---
title: "7 mai 2013 · Droit à déduction de l’impôt · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 7 mai 2013."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-tribunal-bruges-2013-05-07-350c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

7 mai 2013

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

57 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 07.05.2013

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge**, **VIERDE KAMER**, **heeft het hierna volgende vonnis verleend**

In de zaak **12/861/A** Rep.nr. 2013/8963

Meesters **H. D.** en **K. L.**, advocaten te …, …, in hun hoedanigheid van curatoren over de faling van **C. V.** BVBA, met maatschappelijke zetel te …, …, met ondernemingsnummer …, daartoe aangesteld bij vonnis d.d. 26.03.2012 van de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, 3de kamer.

**eisers qq**

voor wie is opgetreden meester **T. S.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, FOD FINANCIËN, Algemene administratie van de Fiscaliteit, Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, in de persoon van de Eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Roeselare, wiens kantoren gevestigd zijn te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30

**verweerder**

voor wie is opgetreden de heer **D. E.**, e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur.

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift ingediend ter griffie de dato 23.03.2012.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 26.03.2013.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

2.1. De BVBA **C. V.** is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer …, ingevolge de economische activiteit van aannemer van sanitaire werken en van centrale verwarmingsinstallaties. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 15 september 2011 werd door een ambtenaar bij het AOIF sector BTW, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld.

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door de controlerende ambtenaar op 12 december 2011 een proces-verbaal opgemaakt waarin de begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerder).

Teneinde de verjaring te stuiten werd op 15.12.2011 een dwangbevel uitgevaardigd dat op 16.12.2011 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard (zie stuk 4 verweerder).

Dit dwangbevel werd op 20.12.2011 bij aangetekend schrijven aan de BVBA ter kennis gebracht.

2.2. Eisers qq vragen dat :

\- in hoofdorde, de fiscale procedure wordt uitgesteld tot na afhandeling van de strafprocedure.

\- in subsidiaire orde, het verzoekschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

\- het bestreden dwangbevel wordt vernietigd.

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in hun hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

2.3. Verweerder verzet zich tegen de opschorting en vraagt dat de vordering ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eisers qq worden veroordeeld tot de gedingkosten, aan zijn zijde begroot op … EUR kosten betekening dwangbevel en … EUR kosten proces-verbaal uitvoerend beslag.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de toepassing van artikel 4 voorafgaande titel van strafvordering

3.1.1. Het bestreden dwangbevel is gesteund op het in omloop brengen van fictieve facturen van de BVBA **H.** en **JVL S.** waardoor het voor de BVBA **C. V.** mogelijk was fictieve BTW-aftrek te genieten.

Volgens verweerder is de BVBA **C. V.** er niet in geslaagd aan te tonen dat de door BVBA **H.** en **JVL S.** gefactureerde goederen en dienstprestaties werkelijk bestemd zijn voor de uitoefening van activiteiten bedoeld in artikel 45, § 1 W.BTW en dat deze goederen ook effectief aan haar werden geleverd.

Eisers qq betwisten echter het fictief karakter van deze facturen. Zij stellen dat de facturen van de BVBA **H.** en **JVL S.** niet vals zijn, dat de prestaties effectief zijn geleverd en dat de facturen wel degelijk beantwoorden aan de werkelijkheid.

3.1.2. De BVBA **C. V.**, De heer **A. V.** en de BVBA **V. B.** hebben op 21.03.2012 klacht met burgerlijke partijstelling neergelegd tegen **K. V.** en anderen wegens misbruik van vertrouwen t.n.v. de BVBA **C. V.**, misbruik van vennootschapsgoederen van de BVBA **C. V.**, diverse inbreuken op de boekhoudkundige wetgeving en diverse inbreuken op de fiscale wetgeving.

Op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 hebben de partijen bevestigd dat er nog geen definitieve uitspraak is over de strafvordering.

3.1.3. Ingevolge de hervorming van de fiscale procedure werd artikel 462 WIB 92 geschrapt (opgeheven door artikel 47 van de wet van 15 maart betreffende de beslechting van fiscale geschillen - inwerkingtreding 6 april 1999).

In fiscale zaken was de strafrechter verplicht zijn uitspraak over fiscale tenlasteleggingen uit te stellen indien bij een andere gerechtelijke of administratieve overheid een fiscaal geschil aanhangig was waarvan de afloop een invloed kon hebben op de strafvordering. De strafrechter moest aldus de fiscale rechter laten voorgaan vooraleer hij tot een uitspraak kon komen.

Deze regeling werd ongedaan gemaakt. In fiscale zaken, zowel inzake inkomstenbelasting als inzake BTW keert men aldus terug naar de toestand zoals deze gold voor het "Charter van de belastingplichtige". Men is dus teruggekeerd naar een gewone toepassing van het in artikel 4 van de voorafgaande titel van het wetboek van strafvordering geformuleerde beginsel : " Le criminel tient Ie civil (en dus ook Ie fiscal) en état".

Door de wet tot hervorming van de fiscale procedure werd de voorrang van de fiscale rechter opgeheven.

3.1.4. Waar de stelling van verweerder noodzakelijk impliceert dat de kwestieuze facturen fictief zijn, bestaat er gevaar dat de rechtbank, mocht hij de stelling van verweerder volgen, in tegenspraak komt met een eventuele strafrechtelijke uitspraak waarin zou bevonden worden dat er effectieve prestaties zijn geleverd door de BVBA **H.** en **JVL S.** en dat de facturen bijgevolg niet fictief zijn.

Artikel 4, 1 ste lid, tweede zin VTSV heeft tot doel te vermijden dat er tegenspraak ontstaat tussen gerechtelijke uitspraken van enerzijds burgerlijke en anderzijds van strafrechtelijke aard met betrekking tot vorderingen die eenzelfde oorzaak hebben (over dezelfde feiten gaan) en waaruit gemeenschappelijke gevolgen kunnen voortvloeien. Dat artikel is hier wel degelijk van toepassing. In dat geval, moet de rechtbank, zelfs ambtshalve, de burgerlijke vordering opschorten vermits ze krachtens de wet, die van openbare orde is, geschorst is.

### 3.2. nopens de kosten

Vermits dit geen eindvonnis is, wordt de uitspraak over het lot van de gerechtskosten voorlopig aangehouden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN**,

**De rechtbank**,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Schort de behandeling van de zaak tot definitief zal beslist zijn over de klacht met burgerlijke partijstelling neergelegd tegen **K. V.** en anderen wegens misbruik van vertrouwen t.n.v. de BVBA **C. V.**, misbruik van vennootschapsgoederen van de BVBA **C. V.**, diverse inbreuken op de boekhoudkundige wetgeving en diverse inbreuken op de fiscale wetgeving.

Houdt de beslissing omtrent de gedingkosten aan.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge op **zeven mei tweeduizend en dertien**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**M. S.**, griffier.

**S. M.** **N. H.**
