---
title: "28 novembre 2002 · Droit à déduction de l’impôt, preuve · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Droit à déduction de l’impôt, preuve, mesure de contrôle. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 28 novembre 2002."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-preuve-mesure-tribunal-gand-2002-11-28-4a53"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt, preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

28 novembre 2002

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

86 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 28/11/2002

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 28 NOVEMBER 2002

## 99/3359/B en 01/2066/A - In de zaak :

**NV A.D. M.**, Kleinhandel motorvoertuigen, met zetel te·…, …, ingeschreven in het handelsregister te Aalst onder nr. …,

**eiseres,**

hebbende als raadsman Mter **B. C.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, op vervolging en benaarstiging van de e.a. Inspecteur van het Eerste BTW-Controlekantoor te Aalst, met kantoren te 9300 AALST, Keizersplein 14,

**verweerder,**

hebbende als raadsman Mter **E. V. A.**, advocaat te …, …,

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. PROCEDURE

**1.1.** Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 31 oktober 2002; de debatten werden gesloten en de zaak werd in beraad genomen;

**1.2.** Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder resp. het gedinginleidend verzoekschrift en de gedinginleidende dagvaarding, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen;

**1.3.** Partijen vragen de samenvoeging van de beide zaken met resp. nrs. 01/2066/A en 99/3359/B : het betreft een identieke vordering tussen identieke partijen, waarbij in de ene zaak de vordering werd ingeleid bij verzoekschrift en in de andere zaak bij dagvaarding; Op deze vraag kan worden ingegaan;

## 2. DE VORDERING

**2.1.** De vordering van eiseres strekt ertoe de vernietiging te bekomen van de correctieopgave d.d. 25 maart 1999, opgesteld door mevrouw **L. S.**, eerstaanwezend verificateur van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen en bijgevolg de integrale teruggave te bekomen van de BTW, boeten en intresten ten bedrage van 107.335 BEF, welke door eiseres ten onrechte werden betaald, te vermeerderen met de intresten;

**2.2.** De vordering, zoals laatste gelibelleerd in besluiten, strekt er meer bepaald toe :

> "De vordering van concluante ontvankelijk en gegrond te verklaren;
>
> Te horen zeggen dat de navordering, ingesteld door de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen op grond van het proces-verbaal van vaststelling d.d. 6 maart 2000 en het proces-verbaal d.d. 27 januari 2000 die één geheel vormen met de correctieopgave d.d. 25 maart 1999, ontoelaatbaar en nietig is.
>
> Te horen zeggen dat concluante voldoet aan de voorwaarden van artikel 45 par. 2, tweede lid, a W.BTW, om de voorbelasting volledig in aftrek te kunnen brengen of in ondergeschikte orde, te horen zeggen dat concluante een beroepsverhuurder is in de zin van artikel 45, par. 2, tweede lid, a, W. BTW;
>
> Verweerder zich aldaar te zien en te horen veroordelen tot integrale teruggave van de BTW en bijhorende boete ten bedrage van in totaal 107.335 BEF, te vermeerderen met de moratoire intresten vanaf 25 maart 1999, datum waarop deze bedragen door concluante ten onrechte werden betaald;
>
> Verweerder te veroordelen tot de kosten …"

## 3. FEITEN EN GESCHIL

**3.1.** Eiseres met als activiteit kleinhandel in motorvoertuigen en garage voor onderhoud en herstellingen aan auto's is in haar hoedanigheid van BTW-belastingplichtige onderworpen aan de BTW­Wetgeving en aan de ter uitvoering ervan getroffen besluiten;

Zij is steeds als BTW-belastingplichtige onder het nummer BE … en onderworpen aan de normale BTW regeling;

**3.2.** Door mevrouw **L. S.**, eerstaanwezend verificateur verbonden aan het eerste BTW­controlekantoor te Aalst, werd bij eiseres op haar maatschappelijke zetel een fiscale controle verricht op 9 maart 1999 teneinde de toepassing te controleren van de wetgeving en de reglementering inzake BTW voor de periode van 1 oktober 1998 tot 31 december 1998;

Mevrouw **L. S.** werd er ontvangen door mevrouw **B. C.**, in haar hoedanigheid van interne boekhouder van eiseres; Op grond van artikel 61 par. 1 Wb. BTW werden de volledige boekhouding en al de boeken, stukken en bescheiden, waarvan het houden en bewaren voorgeschreven is door de BTW-Wetgeving en -reglementering, voorgelegd door eiseres voor de periode van 1 oktober 1998 tot 31 december 1998;

Aan de hand van de voormelde boeken en stukken werden er door de verbaliserende ambtenaar onregelmatigheden en overtredingen inzake de toepassing van de BTW vastgesteld;

**3.3.** Op 16 maart 1999 werd een correctieopgave met vermelding van de vastgestelde overtredingen voor akkoordverklaring toegezonden aan eiseres;

Deze correctieopgave werd op 25 maart 1999 voor akkoord ondertekend door mevrouw **B. C.**, in haar hoedanigheid van interne boekhouder van eiseres;

Overeenkomstig deze voor akkoord ondertekende correctieopgave was er door eiseres verschuldigd aan de Staat :

\- BTW : 97.635 BEF

\- fiscale geldboeten

(krachtens artikel 70, par. 1bis W.BTW) : 9.700 BEF

\- intresten PM

Op 12 april 1999 werd aan eiseres een betalingsbericht toegezonden met referte ….

Door eiseres werd een vrijwillige betaling verricht van 109.663 BEF met datum van uitwerking 17 april 1999; Deze betaling werd als volgt toegerekend :

\- BTW 97.635 BEF

\- fiscale geldboeten

(krachtens artikel 70, par. 1bis W.BTW) 9.700 BEF

\- intresten vanaf 21 januari 1999 : 2.328 BEF

TOTAAL 109.663 BEF

De vordering van de administratie werd derhalve volledig afbetaald;

**3.4.** Op 30 november 1999 werd door eiseres de eerste procedure ingeleid (99/3359/B) bij verzoekschrift, met de vordering als hoger vermeld;

**3.5.** Op 27 januari 2000 werd een proces-verbaal opgesteld door mevrouw **M. M.**, bestuursassistent verbonden aan het eerste BTW-controlekantoor te Aalst;

Op 6 maart 2000 werd een proces verbaal van vaststelling opgesteld door mevrouw **L. S.**, eerstaanwezend verificateur verbonden aan het eerste BTW-controlekantoor te Aalst; Een voor eensluidend verklaard afschrift van het proces­verbaal opgesteld door mevrouw **M. M.** en van de voor akkoord ondertekende correctieopgave werden in bijlage gevoegd bij dit proces-verbaal en maken één geheel uit met dit proces-verbaal; Eiseres werd bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van een voor eensluidend verklaard afschrift van het proces-verbaal met haar bijlagen op 10 maart 2000;

**3.6.** Bij dagvaarding d.d. 29 mei 2001 werd de tweede procedure ingeleid (01/2066/A);

## 4. BESPREKING

### 4.1. M.b.t. de samenvoeging

De beide zaken met resp. nrs. 01/2066/A en 99/3359/B kunnen worden samengevoegd (zie hoger);

### 4.2. Ten gronde

Krachtens artikel 45, par. 2, eerste lid, W.BTW mag ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwervingen van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten m.b.t. die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting.

Krachtens artikel 45, par. 2, tweede lid, a) van het W.BTW is de beperking van 50 % echter niet van toepassing ten aanzien van voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of verhuur van automobielen.

Opdat de uitzondering van artikel 45, par. 2, tweede lid a) van het wetboek van BTW van toepassing zou zijn, is aldus vereist dat :

\- de voertuigen. bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd,

\- door een belastingplichtige,

\- die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop of verhuur van automobielen.

Met dien verstande dat het niet voldoende is om een specifieke economische activiteit uit te oefenen die erin bestaat automobielen te verkopen (wat in casu niet wordt betwist, opdat men recht zou hebben op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd.

Uit de bepalingen van artikel 45, par. 2, tweede lid, a) W.BTW volgt immers dat :

\- enerzijds de zinsnede "bestemd om te worden verkocht" dient te worden samen gelezen met de zinsnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verkoop van automobielen",

\- anderzijds de zinsnede "bestemd om te worden verhuurd" dient te worden samen gelezen met de zinsnede "door een belastingplichtige die een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen."

Aldus heeft eiseres slechts recht op de volledige aftrek van BTW met betrekking tot de voertuigen die bestemd zijn om te worden verhuurd, indien zij een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen (zie ook : Rb. Antwerpen, 5 juni 2002, inzake AR. 01/3515/A, NV **C.**/Belgische Staat, onuitg.).

In casu legt eiseres onvoldoende elementen voor om aan te tonen dat zij een specifieke economische activiteit uitoefent die bestaat in de verhuur van automobielen;

Ter terechtzitting wordt door eiseres toegegeven dat zij geen enkele publiciteit voert omtrent haar verhuuractiviteiten;

De litigieuze correctieopgave werd door de interne boekhouder van eiseres voor akkoord ondertekend, waarbij toch kan aangenomen worden dat de interne boekhouder van eiseres op de hoogte was van de feiten (de administratie stelt nl. dat eiseres enkel verhuurde aan de VZW K.S.C. **E.** Aalst in het kader van een sponsoring contract) waarop de administratie zich baseerde om deze correctie door te voeren;

Tevens werd door eiseres zonder enig voorbehoud betaald;

De vordering dient dan ook als ongegrond te worden afgewezen.

### Dispositif

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op de artikelen 2, 24, 34, 37 en 41 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken;

Alle andersluidende conclusies van de hand wijzend;

Voegt de zaken met resp. nrs. 01/2066/A en 99/3359/B samen.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond;

Wijst eiseres af van haar vordering en veroordeelt haar tot de kosten;

Begroot de kosten :

\- in hoofde van eiseres op 334,66 EURO (13.500 BEF) rechtsplegingsvergoeding + 55,78 EURO (2.250 BEF) uitgavenvergoeding;

\- in hoofde van verweerder op 334,66 EURO (13.500 BEF) rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen en uitgesproken door de **zesde fiscale kamer** van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent in de openbare terechtzitting van **28 november2002**, waar aanwezig waren :

Alleen zetelend rechter **M. v. d. B.**,

Griffier **R. D.**

**R. D.** **M. V. D. B.**
