---
title: "6 avril 2010 · Droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 6 avril 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-bruxelles-2010-04-06-ac88"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

6 avril 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

100 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 06.04.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 36ste Kamer**

**A.R. 2009/14665/A**

In zake van :

De BVBA **V.**, met maatschappelijke zetel te …, … en met ondernemingsnummer …,

**eisende partij,**

vertegenwoordigd door **L. V.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de invordering, sector BTW in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur/ontvanger van het 2de BTW-ontvangkantoor van Brussel, met burelen te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50 bus 3105,

**verwerende partij,**

Vertegenwoordigd door Mr. **S. V.** loco Mr. **F. C.**, advocaat te …, … (ref. : …),

In deze zaak, in beraad genomen op 09/03/2011, spreekt de rechtbank het

navolgend vonnis uit :

Gelet op :

• het tegensprekelijk verzoekschrift in toepassing van artikel 1385decies van het Gerechtelijk Wetboek uitgaande van eiseres en neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 07/12/2009;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747 van het gerechtelijk wetboek van 29/01/2010;

• de besluiten en de synthesebesluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 31/05/2010 en 31/01/2011;

• de besluiten en de aanvullende besluiten van eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 05/07/2010 en 26/05/2009;

• de stukken van eiseres, neergelegd ter griffie op 15/02/2011; en

• de stukken van verweerder, neergelegd ter zitting op 09/03/2011.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 09/03/2011, waarna de debatten werden gesloten en de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

**1.** Eiseres is actief op het vlak van het organiseren van evenementen voor derden.

Op 25 en 26/06/2009 werd een controle uitgevoerd bij eiseres voor de periode 01/01/2006 tot en met 31/12/2007. Op basis van deze controle werd een proces-verbaal met datum 16/11/2009 opgesteld. Hierin werd de volgende thans nog ter discussie staande vermeende inbreuk op de BTW-wetgeving vastgesteld in hoofde van eiseres. Een hele reeks facturen (zoals opgenomen op de pagina's 4 tot en met 8 van het proces-verbaal, onder punt 3) zouden niet voor aftrek in aanmerking komen. Deze facturen, die betrekking zouden hebben op het verstrekken van spijzen en dranken, zouden vallen onder artikel 45, § 3, 3° W.BTW, zodat ten onrechte aftrek werd gedaan van BTW voor een bedrag van … euro.

Alzo werd vastgesteld dat nog verschuldigd (inbegrepen niet betwiste onderdelen) was :

In hoofde van BTW : … euro,

Proportionele boete : … euro,

Intresten aan 0,8 percent per maand vanaf 21/01/2008.

Voor deze bedragen werd op 17/11/2009 een dwangbevel met referentie R.C.I.V. nr. … uitgevaardigd, uitvoerbaar verklaard op 23/11/2009. Dit dwangbevel werd aan eiseres betekend per aangetekend schrijven van 25/11/2009.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 07/12/2009 wordt dit dwangbevel betwist.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

**2.** De vordering van eiseres strekt ertoe :

\- te zeggen voor recht dat de aftrekbare voorbelasting minstens … euro bedraagt;

\- te zeggen dat de bedragen (BTW, intresten en boetes) vermeld in het bestreden dwangbevel voor wat betreft de aftrekregeling voor kosten van logies, spijzen en dranken niet verschuldigd zijn;

\- ondergeschikt, te zeggen dat de betreffende geldboete niet verschuldigd is.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

**3.** De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist, noch bemerkt de rechtbank ambtshalve op te werpen gronden van niet ontvankelijkheid. De vordering van eiseres is ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

**4.**

**4.1.** De diensten van verweerder stelden in het dwangbevel dat een hele reeks facturen (zoals opgenomen op de pagina's 4 tot en met 8 van het proces-verbaal, onder punt 3) niet voor aftrek in aanmerking zouden komen. Deze facturen zouden vallen onder artikel 45, § 3, 3° W.BTW (geen aftrek van kosten van logies, spijzen en dranken).

Ten onrechte wordt volgens eiseres verwezen naar de aftrekbeperking van artikel 45, § 3, 3° W.BTW, nu de betreffende leveringen geen dienst uitmaken in de zin van de BTW-regelgeving. Bovendien, zelfs zo dit het geval zou zijn, werden deze diensten doorgerekend aan het cliënteel.

Verder wijst eiseres op een schending van het neutraliteitsprincipe, de foutieve berekening van de aftrek en een schending van de beginselen van behoorlijk bestuur/motiveringsplicht.

Verweerder is van oordeel dat de betreffende kosten niet als dusdanig werden doorgefactureerd aan haar cliënteel, nu deze vervat zijn in een globale factuur.

**4.2.** Artikel 45, § 3, 3° voorziet een aftrekbeperking van BTW in de volgende zin :

> *"§ 3. Voor aftrek komt niet in aanmerking de belasting ter zake van :*
>
> *\[…\]*
>
> *3°* *kosten van logies, spijzen en dranken in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 10° en 11°, daaronder niet begrepen de kosten die worden gedaan :*
>
> *a)* *voor het personeel dat buiten de onderneming belast is met een levering van goederen of een dienstverrichting;*
>
> *b)* *door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken;"*

Hieruit volgt dat de aftrekbeperking van artikel 45, § 3, 3° enkel geldt voor spijzen en dranken zoals opgenomen in artikel 18, § 1, tweede lid, 11°. Deze bepaling voorziet :

> *"§ 1. Als een dienst wordt beschouwd, elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek.*
>
> *Als een dienst wordt onder meer beschouwd, de uitvoering van een contract dat tot voorwerp heeft :*
>
> *\[…\]*
>
> *10°* *het verschaffen van gemeubeld logies alsook de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;*
>
> *11°* *het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en, meer algemeen, in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse;*
>
> *\[…\]"*

Hieruit volgt dat niet elke levering van spijs en drank, een levering is van een dienst in de zin van artikel 18 en niet elke levering van spijs en drank dus valt onder de aftrekbeperking van artikel 45, § 3, 3° W.BTW. Dit laatste is slechts het geval in zoverre dit verschaffen van spijs en drank kan gekwalificeerd worden als een 'dienst' (in de zin van het BTW-wetboek) en dus gebeurt in restaurants en cafés, dan wel met verbruik ter plaatse.

In het arrest met nummer [C-231/94](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-231-94-arret) van 02/05/1996 oordeelde het Hof van Justitie hieromtrent als volgt :

> *"12. Om te bepalen of handelingen leveringen van goederen dan wel diensten zijn, moeten alle omstandigheden waaronder de betrokken handeling wordt verricht in aanmerking worden genomen om daaruit de kenmerkende elementen naar voren te halen.*
>
> *13 De verstrekking van toebereide spijzen en dranken voor onmiddellijke consumptie is het resultaat van een serie diensten, die begint bij de toebereiding van de spijzen en eindigt bij de feitelijke opdiening, en waarbij de klant een infrastructuur ter beschikking wordt gesteld, bestaande uit een restauratiezaal met bijbehorende ruimten (garderobe etc.) alsmede meubilair en serviesgoed. In voorkomend geval zullen de natuurlijke personen wier beroep dit is, de tafel dekken, de klant adviseren en hem informeren over de aangeboden spijzen of dranken, de gerechten aan tafel opdienen en ten slotte na de maaltijd de tafel afruimen.*
>
> *14 De restaurantverrichting wordt derhalve gekenmerkt door een reeks van elementen en handelingen, waarvan de levering van voedsel niet meer dan een onderdeel is en waarin het dienstenaspect ruimschoots de overhand heeft. Zij moet bijgevolg als dienst in de zin van* [*artikel 6, lid 1, van de Zesde richtlijn*](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) *worden beschouwd. Dit is echter anders, wanneer de verrichting betrekking heeft op "afhaal"-maaltijden en niet gepaard gaat met diensten die de nuttiging ter plaatse in een passend kader moeten veraangenamen."*

Van een levering van een dienst in de zin van artikel 18, § 1 , tweede lid, 11° W.BTW is dus slechts sprake indien uit de feiten blijkt dat de levering van de spijs en drank moet beschouwd worden als een onderdeel van een ruimere dienst. Hierbij dient het dienstaspect de overhand te hebben. (zie omtrent het voorgaande Rb. Brussel 21/09/2009, Fisc. Koer. 2009, 630 en W. DEFOOR, "Vallen de cateringkosten die een producent van (reclame)films tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden (de productie van films) ten laste neemt, onder het aftrekverbod van artikel 45, § 3, 3° van het W.BTW", Fisc. Koer. 2010, 660-662).

In deze blijkt uit geen enkel materieel element opgenomen in het proces-verbaal dat er sprake zou zijn van een levering van een dienst in de zin zoals aangehaald. Meer nog, de vaststeller heeft zelfs bij deze vraag niet stilgestaan.

Hier en nu kan dus niet gecontroleerd worden af de betreffende facturen inderdaad een dienst betreffen zoals aangehaald, of de loutere levering van goederen. Wel kan met zekerheid vastgesteld worden dat een aantal opgenomen facturen (onder meer de facturen uitgaande van Carrefour en Delhaize), op basis van het gehanteerde BTW-tarief, al zeker een levering van voedingswaren (goederen) betreffen.

In deze, hoewel het hier gaat om een discussie over een aftrek, rust de bewijslast op verweerder. De algemene regel is immers dat kosten die gemaakt worden om een BTW-plichtige activiteit uit te oefenen (hierover bestaat geen discussie) voor aftrek in aanmerking komen. Nu de Belgische Staat de aftrek wil beperken op basis van een uitzonderingsregel (met name deze opgenomen in artikel 45, § 3, 3° W.BTW), dient verweerder het bewijs te leveren dat aan de voorwaarden van deze aftrekbeperking is voldaan.

De vordering van eiseres is op deze grond alleen al gegrond.

**4.3.** Maar zelfs indien deze of gene aftrek betrekking heeft op de levering van spijzen en dranken vallende onder artikel 45, § 3, 3° W.BTW, dan nog is eiseres gerechtigd om hiervan volledige aftrek te doen.

Verweerder betwist immers niet dat deze kosten worden doorgerekend aan de cliënten van eiseres. In het proces-verbaal lezen we immers :

*"Tijdens de controle heeft mevr.* ***L.*** *verklaard dat de hoofdactiviteit van de vennootschap het organiseren is van evenementen voor grote bedrijven.*

*De organisatie van deze evenementen is "à la carte".*

*Er vindt een "brainstorming" plaats met de klant. Waarna het project intern wordt uitgewerkt. Daarna wordt het project voorgesteld aan de klant en eventuele aangepast.*

*De materiële uitvoering van het project gebeurt door onderaannemers.*

*Het gaat dus niet om een doorfacturatie van kosten maar om een dienstprestatie.*

*\[...\]".*

Noch in het proces-verbaal, noch in de besluiten wordt met andere woorden betwist dat de betreffende facturen betrekking hebben op een BTW-plichtige dienst die vervolgens door eiseres wordt verstrekt. Enkel wordt gesteld dat de aftrek niet mogelijk is, omdat deze "diensten" globaal worden doorgefactureerd.

Volgens artikel 45, § 3, 3°, b W.BTW komen kosten voor spijzen en dranken toch voor aftrek in aanmerking indien deze worden gedaan *"door belastingplichtigen die op hun beurt dezelfde diensten onder bezwarende titel verstrekken"*. Hieruit volgt niet noodzakelijk dat deze als dusdanig apart dienen doorgefactureerd te worden. Dit is een al te formalistische interpretatie van de aangehaalde bepaling. Voldoende is dat op basis van de factuur uitgaande van eiseres, dan wel de bijlagen hieraan of de offerte, met zekerheid kan vastgesteld worden dat de door eiseres "aangekochte" spijzen en dranken, ook doorgerekend werden aan het cliënteel.

Op basis van de door eiseres bijgebrachte voorbeeldfacturen (stukken 2, 3, 4 en 5) blijkt dat dit inderdaad mogelijk is, zodat eiseres hoe dan ook recht heeft op aftrek.

**4.4.** De vordering van eiseres is bijgevolg volledig gegrond. De betreffende BTW, alsmede de hierop betrekking hebbende intresten en geldboeten, zijn niet verschuldigd.

## 4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN

**5.** Nu de vordering van eiseres gegrond is, worden de kosten van het geding ten laste van verweerder gelegd.

Op basis van de waarde van het geschil kan het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding begroot worden op … euro (basisbedrag, verhoogd conform artikel 8 KB 26/10/2007). Partijen vorderen over en weer het basisbedrag en vragen geen afwijking hiervan.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.

Zegt dat de in het dwangbevel met referentie R.C.I.V. nr. … van 17/11/2009, uitvoerbaar verklaard op 23/11/2009 en betekend op 25/11/2009, opgenomen sommen aan BTW, intresten en administratieve geldboeten niet verschuldigd zijn in de mate dat deze betrekking hebben op de onder punt 3 van het proces-verbaal van 16/11/2009 opgenomen weigering van aftrek voor wat betreft kosten voor logies, spijzen en dranken (in hoofdsom aan BTW bedragende … euro).

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, en begroot deze kosten in hoofde van eiseres op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **6 april 2010**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.**, toegevoegd rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I. D.** **J. V. B.**

## Textes cités

2

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[C-231/94, arrêt du 2 mai 1996](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-231-94-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Taux réduit, Fourniture de nourriture et boissons](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-fourniture-nourriture-boissons-cour-appel-liege-2021-02-19-0689) 1 dispositions communes

[Horeca, Système de caisse enregistreuse, Amendes fiscales non proportionnelles](https://juriel.be/fr/jurisprudence/horeca-systeme-caisse-enregistreuse-amendes-cour-appel-gand-2024-03-05-35f5) 1 dispositions communes

[Livraison de biens, taux de TVA réduit, restaurant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-biens-taux-tva-reduit-cour-appel-mons-2026-04-01-d8e9) 1 dispositions communes

[Prestation, Intermédiaire, Agence de spectacle, Organisateur de spectacle, Artiste](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prestation-intermediaire-agence-spectacle-organisateur-cassation-bruxelles-2016-03-25-8b76) 1 dispositions communes

[Taux réduit, Fourniture de nourriture et de boissons](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-fourniture-nourriture-boissons-tribunal-liege-2019-09-05-6356) 1 dispositions communes

[Prestation de services, Mandat, Mandataire, Contrat de commission, Commissionnaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prestation-services-mandat-mandataire-contrat-cour-appel-bruxelles-2015-10-29-0318) 1 dispositions communes

[Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-cour-appel-anvers-2011-06-28-03db) 1 dispositions communes

[Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, base d'imposition](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-livraison-biens-operation-tribunal-gand-2008-06-30-22b9) 1 dispositions communes
