---
title: "8 octobre 2004 · Droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Louvain"
description: "Droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 8 octobre 2004."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-louvain-2004-10-08-a5a7"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

8 octobre 2004

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

82 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première intance de Louvain du 08.10.2004

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Rechtbank van Eerste aanleg te Leuven heeft het hiernavolgende vonnis verleend :**

**Rol nr.: 03/12567/A**

**U. A. N.V.**, ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer … - ondernemingsnummer …, met maatschappelijke zetel te …, …

\- eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester **V. F.** samen met meester **S.**, advocaten te …, …

tegen :

1.**De BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te 1000 Brussel, Wetstraat 12;

2\. **De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën. Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit , sector van de BTW**, vertegenwoordigd door de e.a. inspecteur van het Btw-Ontvangkantoor te Tienen, met kantoren te 3300 Tienen, Goossensvest 3;

\- verweerster, ter zitting vertegenwoordigd door meester de **N. E.**, advocaat te …, ….

---

In deze zaak, in beraad genomen ter zitting van 10 september 2004, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid :

\- het verzoekschrift op tegenspraak overeenkomstig artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek op 18 november 2003 ter griffie neergelegd door de N.V. **U. A.**

\- de conclusie op 17 februari 2004 op de griffie neergelegd door de BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector van de BTW

\- de conclusie op 16 april 2004 op de griffie neergelegd door de N.V. **U. A.**

\- de beschikking bij toepassing van artikel 747, tweede paragraaf, van het Gerechtelijk Wetboek van 4 maart 2004.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzetting van 10 september 2004, waarna de bundels met stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaak in beraad genomen werd.

1\. Feiten en procesverloop.

1.1. - De V.Z.W. **A. D. N. V. A.** was uitgeefster van onder meer de wekelijkse publicaties Zonnekind, Zonneland en Zonnestraal.

Zij paste de bijzondere vrijstellingsregeling toe, ingevoerd met ingang van 1 januari 1971 door de aanschrijving nummer 82 van 15 december 1970. Deze bijzondere vrijstellingsregeling voorziet dat leveringen van dagbladen en periodieke publicaties met een algemene informatieve strekking, die ten minste achtenveertig keer per jaar verschijnen, van de BTW. zijn vrijgesteld.

Zij deed op 28 december 1999 inbreng van de bedrijfsafdeling van de uitgeverij in de N.V. **U. A.**, hierna genoemd "eiseres". Ook eiseres paste bij de voortzetting van de activiteiten deze vrijstelling op voormelde publicaties toe.

Bij een controle van 6 januari 2003 bij eiseres van de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001, nadien uitgebreid tot 31 mei 2003, onderzocht de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit onder meer de toepassing van de bijzondere vrijstellingsregeling, en besloot zij dat de voorwaarden niet zijn vervuld, inzonderheid de voorwaarde dat de tijdschriften ten minste achtenveertig keer per jaar verschijnen. In de navolgende briefwisseling kwamen eiseres en de administratie niet tot een akkoord. Eiseres legde bij schrijven van 21 mei 2003 het geschil voor aan de centrale administratie van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, directie 1/7 te Brussel.

De eerstaanwezend inspecteur van het Btw-ontvangkantoor van Tienen vaardigde op 22 augustus 2003 een dwangbevel uit, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de waarnemend gewestelijk directeur van de administratie van de BTW., registratie en domeinen te Hasselt, op 26 augustus 2003 ter kennis gebracht van eiseres bij aangetekend schrijven van 29 augustus 2003. Volgende bedragen worden gevorderd :

\- BTW. … EUR

\- administratieve geldboete … EUR

\- nalatigheidsdsinteresten vanaf 21 juni 2003

De centrale administratie deelde bij schrijven van 6 oktober 2003 haar standpunt mede. Zij was van oordeel dat eiseres ten onrechte beroep deed op de bijzondere vrijstelling en dat geen elementen toelaten op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur af te zien van de invordering van belasting.

Vanaf juni 2003 past eiseres het tarief van 6 % toe.

1.2. - Eiseres stelde op 18 november 2003 een vordering in rechte in. Zij vordert het dwangbevel gekend onder Reg. 127/16990 van nul en generlei waarde te verklaren, derhalve haar te ontslaan van de betaling van de erin vermelde sommen, dienvolgens teruggave te bevelen van de bedragen die door haar ten onrechte zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens haar zouden zijn ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke interesten vanaf de datum van betaling en/of inhouding, de BELGISCHE STAAT te veroordelen in de kosten.

De BELGISCHE STAAT, hierna genoemd "verweerster", vraagt de vordering ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en eiseres in de kosten te veroordelen.

2.De rechtspleging.

Eiseres doet op de zitting afstand van haar vraag de zaak te laten behandelen door een kamer met drie rechters.

3\. In rechte.

3.1.- Gedrukte couranten en tijdschriften, ook indien geïllustreerd , worden onder Tabel A, Rubriek XIX, 2° van het koninklijk besluit nummer 20 van 20 juli 1970 (IV) tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven ingedeeld. Op die publicaties is tarief A, hetzij 6 %, van toepassing.

In een aanschrijving nummer 82 van 15 december 1970, gewijzigd door aanschrijving nummer 21 van 30 september 1993 en een addendum van 5 januari 1994 en ingevoerd sedert 1 januari 1971, werd in een bijzondere vrijstellingsregeling voor dagbladen en periodieke publicaties voorzien.

Deze bijzondere vrijstellingsregeling voorziet dat leveringen van dagbladen en periodieke publicaties, met een algemeen informatieve strekking, die ten minste 48 keer per jaar verschijnen, van de BTW. zijn vrijgesteld vanaf de levering door de uitgever tot ze in handen komen van de lezers. Met betrekking tot de aftrek van voorbelasting worden deze leveringen gelijkgesteld met handelingen die aan BTW. zijn onderworpen in de zin van artikel 45, eerste paragraaf van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Als voorwaarden worden gesteld :

\- bestemd zijn voor het grote publiek

\- ze moeten zonder beperking in de duur bij regelmatige, vooraf bepaalde tussenpozen, onder een gemeenschappelijke benaming verschijnen en duidelijk kenmerken van periodiciteit dragen

\- een verschijningsfrequentie van minimum 48 keer per jaar

\- ze mogen niet onder de in de aanschrijving opgenomen uitsluitingen vallen.

Eiseres grondt haar vordering op de juiste toepassing van het nultarief, subsidiair op de schending van het vertrouwensbeginsel.

3.2. Het nultarief.

Aan de orde is de voorwaarde van de verschijningsfrequentie van 48 keer per jaar.

Het proces-verbaal van 21 augustus 2003 van de eerstaanwezend inspecteur van het Btw-ontvangkantoor van Tienen, gehecht aan het dwangbevel, vermeldt dat bij het natellen van het aantal exemplaren van één jaargang, bleek dat er slechts 39 tijdschriften waren uitgegeven, weliswaar met een totale nummering van 51 doordat een aantal van de tijdschriften een dubbele nummering draagt en op de exemplaren voor juli en augustus elk vier nummers werden gedrukt; dat de dubbel en vierdubbel genummerde exemplaren dezelfde zijn als de enkel genummerde exemplaren, eventueel met enkele bladzijden meer, maar dat het zeker geen dubbele of vierdubbele exemplaren zijn of een aantal nummers samengeniet of -gebonden.

Eiseres betoogt dat haar publicaties Zonnekind, Zonneland en Zonnestraal wekelijks verschijnen; dat de nummering van de tijdschriften duidt op de week waarop het tijdschrift betrekking heeft en oploopt van 1 tot en met 51; dat de nummers die betrekking hebben op de schoolvakanties om praktische redenen worden gebundeld tot één vakantienummer; dat voor de zomervakantie twee gebundelde vakantienummers worden uitgegeven wegens de onmogelijkheid om de tijdschriften in de schoolvakanties te distribueren. Eiseres preciseert dat de tijdschriften door de scholen onder de leerlingen worden verdeeld, zodat zij niet over een adressenbestand van de leerlingen/abonnees beschikt; dat tijdens de schoolvakanties de distributie om evidente redenen niet mogelijk is, zodat vakantienummers worden uitgegeven die vlak vóór de schoolvakanties worden verdeeld.

Eiseres is van mening dat niettegenstaande de minder dan 48 verspreidingsmomenten en de materiële bundeling van verschillende nummers die samen worden verspreid, *de facto* voor iedere week een nummer van het weekblad verschijnt, zodat aan de frequentievoorwaarde voor de toepassing van het nultarief werd voldaan.

De rechtbank is met verweerster van oordeel dat het enkel aanbrengen van meerdere nummers op één exemplaar van het tijdschrift niet toelaat te gewagen van meerdere verschijningen van het tijdschrift. Overigens blijkt uit de vaststellingen van het proces-verbaal van 21 augustus 2003 en uit de door eiseres neergelegde exemplaren van het tijdschrift dat het vakantieexemplaar met een dubbele of vierdubbele nummering geen afzonderlijke nummers bevat en geen dubbel of vierdubbel exemplaar is.

Eiseres paste ten onrechte het nultarief toe.

3.3. Het vertrouwensbeginsel.

Eiseres grondt haar beroep op het vertrouwensbeginsel op :

\- de Btw-controles van 1975 en 1989, waarbij geen opmerkingen over de toepassing van de bijzondere vrijstellingsregeling werden gemaakt

\- het overleg met de plaatselijke controlediensten.

\- de toepassing gedurende meer dan dertig jaar van de bijzondere vrijstellingsregeling dan mits medeweten van verweerder : de Btw-aangiften vermelden zeer belangrijke bedragen onder het vak 00 "handelingen onderworpen aan het nultarief'; de grote weerslag van het toegepaste tarief op de verschuldigde belasting.

In tegenstelling tot wat verweerster meent, belet het feit dat de controles van 1975 en 1989 bij de V.Z.W. **A. D. N. V. A.** werden verricht, eiseres niet er gevolgtrekkingen uit te maken, gelet op de toepassing van [artikel 11 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) op de inbreng van 28 december 1999 van de bedrijfsafdeling van de uitgeverij bij eiseres, en de eruit voortvloeiende fictie van de algemene rechtsopvolging.

Verweerster stelt verkeerdelijk dat de controle van 1975 beperkt bleef tot de toepassing van de landbouwregeling. Ook de toepassing van de bijzondere vrijstellingsregeling werd toen onderzocht, zoals wordt aangetoond door het controleverslag van 30 januari 1976 dat melding maakt van *“deels vrijgestelde handelingen toep. aanschr. 82/70”*.

Er dient redelijkerwijze te worden aangenomen dat ook tijdens de controle van 1989 de toepassing van de bijzondere vrijstellingsregeling werd onderzocht. De facturen die de rechtsvoorganger van eiseres uitreikte bevatten immers toen al de vermelding *“vrij van BTW volgens aanschrijving nr. 82 van 15.12.70. Alleen tijdschriften aangeduid met \* zijn onderhevig aan BTW”*.

Verweerster betwist verkeerdelijk dat reeds in 1974 vakantienummers met dubbele of viervoudige nummering werden uitgegeven. Eiseres brengt copies van het tijdschrift Zonneland van het jaar 1974 bij, waaruit blijkt dat dit toen reeds het geval was.

Evenmin bewijst verweerder zijn bewering dat de verspreidingsfrequentie en de bundeling van meerdere nummers werd verborgen gehouden door eiseres, die zulks ontkent.

Uit de stukken blijkt niet of tijdens de controles van 1975 en 1989 ook de verschijningsfrequentie van de tijdschriften Zonnekind, Zonneland en Zonnestraal werd onderzocht. Een dergelijk onderzoek houdt in dat de controleur de tijdschriften daadwerkelijk telt, zoals hij deed tijdens de controle van 2003 die leidde tot het in het geding zijnde dwangbevel.

Indien de verschijningsfrequentie tijdens de controles van 1975 en 1989 werd onderzocht, dan ontleent eiseres een gerechtvaardigde verwachting aan een vaste gedragslijn van de administratie, bestaande in de toepassing gedurende meer dan dertig jaar van de bijzondere vrijstellingsregeling. De verschijningsfrequentie van de tijdschriften van eiseres is immers een loutere feitenkwestie: men hoeft de verschenen nummers per jaar slechts te tellen. Bij de beoordeling van feitenkwesties wordt aan de administratie een ruime beoordelingsvrijheid gelaten (B. PEETERS, Het rechtszekerheidsbeginsel in het fiscaal recht: verduidelijking van het begrip gerechtvaardigde verwachting, noot onder Cass., 6 november 2000, T.F.R., 2001, 170, nr. 12). De controleur had bijgevolg een zekere interpretatiemarge bij de beoordeling of de gebundelde vakantienummers voldoen aan de voorwaarde van de verschijningsfrequentie gesteld in de aanschrijving nummer 82. Voor eiseres moest bijgevolg niet duidelijk zijn dat het standpunt van de administratie onwettig was.

Indien de verschijningsfrequentie tijdens de controles van 1975 en 1989 niet werd onderzocht, dan getuigt zulks van een onzorgvuldige fiscale controle: waar de aanschrijving nummer 82 een welbepaalde verschijningsfrequentie als voorwaarde voor de bijzondere vrijstellingsregeling stelt, en de vervulling van deze voorwaarde eenvoudig kan worden nagegaan, is het elementair dat de controleur bij de beoordeling van de toepassing van de bijzondere vrijstellingsregeling de tijdschriften ter hand neemt en ze natelt. Hij zou dan de gebundelde vakantienummers hebben opgemerkt en een standpunt hebben ingenomen. Eiseres ontleent een gerechtvaardigde verwachting aan een vaste gedragslijn van de administratie, bestaande in de toepassing gedurende meer dan dertig jaar van de bijzondere vrijstellingsregeling ondanks de gebundelde vakantienummers die de administratie niet opmerkte, maar had dienen op te merken. Eiseres refereert met recht aan de rechtspraak die oordeelt dat van een normaal zorgvuldige en redelijk handelende overheid mag worden verwacht dat zij zich zo organiseert dat zij de fiscale controles op een correcte wijze kan uitvoeren (Rb. Brussel, 21 oktober 2001, F.J.F., 2002/61).

Men leest in het verslag van de eerstaanwezend inspecteur van de Btw-controle te Diest van 19 juni 2003 dat eiseres steeds te goeder trouw handelde en nooit de bedoeling had de BTW te ontduiken. De werkwijze van de samenbundeling van verschillende nummers in één vakantienummer waarop een dubbel of viervoudig nummer wordt gedrukt, verklaart eiseres door de onmogelijkheid om de tijdschriften in de schoolvakantie te distribueren. Dit is een aanvaardbare uitleg. De belastingplichtige die een exceptie op basis van de rechtszekerheid inroept, moet vrij zijn van list of onaanvaardbare onwetendheid: hij dient zich te gedragen zoals een normaal oplettende belastingplichtige (ibid., 171, nr. 12; V. DAUGINET en Y. LOIX, Over de schijnbaar moeilijke verzoening tussen de legaliteit en de rechtsbescherming tegen onbehoorlijk bestuur in de fiscaliteit, A.F.T., 2003, 242, nrs. 48-49). Verweerster bewijst niet dat eiseres zich tijdens de controles van 1975 en 1989 listig gedroeg. Waar verweerster zelf zich tijdens de controles van 1975 en 1989 niet gedroeg als een normaal zorgvuldige overheid, door de verschijningsfrequente niet te hebben onderzocht, kan zij eiseres niet verwijten niet normaal onoplettend te zijn geweest door niet te hebben geïnformeerd bij de centrale administratie of een specialist.

De controleur heeft destijds de gebundelde vakantienummers ofwel opgemerkt en aanvaard, ofwel niet opgemerkt. In beide gevallen kan verweerster niet retroactief terugkomen op haar houding die een vaste gedragslijn is aangezien zij decennialang de bijzondere vrijstellingsregeling toepaste.

Aangezien verweerster ten onrechte terugkwam op haar vaste gedragslijn, waarop eiseres kon vertrouwen, schond zij het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, en dient haar vordering als onwettig te worden beschouwd.

Het dwangbevel wordt vernietigd.

### Dispositif

**OP DEZE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK**

gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,

rechtsprekend op tegenspraak,

alle andersluidende en meer omvattende conclusies van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

verklaart de vordering ontvankelijk en in de hierna bepaalde mate gegrond,

verklaart het dwangbevel gekend onder Reg. 127/16990 van nul en generlei waarde,

ontslaat eiseres derhalve van de betaling van de erin vermelde sommen,

beveelt dienvolgens de teruggave van de bedragen die door eiseres ten onrechte zouden zijn betaald en/of ten onrechte lastens haar zouden zijn ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke interesten vanaf de datum van betaling en/of inhouding,

veroordeelt verweerster in de kosten, aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding van … EUR, en aan de zijde van verweerster niet begroot omdat zij ze zelfmoet dragen.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van **de twaalfde kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op **vrijdag 08 oktober 2004**, waar zetelden :

\- de heer P. V., alleenzetelend rechter;

\- mevrouw **J. C.**, griffier.

**J. C.** **P. V.**

## Textes cités

1

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Déduction de la TVA historique, Assujettissement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-tva-historique-assujettissement-cassation-bruxelles-2024-01-11-33d5) 1 dispositions communes

[Aménagements, Déduction, Cession du fonds de commerce, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amenagements-deduction-cession-fonds-commerce-tribunal-liege-2021-02-15-3d2b) 1 dispositions communes

[Cession d’une universalité de biens, Révision de la TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/cession-universalite-biens-revision-tva-tribunal-gand-2021-02-04-5ab3) 1 dispositions communes

[Déduction de la TVA historique, Personne morale non assujettie](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-tva-historique-personne-morale-cour-appel-bruxelles-2022-09-13-8612) 1 dispositions communes

[Révision des déductions, Cession d’une universalité de biens](https://juriel.be/fr/jurisprudence/revision-deductions-cession-universalite-biens-cour-appel-anvers-2023-02-07-9a52) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Cession de fonds de commerce](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-cession-fonds-commerce-tribunal-namur-2020-11-25-bce8) 1 dispositions communes

[Redevable de la créance fiscale, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-creance-fiscale-prescription-operation-cour-appel-anvers-2024-03-05-e9b2) 1 dispositions communes

[Amendes fiscales proportionnelles, Sanctions administratives ayant un caractère répressif](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-proportionnelles-sanctions-administratives-cassation-bruxelles-2020-03-13-1625) 1 dispositions communes
