---
title: "17 avril 2003 · Droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 17 avril 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-gand-2003-04-17-604b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

17 avril 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

138 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 17.04.2003

Samenvatting niet beschikbaar

**Tekst van het vonnis**

### Corps de la décision

**Vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te GENT van 17.04.2003**

**96/3107/A**

In de zaak :

**D. V. D. S.**, autohandelaar, handeldrijvende onder de benaming “**V.D.S.-C.**”, wonende en handeldrijvende te …, …, ingeschreven in het H.R. te Gent onder nr. …;

**eiser,**

hebbende als raadsman Mter **J. V. D. S.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, op vervolging en benaarstiging van dhr. Ontvanger van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, waarvan de burelen thans gevestigd zijn te 9000 GENT, Martelaarslaan 23;

**verweerder,**

hebbende als raadsman Mter **W. D. V.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. PROCEDURE

**1.1.** Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 20 maart 2003; Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

**1.2.** Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder de geding inleidende dagvaarding, de onderscheiden conclusies van partij en, het tussenvonnis dd. 1 februari 2001 van de derde kamer van onderhavige. Rechtbank, evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

## 2. BESPREKING

**2.1.** Wat betreft de omschrijving van de vordering, de feiten en de standpunten van partijen wordt verwezen naar het voormelde tussenvonnis dd. 1 februari 2001 van de derde kamer van onderhavige Rechtbank;

**2.2.** Bij voormeld tussenvonnis werd de heropening van het debat bevolen juist om na te gaan of er reden was tot schorsing van onderhavige burgerlijke procedure, nu het in de toenmalige stand van zaken onmogelijk was uit te maken wat de juiste stand van zaken was in deze strafzaak, waarvoor **M.** in verdenking werd gesteld, of hij reeds veroordeeld werd, welke zijn aandeel was in de BTW-carroussel, meer specifiek wat zijn relatie is, als leverancier van auto's, tot de eiser;

Tevens werd bij voormeld tussenvonnis bevolen de toelating tot inzage, verleend door de Procureur-Generaal bij het Parket van het Hof van Beroep te Luik, in het strafdossier van de heer **M.** (en anderen) voor te leggen;

**2.3.** Inmiddels blijkt uit de nieuwe stukken, die verweerder naar voor brengt, dat :

\- de administratie van verweerder geldig inzage had in het voormelde strafdossier;

\- de heer **M.** samen met anderen bij vonnis van 6 december 2000 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Namen strafrechtelijk werd veroordeeld voor volgende inbreuken :

\- opstellen van valse stukken met het oogmerk schade toe te brengen (valse contracten voor niet bestaande transacties, valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken);

\- opstellen van valse stukken en het gebruik ervan met het oog op het plegen van inbreuken bedoeld bij [artikel 73 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73);

\- opstellen van valse stukken en het gebruik ervan met het oog op het plegen van inbreuken voorzien bij artikel 449 WIB92 ;

\- met een frauduleus inzicht en met het oogmerk schade toe te brengen, inbreuken gepleegd te hebben tegen de bepalingen van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten meer bepaald de artikelen :

\- 53-2° m.b.t. de aflevering van facturen;

\- 53-3° m.b.t. de periodieke aangiften;

\- 53-4° m.b.t. de betaling van de belasting;

waarbij een systeem georganiseerd werd dat erin bestond in België voertuigen aan te kopen met vrijstelling van de BTW op naam van een Luxemburgse maatschappij om ze terug in België binnen te brengen, door middel van stromannen (naamleners) die geen aangifte indienen en geen belasting betalen, en ze te verkopen in België waarbij de belasting wordt in aftrek gebracht die nooit werd betaald terwijl de voertuigen in werkelijkheid nooit uitgevoerd werden;

\- Met een frauduleus inzicht en met het oogmerk schade, toe te brengen overtredingen te hebben begaan tegen de bepalingen van het WIB92 of de ter uitvoering ervan getroffen besluiten en meer bepaald tegen de artikelen 305 en 307 het systeem organiseren zoals hoger omschreven;

\- Deel uit te maken van een vereniging die werd opgericht met het oogmerk schade toe te brengen aan personen of eigendommen door het bedrijven van misdaden, andere dan deze die kunnen bestraft worden met de doodstraf of met dwangarbeid;

**2.4.** Uit het dossier (meerbepaald o.m. het aanvullend proces-verbaal dd. 22 maart 1996, aangehecht aan het dwangbevel dd. 6 mei 1998, zesde blad) van verweerder blijkt dat de BTW-fraude eigenlijk gebeurt, in de fase voorafgaand aan de transactie tussen de heer **M.** en eiser, als volgt :

\- Door **A. F. S., I.**, e.a. vinden Belgische verkopen plaats, waarbij een onrechtmatige facturatie plaatsvindt met vrijstelling van BTW (door een beweerde intracommunautaire levering art. 39bis, 1°, W.BTW) aan ... ;

\- … de S.A.R.L. **T.** te Luxemburg (welke beweert een intracommunautaire verwerving te doen) en welke factureert met vrijstelling BTW aan ... ;

\- … diverse stromannen (niet-indieners), welke factureren met BTW (die niet doorgestort wordt aan de Schatkist aangezien deze verkopers niet voldoen aan hun fiscale verplichtingen van indiening van periodieke aangiften en/of betaling van de verschuldigde BTW) aan ...;

\- ..., de heer **M.**, die de BTW in aftrek brengt (welke niet doorgestort werd in de vorige schakel) en welke factureert met BTW aan autohandelaars, waaronder ...;

\- … **V. D. S.**, huidige eiser, ...,

**2.5.** Eiser van zijn kant argumenteert :

\- dat hij in voormeld strafdossier nooit werd betrokken noch ondervraagd;

\- dat hij niet wist dat hij wagens aankocht die hebben meegedraaid in een BTW-carroussel;

\- dat de heer **M.** in zijn ondervraging in het strafdossier uitdrukkelijk erkent dat zijn kopers (waaronder eiser) niet op de hoogte zijn van het feit dat er in een voorafgaandelijke transactiefase (nl. wagens die nooit het land hebben verlaten, worden fictief uitgevoerd en ingevoerd) een BTW-oplichting heeft plaatsgevonden (zie het aanvullend proces-verbaal dd. 22 maart 1996, aangehecht aan het dwangbevel dd. 6 mei 1998, vierde blad, waarbij het PV nr. 0640 dd. 15 februari 1995 wordt geciteerd) ;

\- dat de levering door de heer **M.** aan hemzelf steeds in realiteit heeft plaatsgevonden (en dus nooit fictief is geweest) ten bewijze waarvan eiser de aankoopfacturen voorlegt (gedetailleerde facturen met gedetailleerde vermelding van telkenmale een duidelijk geïndividualiseerd voertuig), alsmede het bewijs van betaling (kopie check + rekeninguittreksel) alsmede telkenmale de gedetailleerde verkoopfactuur die correspondeert met de resp. voormelde aangekochte wagens;

**2.6.** Eiser maakt afdoende geloofwaardig dat hij te goeder trouw is en dat hij niets te maken heeft met, niet wist of moest weten van de BTW-fraude die plaatsvond in een transactiefase voorafgaand aan zijn aankopen van tweedehandswagens van de heer **M.**;

Het is dan ook ten onrechte dat de administratie van verweerder hem het recht op aftrek weigert van de BTW die betrekking heeft op zijn aankopen van wagens van de heer **M.**;

Ten onrechte stelt verweerder dat de heer **M.** niet als "leverancier" kan beschouwd worden van eiser;

Eiser heeft daadwerkelijk de kwestige wagens van de heer **M.** gekocht;

De fictieve manipulaties betreffen geenszins de leveringen aan eiser (de wagens bestaan echt en zijn ook daadwerkelijk gekocht door eiser die ze op zijn beurt doorverkocht) maar de uitvoer en invoer van de kwestige wagens, in een fase voorafgaand aan de verkoop ervan door de heer **M.** aan eiser;

Ten onrechte evenwel vordert eiser een bijkomende schadevergoeding wegens "tergende en roekeloze heffing";

Eiser is in een lange ketting van BTW-fraude de eerste schakel die redelijkerwijze kan voorhouden hiervan niet op de hoogte te zijn;

Dit maakt dat in hoofde van verweerder bezwaarlijk een fout kan weerhouden worden, wanneer deze tevens zijn pijlen richt op eiser;

De vordering van eiser is derhalve enkel gegrond in de mate dat de vernietiging wordt gevraagd van het bestreden dwangbevel;

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK**, rechtdoende **OP TEGENSPRAAK**,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle anders luidende conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en gegrond, in de hierna bepaalde mate;

Maakt het bestreden dwangbevel dd. 6 mei 1998 nr. 148/98 (uitgevaardigd ter vervanging van het dwangbevel d.d. 4 september 1996 nr. 541/96 van 4 september 1996), geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 14 mei 1998 en betekend op 20 mei 1998, ongedaan;

Wijst eiser af van het meergevorderde;

Veroordeelt verweerder tot de kosten;

Begroot de kosten :

\- in hoofde van eiser op … EURO (… BEF)

rechtsplegingsvergoeding + … EURO (… BEF) dagvaardingskosten;

\- in hoofde van verweerder op … EURO (… BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de zesde (fiscale) kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van **17 april 2003**, waar aanwezig waren : alleen zetelend rechter **M. V. d. B.**, bijgestaan door griffier **R. D.**.

**R. D.** **M. V. d. B.**

### DERDE KAMER – OPENBARE TERECHTZITTING VAN 1 FEBRUARI 2001

**96/3107/A**

In de zaak :

**D. V. D. S.**, autohandelaar, handeldrijvende onder de benaming “**V. D. S.-CARS**”, wonende en handeldrijvende te …, …, ingeschreven in het H.R. te Gent onder nr. …,

**eiser,**

voor wie optreedt mr. **J. V. D. S.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de heer Ontvanger van het Tweede BTW-Ontvangkantoor te Gent, waarvan de burelen thans gevestigd zijn te 9000 Gent, Martelaarslaan 23,

**verweerder,**

voor wie optreedt mr. **W. D. V.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

De partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van 15 juni 2000, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

De stukken werden ingezien, inzonderheid de verzetsakte van 14 oktober 1996, de conclusies namens eiser neergelegd te griffie op 10 mei 1999 en op 14 maart 2000, de conclusies namens verweerder neergelegd ter griffie op 24 augustus 1998 en op 1 juni 1999, de overtuigingsstukken neergelegd door de eiser en deze neergelegd door de verweerder, en het schriftelijk advies van het Openbaar Ministerie d. d. 7 december 2000, neergelegd ter terechtzitting van 18 januari 2001.

## 1. De vordering

De vordering van eiser strekt ertoe :

a) het verzet tegen het dwangbevel van 4 september 1996 geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 9 september 1996 en aan eiser betekend op 17 september 1996 gegrond te horen verklaren en dit dwangbevel teniet te doen,

b) het uitvoerend beslag van 3 oktober 1996 op te heffen, nu de administratie over geen uitvoerbare titel beschikt.

De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding.

Bij conclusie van 10 mei 1999 breidt eiser zijn vordering uit en vordert de veroordeling van de Belgische Staat tot een schadevergoeding ex aequo et bono begroot op … frank wegens tergend en roekeloos geding, te vermeerderen met de intrest vanaf 23 januari 1996.

## 2. Feiten en retro-akten

Eiser is als belastingplichtige gekend onder het BTW-identificatienummer BE … met als activiteit handel in tweedehandswagens.

Vertrekkend van gegevens uit een gerechtelijk dossier lastens **H. V. L.** e.a. waarin **A.** **M.**, een leverancier van eiser, verklaarde in een BTW carrousel van auto's te zijn betrokken, zijn fiscale verplichtingen niet te voldoen en op te treden als scherm om de controle van het verloop van de transacties te bemoeilijken, deed de administratie op 11 mei 1995 nazicht in de boekhouding van eiser wat resulteerde in een P.V. van 22 maart 1996.

Er werd vastgesteld dat in de periode van 4/8/1992 tot 26/11/1994 voor … frank + … frank BTW aan facturen werden ontvangen van **A.** **M.**, autohandelaar.

De administratie besloot dat de aankopen door eiser bij **M.** fictief zijn en vordert terugbetaling van de ten onrechte afgetrokken BTW t.b.v. … frank.

Gelet op de niet-betaling van de verschuldigde sommen wordt op 4 september 1996 een dwangbevel nr. … uitgevaardigd, uitvoerbaar verklaard op 9 september 1996, en betekend op 17 september 1996.

Bij exploot van 3 oktober 1996 werd uitvoerend beslag gelegd op aan eiser toebehorende roerende goederen.

Eiser ging tegen dit .dwangbevel in verzet bij exploot van 14 oktober 1996.

Op 6 mei 1998 werd een nieuw dwangbevel nr. 148/98 uitgevaardigd ter vervanging van het dwangbevel van 4 september 1996; dit wordt uitvoerbaar verklaard op 14 mei 1998 en aan eiser betekend op 20 mei 1998. Dit nieuwe dwangbevel werkt terug tot 4 september 1996, datum van uitvaardiging van het vorige dwangbevel.

Op grond van voornoemde vaststellingen zou blijken dat eiser aan de Administratie de som van … frank aan BTW-rechten verschuldigd is, meer een boete van … frank en de intresten.

## 3. Standpunt van de partijen

Eiser roept de nietigheid van de procedure in, nu :

a) de fiscus op onwettige en onregelmatige wij ze inzage in het strafdossier heeft verkregen;

b) het proces-verbaal van de administratie opgesteld op 22 maart 1996 nietig is, daar het met schending van de taalwetgeving is opgemaakt door het vermelden van franse teksten zonder enige eensluidende vertaling.

Bovendien zou door enkel voorlegging te doen van één stuk uit het strafdossier de rechten op verdediging van eiser zij n geschonden en dient het volledige strafdossier te worden voorgelegd.

Eiser betwist met klem het standpunt van verweerder. De BTW kon wel in aftrek worden gebracht, nu het in casu om een reële aankoop van voertuigen ging, er aankoopfacturen en bewijzen van betaling zijn en dat de voertuigen nadien verder werden verkocht met een verkoopfactuur. Bovendien blijkt uit de verklaringen van **M.** dat eiser steeds ter goeder trouw heeft gehandeld.

Eiser stelt dat uit het verzet d.d. 7/10/1996 blijkt dat de administratie niet over een uitvoerbare titel beschikte, zodat het uitvoerend beslag moet worden opgeheven.

Er is een schending van de taalwetgeving, nu geen eensluidende vertaling van het door verweerder aangewende Franstalig proces-verbaal uit het strafdossier voorligt.

Verweerder stelt dat eiser zijn recht op aftrek niet kan uitoefenen omdat terzake niet voldaan is aan de wettelijke voorwaarden :

1\. De leverancier **M.** heeft geen voertuigen geleverd.

2\. Indien er dan toch al auto's geleverd werden dan is dit gebeurd door een ander persoon dan **M.** zodat de op de factuur vermelde leverancier vals is.

3\. Voorts zijn de bewuste facturen nog behept met een aantal andere vormgebreken die stuk voor stuk voldoende zijn om het recht op aftrek te weigeren voor die facturen.

## 4. Bespreking

Het proces-verbaal van 22 maart 1996 ondertekend door **G. F.**, verificateur bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in die hoedanigheid ter beschikking gesteld van de 4de Bijzondere Belastingsinspectie van Gent, moet voldoen aan de voorschriften van de taalwetgeving in bestuurszaken en in het Nederlands worden opgesteld, wat in casu niet het geval is. (zie Fiscale documentatie VANDEWINCKELE, XIV, 59/133, nr.27)

De sanctie van deze naar de vorm onwettige akte is de nietigheid (art. 58, lid 1) zolang in de vervanging niet is voorzien (art.58, lid 3).

Aangezien het proces-verbaal een bijlage is van het dwangbevel en onontbeerlijk is om de juiste draagwijdte van het dwangbevel te bepalen, brengt de nietigheid van het proces-verbaal de nietigheid van het dwangbevel met zich mee.

Hangende de procedure, heeft de betrokken overheid conform de Wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken zelf de nietigheid vastgesteld door de akten m.n. het proces-verbaal en het dwangbevel uitdrukkelijk te vervangen door nieuwe akten opgesteld in de wettelijk voorgeschreven taal. (zie Renard, Talen, APR, p.174 e.v.)

Overeenkomstig art. 58, 3de lid, werkt deze vervanging terug tot 4 september 1996, datum van uitvaardiging van het eerste dwangbevel.

Verweerder merkt in haar conclusie van 24 augustus 1998 op dat op 6 mei 1998 een nieuw dwangbevel nr. … werd uitgevaardigd ter vervanging van het dwangbevel van 4 september 1996; dit wordt uitvoerbaar verklaard op 14 mei 1998 en aan eiser betekend op 20 mei 1998.

Uit de houding van partijen hieromtrent blijkt - minstens impliciet - dat het oorspronkelijk verzet ook gericht is tegen het tweede dwangbevel.

**4.2.** Verweerder verwijst in zijn verweer naar de toelating verleend door de Procureur-Generaal bij het Parket van het Hof van Beroep te Luik tot inzage in een gerechtsdossier lastens **H. V. L.** e.a. De regelmatigheid van de inzage die door eiser wordt betwist kan door de rechtbank niet worden geverifieerd daar verweerder de nodige stukken niet voorlegt.

Verweerder wordt dan ook gevraagd deze toelating voor te leggen.

**4.3.** In onderhavig dossier heeft verweerder de inhoud van het Franstalig proces-verbaal uit het strafdossier in het Nederlands weergegeven in haar proces-verbaal van 22 maart 1996, zodat eiser geenszins kan stellen dat de rechten van de verdediging zijn geschonden en er geen reden is om deze stukken nogmaals te vertalen.

**4.4.** Uit de voorgelegde stukken blijkt dat er een gerechtsdossier met nr. … bestaat, gehouden door onderzoeksrechter **M.** te Namen in hoofde van **H. V. L.** e.a., waarbij **M.** van zijn vrijheid werd beroofd en verhoord.

Ingevolge art. 74, § 4 BTW heeft de strafrechter de verplichting, indien de oplossing van het fiscale geschil voor hem van die aard schijnt te zijn dat ze een invloed kan hebben op de strafvordering, de uitspraak over de tenlasteleggingen uit te stellen.

Bij art. 51 van de wet van 15 maart 1999 (B.S. 27.03.1999) werd dit artikel opgeheven, zodat thans in fiscale zaken art. 4 van de wet van 17 april 1978 van toepassing is.

Op basis van de thans voorliggende stukken is het de rechtbank onmogelijk uit te maken wat de juiste stand van zaken is in deze strafzaak, waarvoor **M.** in verdenking werd gesteld, of hij reeds veroordeeld werd, welk zijn aandeel was in de BTW-carrousel, meer specifiek wat zijn relatie is, als leverancier van auto's, tot de eiser.

Teneinde te kunnen oordelen of er al dan niet reden is tot schorsing van onderhavige procedure, zijn meer stukken nodig.

### Dispositif

**Op die gronden,**

**De rechtbank**, rechtdoende **op tegenspraak**,

met inachtneming van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken, en het voormeld schriftelijk advies van het openbaar ministerie;

Verklaart het verzet toelaatbaar;

Alvorens nader te oordelen,

## Heropent ambtshalve de debatten

Beveelt de Ontvanger van de BTW te Gent de toelating verleend door de Procureur-Generaal bij het Parket van het Hof van Beroep te Luik tot inzage in een gerechtsdossier van onderzoeksrechter **M.** met nr. … lastens **H. V. L.** e.a. over te leggen.

Nodigt partijen uit de nodige stukken naar voor te brengen, zodat de rechtbank kan uitmaken waarvoor **M.** in verdenking werd gesteld, of hij reeds veroordeeld werd, welk zijn aandeel was in de BTW-carrousel, meer specifiek wat zijn relatie is, als leverancier van auto's, tot de eiser.

Stelt de zaak daartoe uit op de terechtzitting van deze kamer op donderdag 7 JUNI 2001 om 9.30 uur.

Houdt de beslissing over de gedingkosten aan.

Aldus, in tegenwoordigheid van **N. V. A.**, eerste substituut-procureur des Konings, gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de derde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op EEN FEBRUARI TWEEDUIZEND EN EEN.

Heeft de zaak volledig behandeld en erover geoordeeld : **R. T.**, ondervoorzitter, alleensprekend rechter, bijgestaan door **R. D.**, griffier.

**R. D.** **R. T.**

## Textes cités

1

[CTVA art. 73](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 1 dispositions communes

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 1 dispositions communes

[Véhicule à moteur, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/vehicule-moteur-amende-cour-appel-2026-05-15-2b76) 1 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Absence de détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2022-09-06-8250) 1 dispositions communes

[Constitution de partie civile, Indemnité, Combinaison avec titre fiscal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/constitution-partie-civile-indemnite-combinaison-tribunal-gand-2025-05-27-9916) 1 dispositions communes

[Prestation de services dans un autre État membre](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taxi-prestation-services-autre-etat-tribunal-bruxelles-2026-01-07-9d66) 1 dispositions communes

[Imposition de la marge, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/imposition-marge-amende-cour-appel-2026-02-04-e385) 1 dispositions communes

[Titre exécutoire, Recouvrement, contrainte, récupération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/titre-executoire-recouvrement-contrainte-recuperation-cour-appel-gand-2026-01-28-fcf0) 1 dispositions communes
