de kosten overeenkomstig art. 49 WIB92 werden verworpen en anderzijds dat deze kosten ais winst van eiseres worden toegevoegd als abnormaal of goedgunstig voordeel overeenkomstig art. 26 WIB92.

Verweerder draagt de bewijslast van het al dan niet aanwezig zijn van verleende voordelen, het abnormaal karakter ervan en het goedgunstig karakter ervan. lmmers weerhoudt verweerder in hoofde van eiseres het bestaan van een belastbaar inkomen.

Opdat een abnormaal of goedgunstig voordeel zou bestaan, moet de fiscale administratie twee zaken aantonen: (1) het bestaan van een voordeel, en (2) het abnormaal of goedgunstig karakter van het voordeel

Er is sprake van een "voordeel" wanneer de verkrijger ervan zich heeft verrijkt zonder adequate en effectieve tegenprestatie (cfr. Lull< 22 mei 1950, *J. Prat. Dr. Fisc.,* 1950, 151).

Het voordeel is goedgunstig wanneer er geen tegenprestatie tegenover staat (cfr. Cass. 31 oktober 1979, *J.D.F.,* 1979, 420; Antwerpen 10 mei 1994, *F.J.F.* 94/163).

Het voordeel is abnormaal indien het afwijkt van wat in gelijkaardige gevallen gebruikelijk is (cfr. Bergen, I. maart 1978, *J.D.F.* 1978, 227; Antwerpen, 10 mei 1994, *F.J.F.* 94/163).

De kennisgeving van beslissing tot taxatie van 20.12.2018 stelt dat voor de werken uitgevoerd aan het onroerend goed te Sint-Truiden geen tegenprestatie wordt geleverd door de eigenaar van het pand, mevr. R..

De tegenprestatie' van deze werken bevindt zich in de Bruikleenovereenkomst die tussen eiseres en mevr. R. werd afgesloten op 15.06.2004, en het Addendum hieraan van 15.12.2008.

Art. 1 van de bruikleenovereenkomst bepaalt dat de eigenaar (mevr. R.) aan de gebruiker (eiseres) het gebruik en het genot toestaat van het bijgebouw, de toegangsweg, de parkeerplaatsen, de voortuin, zijtuin en achtertuin met uitzondering van de tuin gelegen tussen het bijgebouw, de stallingen en de tuinberging. Dit gebruiks- en genotsrecht wordt door het Addendum uitgebreid tot de rechtervleugel en inkomhal met vestiaire van het hoofdgebouw. Eiseres betaalt geen enkele huurprijs of andere vergoeding voor de terbeschikkingstelling van het onroerend goed. Wel bepaalt de bruikleenovereenkomst dat eiseres zelf alle kosten draagt die verbonden zijn met het gebruik van het onroerend goed door eiseres (artikel 7), en dit met inbegrip van aanpassings- of veranderingswerken aan het onroerend goed die nodig zijn voor de uitoefening van de activiteiten van eiseres (artikel 6). De 'tegenprestatie' voor de werken uitgevoerd door eiseres is dus het gebruik van het onroerend goed zonder dat hiervoor een vergoeding is verschuldigd.

Bovendien is er door mevr. R. een vergoeding verschuldigd in de mate dat deze werken een meerwaarde geven aan het onroerend goed.

Er is bijgevolg geen sprake van enig voordeel, en allerminst van een abnormaal of goedgunstig voordeel.

#### 2.5. Belastingverhoging:

In toepassing van art. 444 WIB92 en art. 226 KB/WIB92 werd aan eiseres een belastingverhoging van 50 % opgelegd namelijk wegens een onvolledige of onjuiste aangifte met het opzet de belastingen te ontduiken.

De rechtbank stelt vast dat in de kennisgeving van beslissing tot taxatie de belastingverhoging van 50 % wordt opgelegd met navolgende motivatie:

 privékosten worden stelselmatig aangegeven als beroepskosten;

 de vennootschap tracht op basis van een onjuiste voorstelling van de feiten in een

volgehouden bewuste poging te ontsnappen aan een terechte belastingheffing;

 de administratie werd gehinderd in haar fiscaal toezicht. De administratie werd d.d. 08.11.2018 de toegang geweigerd, waardoor op dat moment geen bijkomende vaststellingen konden worden gedaan en het vermoeden werd gewekt dat ze iets te verbergen heeft. Deze onaangekondigde visitatie was noodzakelijk om een zo volledig en correct beeld te hebben over het beroepsmatige karakter van de als beroepsmatig aangegeven investeringen en kosten.

Verder werd er geen enkel bewijselement betreffende het opzet aangebracht.

De beoordeling of kosten al dan niet een beroepskarakter hebben is een feitelijke appreciatie. Hieruit kan geen opzet afgeleid worden.

Ook kan het bewijs van het bestaan van opzet niet geleverd worden door een gebrek aan medewerking.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder nalaat aan te tonen dat er opzet was in hoofde van eiseres om de belastingen te ontduiken, door ervan uit te gaan dat bij een verkeerde toepassing van de belastingswet zonder meer opzet om de belastingen te ontduiken moet aangenomen worden.

Opzet wordt immers niet vermoed en wordt in huidig geschil door de administratie niet bewezen.

De verhoging moet derhalve teruggebracht worden tot 10 %.

De rechtbank stelt tevens vast dat in het BTW-dossier de boete verlaagd werd tot 10 %.

De vordering van eiseres is op dit punt derhalve gegrond.

**IN ZAKE AR nr. 20/2066/A**

#### 2.1. Inbreuken op de aftrekregeling: [art. 45, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

Krachtens het op huidig geschil van toepassing zijnde [art. 45, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten.

De belastingplichtige dient dus enerzijds aan te tonen dat de levering van het goed of de aan hem verleende dienst werkelijk heeft plaatsgevonden en anderzijds dat deze levering of dienst werd gebruikt in het kader van het verrichten van een in artikel 45, §1, 1° tinn 5° van het WBTW bedoelde handeling.

De bewijslast ligt bij de belastingplichtige.

Eiseres is van oordeel dat de BTW 100 % aftrekbaar is en dat zij de aftrekregeling correct heeft toegepast en toepassing gemaakt heeft van het in [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) voorziene bestemmingsbeginsel, aangezien de goederen en diensten bestemd zijn voor het stellen van belastbare handelingen.

De rechtbank verwijst dienaangaande naar hetgeen hoger is uiteengezet en volgt deze motivatie ook op het vlak van de BTW.

Zoals hoger reeds uiteengezet is de rechtbank van oordeel dat wat betreft

 het onroerend goed gelegen te Sint-Truiden, Hasseltsesteenweg 32 de kosten voor de oprijlaan en parkeerplaatsen en de gemeenschappelijk kosten voor waterverbruik en onderhoud wasverzachter voor 50,5 % beroepsmatig zijn;

 het appartement en garagebox te Knokke-Heist de kosten volledig beroepsmatig.

De BTW-aftrek is dan ook gegrond in die mate.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S., 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art 13 en 14).

Partijen hebben ter zake standpunt ingenomen.

De vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen reden om of te wijken van het basisbedrag.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN:

De rechtbank rechtdoende,

Voegt de dossiers met AR rolnummer 20/2064/A en 20/2066/A samen.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.

Stelt dat de materiele vergissing bij de bepaling in het belastbaar resultaat in de directorale beslissing van 11.08.2020 dient rechtgezet en gecorrigeerd te worden in het voordeel van eiseres en verleent de volgende ontheffingen;

\- voor het aanslagjaar 2016 ten bedrage van 24,47 euro

\- voor het aanslagjaar 2017 ten bedrage van 13.037,71 euro.

Ontheft de aanslagen in de vennootschapsbelasting, gemeente Sint-Truiden, gevestigd in hoofde van eiseres voor:

 het aanslagjaar 2016, kohierartikel 8013101

 het aanslagjaar 2017, kohierartikel 890001784

in de mate dat wat betreft:

 het onroerend goed gelegen te Sint-Truiden, … de kosten voor de oprijlaan en parkeerplaatsen en de gemeenschappelijk kosten voor waterverbruik en onderhoud wasverzachter voor 50,5 % aftrekbaar zijn;

 het appartement en garagebox te Knokke-Heist de kosten volledig beroepsmatig en aftrekbaar zijn;

 de belastingverhoging dient verminderd te worden tot 10 %.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling van alle bedragen die op grond van het ontheven gedeelte van de aanslagen werden geïnd of ingehouden, verhoogd met de moratoriumintresten overeenkomstig art. 418 W1B92.

Beveelt de teruggave inzake BTW van de betaalde of ingehouden bedragen met betrekking tot de belastingschuld met artikelnummer 500.2298.54711 ingevorderd krachtens het betaalbericht van 1 september 2020, dat aan eiseres werd verzonden in de mate dat wat betreft:

 het onroerend goed gelegen te Sint-Truiden, … de kosten voor de oprijlaan en parkeerplaatsen en de gemeenschappelijk kosten voor waterverbruik en onderhoud wasverzachter voor 50,5 % beroepsmatig zijn;

 het appartement en garagebox te Knokke-Heist de kosten volledig beroepsmatig.

Veroordeelt verweerder tot de helft van de kosten van het geding en vereffent deze kosten in hoofde van eiseres op 3.500,00 euro rechtsplegingsvergoeding en 22,00 euro bijdrage voor het Bijdragefonds Juridische Tweedelijnsbijstand.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A op het gerechtshof te Hasselt op **23.06.2022** alwaar aanwezig waren:

Mevrouw M. C., alleenzetelend rechter, .

Mevrouw T. D., griffier — hoofd van dienst

## Textes cités

4

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 4 occurrences

[CTVA art. 83](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-83) 4 occurrences

[AR no 3 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 2 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit de déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-developpement-cour-appel-anvers-2026-01-06-1ac3) 3 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 3 dispositions communes

[Déclaration d’accord, renonciation à l’action, Prescription, Intérêts de retard](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-accord-renonciation-action-prescription-cour-appel-2026-01-27-c906) 3 dispositions communes

[Redevable de la créance fiscale, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-creance-fiscale-prescription-operation-cour-appel-anvers-2024-03-05-e9b2) 3 dispositions communes

[Poursuite, disposition pénale, amende administrative](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-disposition-penale-amende-administrative-cour-appel-gand-2004-03-23-8bad) 3 dispositions communes

[Procès-verbal, Force probante d’un procès-verbal, Présomptions de fait](https://juriel.be/fr/jurisprudence/proces-verbal-force-probante-presomptions-cour-appel-gand-2016-11-29-a3c0) 3 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Séminaire, Différents taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/hotel-seminaire-differents-taux-tva-tribunal-2026-04-20-0f2e) 2 dispositions communes
