---
title: "3 février 2010 · Droit à déduction de l’impôt, champ d&#x27;application · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Droit à déduction de l’impôt, champ d'application, livraison de biens, opération imposable. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 3 février 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-champ-application-tribunal-gand-2010-02-03-fa1b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction de l’impôt, champ d'application · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

3 février 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

79 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 03.02.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent - Zesde Fiscale Kamer**

**Rolnummer AR 08/3779/A**

Bvba **V. V. T.**, met maatschappelijke zetel te …, …, met BTW-nr. BE … en met als ondernemingsnummer …,

EISERES, hebbende als raadsman mter. **A. D.**, advocaat te …, …;

Tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het 2de BTW­ontvangkantoor te Gent, wiens kantoren gevestigd zijn te 9050 Ledeberg (Gent), Gasten Crommenlaan 6/108

VERWEERDER, hebbende als raadsman mter. **P. V.**, advocaat te …, …;

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. DE RECHTSPLEGING

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 9 december 2009 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad genomen. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift d.d. 5 november 2008 en de conclusies van de partijen.

## 2. DE VORDERING

De eiseres verhaalt zich tegen het dwangbevel uitgevaardigd door mevrouw **P. R.**, ea. Inspecteur a.i., ontvanger van het 2de BTW-ontvangkantoor te 9050 Gent, dat vervolgens op 27 november 2006 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **J. D. S.**, ea. Inspecteur a.i. van de BTW-controle te Eeklo, en vervolgens door mevrouw **P. R.** eensluidend werd verklaard en op haar verzoek werd betekend aan de eiseres op 30 november 2006.

Het dwangbevel houdt het bevel tot betaling in van, onder meer, een bedrag van … EUR op grond van het proces-verbaal, opgesteld op 20 oktober 2006 door **J. A.**, fiscaal deskundige bij de BTW-administratie. Dit proces-verbaal werd op 25 oktober 2006 voor eensluidend verklaard door ea. Inspecteur **E. R.**.

De eiseres vraagt de vernietiging van het dwangbevel.

## 3. DE RELEVANTE FEITEN EN HET GESCHIL

De eiseres, de BVBA **V. V. T.**, heeft bij toepassing van artikel4 van het BTW-wetboek de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wegens haar activiteit van handel in tweedehandse goederen. De vennootschap is sinds 6 juni 1997 als dusdanig geregistreerd onder het BTW-nummer BE ….

Op 31 januari 2006 werd bij de eiseres door de diensten van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit een controle aangevangen in verband met de BTW-wetgeving en reglementering met betrekking tot de jaren 2003 en 2004.

Bij die controle werden volgens de administratie onder meer onregelmatigheden vastgesteld met betrekking tot :

\- vormvoorwaarden ingeboekte aankoopfacturen;

\- ten onrechte toepassen vrijstelling BTW wegens vermeende uitvoer.

De administratie is van oordeel dat deze overtredingen aan de eiseres het recht op de aftrek van de voorbelasting ontzeggen. Voor de overtredingen waarvoor de eiseres zich niet akkoord verklaarde werd op 20 oktober 2006 proces-verbaal opgemaakt.

## 4. BEOORDELING

4.1.

De administratie weigert de aftrek van de volgende aankoopfacturen van de volgende leveranciers:

\- S.C.R.L. **I.**

• AF 028/14.01.2003

•AF 180/10.03.SOQ3

•AF 337/26.05.2003

•AF 400/05.05.2003

\- S.P.R.L **A.**

• AF 481/03.07.2003

• AF 615/25.08.2003

\- S.P.R.L. **I.D.T.C.**

• AF 608/20.08.2003

\- **P-C. INT. T. C0**

• AF 951/16.12.2004

De administratie is van oordeel dat belastingplichtige zijn recht op aftrek met betrekking tot de voormelde facturen niet kan uitoefenen omdat op de facturen 1) geen melding is aangebracht van enige Inschrijving in het handelsregister en 2) de datum van levering niet is vermeld. Met betrekking tot de factuur vanwege **P­C.** wordt vastgesteld dat er twee versies van dezelfde factuur bestaan.

Anderzijds wordt ook de vrijstelling inzake BTW voor uitvoer geweigerd voor de factuur 049/F03 d.d. 4 april 2003, omdat niet zou bewezen zijn dat de goederen effectief werden uitgevoerd.

4.2.

De eiseres erkent dat overeenkomstig [artikel 5, § 1 van het K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) de vermelding van de inschrijving in het handelsregister en de vermelding van de leveringsdatum op de factuur vereist is, zelfs wanneer deze niet verschilde van de factuurdatum.

De eiseres benadrukt evenwel dat de vermelding van de leveringsdatum volgens de toepasselijke Europese richtlijnen niet vereist is indien deze niet verschilt met de factuurdatum.

De partijen zijn het erover eens dat de vermelding van het handelsregister niet door de Europese richtlijnen verplichtend is gesteld. maar de lidstaten daartoe wel de mogelijkheid hadden (en hebben), en dat België van deze mogelijkheid gebruik heeft gemaakt.

De eiseres verwijst naar het arrest van 14 juli 1988 van het Europees Hof van Justitie (H.V.J. 14 juli 1988, [C-123/87](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-123-87-arret) en [C-330/87](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-123-87-arret), Jeunehomme, Jur. H.v.L 1988, I, 04517, BTW-Revue w. 95, p. 187, e.v.) waarin het Hof erop wees dat artikel 22, lid 3 de lidstaten de mogelijkheid biedt om bijkomende vermeldingen op de factuur te eisen om de juiste belastingheffing te verzekeren, alsook de controle erop. Het eisen van bijkomende vermeldingen moet echter beperkt blijven tot hetgeen nodig is om de heffing van de BTW en de controle daarop te verzekeren. Bovendien mogen deze bijkomende vermeldingen door hun aantal of techniciteit de aftrek niet praktisch onmogelijk of buitengewoon moeilijk maken. Het komt, volgens het Hof, aan de nationale rechter toe om uit te maken of de Belgische reglementering in overeenstemming is met deze criteria.

De eiseres verwijst eveneens naar administratieve commentaren (BTW COM nr. 45/543) waarin wordt gesteld dat het eventueel ontbreken van een formele vormvereiste, die niet verplichtend is gesteld in de Europese Richtlijn, niet noodzakelijk het verlies van het recht op aftrek van voorbelasting :

> *"Een factuur waarin één van de hiervoor opgesomde vermeldingen ontbreek of op onvoldoende wijze is vermeld, kan niet dienen om de uitoefening van de aftrek te rechtvaardigen. Tenzij wordt bewezen of vastgesteld dat de handeling - waarop de factuur betrekking heeft – werkelijk heeft plaatsgehad en opgenomen is. Samen met de aangerekende BTW, niet alleen in de boekhouding maar eveneens in een ingediende periodieke BTW-aangifte van de opsteller van de factuur of van het stuk (BTW-Rev. Nr. 122, nr. 20)."*

4.3.

De hierboven vermelde toepasselijke bepaling, alsmede artikel 45 W.BTW en de overige bepalingen van het KB nr. 1, zijn op zich voldoende duidelijk. De aftrek van de voorbelasting vereist het voorhanden zijn van een regelmatige factuur met alle door de wet vereiste vermeldingen. In navolging van het arrest '*Jeunehomme*' van het Hof van justitie en de hierboven geciteerde commentaar van de BTW-administratie, kan worden aanvaard dat het niet opnemen van bepaalde vermeldingen op de factuur de weigering van de aftrek niet rechtvaardigt.

De relevantie van de vereiste vermeldingen wordt in het arrest '*Jeunehomme*' redelijkerwijze gekoppeld aan hun oogmerk om de juiste belastingheffing en de controle ervan te verzekeren. Die beoordeling vereist een appreciatie van elk concreet geval. In de conclusies van de administratie laat zij verstaan dat de eiseres in verband kan worden gebracht met dubieuze leveranciers. De gewraakte facturen zijn allen afkomstig van "leveranciers" die noch periodieke BTW-aangiften indienen, noch de op de bewuste facturen vermelde BTW afdragen aan de schatkist. De activiteiten van de eiseres, namelijk de handel in tweedehands-goederen, maken de insinuaties van de administratie aannemelijk dat het een fraudegevoelige sector betreft. De concrete omstandigheden van de activiteiten tonen aan dat de door de wet vereiste vermeldingen wel degelijk noodzakelijk zijn om de controle mogelijk te maken van de op zich reeds moeilijk te controleren activiteiten.

Met verwijzing naar de artikelen 10 en 17 W.BTW, merkt de administratie terecht op dat het oog op de correcte inning van de BTW, het voor de administratie noodzakelijk is dat zij de datum van levering kent. De door de wet vereiste vermelding van de datum van levering op factuur is derhalve noodzakelijk en kan dus niet aanzien worden als "overdreven" of "te technisch".

De stelling van de eiseres dat de datum van de levering van de goederen niet op de facturen van deze leveranciers zijn vermeld, precies omdat deze datum overeenstemt met de datum van de uitreiking van de facturen, wordt evenwel niet aangetoond op grond van de door de eiseres voorgelegde stukken en komt niet geloofwaardig voor op grond van de volgende vaststellingen van de administratie.

De bewuste facturen werden nooit per overschrijving betaald doch steeds hetzij contánt hetzij met cheque. Uit de vermeldingen op de facturen blijkt dat de facturen, in tegenstelling tot hetgeen de eiseres voorhoudt, niet bij de overhandiging van de goederen werden betaald. Dat de betaling nooit gebeurde op de datum waarop de factuur werd uitgereikt, doch meestal enkele weken later, kan terecht als opmerkelijk worden aangemerkt en relevant voor, onder ander het tijdstip, van de juiste belastingheffing. De eiseres licht niet nader toe in welke concrete omstandigheden de leverancier zijn goederen ter waarde van veelal relatief hoge bedragen heeft overdragen, en waarvan blijkt dat de eiseres deze zonder onmiddellijke betaling heeft ontvangen.

De vermelding van de leveringsdatum is een essentieel controle-element van waaruit via een geheel van in overeenstemming zijnde gegevens kan worden nagegaan of de gefactureerde handeling al dan niet met de werkelijkheid overeenstemt of anders een vermoeden van fictieve handeling oplevert.

Hoewel niet noodzakelijk voor de weigering of de verantwoording van de weigering van de aftrek van de voorbelasting, wordt de relevantie van de vermelding van de leveringsdatum bevestigd door aanwijzingen omtrent het fictief karakter van de facturen. De gelijkenis van facturen nr. 481/2003 van SPRL **A.** (stuk nr. 6 - administratie) en 337/2003 van SCRL **I.** (stuk nr. 7 - administratie) is treffend qua presentatie en de handtekening inzake aftekening voor voldaan op factuur 481/2003 van SPRL **A.** ( stuk nr. 6 - administratie) en 28/2003 van SCRL **I.** (stuk nr. 8 - administratie) vertoont eveneens veel gelijkenis.

4.4.

Met betrekking tot de inkomende factuur nr. 951/04 van **P-C. I. T. C0** waarvan twee versies werden aangetroffen, kan worden vastgesteld dat de beide versies van de factuur geantidateerd zijn omwille van het feit dat de verkoper op zijn factuur die op 16 december 2004 zou uitgereikt zijn, de getypte vermelding bevat dat ze op 11 januari 2005 met een cheque betaald werd.

Van die factuur zijn dus 2 versies opgemaakt en aangetroffen. De administratie wijst erop dat ene versie qua lay-out opvallend veel gelijkenis vertoont met de facturen die de eiseres heeft ontvangen in de loop van het jaar 2003 van andere "dubieuze" leveranciers en die het in proces-verbaal van 20 oktober 2006 zijn vermeld. Die ene factuur zou zijn opgemaakt te St-Laureins en draagt geen handtekening. De tweede versie van bewuste factuur zou zijn opgesteld te Blankenberge en draagt de handtekening van één van de zaakvoerders van **P­C.** en een stempel. De administratie wijst erop dat **P-C. INT. T. C°** als dubieus moet worden aangemerkt omdat ze zich nooit als BTW-plichtige heeft laten registreren en ook nooit BTW-aangiften heeft ingediend. De eiseres heeft het BTW-nummer van deze medecontractant kennelijk niet geverifieerd.

4.5.

Met betrekking tot de factuur met nummer 180/2003 (stuk nr. 5 - eiseres), wordt geen overtuigend bewijs van betaling voorgelegd. De leverancier heeft geen kwijting gegeven van de beweerde contante betaling van een relevant bedrag van … EUR. Samen met de administratie moet met betrekking tot deze factuur ook worden vastgesteld dat geen enkel bewijs wordt voorgelegd dat de goederen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Ook hier dient de administratie te worden bijgetreden dat de datum van de levering van bijzonder belang is om de administratie in staat te stellen de verrichting te controleren.

Zoals vermeld in het proces-verbaal van 20 oktober 2006 is de vermeende uitvoer ten onrechte door de eiseres van BTW vrijgesteld omdat niet werd voldaan aan de bepalingen van [artikel 39, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) en de artikelen [1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65#ar18-art1) , [2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65#ar18-art2) en [3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65#ar18-art3) van het KB nr. 18 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen ten aanzien van de uitvoer van goederen en diensten naar een plaats buiten de Gemeenschap. De eiseres slaagt er niet in de uitvoer te bewijzen en heeft ten onrechte de vrijstellingsregeling van 39, § 1 BTW-wetboek toegepast. De administratie kon op grond van deze vaststellingen de BTW terecht in hoofde van de eiseres vorderen.

Op grond van de voormelde overwegingen komt de rechtbank tot de conclusie dat de eiseres de gegrondheid van haar verzet niet bewijst en haar vordering als ongegrond dient te worden afgewezen.

4.6.

De eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen (art. 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek). De partijen vragen beiden de toepassing van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van … EUR.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van het geding.

Begroot deze kosten als volgt;

\- aan de zijde van de verweerder: de rechtsplegingsvergoeding : … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **drie februari tweeduizend en tien**, waar aanwezig waren :

\- de heer **S. R.**, alleenrechtsprekend rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **S. R.**

## Textes cités

6

[AR no 18 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65) 1 occurrence

[AR no 18 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65) 1 occurrence

[AR no 18 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-18-decembre-exemptions-concernant-exportations-biens-2f65) 1 occurrence

[AR no 1 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) 1 occurrence

[CTVA art. 39](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) 1 occurrence

[123/87 et 330/87, arrêt du 14 juillet 1988](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-123-87-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Élevage équin, Droit à déduction, Justificatif manquant, cheval](https://juriel.be/fr/jurisprudence/elevage-equin-droit-deduction-justificatif-tribunal-hasselt-2025-08-07-cf10) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 1 dispositions communes

[Principe de neutralité, Amende proportionnelle, Intérêts, Notification préalable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-amende-proportionnelle-interets-cour-appel-anvers-2026-01-20-1005) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-amende-tva-amont-cour-appel-anvers-2021-01-19-2323) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Factures de sous-traitance imprécises et irrégulières](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-sous-traitance-tribunal-bruxelles-2023-06-09-23dd) 1 dispositions communes

[Nouveau bâtiment, Rénovation, Travail immobilier, Taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nouveau-batiment-renovation-travail-immobilier-cour-appel-gand-2019-01-08-2f4a) 1 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-formelles-materielles-tribunal-2023-05-19-3638) 1 dispositions communes
