---
title: "28 janvier 2026 · Droit de déduction, Charge de la preuve · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Droit de déduction, Charge de la preuve, Facture régulière -Amendes proportionnelles. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 28 janvier 2026."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-facture-tribunal-gand-2026-01-28-92d8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Droit de déduction, Charge de la preuve

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

28 janvier 2026

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

170 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance du Gand du 28.01.2026

\[ WF 709-15-24/000572 Finaliti 55150910/01 en 55150910/02 \]

\[ Jugement favorable \]

*Taxe sur la valeur ajoutée – Droit de déduction – Charge de la preuve – Facture régulière –Amendes proportionnelles*

## Dispositions légales

Articles [45, §1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) et [70, §1bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) CTVA

Articles [5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) de l’AR n°1 et 1 de l’AR n°3

## Résumé du jugement

1\. Faits

Le demandeur est assujetti à la TVA pour l'activité « autres services juridiques ». Il est également fondateur et administrateur d'une société qui développe et commercialise des compléments alimentaires. Il a fait l'objet d'un contrôle de TVA pour les années 2020 et 2021, qui a donné lieu à l'établissement de deux procès-verbaux de régularisation pour infraction au régime de déduction. Le 28 décembre 2023 et le 23 janvier 2024, il lui a été notifié les avis de recouvrement et de perception. Le 1er mars 2024, le demandeur a saisi le tribunal.

2\. Décision

En vertu de l'[article 45, § 1, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), tout assujetti peut déduire, de la taxe dont il est redevable au titre des livraisons et des prestations qu'il effectue, la TVA perçue sur les biens et services qui lui sont fournis, dans la mesure où il utilise ces biens et services pour effectuer des opérations taxées.

L'[article 1er, § 2 de l'arrêté royal n° 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art1) dispose qu'aucune déduction de la TVA n'est possible en ce qui concerne les biens et services destinés à des fins privées ou à des fins autres que celles de l'activité économique. Lorsqu'un bien ou un service est utilisé en partie à de telles fins, le droit à déduction est exclu proportionnellement à cette utilisation.

Le droit à déduction ne peut être exercé que si l'assujetti est en possession d'une facture répondant aux exigences visées à l'[article 5, § 1, de l'arrêté royal n° 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca).

En ce qui concerne les frais liés aux chiens, l'administration a accepté, au cours de la procédure, une déduction de la TVA de 20 % au titre de « frais de sécurité ». Pour les autres frais (cerfs, caravane, petit matériel et Telenet), le tribunal estime que le rejet ou la limitation de la déduction de la TVA était justifié.

En ce qui concerne les frais d'électricité, de mazout et d'eau, l'administration reconnaît le caractère professionnel du numéro de compteur concerné, de sorte que la déduction de la TVA peut être acceptée dans son intégralité. Pour les autres frais de logement à caractère mixte, le tribunal estime qu'une déduction de la TVA de 20 % reflète correctement la réalité.

En ce qui concerne les frais de voiture, le tribunal estime que la déduction de la TVA a été à juste titre limitée au forfait général de 35 %.

En ce qui concerne la violation de l'obligation de disposer d'une facture en bonne et due forme, le tribunal rejette le moyen invoqué par le demandeur en raison de l'absence des pièces justificatives nécessaires.

Enfin, le tribunal constate que le demandeur a commis des infractions à la législation sur la TVA, de sorte que les amendes ont été infligées légalement et sont exécutoires.

**Texte intégral:**

### Corps de la décision

Le jugement n'a été publié que dans sa langue originale.

**Vonnis rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen,**

**afdeling Gent dd. 28.01.2026 - 24/739/A**

**A.R. 24/739/A**

IN DE ZAAK VAN:

**A.D.,** met ondernemingsnummer ... en maatschappelijke zetel te ... ..., ...,

*eisende partij,* vertegenwoordigd door meester M.S. loco meester A.L. en loco meester K.N., advocaat met kantoor te 3001 Heverlee, Philipssite 5;

TEGEN:

**BELGISCHE STAAT,** FOD Financiën, KBO: 0308.357.159, met kantoren te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 33/971, in de persoon van de Minister van Financiën, op vervolging en benaarstiging van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit:

**KMO CENTRUM AALST — TEAM CONTROLE 1,** met kantoren te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6 bus 752,

*verwerende partij,* voor wie verschijnt de heer B.V., attaché bij een fiscaal bestuur;

BESLIST DE RECHTBANK ALS VOLGT:

## 1. PROCEDURE

De rechtbank hoorde op de openbare terechtzitting van **31 december 2025** partijen in hun middelen en argumenten. Vervolgens sloot de rechtbank het debat en nam zij de zaak in beraad. De rechtbank zag het dossier van de rechtspleging en de bewijsstukken in.

De rechtbank heeft de Nederlandse taal gebruikt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 2. RELEVANTE FEITEN EN PROCEDURELE VOORGAANDEN

**2.1.**

Eiser is geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het btw-nummer ... voor de activiteit van 'Overige rechtskundige dienstverlening' en is als dusdanig onderworpen aan de btw-wetgeving en -reglementering.

Eiser is gedelegeerd bestuurder en oprichter van cie1 (hierna afgekort 'cie1') (KBO-nummer ...). cie1 verkoopt kruidenmengsels en voedingssupplementen aan particulieren en ondernemingen, o.a. onder de merknaam 'The Herborist'.

Verschillende supplementen die door eiser werden ontwikkeld onder voormelde merknaam, zijn auteursrechtelijk beschermd.

**2.2.**

Op 9 mei 2023 en 12 september 2023 onderging eiser een btw-controle over de periode

van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021 (= de jaren 2020 en 2021).

De controle leidde tot de opmaak van een correctie-opgave, ter kennis gebracht aan eiser per aangetekende brief van 13 oktober 2023, waarbij de administratie meende een aantal inbreuken op de btw-wetgeving en reglementering te kunnen vaststellen.

Eiser reageerde tijdig per mail van 13 november 2023, waarin hij stelde niet akkoord te gaan met de vermeende vaststellingen in de correctie-opgave.

Vervolgens werd eiser per aangetekende brieven van 4 december 2023 in kennis gesteld van de processen-verbaal (van zelfde datum) van regularisatie inzake btw voor het jaar 2020 (stuk 1 van verweerder) en het jaar 2021 (stuk 2 van verweerder), waarin de vermeende vaststellingen uit de correctie-opgave integraal werden overgenomen.

Op 28 december 2023 en 23 januari 2024 werd eiser in kennis gesteld van de innings- en invorderingsberichten waarin de administratie navordert:

Voor de periode 01/01/2020 - 31/12/2020 (artikelnummer 500.2826.83840)

btw in hoofdsom 6.482,55 EUR

boeten 640,00 EUR

nalatigheidsinteresten op btw: vanaf 21 januari 2021

Voor de periode 01/01/2021- 31/12/2021 (artikelnummer 500.2828.20246)

btw in hoofdsom 6.243,09 EUR

boeten 620,00 EUR

nalatigheidsinteresten op btw: vanaf 21 januari 2022

**2.3.**

Op 1 maart 2024 maakte eiser de zaak aanhangig bij deze rechtbank.

## 3. VORDERINGEN VAN PARTIJEN

**3.1.**

**Eiser** vordert in zijn laatste conclusie:

> *"De vordering van concludent ontvankelijk en gegrond te verklaren;*
>
> *Dienvolgens,*
>
> *De BTW-navordering zoals opgenomen in het innings- en invorderingsregister inzake BTW op 28 december 2023 en 23 januari 2024, met artikelnummers 500.2826.83840 en 500.28238.20246, uitgevaardigd door de Adviseur-Invordering — Ontvanger, met kantoren te ... ..., ..., uitvoerbaar verklaard op 28 december 2023 en 23 januari 2024 en aan concludent ter kennis gebracht op 28 december 2023 en 23 januari 2024, te vernietigen;*
>
> *De Administratie te veroordelen tot opheffing van de BTW-naheffing, minstens te zeggen voor recht dat de hierin vermelde BTW-sommen, boete en interesten niet verschuldigd zijn door concludent;*
>
> *-* *De Administratie te bevelen tot terugbetaling van de niet-verschuldigde BTW-sommen, boeten en interesten, vermeerderd met moratoriuminteresten.*
>
> *De Administratie te veroordelen tot alle kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding conform artikel 1022 Ger. W. en Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van rechtsplegingsvergoeding, in hoofde van concludente begroot op het basisbedrag van 1.680,- EUR.*
>
> *(..)*
>
> *Kosten:*
>
> *-* *Rechtsplegingsvergoeding: 1.680,- EUR;*
>
> *-* *Bijdrage fonds tweedelijnsbijstand: 24,00 EUR;"*

**3.2.**

**Verweerder** vordert in zijn laatste conclusie:

> *"Het verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren;*
>
> *De vordering van eiser af te wijzen;*
>
> *Eiser te veroordelen tot het betalen van de bedragen die opgenomen zijn in de*
>
> *processen-verbaal en de invorderingen, gekend onder artikelnummers*
>
> *500.2826.20246 en 500.2828.20246.*
>
> *Eiser te veroordelen tot de kosten van het geding."*

**3.3.**

Waar verweerder in bovenvermelde vordering als eerste artikelnummer, het nummer '500.2826.20246' heeft vermeld, berust dit zonder twijfel op een materiële vergissing. De correcte artikelnummers blijken uit (kopie van) de beide innings- en invorderingsberichten (nl. 500.2826.83840 en 500.2828.20246) die ter griffie werden neergelegd als bijlage bij het gedinginleidend, verzoekschrift. Bovendien heeft verweerder de artikelnummers wel correct vermeld elders in zijn conclusie (zie p. 3, vierde alinea aldaar). Het is voor de rechtbank dan ook zonneklaar dat verweerder in bovenvermelde vordering de artikelnummers 500.2826.83840 en 500.2828.20246 heeft bedoeld. Deze artikelnummers werden overigens (correct) opgenomen in de vordering van eiser, zodat er geen over twijfel kan bestaan dat deze btw-navorderingen het voorwerp van het geschil uitmaken. De rechtbank vat de vordering van verweerder dan ook in die zin op.

## 4. DE BETWISTINGEN EN HUN BEOORDELING

### 4.1. Over de inbreuken op de aftrekregeling zoals voorzien in [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) ('inbreuk I')

**4.1.1.**

De correctie-opgave dd. 13 oktober 2023 bevat de volgende vaststellingen betreffende

'inbreuk I' (zie p. 5-6/26 aldaar — stukken 1 en 2 van verweerder):

*"Ik heb tijdens de controle vastgesteld dat de belastingplichtige als activiteit heeft:*

*1)* *prestaties als bestuurder van cie1 (...)*

*2)* *verhuur van kruidentuin*

*3)* *verhuur van gelijkvloers woning ...*

*Er is vastgesteld dat de btw geheven van de in de onderstaande tabel opgesomde goederen en/of diensten ten onrechte in aftrek \[is\] gebracht, aangezien die goederen en/of diensten volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé doeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit van de belastingplichtige.*

*cie1 bezit de volle eigendom over de villa op het adres: ... te .... Ik heb vastgesteld dat voor dit adres geen btw-belaste handelingen gebeurd zijn.*

*A.D. verhuurt een deel van het gebouw aan cie1 op het adres ... te .... De huurprijs was de eerste twee maanden van 2020 gelijk aan 2.274,23 euro/maand en de andere maanden gelijk aan 500,00 euro/maand. De huurder heeft schriftelijk verklaard dat de huur betrof van de woning/kruidentuin/orangerie. Volgens de huurovereenkomst van 28/04/2008 betrof dit een huur van een kruidentuin, een magazijn, een waterput en een kweek- en proefvijver.*

*Tijdens de controle ter plaatse op 12/09/2023 hebben mijn collega's vastgesteld 'de opleidingszaal' gebruikt wordt als stockageruimte van boormachines, stofzuigers en klein bouwgereedschap. Er is geen toonzaal vastgesteld. De zaakvoerder van cie1 heeft ook verklaard dat de vijver die vroeger beroepsmatig tot de kruidentuin behoorde nu tot het privé-gedeelte van de tuin behoren. Ook de tuin achter de veranda is volgens A.D. nu volledig privé. Er werden geen vaststellingen gedaan in het privé-gedeelte. Tijdens de controle ter plaatse hebben mijn collega's vastgesteld dat een deel van de orangerie gebruikt wordt voor professionele doeleinden in hoofde van cie1. Tijdens het plaatsbezoek was de echtgenote van A.D. hier op de laptop bezig.*

---

*Ik heb vastgesteld dat de belastingplichtige goederen en diensten in aftrek brengt inzake dierenverzorging. Dit heeft niets te maken met de activiteiten van de belastingplichtige en zijn niet aftrekbaar.*

*Naar analogie met de voorgaande controles zijn alle algemene kosten betreffende de woning op het adres: ... voor 20% aftrekbaar. Dit betrof een deel van de orangerie en de keuken. Ik stel ook vast dat deze woning deels verhuurd wordt aan cie1. Deze huurinkomsten zijn vrij van btw en alle gemaakte kosten betreffende deze huur zijn niet aftrekbaar.*

*Elektriciteitsmeter ...: adres ... te ...: 20% aftrekbaar*

*Elektriciteitsmeter EAN54… Adres ... te ...: 20% aftrekbaar*

*Aankoop mazout adres ... te ...: 20% aftrekbaar*

*Aankoopfacturen Telenet: 20% aftrekbaar*

*Aankoop goederen voor de caravan: niet gebruikt voor btw-belaste handelingen = 0% aftrekbaar*

*Aankopen klein materiaal (handboor, verf, vijverfolie, schopje,....) niet gebruikt voor btw-belaste handelingen = 0% aftrekbaar*

*Onderhoud tuin: niet gebruikt voor btw-belaste handelingen = 0% aftrekbaar*

*Er is vastgesteld dat de btw geheven van de in de onderstaande tabel opgesomde goederen en/of diensten ten onrechte in aftrek \[is\] gebracht, aangezien die goederen en/of diensten volledig of gedeeltelijk bestemd zijn voor privé doeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit van de belastingplichtige. De belastingplichtige heeft bij veel kosten niet kunnen aantonen dat deze gebruikt werden om btw-belaste handelingen te verrichten.*

**4.1.2.**

Op grond van [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is ter zake van de door hem verrichte leveringen en diensten, de voorbelasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in aftrek brengen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van de in de wet opgesomde handelingen.

[Artikel 1, §2 van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art1) van 10 december 1969 bepaalt dat in geen geval voor aftrek in aanmerking komt, de btw geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit. Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald onder controle van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.

Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen ten aanzien van de btw geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten moet de belastingplichtige op grond van artikel 3, §1, 1° van het reeds vernoemde koninklijk besluit nr. 3, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen [53, §2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53) en [53decies, §2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53decies) WBTW waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in [artikel 5, §1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Uit voormelde wetteksten volgt dat het aan eiser is om aan te tonen dat hij de betrokken goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen. In de processen-verbaal en de correctieopgave werd de wettelijke en feitelijke motivatie hiervoor uiteengezet. In de daarin opgesomde tabellen werd ook telkens vermeld over welk soort goed of dienst het gaat.

**4.1.3.**

De rechtbank overloopt hierna één voor één de betrokken goederen en diensten waarbij

telkens beoordeeld wordt of de btw-aftrek al dan niet terecht verworpen/beperkt werd.

4.1.3.1.

#### Voederkosten herten en honden, onderhoud herten, onderhoud honden, aankoop klein

materiaal honden

De btw-aftrek werd terecht verworpen wat de kosten voor de herten betreft. Eiser toont niet aan dat deze kosten aangewend werden voor de uitoefening van zijn economische activiteit die het verrichten van belastbare handelingen moet omvatten. In de processen-verbaal van 4 december 2023 werd benadrukt dat tijdens de controle vastgesteld was dat eiser in de jaren 2020 en 2021 (enkel) de volgende handelingen heeft verricht: (i) prestaties als bestuurder van cie1, (ii) verhuur van kruidentuin, (iii) verhuur van gelijkvloers woning ... (stukken 1-2 van verweerder, zie ook correctieopgave hogerop aangehaald in randnummer 4.1.2). Enkel de prestaties als bestuurder zijn, in hoofde van de btw, belaste handelingen. De bewering van eiser dat hij de herten als proefdier gebruikt om er de producten van 'The Herborist' op uit te testen, blijkt uit niets. Ook is er geen enkel spoor dat eiser in de jaren 2020-2021 nog steeds producten van 'The Herborist' ontwikkelde/verkocht.

Wat betreft de kosten voor de honden verzet verweerder zich in het kader van huidige procedure niet langer tegen een btw-aftrek ten belope van 20%. De aftrek werd in de correctie-opgave en processen-verbaal integraal verworpen, maar verweerder aanvaardt thans een aftrek ten belope van 20% als 'kost van beveiliging' (waakhond).

4.1.3.2.

#### Kosten inzake kleine benodigdheden (facturen VBK)

De btw-aftrek werd terecht verworpen, met dien verstande dat de btw-aftrek inzake de kosten met betrekking tot de honden alsnog aanvaard wordt ten belope van 20% (zie vorig randnummer en infra). Een significant deel van de facturen van VBK betreft kosten aangaande dieren (bv. paardenvoeding, klein materiaal honden, ...). Andere aankopen die gedaan worden bij VBK zijn vb: aankoop aardklemmen, aankoop onkruidverdelger, bamboestokken,.... Voor deze geleverde goederen bewijst eiser niet dat deze door hem gebruikt werden voor het verrichten van belaste handelingen. Ook in de huidige (gerechtelijke) fase van de procedure toont eiser niet aan dat deze goederen en diensten (m.u.v. deze i.v.m. honden) werden aangewend voor de uitoefening van zijn economische activiteit die het verrichten van belastbare handelingen moet omvatten. Eiser verwijst naar een arrest van het hof van beroep te Gent dd. 22 september 2020 inzake de personenbelastingen, maar legt het arrest zelf niet voor (dit wordt wel voorgelegd door verweerder — zie stuk 6), nog minder toont hij aan welke passages in het (omvangrijke) arrest (31 p.) zijn standpunt concreet kunnen schragen. Volgens verweerder, die wel dieper ingaat op het arrest, besluit het hof in dit (tussen)arrest dat de kosten voor de waakhond (slechts) als beroepskost aanvaard kunnen worden ten belope van 20% terwijl wat de aankoop van klein materiaal betreft, ook volgens het hof uit geen enkel stuk blijkt dat eiser deze kosten werkelijk heeft gedaan of gedragen, aldus verweerder. Eiser weerlegt/betwist dit niet. Daarnaast steunt verweerder met reden op het annualiteitsbeginsel op basis waarvan de administratie ertoe gehouden is elk jaar opnieuw te onderzoeken of de uitgaven die de belastingplichtige in aftrek wil brengen al dan niet een professioneel karakter vertonen en voldoen aan [artikel 45 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45). Dit geldt des te meer in het licht van de vaststellingen in de correctieopgave/processen-verbaal betreffende de werkelijke activiteit van eiser in de jaren 2020 en 2021. Eiser weerlegt deze vaststellingen niet.

4.1.3.3.

#### Kosten van elektriciteit, stookolie en water

Opnieuw staaft eiser zijn beweringen niet zodat de rechtbank er geen rekening mee kan houden. Anderzijds betwist verweerder (naar aanleiding van voornoemd (tussen)arrest van het hof van beroep) niet langer dat de aansluiting met ... het meternummer voor het professionele gedeelte is zodat de btw-aftrek m.b.t. deze kosten alsnog aanvaard moet worden (zie p. 7 van zijn conclusie). Er is dan ook geen enkele reden om de btw-aftrek dienaangaande te herleiden tot 20%.

Wat de overige kosten betreft bewijst eiser niet dat een ander aftrekpercentage van toepassing is dan het aftrekpercentage dat geldt voor de kosten met betrekking tot de woning en dat eerder werd vastgelegd op 20%. Hierbij werd rekening gehouden met de verhouding beroepsgebruik/privégebruik en de oppervlakte van de woning. Tijdens de btw-controle in 2023 werden er geen wijzigingen op dat vlak vastgesteld. Wel werd vastgesteld dat het magazijn gebruikt werd om goederen op te slaan die geen verband houden met de economische activiteit van eiser. Dit deel van het gebouw werd dan ook terecht niet beschouwd als professioneel gedeelte. Eiser verwijst 'voor het overige' naar 'de argumentatie uit vorige jaren nu dit aspect gedurende vorige fiscale controles telkens ter sprake is gekomen', maar hij legt dienaangaande geen enkel stuk voor zodat de rechtbank daarvan geen kennis heeft en er bijgevolg geen rekening mee kan houden. Bij gebrek aan enig bewijs van het tegendeel, neemt de rechtbank aan dat een btw-aftrek van 20% op bepaalde kosten met een gemengd karakter naar aanleiding van de vaststellingen van de administratie een correcte weergave vormt van de realiteit.

4.1.3.4.

#### Kosten van de caravan

De btw-aftrek werd terecht verworpen. Eiser brengt opnieuw geen concrete bewijzen aan van zijn beweringen. Een band met de vastgestelde activiteiten van eiser is niet aangetoond. Eiser toont niet aan dat deze goederen en diensten aangewend werden voor het stellen van belastbare handelingen. Er worden ook geen concrete bewijzen van deelnames aan beurzen of andere bewijsstukken voorgelegd.

4.1.3.5.

#### De facturen van Telenet

De btw-aftrek werd terecht beperkt tot 20% bij gebrek aan gedetailleerde facturen. Eiser beweert dat de administratie in het verleden reeds een btw-aftrek van 40% heeft toegestaan, maar hij onderbouwt zijn beweringen niet zodat de rechtbank er geen rekening mee kan houden.

4.1.3.6.

#### Kosten van bureelbenodigdheden, beveiligingskosten, onderhoud bureelmateriaal en

kleine benodigdheden

De btw-aftrek werd terecht verworpen. Het komt aan eiser toe om, kost per kost, aan te tonen dat deze gebruikt werd in het kader van zijn economische activiteit die het verrichten van belastbare handelingen moet omvatten. Eiser stelt dat de aftrekbaarheid van deze kosten 'verantwoord' is, maar enig stavend stuk wordt niet voorgelegd. Wat betreft de beveiligingskosten (meldkamerabonnement) werd een btw-aftrek van 20% aanvaard en eiser levert geen bewijsstukken die een hoger aftrekpercentage kunnen verantwoorden. Eiser stelt nog dat de administratie niet concreet motiveert waarom de btw-aftrek van bepaalde kosten niet wordt aanvaard, maar dit is wel degelijk het geval nu in de correctie-opgave en de processen-verbaal (herhaaldelijk) wordt vermeld dat eiser voor alle bovenvermelde kosten niet heeft kunnen aantonen dat deze goederen en diensten worden aangewend voor de uitoefening van zijn economische activiteit die het verrichten van belastbare handelingen moet omvatten. Ook thans faalt eiser (nog steeds) in deze op hem rustende bewijslast.

**4.1.4.**

Het eerste middel van eiser is ongegrond, met dien verstande dat voor de betrokken jaren 2020 en 2021: (i) de btw-aftrek inzake de elektriciteitskosten inzake meternummer ... wordt toegestaan ten belope van 100% (in plaats van 20%); en (ii) de btw-aftrek inzake de kosten betreffende de honden wordt toegestaan ten belope van 20% (als beveiligingskost —waakhond) (in plaats van 0%).

### 4.2. Over de inbreuk betreffende de verplichting in het bezit te zijn van een regelmatige factuur ('Inbreuk II')

Eiser voert aan dat hij in de loop van de procedure alsnog de nodige stukken zal bijbrengen ter verantwoording van de afgetrokken btw. Bij gebrek aan voorgelegde stukken, kan het middel van eiser niet worden aangenomen.

### 4.3. Betreffende de autokosten (\`Inbreuk IV')

**4.3.1.**

Eiser voert aan dat de btw-aftrek inzake de autokosten ten onrechte beperkt werd tot 35% nu hij meent recht te hebben op een btw-aftrek van 50%.

**4.3.2.**

Om de btw-aftrek inzake gemengd gebruikte bedrijfswagens te bepalen, steunen beide partijen op de [circulaire 36/2015](https://juriel.be/fr/circulaires/36-2015-agfisc-usage-mixte-droit-deduction-a3fd) van 23 november 2015 (E.T.119.650). De circulaire voorziet in drie methodes. Bij "methode 1" dient de belastingplichtige een dagelijkse rittenadministratie bij te houden (randnrs. 106-109 van de circulaire). Om de belastingplichtige die geen rittenadministratie wenst bij te houden toch toe te laten het beroepsgebruik vast te stellen op een manier die verband houdt met het werkelijk gebruik van ieder individueel autovoertuig, aanvaardt de btw-administratie als "methode 2", ter vereenvoudiging, de toepassing van een semi-forfaitaire formule (randnrs. 110-119 van de circulaire). Voor sommige belastingplichtigen kan het toepassen van "methode 1" en zelfs van "methode 2" een belangrijke administratieve last tot gevolg hebben. De administratie aanvaardt in dat geval als "methode 3" dat de belastingplichtige het beroepsgebruik middels een algemeen forfait vaststelt op "%Beroep = 35%" (randnrs. 120-122 van de circulaire).

**4.3.3.**

Tot op vandaag legt eiser geen enkel document voor betreffende 'methode 1' of 'methode 2'. De btw-aftrek werd dan ook terecht beperkt tot het algemeen forfait van 35% ('methode 3')

**4.3.4.**

Het middel van eiser is ongegrond.

### 4.4. Over de verschuldigde proportionele boetes

Ten slotte betwist eiser de opgelegde fiscale geldboetes omdat hij op basis van zijn argumentatie meent aangetoond te hebben dat hij het recht op aftrek op rechtmatige wijze heeft uitgeoefend.

De rechtbank heeft hogerop vastgesteld (zie randnummers 4.1, 4.2 en 4.3) dat er in hoofde van eiser wel degelijk (en in overwegende mate) nog sprake is van inbreuken op de btw-wetgeving. In die mate zijn de boetes derhalve wettelijk opgelegd en te handhaven.

Er is geen reden om het gehandhaafde gedeelte van de opgelegde boetes kwijt te schelden, te verminderen of te bekleden met de gunst van een uitstel.

### 4.5. Over de nalatigheidsinteresten

De wettelijke nalatigheidsinteresten zijn door eiser verschuldigd op grond van [artikel 91, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), te berekenen op de btw waarop de btw-administratie terecht aanspraak maakt in het licht van het voorgaande.

## 5. DE GERECHTSKOSTEN

Eiser wordt overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de gerechtskosten van het geschil in deze aanleg dragen. De Belgische Staat werd niet vertegenwoordigd door een advocaat en maakt daarom geen aanspraak op een rechtsplegingsvergoeding.

Aangezien er ook geen andere gerechtskosten verschuldigd zijn, is het in dit geval overbodig om de gedingkosten vast te stellen.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK, RECHT DOENDE OP TEGENSPRAAK,**

Verwerpt alle meeromvattende en strijdige conclusies als niet ter zake dienend;

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk, en in de volgende (beperkte) mate gegrond:

 staat de btw-aftrek inzake de elektriciteitskosten betreffende meternummer ... voor de jaren 2020 en 2021 alsnog toe ten belope van 100% (in plaats van 20%);

 staat de btw-aftrek inzake de kosten betreffende de honden voor de jaren 2020 en 2021 alsnog toe ten belope van 20% (in plaats van 0%);

Zegt voor recht dat de opgelegde btw-boetes en nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn in de mate dat de btw-vordering gegrond werd bevonden;

Beveelt de herberekening van de verschuldigde btw, boetes en interesten, en ontheft de btw-navordering zoals opgenomen in de betwiste innings- en invorderingsberichten rekening houdende met hetgeen hieraan voorafgaat;

Beveelt de terugbetaling van alle op grond van voormelde navorderingen ten onrechte geïnde sommen, te vermeerderen met de moratoriuminteresten;

Wijst het anders- en meergevorderde af als ongegrond;

Stelt vast dat er geen kosten van het geding te begroten zijn.

Aldus gewezen in openbare terechtzitting van de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op woensdag **achtentwintig januari tweeduizend zesentwintig,** waar aanwezig waren:

H.V.O., rechter, voorzitter van deze kamer, bijgestaan door: E.H., griffier.

### Note du SPF Finances

## Référence WF

WF 709-15-24/000572 Finaliti 55150910/01 en 55150910/02

## Textes cités

7

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 6 occurrences

[AR no 1 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) 4 occurrences

[AR no 3 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 2 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 53](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53) 1 occurrence

[CTVA art. 53decies](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-53decies) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Nullité du procès-verbal, Droit à déduction, Fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-proces-verbal-droit-deduction-cour-appel-gand-2024-03-05-cbc5) 6 dispositions communes

[Droit à déduction, Refus de production de documents comptables](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-refus-production-documents-tribunal-luxembourg-2024-12-18-d9e3) 6 dispositions communes

[Obligations de l’assujetti, Dépôt de déclarations périodiques](https://juriel.be/fr/jurisprudence/obligations-assujetti-depot-declarations-periodiques-tribunal-2024-06-10-7a5c) 5 dispositions communes

[Droit à déduction, Solde créditeur du compte courant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-solde-crediteur-compte-tribunal-bruxelles-2023-01-18-7f9c) 5 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 5 dispositions communes

[Droit à déduction, Conditions d’exercice, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-exercice-charge-cour-appel-bruxelles-2016-04-28-3a19) 5 dispositions communes

[Droit à déduction, Frais de nourriture et de boissons](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-frais-nourriture-boissons-cour-appel-liege-2020-09-07-73e3) 5 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-bruxelles-2011-06-10-cf98) 5 dispositions communes
