---
title: "Droit à déduction, Erreur · Tribunal de première instance de Bruges, 20 janvier 2020"
description: "Droit à déduction, Erreur, droit à déduction de la TVA en amont, erreur de droit. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 20 janvier 2020."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-erreur-tva-amont-tribunal-bruges-2020-01-20-197c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction, Erreur

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

20 janvier 2020

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

69 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Flandre- Occidentale, division Bruges du 20.01.2020

WF 714-15-18/026183

\[Favorable à l’Etat belge\]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Droit à déduction – Erreur*

## Dispositions légales

[Article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

Article 870 du Code judiciaire

Articles 2044 et 2052 du Code civil

## Résumé

## 1) Les faits et les antécédents de procédure

Le demandeur est assujetti à la TVA. Son activité économique consiste en un élevage de porcs. Il a été déclaré en faillite et un curateur a été désigné. Dans le cadre de la procédure de règlement de la faillite, les porcs et les aliments pour les animaux ont été vendus. Les porcs sont restés sur place dans les porcheries et le repreneur a payé une indemnité d’occupation au demandeur.

Un contrôle a été effectué et les constatations de l’administration ont été reprises dans un relevé de régularisation. Selon l’administration, l’assujetti en faillite avait déduit à tort la TVA ayant grevé la fourniture de biens et de services qui n’étaient pas destiné à son activité économique. Le relevé de régularisation a été signé pour accord par le curateur. Sur base de ce relevé de régularisation, une contrainte a été décernée, visée et rendue exécutoire.

Par après, suite à la demande du curateur, un curateur supplémentaire a été désigné par le tribunal de commerce de Gand, division Courtrai. Ensuite le premier curateur de la faillite du demandeur, à sa propre demande pour des raisons personnelles, a été relevé de ses fonctions de curateur par ce même tribunal de commerce. Le nouveau curateur a déposé une requête contradictoire contre la contrainte au greffe du tribunal de première instance.

## 2) Le jugement rendu en première instance

Le demandeur allègue que le premier curateur a commis une erreur en droit et que ce curateur souffrait d’un début de démence.

Les pièces déposées par le demandeur ne démontrent pas que le curateur a commis une erreur en droit lors de la signature de l’accord. Aucune attestation médicale, certifiant que l'état de santé du curateur nommé à l'époque était si mauvais qu'il n'était plus conscient de la portée et des conséquences de ses réponses et de sa signature, n’a été présentée.

Le tribunal constate également que le demandeur ne rapporte pas la preuve qu’il y a eu une erreur en droit et en fait, un vice de consentement ou une contrainte lors de la signature de l’accord. La reconnaissance de dette concerne une question de faits et n’a pas été signée en violation de la loi.

De même le tribunal constate qu’il ne peut pas être contesté que, après sa faillite, le demandeur était encore assujetti à la TVA. Le demandeur ne rapporte pas la preuve irréfutable qu’il existe un lien direct et immédiat entre la fourniture de biens et de services, dont la TVA les grevant a été déduite, et son activité économique.

Dès lors le tribunal déclare la demande non fondée.

La partie adverse a déposé un recours en appel contre le jugement.

**Texte de la décision**

***Le jugement est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

## Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank vonnis Tiende Kamer

heeft het volgend vonnis verleend:

In de zaak: 18/1581/A

**H.F., advocaat**, kantoorhoudende te ..., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van de heer F.D. (Ondernemingsnr. 0864....), gevestigd te ..., destijds woonachtig te ... en failliet verklaard door de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Kortrijk bij vonnis van 2 oktober 2013, eisende partij, voor wie is opgetreden meester ....

**tegen**:

**FOD FINANCIEN**, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door mevrouw ..., Centrumdirecteur van het Centrum KMO Kortrijk, met kantoren te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31, verwerende partij, voor wie is opgetreden mevrouw ..., attaché bij de FOD Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, in die hoedanigheid verbonden aan KMO Expertise 2 te 8800 ROESELARE, Rondekomstraat 30.

## 1. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift d.d. 28 mei 2018.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde stukken.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 16 december 2019.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1\. F.D. is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE 0864.... voor de activiteit van 'vetmesten van varken'. Hij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Bij vonnis d.d. 2 oktober 2013 van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, werd de heer F.D. failliet verklaard en Mr. ... werd aangesteld als curator. Ingevolge het faillissement werden de varkens én voeders verkocht aan Voeders Decadt. De varkens bleven ter plaatse in de varkensstallen en Voeders Decadt betaalde een bezettingsvergoeding aan de gefailleerde. Op 27 december 2013 brak een brand uit in de varkensstallen. In de periode 2015 - 2016 werden de mestputten onder de varkensstallen gereinigd. De BTW geheven op deze werken werd in aftrek gebracht in de aangiftes voor 2015 en 2016.

In december 2017 werd door Filip Buyse, adviseur e.a. inspecteur bij de algemene administratie van de fiscaliteit, verbonden aan het centrum KMO te Kortrijk, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016.

De bevindingen werden opgenomen in een correctieopgave door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie heeft de gefailleerde ten onrechte BTW in aftrek genomen van goederen en diensten die niet bestemd· waren voor de economische activiteit van de failleerde. In de correctieopgave is opgenomen dat verschuldigd is als BTW 96.407,13 EUR. Mr. ... heeft op 7 december 2017 een schuldbekentenis ondertekend voor het bedrag van 96.407,13 EUR. Op 13 maart 2018 wordt een dwangbevel opgesteld door de ontvanger te Brugge. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 15 maart 2018. Het dwangbevel wordt betekend aan de heer F.D. op 4 april 2018.

Bij vonnis d.d. 20 december 2017 van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, wordt Mr. H.F. op verzoek vän Mr. ... aangesteld als bijkomend curator over het faillissement van F.D.. Bij vonnis d.d. 31 januari 2018 van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, wordt Mr. ... op eigen verzoek (genoodzaakt om persoonlijke redenen) ontlast als curator over het faillissement van F.D..

Op 28 mei 2018 heeft Mr. H.F. q. q. een fiscaal verzoekschrift neergelegd.

2\. Eiser vraagt dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- het dwangbevel d.d. 13 maart 2018 wordt vernietigd, minstens ongegrond wordt verklaard;

\- de correctieopgave d.d. 4 december 2017 wordt vernietigd, minstens ongegrond wordt verklaard; voor recht gezegd wordt dat de sommen opgenomen in het dwangbevel d.d. 13 maart 2018 niet zijn verschuldigd, minstens dienen te worden herleid;

\- verweerder wordt veroordeeld tot teruggave van alle sommen die op basis van het dwangbevel werden ingehouden, te verhogen met de laattijdigheidsintresten vanaf de aanvraag tot teruggave;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met in begrip van de rechtsplegingsvergoding t.b.v. 6.000 EUR.

3\. Verweerder vraagt dat de vordering ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard en eiser veroordeeld wordt tot de kosten van het geding met in begrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 6.000 EUR.

## III. BEOORDELING

### *A.* *Betreffende de toelaatbaarheid*

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### *B.* *Betreffende de grond*

Op 7 december 2017 heeft Mr. ... in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van F.D. een schuldbekentenis ondertekend. Het betreft een minnelijk akkoord zonder voorbehoud. Het akkoord is bindend, behoudens het bewijs van een dwaling in feite of in rechte, van een gebrek in de toestemming of van dwang. Een akkoord mag ook niet afgesloten worden in strijd met de wet. Volgens eiser heeft Mr. ... gedwaald in rechte en was er in zijn hoofde sprake van jongdementie.

Eiser bewijst geen dwaling in feite of in rechte, evenmin een gebrek in de toestemming of.dwang bij het afsluiten van het akkoord.

De schuldbekentenis werd ondertekend door Mr. ... q.q. op 7 december 2017. Hij was op dat moment curator over het faillissement van F.D.. Op 20 december 2017 werd eiser aangesteld als bijkomend curator over het faillissement van F.D. en dit (volgens het vonnis) op verzoek van Mr. .... Op 31 januari 2018 werd Mr. ... ontlast als curator op zijn verzoek wegens persoonlijke redenen (volgens het vonnis). Mr. ... was dus curator over het faillissement van F.D. , met 30 januari 2018. In de betreffende vonnissen is niet vermeld om welke redenen eiser eerst werd aangesteld als bijkomend curator en Mr. ... later werd ontlast als curator. Enkel in het vonnis van 31 januari 2018 is vermeld dat Mr. ... heeft verzocht om ontheven te worden van zijn mandaat als curator omdat hij wegens persoonlijke redenen genoodzaakt is. Er is niet vermeld in de vonnissen dat er sprake is van een gezondheidsreden of medische reden.

Eiser legt een brief d.d. 31 juli 2019 neer van de pro-afbouder.van de balie West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk waarin wordt gesteld dat hij in de tweede helft van 2017 werd gecontacteerd aangaande verontrustende berichten inzake de medische toestand van Mr. .... Deze toestand had een impact op de kwaliteit van het door hem geleverde werk. Eind 2017 werd de stafhouder gecontacteerd door de echtgenote van Mr. ... omtrent zijn medische toestand en de onomkeerbaarheid daarvan. Er diende dringend een oplossing te worden gezocht voor zijn vervanging als curator. Volgens de stafhouder betrof het de diagnose 'jongdementie'.

Deze brief bewijs:evenwel niet dat Mr. ... op 7 december 2017 heeft gedwaald in rechte. Er wordt geen enkel medisçh bewijs neergelegd dat de gezondheidstoestand van Mr. ... op 7 december 2017 zo slecht was dat hij de draagwijdte en de gevolgen van zijn antwoorden en ondertekening niet meer kende. Het feit dat hij op 13 februari 2017 onmiddellijk en summier heeft geantwoord op vragen van de administratie, bewijst dit evenmin. Op 13 december 2017 (één week na de ondertekening van de schuldbekentenis) werd Mr. ... als curator gehoord door de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk, en toch beslist deze rechtbank op 20 december 2017 enkel om een bijkomende curator aan te stellen. Ook dit wijst er niet op dat de gezondheidstoestand van Mr. ... op 7 december 2017 zo slecht was dat hij de draagwijdte en de gevolgen van zijn antwoorden en ondertekening niet meer kende.

De schuldbekentenis betreft een feirenkwestie (de ondertekenaar geeft impliciet toe dat kosten geen verband houden met de economische activiteit van F.D.) en is niet afgesloten in strijd met de wet.

Volledigheidshalve stelt de rechtbank vast dat op zich' niet betwist wordt dat, F.D. na het faillissement.nog,BTW-belastingplicbtige was. De kosten (voornamelijk opruimen van mest uit de putten) hadden betrekking op de varkens die zich na het faillissement nog in de varkensstallen bevonden (doch geen eigendom 'meer waren van F.D.) \_en de brand die is uitgebroken op 27 december 2013 (zijnde 3 maanden na het faillissement). Het is daarbij niet bewezen dat F.D. instond voor de reiniging van de stallen. De werken werden bovendien pas uitgevoerd in 2015 en 2016 terwijl er volgens eiser ingevolge de mest en de brand sprake was van geurhinder en vervuilende stoffen.

De eis is zodoende ongegrond.

### *C.* *Betreffende de kosten*

Gezien eiser in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

Gezien verweerder niet werd bijgestaan door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend. Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de gedingkosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven, en aan de zijde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West­ Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, tiende kamer, op TWINTIG JANUARI TWEEDUIZEND TWINTIG waar zitting hadden:

Ondertekeningen

## Textes cités

1

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Étendue du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-etendue-services-courtage-tribunal-bruxelles-2024-06-24-02f4) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Délai préfix, Forclusion, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-delai-prefix-forclusion-tribunal-liege-2022-04-25-0b11) 1 dispositions communes

[Remise ou réduction d’une amende TVA, Principe de proportionnalité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/remise-reduction-amende-tva-principe-cour-appel-anvers-2025-06-10-0b8a) 1 dispositions communes
