---
title: "25 octobre 2010 · Droit à déduction de l’impôt, preuve · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Droit à déduction de l’impôt, preuve, mesure de contrôle, disposition pénale. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 25 octobre 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-preuve-mesure-tribunal-bruges-2010-10-25-fcbf"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt, preuve, mesure de contrôle · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

25 octobre 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

70 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 25.10.10

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

In de zaak **09/1636/A** Rep. nr. 2010/13493

**BVBA K. B.**, met zetel te …, …, gekend onder het ondernemingsnummer …

**eiseres,**

voor wie optreedt Meester **M. V. B.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Ontvanger van het BTW-Ontvangkantoor Brugge, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat te …, …

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift d.d. 27 mei 2009,

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in zijn middelen in de openbare terechtzitting van 27 september 2010.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van groothandel en detailhandel in uurwerken en sieraden. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

De BTW-aangiften van het derde kwartaal 2008 en het vierde kwartaal 2008 vertoonden telkens een voor teruggave vatbaar saldo (respectievelijk 5.993,01 EUR en 2.483,60 EUR),

Met een schrijven d.d. 17 november 2008 (per gewone brief en per aangetekende brief) werd door de BTW-administratie een controle aangekondigd op 24 november 2008 om 9.30 u op de maatschappelijke zetel van eiseres (toen te …, …). De controle zou betrekking hebben op de periode van 19 juli 2007 (aanvang van de activiteit van eiseres) tot 30 september 2008. De brief werd door De Post teruggezonden aan de administratie met de vermelding, “verhuisd”. Op 24 november 2008 heeft de controleur zich aangeboden op de maatschappelijke zetel van eiseres, maar de deur was gesloten en er was geen activiteit.

Op 29 december 2009 werd een akte van inhouding opgesteld. Een verklaring van derde-beslagene werd opgemaakt op 7 januari 2009. De verklaring van derde-beslagene werd verzonden aan eiseres en werd door De Post terugbezorgd met de vermelding “ontvangt de briefwisseling niet (meer) op het aangeduide adres”.

Met een schrijven d.d. 23 januari 2009 (per gewone brief en per aangetekende brief) werd door BTW-administratie een controle aangekondigd op 29 januari 2009 om 9.00 u op de maatschappelijke zetel van eiseres (toen te …, …). De controle zou betrekking hebben op de periode van 19 juli 2007 (aanvang van de activiteit van eiseres) tot 31 december 2008. De brief werd door De Post teruggezonden met de vermelding, “ontvangt de briefwisseling niet (meer) op het aangeduide adres”. Op 29 januari 2009 heeft de controleur zich aangeboden op de maatschappelijke zetel van eiseres, maar de deur was gesloten en er was geen activiteit.

Op 17 februari 2009 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal door **K. S.**, fiscaal deskundige verbonden aan het eerste controlekantoor van de BTW te Torhout, aangesteld als eerstaanwezend inspecteur ad interim van het derde controlekantoor te Brugge en gemachtigd om toezicht uit te voeren m.b.t. belastingplichtigen binnen het ambtsgebied van de BTW-directie van Brugge. Volgens het proces-verbaal is eiseres verschuldigd 11.867,86 EUR als BTW (aftrekbare BTW die wordt verworpen), 1.180,00 EUR als proportionele geldboete, 2.500,00 EUR als niet proportionele geldboete (wegens het niet voorleggen van de boekhouding) en intresten vanaf 21 januari 2009.

Op 26 maart 2009 werd op basis van het proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 31 maart 2009 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **L. S.**, e.a. Inspecteur ai te Brugge, eerste BTW-controlekantoor, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW te Brugge.

Op 27 mei 2009 heeft eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- het dwangbevel d.d. 26 maart 2009 wordt vernietigd;

\- verweerder wordt veroordeeld tot teruggave aan eiseres van de bedragen die ten onrechte zouden zijn betaald en/of ingehouden, te vermeerderen met de wettelijke en de gerechtelijke intresten;

\- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, met in begrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 1.100 EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met in begrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 1.100 EUR.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. recht op aftrek

**1.1.** Conform artikel 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen : de belasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, op de door hem ingevoerde goederen en op de door hem verrichte intracommunautaire verwerving van goederen. Dit alles in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 5° W.BTW (zijnde o.a. belaste handelingen en intracommunautaire leveringen).

Verdere voorwaarden voor aftrek van de BTW zijn opgenomen in [artikel 3 van het KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) van 10 december 1969.

Conform artikel 61, § 1, eerste alinea W.BTW is eenieder gehouden de boeken en stukken, die hij overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan.

Conform artikel 59, § 1 W.BTW kan het bewijs van de overtredingen tegen de bepalingen van het wetboek of van de ter uitvoering gegeven regelen, of van de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of daartoe bijdragen, door de administratie geleverd worden volgens de regels en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.

De processen-verbaal leveren bewijs op zolang het tegendeel niet is bewezen.

**1.2.** In het proces-verbaal heeft de controlerende ambtenaar vastgesteld dat op de maatschappelijke zetel van eiseres geen activiteit werd uitgeoefend. De controlerende ambtenaar is herhaaldelijk (aangekondigd en niet aangekondigd) langs geweest en ook tijdens de openingsuren was de winkel van eiseres steeds gesloten.

De rechtbank hecht weinig geloof aan het verhaal van eiseres dat de winkel in de periode van november 2008 tot januari 2009 gesloten was wegens een dispuut tussen de vennoten en dat aan De Post gevraagd was om de briefwisseling door te zenden naar het privé-adres van haar zaakvoerder maar dit niet is gebeurd. Eiseres legt niet het minste bewijs voor dat haar verhaal enigszins zou kunnen bevestigen.

**1.3.** Verder dient eiseres te bewijzen dat de voorwaarden voor haar recht op aftrek van BTW voldaan zijn. De rechtbank stelt vast dat eiseres nog steeds geen boekhouding voorlegt. Eiseres legt enkel voor kopies inkomende facturen (11 in totaal), overzichten van het vierde kwartaal 2007 en het vierde kwartaal 2008 en een kopie van historieken grootboekrekeningen.

Met deze stukken bewijst eiseres geenszins dat in haar hoofde de voorwaarden voor het recht op aftrek voldaan zijn. De door eiseres neergelegde stukken blijken, zoals verweerder terecht stelt, niet overeen te stemmen met de BTW-aangiften die eiseres heeft ingediend. Volgens de door eiseres neergelegde stukken heeft zij in 2007 voor 30.268,60 EUR juwelen verkocht, terwijl zij in vak 03 van de BTW-aangiften voor het jaar 2007 slechts 11.404,95 EUR heeft ingevuld.

De door eiseres neergelegde stukken zijn dan ook onvoldoende als tegenbewijs voor de vaststellingen opgenomen in het proces-verbaal.

**1.4.** Verweerder heeft dan ook terecht de in aftrek gebrachte BTW verworpen.

#### 2. geldboeten

**2.1.** De boeten werden opgelegd overeenkomstig de artikelen 70, § 1bis en § 4 W.BTW en de Koninklijke Besluiten nr. 41 van 30 januari 1987 (proportionele boete) en nr. 44 van 21 oktober 1993 (niet-proportionele boete).

**2.2.** Een boete heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

**2.3.** Uit het voorgaande ende neergelegde stukken blijkt dat eiseres geen geldige reden had voor het niet voorleggen van de boekhouding en dat eiseres onterecht BTW heeft afgetrokken. De door verweerder bepaalde administratieve boeten beantwoorden aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vastgestelde feiten. Het opleggen van de betreffende boeten is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuk.

De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter.

### C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017, 1° lid Ger. W. de gerechtskosten dragen.

De eis is in geld waardeerbaar en de waarde van de vordering situeert zich tussen 10.000 en 20.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 1.100,00 EUR bedraagt.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en bij verstek.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

**Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.**

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op 1.100,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag vijfentwintig oktober tweeduizend en tien**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleenrechtsprekend rechter;

**S. C.**, griffier.

**C. S.** **L. D. P.**

## Textes cités

1

[AR no 3 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 1 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 1 dispositions communes

[Principe de neutralité, Amende proportionnelle, Intérêts, Notification préalable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-amende-proportionnelle-interets-cour-appel-anvers-2026-01-20-1005) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-amende-tva-amont-cour-appel-anvers-2021-01-19-2323) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Factures de sous-traitance imprécises et irrégulières](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-sous-traitance-tribunal-bruxelles-2023-06-09-23dd) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-formelles-materielles-tribunal-2023-05-19-3638) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-etendue-tribunal-bruxelles-2025-07-03-3d32) 1 dispositions communes

[Transport, Créances, Refus de déduction de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/transport-creances-refus-deduction-tva-tribunal-2026-03-02-5220) 1 dispositions communes
