---
title: "21 octobre 2010 · Droit à déduction de l’impôt, disposition pénale · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Droit à déduction de l’impôt, disposition pénale, amende administrative, poursuite. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 21 octobre 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-disposition-penale-tribunal-hasselt-2010-10-21-ebb0"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt, disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

21 octobre 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

80 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 21.10.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER A, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

## IN ZAKE A.R. nr. 07/2974/A :

**G. E.**, zelfstandige, wonende te …, ….

Eiser, vertegenwoordigd door mr. **B. J.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het Tweede BTW-ontvangkantoor te Hasselt, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 40 bus 47.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, in de persoon van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

Verweerder, vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde de heer **H. E.**, inspecteur van de cel geschillen BBI Antwerpen.

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak, dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 18.12.2007;

\- de besluiten en stukken van verweerder;

\- de conclusies en stukken van eiser.

---

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiser is geregistreerd als BTW-belastingplichtige onder het nummer … ingevolge de door hem uitgeoefende zelfstandige beroepsactiviteit van het fokken en verhandelen van paarden.

Op 21.06.2007 stelde **J.-P. B.**, adj. fiscaal deskundige bij een fiscaal bestuur van de FOD Financiën, te beschikking gesteld van de BBI, 3de inspectie Hasselt een proces-verbaal op lastens eiser.

Enerzijds werd er gesteld dat eiser ten onrechte geen BTW heeft doorgestort aan de Staat i.v.m. de ter beschikkingstelling van paardenstallen en anderzijds werd het recht op aftrek van BTW verworpen.

In het proces verbaal werd gesteld dat eiser de hierna volgende bedragen verschuldigd is :

\- … euro aan BTW;

\- … euro geldboete in toepassing van art. 70, § 1 en § 1bis W.BTW;

\- wettelijke intresten overeenkomstig art. 91, § 1 W.BTW van rechtswege verschuldigd vanaf 21.07.2005 : pro memorie.

Op 05.12.2007 werd er tegen eiser een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 21.06.2007. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 29.11.2007 en met aangetekende brief van 05.12.2007 betekend aan eiser.

In dit dwangbevel werden de volgende bedragen gevorderd van eiser :

\- … euro aan BTW;

\- … euro geldboete in toepassing van art. 70, § 1 en § 1bis W.BTW;

\- de intrest van 0,80 pct. per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.12.2007, te vermeerderen met de reeds vervallen interest ten belope van … euro;

\- de moratoire intresten over de nog verschuldigde geldboete vanaf de eerste kennisgeving van dit dwangbevel in toepassing van [art. 91, § 4 van het Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91);

\- de vervolgingskosten.

Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 18.12.2007 stelt eiser een vordering in rechte in.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde

#### 2.1. Het onderwerpen van de huurinkomsten aan de BTW :

Terecht houdt eiser voor dat het bewijs niet wordt bijgebracht dat de verhuringen, te weten:

1) aan de BVBA **S. V. D.**;

2) aan **’t K. A.**;

ressorteren onder de BTW.

Wat betreft de verhuring van de BVBA **S. V. D.** brengt de administratie geen enkel stuk bij waaruit blijkt dat dit een verhuring betreft waarbij er bijkomende diensten worden geleverd als daar zijn het verzorgen van de paarden. Eiser overlegt een stuk waarbij verklaard wordt dat het enkel een huur van paardenstallen betreft zonder bijkomende prestaties (zie stuk 1, bundel eiser).

Wat betreft de verhuring aan **’t K. A.** overlegt eiser de huurovereenkomst waaruit blijkt dat dit de verhuring van een woning betreft.

De vordering is op dit punt gegrond.

#### 2.2. Aangaande het recht op aftrek van BTW :

De betwisting behelst de vraag of eiser kon over kon gaan tot aftrek van de BTW met betrekking de facturen zoals opgesomd in het proces-verbaal van vaststellingen van 21.06.2007.

Krachtens het op huidig geschil van toepassing zijnde art. 45, § 1 W.BTW waarin het beginsel van het recht op aftrek is vastgelegd, mag de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten.

Opdat een belastingplichtige de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten zou mogen aftrekken, moet de belastingplichtige overeenkomstig art. 3 van het KB nr. 1 van 23.07.1969 in het bezit zijn van een door zijn leverancier of dienstverrichter uitgereikte regelmatige factuur waarop hem inzonderheid de opeisbare belasting wordt in rekening gebracht.

Krachtens voormeld [art. 3 van het KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) van 10.12.1969 moet eiser aldus, om haar recht op aftrek te kunnen uitoefenen, in het bezit zijn van een factuur opgemaakt overeenkomstig art. 2 van het KB nr. 1 van 23.07.1969.

De loutere overlegging van een factuur of van het bewijs van betaling levert op zichzelf niet het bewijs van de werkelijkheid van de verrichting en toont niet aan dat de wettelijke voorwaarden tot aftrek van de BTW vervuld zijn.

Uit het proces-verbaal van 21.06.2007, waarvan de vaststellingen door eiseres niet worden weerlegd, blijkt dat aan de wettelijke voorwaarden tot aftrek van de BTW niet voldaan zijn.

De rechtbank stelt vast dat, niettegenstaande de administratie eiser de mogelijkheid heeft geboden om de werkelijkheid van de verrichtingen aan te tonen, eiser geen nuttige verantwoordingsstukken heeft voorgelegd met betrekking tot de gepresteerde diensten.

De vordering van eiser is derhalve ongegrond.

#### 2.3. Aangaande de BTW-boete van 200 %

Aan eiser werd een geldboete van … euro opgelegd.

Wat betreft het gedeelte van de geldboete dat betrekking heeft de verhuring van de onroerende goederen : deze dient te worden kwijtgescholden nu de BTW ten onrechte werd aangerekend.

Wat betreft de geldboete gerelateerd aan de ten onrechte afgetrokken BTW stelt de rechtbank vast dat deze boete werd opgelegd in toepassing van [artikel 70, § 1 en § 1bis BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) (die in een boete van 200 % voorziet).

De hierboven vermelde bepalingen met betrekking tot de boete werden correct toegepast.

De opgelegde administratieve boete is te beschouwen als een fiscale sanctie met strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM. Zij wordt opgelegd zonder onderscheid aan eenieder die belastingplichtige is, en strekt ertoe zowel de belastingplichtige aan te zetten zijn verplichtingen na te komen om de geldboete te vermijden als het niet nakomen van zijn verplichtingen te bestraffen om herhaling van deze inbreuken te voorkomen.

De belastingplichtige kan evenwel door de rechter laten nagaan of er omstandigheden bestaan die verantwoorden dat de administratie geldboete wordt verminderd tot onder het door de wet bepaalde tarief. De rechter aan wie gevraagd wordt een opgelegde administratieve sanctie met een repressief karakter te toetsen, heeft de volle rechtsmacht om na te gaan of die beslissing in feite en in rechte verantwoord is en of zij alle beginselen naleeft die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel (Cass. 12.12.2008, rolnummer [F.06.0111.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-opposition-poursuite-penale-juge-cassation-bruxelles-2008-12-c808), http://jure.juridat.just.fgov.be). Dit houdt echter niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van wat hij redelijk acht, om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen (Cass. 13.2.2009, rolnummer [F.06.0108.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-fiscales-remise-reduction-amende-cassation-bruxelles-2009-02-13-c03f), http://jure.juridat.just.fgov.be).

Uit het proces-verbaal van vaststellingen van 21.06.2007 blijkt dat eiser ongeoorloofde bedoelingen heeft gehad en met het opzet om de BTW te ontduiken.

De opgelegde geldboete staat in verhouding met de gepleegde overtreding en de ernst van de feiten.

De vordering is wat dit punt betreft ongegrond.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S., 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

Partijen ter zake standpunt ingenomen.

In casu wordt de in het dwangbevel gestelde fiscale vordering betwist.

Deze vordering is in geld waardeerbaar; nu eiser de rechtsplegingsvergoeding begroot op … euro wijkt de rechtbank af van het basisbedrag.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

---

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN :

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.

Zegt voor recht dat de door verweerder gevorderde bedragen in het dwangbevel van 27.11.2007, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 29.11.2007 niet verschuldigd zijn wat betreft de niet aangegeven omzet inzake de verhuring aan de BVBA **S. V. D.** en **’t K. A.** ten titel van BTW, geldboete, intresten en kosten.

Verklaart de vordering voor het overige ongegrond.

Veroordeelt verweerder tot de 1/5 van de kosten, vereffent in hoofde van eiser op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de elfde kamer A, op het gerechtshof te Hasselt op 21.10.2010, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter, en

De heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **M. C.**

## Textes cités

3

[AR no 3 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 3 dispositions communes

[Obligations de l’assujetti, Dépôt de déclarations périodiques](https://juriel.be/fr/jurisprudence/obligations-assujetti-depot-declarations-periodiques-tribunal-2024-06-10-7a5c) 3 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 3 dispositions communes

[Facture régulière, Régime de la marge bénéficiaire, Preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/facture-reguliere-regime-marge-beneficiaire-cour-appel-gand-2023-11-28-b627) 3 dispositions communes

[Nullité du procès-verbal, Droit à déduction, Fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-proces-verbal-droit-deduction-cour-appel-gand-2024-03-05-cbc5) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Factures de sous-traitance, Mentions obligatoires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-sous-traitance-tribunal-mons-2020-10-27-ed7b) 3 dispositions communes

[Mentions obligatoires sur la facture](https://juriel.be/fr/jurisprudence/mentions-obligatoires-facture-obligations-formelles-cour-appel-gand-2016-05-24-3593) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Conditions d’exercice, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-exercice-charge-cour-appel-bruxelles-2016-04-28-3a19) 3 dispositions communes
