---
title: "Droit à déduction, Emoluments · Tribunal de première instance, 6 octobre 2021"
description: "Droit à déduction, Emoluments, droit à déduction de la TVA en amont, émolument. Tribunal de première instance (Belgique), 6 octobre 2021."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-emoluments-tva-amont-tribunal-2021-10-06-81eb"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit à déduction, Emoluments

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

6 octobre 2021

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

78 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers, division Anvers du 06.10.2021

WF 707-15-20/044352

\[Favorable à l'administration\]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Droit à déduction - Emoluments*

## Dispositions légales

[Article 45, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)

## Résumé

1) **Les faits et les antécédents de procédure.**

Le litige porte sur le droit à déduction de la TVA de l’assujettie concernant la TVA grevant les émoluments de son administrateur. L'administration a estimé que la TVA grevant ces émoluments avait été déduite à tort. Aucun accord n'ayant pu être trouvé à ce sujet, un procès-verbal a été dressé.

L’assujettie a introduit une requête contradictoire s’opposant à ce procès-verbal auprès du tribunal de première instance.

## 2) Le jugement du tribunal de première instance

L’assujettie fait valoir que les émoluments sont, d'une part, la rémunération des tâches ordinaires de son administrateur et, d'autre part, la rémunération des tâches étrangères au mandat d'administrateur et, en particulier, le rôle de son administrateur dans le cadre d'un projet immobilier.

D'une part, l'administration considère que l’assujettie ne démontre pas l'authenticité des prestations de services facturées. D'autre part, l'administration soutient que l’assujettie ne prouve également pas que les émoluments facturés ont été utilisés ou étaient destinés à être utilisés pour réaliser des opérations ouvrant un droit à déduction.

Le juge constate qu'aucune convention conclue entre l’assujettie et son administrateur n'est présentée. En outre, la facture n'est pas détaillée et ne mentionne également pas la raison pour laquelle les émoluments ont été accordés. Il n'y a pas non plus d'élément qui explique dans quelle mesure la facture se rapporte aux émoluments de l’administrateur et dans quelle mesure la facture concerne le projet immobilier.

En outre, selon le tribunal, il n’est également pas possible de savoir précisément en quelle qualité le représentant permanent de l’administrateur est intervenu dans le projet immobilier.

Le tribunal considère que les autres pièces qui ont été déposées par l’assujettie ne démontre en aucune façon les prétendues prestations de services fournies par l’administrateur.

Le tribunal juge que l’assujettie ne prouve pas la réalité des prestations de service et que la déduction de la TVA a été rejetée à juste titre.

**Texte de l’arrêt**

***L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

**Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank**, **Kamer AFi4, 06-10-2021**

Vonnis van 06/10/2021

Rol: 20/2308/A

Inzake:

Hoofdzaak

**C. B. NV**

met zetel te ..., KBO: 045...90

**eiseres**

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. V. B. M. advocaat met kantoor te ..., (…@... .be)

TEGEN:

**DE BELGISCHE STAAT**,

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Antwerpen, met kantoren gevestigd te 2930 Brasschaat, Ruiterijschool 3 bus 92, KBO : 0308.357.159

**verweerder**

vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw X, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

vertegenwoordigd ter zitting door de heer X, in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën, (kmo….@minfin.fed.be)

Gelet op de stukken in het dossier van de rechtspleging waaronder: Het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 19 mei 2020;

De beschikking verleend overeenkomstig artikel 747§1 van het Gerechtelijk Wetboek op 11 september 2020;

\- de syntheseconclusie namens eiseres, neergelegd ter griffie op 31 mei 2021;

\- de syntheseconclusie namens verweerder, neergelegd ter griffie op 28 juni 2021;

\- de stukken van partijen

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Gehoord partijen in hun middelen en conclusies, ter zitting van 8 september 2021.

## 1. Procedurele voorgaanden en vorderingen van partijen

De betwisting heeft betrekking op het btw innings-en invorderingsregister met schuldnummer 500...50.

Eiseres is als btw-belastingplichtige geregistreerd en in 2018 vond een fiscale controle plaats over de boekjaren 2015 en 2016. De btw-administratie stelt dat eiseres de btw over de emolumenten aangerekend door Nv L. P. V. ten onrechte in aftrek heeft genomen. Eiseres verklaart zich niet akkoord met deze zienswijze. Op 30 oktober 2019 wordt een proces­ verbaal opgesteld en op 10 december 2019 wordt de btw-vordering ingeschreven in het innings- en invorderingsregister.

De volgende bedragen worden van eiseres gevorderd: 29.400,00 euro btw

2.940,00 euro boete

te vermeerderen met interesten.

In het fiscaal verzoekschrift neergelegd namens eiseres ter griffie op 19 mei 2020 betwist zij de btw-vordering.

Eiseres verzoekt de rechtbank het innings- en invorderingsregister met nummer 201....L. P. V. van nul en generlei waarde te verklaren en eiseres te ontslaan van de gevorderde sommen met schuldnummer 500...50, in ondergeschikte orde de geldboete kwijt te schelden minstens substantieel te verminderen, in nog meer ondergeschikte orde uitstel van tenuitvoerlegging van de geldboete te verlenen en in uiterst ondergeschikte orde uitstel van betaling van de verschuldigde sommen te verlenen. Eiseres verzoekt tevens de terugbetaling van ten onrechte betaalde bedragen vermeerderd met de wettelijke en/of gerechtelijke interesten en verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding. Ter terechtzitting vordert eiseres de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

De Belgische Staat verzoekt de rechtbank om de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding.

## 2. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiseres ontvankelijk is.

## 3. Beoordeling

*Btw in hoofdsom*

De betwisting tussen partijen betreft de al dan niet aftrekbaarheid van de btw op de factuur uitgereikt door Nv L. P. V., bestuurder van eiseres, voor de periode juni 2016 tot en met december 2016 (stuk 5 van eiseres). De factuur bevat de volgende omschrijving: Emolumenten: 20.000 € x 7 maanden, 140.000 € + 29.400 € BTW.

Eiseres verwijst naar de benoeming van Nv L. P. V. als bestuurder, met vaste vertegenwoordiger Dhr. J. B., van eiseres op 16 juni 2014 en dit voor een periode van zes jaar (stuk 2 van eiseres). Eiseres stelt dat deze vergoedingen kaderen enerzijds in de gewone taak als bestuurder (bestuurdersvergoeding) en anderzijds voor taken buiten het bestuurdersmandaat en in het bijzonder de bijzondere rol van Nv L. P. V. binnen het vastgoedproject 'B. A.' te K.-H. . Volgens eiseres is het dankzij Nv L. P. V. dat eiseres een success fee heeft ontvangen van B. C. .

Volgens verweerder toont eiseres het bewijs van de echtheid van de door Nv L. P. V. aangerekende prestaties niet aan en toont eiseres niet aan dat de aangerekende vergoedingen aangewend zijn voor / bestemd zijn voor het verrichten van handelingen die recht op aftrek genereren.

Artikel 45 W.BTW bepaalt de voorwaarden die vervuld dienen te zijn om het recht op aftrek uit te oefenen en de bewijslast ligt steeds bij de belastingplichtige.

Eiseres dient aan te tonen dat de kosten waarvan zij de aftrek vraagt, beantwoorden aan werkelijk geleverde prestaties (vergelijk Cass. 18 januari 2013, F.12.0025.N; Cass. 15 oktober 2015, F.14.0161.N).

Te dezen ligt geen overeenkomst tussen eiseres en Nv L. P. V. voor, is de factuur niet gedetailleerd en bevat zij geen vermelding waarom de emolumenten werden toegekend. Eiseres kan aldus geen enkele toelichting geven in welke mate de factuur betrekking heeft op bestuurdersvergoedingen en in welke mate de factuur betrekking heeft op het vastgoedproject.

Uit stuk 2 van eiseres blijkt dat Nv L. P. V., met als vast vertegenwoordiger dhr. J. B., en dhr. J. B. werden aangeduid als bestuurder, dhr. J. B. is tevens gedelegeerd bestuurder van eiseres. In welke hoedanigheid dhr. B. optrad in het kader van het vastgoedproject is volstrekt onduidelijk, als gedelegeerd bestuurder van eiseres, als vaste vertegenwoordiger van Nv L. P. V. binnen eiseres, als bestuurder van Nv L. P. V. (zie conclusie verweerder p. 3), als zaakvoerder van Bvba A. (Bvba V. M. - eigenaar van de grond van het project zie de kaderovereenkomst stuk 8 van eiseres), als zaakvoerder van Bvba B. C. (stuk 3 van eiseres),...

De stukken 9 en 10 van eiseres hebben betrekking op dhr. B. en tonen geenszins de werkelijkheid aan van beweerde prestaties door Nv L. P. V. . Stuk 7 van eiseres brengt evenmin duidelijkheid en dateert bovendien van 2021.

Stuk 8 van eiseres betreft de kaderovereenkomst d.d. 16 juli 2015 met verwijzing naar een project te K.-H. . Verder ligt er geen enkel stuk voor dat aantoont welke handelingen Nv L. P. V. effectief heeft gedaan voor eiseres in het kader van dit project, nochtans een groot vastgoedproject waarbij Nv L. P. V., volgens eiseres, diverse prestaties zou hebben geleverd, maar zonder dat daarvan enig concreet bewijs voorligt (zie stuk 8 van verweerder).

De rechtbank oordeelt dat eiseres faalt in haar bewijslast om de werkelijkheid van de prestaties aan te tonen en de belastingadministratie heeft de btw op de betwiste factuur terecht als aftrekbare btw verworpen.

*Btw-boete*

De btw-administratie heeft een boete van 10% opgelegd. Dat er sprake is van een vermeende buitensporige last voor eiseres, betreft een loutere bewering van de zijde van eiseres en wordt door niets onderbouwd.

De nalatigheidsinteresten zijn van toepassing wegens laattijdige betaling en worden niet beschouwd als een bestraffing (vergelijk Antwerpen, 30 juni 2020, stuk 13 van verweerder).

Wat betreft de aftrek van btw, betreft het een beoordeling over het al dan niet voldoen aan de bewijslast bij toepassing van artikel 45 W.BTW. Er is aan de betwisting dan ook geen principieel karakter verbonden.

Er ligt dan ook geen reden voor om, de alreeds tevoren herleide boete, nog verder te herleiden. De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde geldboete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en zulks rekening houdende met het KB nr. 41.

Tenslotte geeft eiseres niet de minste, laat staan valabele of onderbouwde, reden op waarom haar uitstel van boete zou kunnen worden toegekend.

*Betreffende het verzoek tot uitstel van betaling*

Evenmin wordt enige concrete reden gegeven waarom aan eiseres uitstel van betaling van de door haar verschuldigde sommen zou kunnen worden toegekend.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

**Rechtdoende op tegenspraak.**

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en door de rechtbank vereffend op 0,00 euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op **zes oktober tweeduizend eenentwintig** in openbare zitting van de Kamer AFi4, die samengesteld was uit:

## Textes cités

1

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Étendue du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-etendue-services-courtage-tribunal-bruxelles-2024-06-24-02f4) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 1 dispositions communes

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 1 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Délai préfix, Forclusion, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-delai-prefix-forclusion-tribunal-liege-2022-04-25-0b11) 1 dispositions communes

[Remise ou réduction d’une amende TVA, Principe de proportionnalité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/remise-reduction-amende-tva-principe-cour-appel-anvers-2025-06-10-0b8a) 1 dispositions communes
