---
title: "Droit de déduction, Régularisation · Tribunal de première instance de Bruxelles, 8 octobre 2013"
description: "Droit de déduction, Régularisation, Compensation, droit à déduction de la TVA en amont. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 8 octobre 2013."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-regularisation-compensation-tva-tribunal-bruxelles-2013-10-08-0ceb"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit de déduction, Régularisation, Compensation · Taxe sur la valeur ajoutée – Droit de déduction – Régularisation - Compensation

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

8 octobre 2013

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

défavorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

113 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

**Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 08.10.2013**

**(2012/8054/A)**

*Taxe sur la valeur ajoutée - Droit de déduction - Régularisation - Compensation*

## Résumé

Aucune disposition législative prescrit que la partie à usage professionnelle devrait être déterminée sur base de la surface utilisée. La surface constitue un critère, un critère logique, mais on peut/doit aussi tenir compte d'autres critères comme entres autres l'intensité de l'usage et l'importance des locaux utilisés, ou encore le rendement (la valeur locative) des parties définies. La charge de la preuve des frais repose sur le contribuable. Un devis en soi ne forme pas une preuve péremptoire.

La TVA sur une indemnisation, payée par une compagnie d'assurances, ne suscite pas le droit à déduction de la TVA lorsque dans la transaction les parties ont explicitement et par écrit pris l'engagement de ne pas déduire la TVA.

Quand la cession d'une entreprise commerciale a lieu sous l'application de l'[article 11 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11), aucune régularisation des déductions ne doit avoir lieu en ce qui concerne les investissements relatifs aux biens immobiliers qui ne sont pas transmis, au cas où le repreneur sait , par l'intermédiaire d'un bail commercial, continuer à utiliser les biens immobiliers dans lesquels le transmetteur exploitait son activité auparavant.

## Note de l'administration

L'état belge est appellant - 2014/AR/106.

***La décision est publiée uniquement dans la langue originale***

**Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 08.10.2013**

2012/8054/A

Texte intégral

### Corps de la décision

**In zake van:**

## I. bvba

Met zetel te …

KBO nr. …

Vertegenwoordigd door Mr. **D. M.**, advocaat met kantoor te …

**EISENDE PARTIJ**

**Tegen:**

De **BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie der directe belastingen,

vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, voor wie optreedt de ontvanger van het B.T.W. ontvangkantoor Halle, met kantoren te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat nr. 32

Vertegenwoordigd door de heer **J. A.**, ambtenaar

**VERWEERDER**

In deze zaak, in beraad genomen op 25/06/2013, wordt door de rechtbank volgend vonnis uitgesproken:

Gelet op:

• de dagvaarding betekend op 6/06/2012;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen (art. 747 Ger. W.) dd. 22/06/12;

• de conclusies voor verwerende partij, neergelegd ter griffie op 3/09/12;

• de conclusies voor eisende partij neergelegd ter griffie op 6/11/2012;

• het bundel met stavingstukken van verwerende partij neergelegd ter griffie op 3/09/12;

• het bundel met stavingstukken van eisende partij, neergelegd ter griffie op 10/06/13;

Gehoord de partijen ter openbare zitting van 25/06/2013 waarna, de zaak in beraad werd genomen.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

### 1. FEITEN

Het geding heeft betrekking op een geschil inzake B.T.W.

N.a.v. een controle door de diensten van verweerder m.b.t. de periode 1/01/2007- 31/12/2009 werden door de optredende ambtenaar, althans naar zijn mening, inbreuken vastgesteld op de bepalingen van art. 45§1 W.B.T.W. en van art. 48§2 W.B.T.W.

Een 'in regelstelling'/correctieopgave werd overgemaakt aan eisende partij.

Middels schrijven dd. 31/08/11 liet deze weten daar niet mee akkoord te gaan.

De diensten van verweerder stelden een proces-verbaal op aangaande de overtredingen van de B.T.W. wetgeving (pv dd. 18/10/11).

Volgens dit proces-verbaal zou eisende partij volgende B.T.W. schuld hebben bij verweerder :

B.T.W. : €22 837,63

Geldboeten : € 2 280,00

Interesten : p.m.

Eisende partij betaalde deze schuld (de som van €29 866,27) aan de bevoegde BTW-ontvanger op 23/11/11 zonder enig voorbehoud te maken.

D.m.v. dagvaarding betekend op 6/06/12 stelde eisende partij een vordering in rechte in.

Voor de behandeling van dit geschil zijn voorts nog relevant dat eisende partij actief is als uitbaatster van 2 apotheken (**H.** **&** **L.**).

In 2008 werden verbouwingswerken uitgevoerd aan de apotheek te **L.**: het pand werd verbouwd van een handelsruimte en één appartement naar een handelsruimte en twee appartementen.

De appartementen werden/worden door eisende partij verhuurd.

Gedurende de werken veroorzaakte een aannemer een dakbrand.

Op 1/01/09 droeg eisende partij het handelsfonds van beide apotheken (**H. & L.**) over aan over met toepassing van [art. 11 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11). De handelspanden behoorden niet tot de overdracht. Vanaf de overdracht werden zij evenwel verhuurd aan de overnemer.

De discussie tussen partijen spitst zich toe op de hoegrootheid van het aftrekbaar gedeelte van de B.T.W. en de toepassing van art. 11 W.B.T.W.

### 2. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering van eisende partij strekt ertoe het proces-verbaal dd. 18/10/11 en de herziening van 24/10/11 te horen vernietigen en verweerder te horen veroordelen tot de terugbetaling van alle op grond van voormeld proces-verbaal betaalde bedragen meer interesten.

Zij beoogt tevens de veroordeling van verweerder tot de betaling van de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen.

Tot slot vordert eisende de partij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het tussen te komen vonnis.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

### 3. BEOORDELING

#### 3.1. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering wordt niet betwist door verweerder.

Nu er geen ambtshalve gronden van niet-ontvankelijkheid voorhanden zijn dient de vordering ontvankelijk verklaard te worden.

#### 3.1. Gegrondheid

Eisende partij voert aan dat :

\- de opsplitsing van de voorbelasting in een aftrekbaar en in een niet-aftrekbaar gedeelte op grond van een forfaitaire berekening gebeurde maar dat de Fiscale Administratie m.b.t. bepaalde kosten ten onrechte overstapt op het criterium van de werkelijk aanwijsbare kosten en dus op arbitraire wijze een opdeling maakt die niet kan worden gevolgd;

\- De schadevergoeding ontvangen n.a.v. de brandschade werd opgenomen als winst zodat eiseres in tegenstelling tot hetgeen verweerder voorhoudt de B.T.W. in aftrek mag brengen;

\- De niet-overdracht van het bedrijfsgebouw is geen beletsel voor de aftrek van de voorbelastingen en geeft geen aanleiding tot herziening.

***M.b.t. het argument dat de Fiscale Administratie de opsplitsing arbitrair doet door voor bepaalde kosten (ten onrechte) het criterium van de werkelijk aanwijsbare kosten te hanteren***

Eisende partij argumenteert dat de Fiscale Administratie door bij het maken van de opsplitsing tussen de aftrekbare en de niet-aftrekbare voorbelasting voor bepaalde kosten over te stappen op het criterium van de werkelijk aanwijsbare kosten arbitrair te werk gaat.

De weerhouden opsplitsing is dan ook niet correct, het is de door eiseres aanvankelijk gemaakte opsplitsing die correct is.

Verweerder stelt dat wanneer diensten slechts gedeeltelijk worden gebruikt voor de economische activiteit op grond van art. 1§2,2° lid van het KB nr. 3 van 10/12/1969 de belasting slechts gedeeltelijk dient/mag worden afgetrokken waarbij de verhouding wordt bepaald onder de controle van de administratie.

Verweerder ment dat bij de berekening enkel rekening mag worden gehouden met de oppervlakte van het verbouwde gedeelte, en niet met de volledige oppervlakte.

Volgens verweerder heeft eisende partij een forfaitaire methode gehanteerd op basis van de oppervlakte van de delen zonder rekening te houden met mogelijke waardeverschillen tussen de delen.

Verweerder stelt dat eiseres niet verduidelijkt/preciseert welke ruimtes verweerder zou weren uit de berekening en welke andere kosten die werkelijk aantoonbaar zijn en betrekking hebben op de beroepswerkzaamheden niet worden weerhouden.

Beoordeling

De rechtbank wenst er vooreerst op te wijzen dat er geen enkele wettelijke bepaling voorschrijft dat het beroepsmatig gebruikt gedeelte aan de hand van de (gebruikte) oppervlakte dient te worden bepaald.

De oppervlakte vormt één criterium, een logisch criterium maar er kan/dient ook met andere criteria rekening worden gehouden zoals o.m. intensiteit van het gebruik en belangrijkheid van de gebruikte lokalen, of nog het rendement (huurwaarde) de onderscheiden gedeelten.

Het is dan ook uitgesloten dat grote werken aan bepaalde gedeelten van het gebouw uitgesloten zouden worden van de omdeling (bijvoorbeeld tuin, berging, dak).

Anderzijds is het logisch dat kleine werken van inwendige schikking (plaatsen van een berging, van een gyproc wand) enz. 'direct toewijsbaar' zijn aan bepaald gedeelte van een gebouwen enkel en alleen daaraan.

Echter is het wel zo dat eisende partij die het recht op aftrek wenst toe te passen dient te bewijzen dat zij bepaalde werken uitvoerde en de kosten daarvan voor haar rekening nam. De bewijslast dienaangaande rust op de belastingplichtige.

Een offerte louter op zich vormt geen afdoende bewijs.

Dit middel van eisende partij is ongegrond.

##### *M.b.t. het argument dat de B. T.W betaald n.a.*v. *het uitbetalen van de schadevergoeding voor brand in aftrek mag worden gebracht*

Wat de B.T.W. op de schadevergoeding betreft kan de redenering van eisende partij niet worden gevolgd nu er in de dading die diezelfde eisende partij met de verzekeraar van de betrokken aannemer afsloot uitdrukkelijk en schriftelijk door (diezelfde) eisende partij de verbintenis werd aangegaan de BTW niet in aftrek te zullen brengen.

Dit middel van eisende partij is ongegrond.

##### *M.b.t. het argument dat de niet-overdracht van het bedrijfsgebouw geen beletsel is*

***voor de aftrek van de voorbelastingen***

Eisende partij stelt dat het feit dat n.a.v. de overdracht van een handelszaak het pand niet mee wordt overgedragen en daarbij een huurovereenkomst wordt gesloten geen beletsel vormt voor de overdracht onder toepassing van art. 11 W.B.T.W. en de aftrek van voorbelasting.

[Art. 48§2 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) en [art. 9§1 KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art9) dd. 10/12/69 dienen samen te worden gelezen.

Er kan geen sprake zijn van een herziening wanneer de verhuring kadert in de overdracht van een algemeenheid van goederen in de zin van art. 11 W.B.T.W.

Verweerder verwijst naar nr. 403/2, A, laatste lid van zijn BTW handleiding waarin in de aan de orde zijnde situatie een herziening wordt vooropgesteld.

Beoordeling

Wanneer een overdracht van een handelszaak gebeurt onder toepassing van [artikel 11 van het WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) hoeft geen herziening van voorbelasting te gebeuren voor de investeringen m.b.t. onroerende goederen die niet worden overgedragen ingeval de overnemer door middel van een handelshuurovereenkomst de onroerende goederen waarin de overdrager voordien zijn activiteit exploiteerde verder kan gebruiken (vgl. Rb. Hasselt 9 juni 2011, *Fisc. Koer.* 2011/12 blz. 374 met verwijzing naar BTW handleiding 403 voorbeeld nr. 5).

De continuïteit van de activiteit is gegarandeerd (vgl. Rb. Brugge 25/05/04, onuitgegeven; zie ook H.v.J., 10 november 2011, zaak [C-444/10](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-444-10-arret) waarin het Hof stelt: "De omstandigheid dat de winkelruimte aan de verkrijger enkel werd verhuurd, en niet verkocht, heeft in het hoofdgeding bijgevolg niet in de weg gestaan aan de voortzetting van de activiteit van de verkoper door deze

verkrijger.").

Dit middel van eisende partij is gegrond.

De vordering van eisende partij dient bijgevolg gedeeltelijk gegrond te worden

verklaard.

### 4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

Aangezien de vordering van eisende partij ontvankelijk is en deels gegrond, worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het gerechtelijk wetboek, ten laste gelegd van verwerende partij.

Uit het dossier blijkt dat de waarde van het geschil zich situeert zich tussen €10.000,01 en €20.000,00.

Op grond van de waarde van het geschil kan deze vergoeding in toepassing van de bepalingen van het KB dd. 26 oktober 2007 begroot worden op € 1 210,00. Nu geen der partijen een vordering instelt tot verhoging of verlaging van dit basisbedrag, kan dit bedrag toegekend worden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk en in hiernavolgende mate gegrond;

Vernietigt het bestreden proces-verbaal in de mate het betrekking heeft op de €14.848,27 in hoofdsom en de daarop betrekking hebbende interesten;

Veroordeelt verwerende partij tot terugbetaling van de som van €14.878,27 en van de op die som door eiseres betaalde interesten, meer interesten op voormeld totaal te rekenen vanaf de dag van betaling tot de dag van volledige terugbetaling;

Veroordeelt verwerende partij tot de kosten van het geding, in hoofde van verweerder begroot op €1 210,00 rechtsplegingsvergoeding + €197,15 dagvaardingskosten;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 35ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **8 oktober** 2013.

Waar aanwezig waren en zitting namen:

De heer **M. L.** : rechter

Mevrouw **L.** **D.** : afgevaardigd-griffier.

## Textes cités

4

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 3 occurrences

[AR no 3 art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 1 occurrence

[CTVA art. 48](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) 1 occurrence

[C-444/10, arrêt du 10 novembre 2011](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-444-10-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Aménagements, Déduction, Cession du fonds de commerce, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amenagements-deduction-cession-fonds-commerce-tribunal-liege-2021-02-15-3d2b) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Cession de fonds de commerce](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-cession-fonds-commerce-tribunal-namur-2020-11-25-bce8) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Révision des déductions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-deductions-cession-cour-appel-liege-2016-04-22-5c9e) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Révision, Cession d’universalité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-cession-universalite-cassation-bruxelles-2019-01-17-7871) 2 dispositions communes

[Déduction, Révision des déductions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-revision-deductions-cour-appel-liege-2002-01-30-2f8d) 2 dispositions communes

[Déduction de la TVA afférente à des travaux immobiliers](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-tva-afferente-travaux-immobiliers-cour-appel-liege-2023-12-08-b2d4) 2 dispositions communes

[Constitutionnalité et légalité de l’arrêté royal no 3 du 10 décembre 1969](https://juriel.be/fr/jurisprudence/constitutionnalite-legalite-decembre-etendue-droit-cour-appel-bruxelles-2016-12-15-bbfb) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 1 dispositions communes
