---
title: "3 mars 2006 · Droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Louvain"
description: "Droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 3 mars 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-louvain-2006-03-3523"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

3 mars 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

62 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Louvain du 03.03.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, twaalfde kamer

**zitting : 3 maart 2006**

**eindvonnis**

**Rol nr. : 04/17911A**

**inzake :**

**G. G. F. b.v.b.a.**, … te … (…), met ondernemingsnummer …

\- eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester **V. H.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Administratie van de ondememings- en inkomensfiscaliteit, Sector van de BTW, in de persoon van het hoofd van de Controle BTW Aarschot, met kantoren te 3200 Aarschot, Begijnhof 29-31

\- verweerder, ter zitting vertegenwoordigd door meester **C. M.** loco meester de **N. E.**, advocaat te …, ….

\_\_\_\_\_\_\_\_\_\_

In deze zaak, in beraad genomen ter zitting van 6 januari 2006, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

\- de geding inleidende dagvaarding op 24 augustus 2004 op verzoek van de B.V.B.A. **G. G. F.** betekend aan de Belgische Staat, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van het hoofd van de controle BTW Aarschot

\- de conclusie en de aanvullende conclusie op respectievelijk 27 oktober 2004 en 26 mei 2005 op de griffie neergelegd door de Belgische Staat

\- de conclusie op 24 februari 2005 op de griffie neergelegd door de B.V.B.A. **G. G. F.**.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 6 januari 2006, waarna de bundels met stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

## 1. Feiten en procesverloop

**1.1.** De B.V.B.A. **G. G. F.**, hierna genoemd "eiseres", concessiehouder van een automerk, verhuurt vervangwagens aan klanten die hun wagen voor onderhoud of herstelling binnenbrengen.

Tijdens een BTW-controle betreffende de jaren 2001 en 2002 werd vastgesteld dat eiseres de BTW die zij betaalde bij de aankoop van deze wagens volledig aftrok.

De administratie was van mening dat de aftrek van de BTW dient te worden beperkt tot 50 %, en vorderde de BTW ten bedrage van … EUR, een boete ten bedrage van … EUR en de interesten.

De vordering werd voldaan door toerekening van het tegoed op de rekening-courant van eiseres met de openstaande schuld. Deze toerekening gebeurde op 5 juli 2004 met datum van uitwerking 10 mei 2004.

**1.2.** Eiseres dagvaardde op 24 augustus 2004 de Belgische Staat, hierna genoemd "verweerder", in terugbetaling. Zij vordert de terugbetaling van het bedrag van … EUR en de veroordeling van verweerder in de kosten.

Verweerder vraagt de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en eiseres in de kosten te veroordelen.

## 2. In rechte

**2.1.** Artikel 45, tweede paragraaf, eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat ten aanzien van de levering en de invoer en de intracommunautaire verwerving van auto's voor personenvervoer daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van de leveringen en de diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek, in geen geval hoger mag zijn dan 50 % van de betaalde belasting.

De aftrekbeperking geldt luidens artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, littera a van het voormeld wetboek niet voor *"voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen"*.

**2.2.** Eiseres is van mening dat ook ondernemingen waarvan de activiteit bestaat uit de verkoop van auto's in aanmerking komen voor volledige aftrek van de BTW op de wagens die door hen worden verhuurd : het gebruik van tweemaal de term "of” in de wet, houdt volgens eiseres in dat het om twee alternatieven gaat die onderling verwisselbaar zijn.

Eiseres grondt haar standpunt voorts op :

\- een ruime interpretatie van artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde : de uitzonderingen op de neutraliteit van het BTW-stelsel moeten strikt worden geïnterpreteerd, wat impliceert dat de beperkingen op deze uitzonderingen ruim moeten worden toegepast

\- het doel van artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, dat uitgaat van het principe dat de BTW op het privé-gebruik van wagens die kunnen dienen voor personenvervoer en personen- en goederenvervoer niet aftrekbaar is, waarbij de aftrekbeperking werd ingesteld ter voorkoming van problemen bij de vaststelling van een verhoudingsgetal. Een aftrekbeperking is niet nodig voor voertuigen die normaal niet voor privé-doeleinden worden gebruikt en die voor de belastingplichtige normaal zuiver een handelsgoed uitmaken.

**2.3.** Verweerder betwist de lezing die eiseres van artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, littera a doet. Verweerder begrijpt deze bepaling zo dat de zinssnede *“bestemd om te worden verkocht” wordt samengelezen met de zinssnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen"*, en de zinssnede *“bestemd om te worden verhuurd”* wordt samengelezen met de zinssnede *"door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen”*. Hieruit volgt volgens verweerder dat enkel belastingplichtigen die een specifieke economische activiteit bestaand in de verhuring van automobielen uitoefenen, de voorbelasting op die voertuigen integraal mogen in aftrek brengen.

Verweerder merkt bovendien op dat er van echte verhuur geen sprake is, aangezien enkel de klanten in afwachting van de levering of een herstelling van de wagen over een vervangingsvoertuig kunnen beschikken.

**2.4.** Partijen zijn het oneens over de betekenis van de bewoordingen van artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, *littera a* van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

De door verweerder verdedigde interpretatie als zou de volledige aftrek van BTW ,op een verhuurwagen enkel voorbehouden zijn voor specifieke verhuurondernemingen, strookt niet met de letterlijke bewoordingen van de tekst, waar immers tweemaal de term "of' wordt gebruikt, wat inhoudt dat de verkoop of de verhuur alternatieven zijn die onderling verwisselbaar zijn (Rb. Brussel, 10 januari 2003, Fisk. Koer., 2003, 255;, Rb. Hasselt, 19 november 2003, T.F.R., 2004, 330, noot).

Indien deze interpretatie de juiste zou zijn, had de wetgever ofwel twee specifieke artikelen uitgevaardigd, ofwel gebruik gemaakt van de term "respectievelijk" of een gelijkaardige uitdrukking (Rb. Brussel, 10 januari 2003, Fisk. Koer., 2003, 255).

Eiseres pleit met reden voor een ruime interpretatie van artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, *littera a* van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. Als afwijkingen van een basisregel van het gemeenschappelijk BTW-stelsel, namelijk het recht op aftrek, moeten de op grond van [artikel 17, zesde lid, van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-17) mogelijke uitsluitingen en beperkingen strikt worden geïnterpreteerd (L. VANDENBERGHE, Aftrek en teruggaaf van, BTW, Antwerpen-Groningen, Intersentia, 1998, nr. 194).

Als uitzondering op de uitzondering van artikel 45, tweede paragraaf, eerste lid, op de basisregel, dient artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, *littera a* bijgevolg ruim te worden geïnterpreteerd.

Verweerder kan de werkelijkheid van de verhuuractiviteit niet in twijfel trekken. Uit de stukken (folders, standaardhuurovereenkomst, gesloten huurovereenkomsten, facturen) blijkt dat eiseres vervangwagens ter beschikking van haar klanten stelt en hiervoor een huurprijs aanrekent.

Deze stukken tonen ook aan dat eiseres de verhuuractiviteit met een zekere regelmaat, specialisatie en organisatie uitoefent, zodat een specifieke economische activiteit, als bedoeld in artikel 45, tweede paragraaf, tweede lid, *littera a* voorligt.

Dit wordt geenszins ontkracht door de relatief lage omzetcijfers van de verhuuractiviteit die uit de resultatenrekening van de in het geding zijnde jaren 2001 en 2002, respectievelijk … EUR en … EUR, blijken (Rb. Antwerpen, 22 november 2004, AR 03/36676/A, onuitgeg.).

**2.5.** Op de zitting vordert eiseres ook de moratoire interesten, die zij in de dagvaarding noch in conclusie vorderde. Een vordering kan niet mondeling noch door notulering op het zittingsblad worden ingesteld. De rechtbank onderzoekt hierna of de rechtbank de moratoire interesten ambtshalve dient toe te kennen. Partijen voerden hierover op de zitting tegenspraak.

Krachtens artikel 91, vierde paragraaf, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn de moratoire interesten over terug te geven sommen die in de eerste, tweede en derde paragrafen van dit artikel zijn bedoeld, verschuldigd tegen de rentevoet in burgerlijke zaken en met inachtneming van de terzake geldende regelen.

Dit betekent dat de interesten niet verschuldigd zijn, tenzij de Staat vooraf in gebreke werd gesteld. Krachtens artikel 1139 van het Burgerlijk Wetboek kan de ingebrekestelling van de Staat gebeuren door een aanmaning of door een daarmee gelijkstaande akte. Een dagvaarding voor de rechtbank is een akte die gelijkstaat met een aanmaning (H. VANDENBERGH, De geschillenprocedure inzake BTW, Gent, Larcier, 2005, nr. 171).

Als fiscale bepaling is artikel 91, vierde paragraaf van openbare orde en dient de rechter het ambtshalve toe te passen.

Uit de stukken blijkt niet dat eiseres verweerder vóór de dagvaarding in gebreke stelde. De moratoire interesten worden dan ook vanaf de datum van de dagvaarding toegekend.

### Dispositif

## OP DEZE GRONDEN

**DE RECHTBANK,**

gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,

rechtsprekend op tegenspraak,

alle andersluidende en meer omvattende conclusies van de hand wijzende als niet terzake enlof overbodig,

verklaart de vordering ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

veroordeelt verweerder tot terugbetaling van het bedrag van … EUR, meer de moratoire interesten aan 7 % sedert 24 augustus 2004,

veroordeelt verweerder in de kosten, aan de zijde van eiseres begroot op het bedrag van … EUR (dagvaarding : … EUR; rechtsplegingsvergoeding : … EUR).

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op vrijdag **03 maart 2006** waar zetelden :

\- de heer **P. V.**, alleenzetelend rechter;

\- mevrouw **J. C.**, griffier.

**J. C.** **P. V.**

## Textes cités

1

[6e directive 77/388 art. 17](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-17) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Étendue du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-etendue-services-courtage-tribunal-bruxelles-2024-06-24-02f4) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-developpement-cour-appel-anvers-2026-01-06-1ac3) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Prorata de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-prorata-tva-amont-cassation-bruxelles-2021-05-21-1ead) 1 dispositions communes

[Assujetti ¬- Qualification de holding passif ou actif](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-qualification-holding-passif-actif-tribunal-2024-02-05-26ef) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Déduction de la TVA historique, Assujettissement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-tva-historique-assujettissement-cassation-bruxelles-2024-01-11-33d5) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Affectation professionnelle du bâtiment](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-affectation-professionnelle-batiment-tribunal-mons-2020-10-15-4451) 1 dispositions communes

[Assujetti mixte, Déduction, Affectation réelle, Calcul du prorata spécial](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-mixte-deduction-affectation-reelle-tribunal-luxembourg-2022-05-11-5ace) 1 dispositions communes
