---
title: "4 janvier 2012 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Disposition pénale, amende administrative. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 4 janvier 2012."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-anvers-2012-01-04-878a"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

4 janvier 2012

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

98 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 04.01.2012

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op vier januari tweeduizend en twaalf in openbare zitting van de 2F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**L. B.**, rechter, voorzitter van de kamer,

**G. S.**, rechter,

**A. C.**, plaatsvervangend rechter,

**N. D.**, griffier.

## In zake : AR nr. 10/2070/A (99/3423/A)

**A. C. P. NV**, ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **F. V.** en meester **S. G.**, advocaten, beiden kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**,

**A.** in de persoon van de Minister van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, van wie de burelen gevestigd zijn te Brussel,

**B.** Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het derde BTW­ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **A. v. L. d. J.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het geïnventariseerd dossier van de rechtspleging gekend onder het algemeen rolnummer 99-3423-A (weggelaten van de algemene rol op 5 december 2005) waarin vervat o.a. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **C. E.** in vervanging van gerechtsdeurwaarder **R. D. M.** te … op 3 juni 1999 voor wat betreft verwerende partij sub A en betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **M. B.** te … op 3 juni 1999 voor wat betreft verwerende partij sub b,

\- de besluiten van partijen.

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 8 september 2010,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 7 december 2011.

---

Eiseres werd opgericht op 2 maart 1998 (BTW BE … toegekend op 27 april 1998).

Haar maatschappelijk doel is handel in elektronische apparatuur en componenten daarvan.

Ter zake BTW bevoegde ambtenaren verrichtten onderzoek ter plaatse op 10 juni 1998, ook bij de boekhouder van eiseres op 29 juli 1998.

Dit leidde tot processen-verbaal van 11 juni 1998 respectievelijk 6 juli 1998.

Een der vaststellers hernam een en ander in een proces-verbaal van 9 september 1998.

Hij voegde er toen vaststellingen (door collega's) aan toe in hoofde van leverancier (SPRL = BVBA) **E.** van eiseres en verder in hoofde van leveranciers van leverancier (NV) **S. C.** van eiseres.

In dit proces-verbaal ontzegde hij door eiseres verrichte aftrek met betrekking tot, van zowel **E.** als **S. C.**, ontvangen facturen.

\[Het gaat in het bijzonder om afwezigheid daarop van datum van levering van de goederen.\]

In dit proces-verbaal geeft hij verder nog dertien punten op van waaruit hij afwezigheid van recht op aftrek van voorbelasting afleidt in hoofde van eiseres.

Hij stelt meer bepaald dat de door eiseres onder vrijstelling van BTW als intracommunautaire leveringen uitgaand gefactureerde goederen rechtstreeks werden geleverd door alsdan **S. C.** aan **A. C. P.** BV in Nederland.

Hij berekent dan navordering van rechten, volledige boete gelijk aan 200 % van de rechten en intrest met ingang van 21 juli 1998 op de rechten.

Twee bevoegde ambtenaren stelden op 6 april 1999 nog "aanvullend en verbeterend" proces-verbaal op.

Daarbij verviel de in voormeld proces-verbaal geformuleerde “hoofdelijke aansprakelijkheid” van eiseres met (SPRL = BVBA) **E.**.

Dit laatste verhoogde het bedrag der uit oorzaak van gebrek aan recht op aftrek nagevorderde rechten met een gelijk bedrag, met correlatief dan ook tegelijk boete en intrest.

Een betalingsverzoek blijkt te zijn verzonden op 19 oktober 1998, zonder gevolg.

Ontvanger BTW Antwerpen 3 vaardigde dan op 13 november 1998 dwangschrift uit.

Daarin formuleert hij, bijkomend, intrest op ook de boete naast ook de vervolgingskosten.

Het dwangschrift werd op 16 november 1998 uitvoerbaar verklaard.

Het werd aan eiseres aangezegd middels aangetekende brief van 4 december 1998.

Eiseres liet middels exploot van 3 juni 1999 dagvaarden in betwisting der fiscale vordering.

Partijen concludeerden elk in de loop van 2000, verweerder in 2001 nog op art. 751 Ger. W.

De zaak werd bij gebrek aan beweging van de rol weggelaten op 5 december 2005 en in de loop van 2010 verzocht verweerder om nieuwe rolstelling.

In 2011 werd aan elk zijde een syntheseconclusie neergelegd.

Ontvankelijkheid en toelaatbaarheid van de rechtsvordering staan niet in betwisting, ook niet desnoods ambtshalve aan te voeren.

## Ten gronde

Eiseres stelt in conclusie dat de Nederlandse **A.**-groep op een gegeven ogenblik opteerde voor oprichting van een Belgische dochtervennootschap.

Zij stelt dat het voordeel van deze werkwijze lag in het 'gemakkelijker' benaderen en vlugger bestellen van het Belgisch cliënteel.

Daartoe werd steeds naar opgave in de conclusie van eiseres aanvankelijk een bureel gehuurd van een andere Belgische dochter (NV **A. E.**) op dier adres.

Eiseres had/heeft zelf geen personeel, geen telefoonkosten, geen voertuigkosten.

Eiseres meldt zich gegriefd doordat, naar haar oordeel, het dwangschrift niet naar vereiste der wet van 29 juli 1991 op de motivering van eenzijdige bestuurshandelingen is gemotiveerd.

Meer bepaald stelt eiseres dat de processen-verbaal met betrekking tot de vaststellingen bij en ten aanzien van BVBA **E.** en van (leveranciers van) NV **S. C.**, niet zijn gehecht aan het proces-verbaal van 9 september 1998 (dat zelf aan het dwangschrift is gehecht).

Evenwel vermocht de opsteller van het proces-verbaal zulke aanhechting niet te doen wegens gebondenheid aan zijn beroepsgeheim.

Hij heeft in zijn tekst meer bepaald de namen van derden vervangen door letters.

Dit is volkomen correct en dit proces-verbaal geldt tot bewijs van het tegendeel ([art. 59, § 1 in fine Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59)).

Eiseres steunt haar grief eveneens op het algemeen rechtsbeginsel van rechten van verweer.

Zij vult daartoe evenwel niet in hoe zij de vaststellingen ten aanzien van BVBA **E.** en ten aanzien van leveranciers van haar leverancier **S. C.** had kunnen ontkrachten, als immers even zovele feiten tussen derden waarin zij geen deelhad, althans niet rechtstreeks en/of niet officieel.

Bij die vaststellingen is gebleken dat zowel **E.** als leveranciers van **S. C.** hun BTW-verplichtingen niet hadden voldaan.

Eiseres draagt wettelijk de bewijslast tot recht op aftrek.

De belastingdienst stelde vast dat eiseres zelf geen leveringen deed, enkel factureerde.

Het arrest van 5 juni 2008 van het Hof van Beroep te Antwerpen (stuk bij elke gedingpartij) heeft geen gezag van gewijsde tussen huidige gedingpartijen.

Het heeft echter wel bewijswaarde wat betreft de door het Hof als waar beoordeelde feiten.

Het Hof oordeelde dat (huidig eiseres) niets meer dan een "lege doos" was en "zich de facto in de materiële onmogelijkheid bevond om welke handeling dan ook te verrichten in België en dat enig zelfstandig karakter van (haar) in België moet worden uitgesloten" (randnummer iii/4 op blad 32).

Het Hof verwerpt tegelijk de stelling dat (huidig eiseres) bij dit alles "zelfstandig optredend belastingplichtige" was.

Deze door het Hof als bewezen beoordeelde vaststellingen worden ook thans door eiseres op geen enkele wijze weerlegd.

Het valt hierbij op dat eiseres zich pas op het eind van 1998 trachtte te ontpoppen als BTW-belastingplichtige in de zin van commissionair (in de zin van [art. 13, § 2 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-13)) toen de onderzoekingen te haren aanzien reeds waren geschied.

Eiseres had hetzelfde bestuur als haar enige Nederlandse bestemmeling 'BV' **A. C. P.**.

Het Hof oordeelde in zijn vermeld arrest (randnummer ii op bladen 28-29) "dat de facturatie tussen NV **S. C.** en (huidig eiseres) en de daarop volgende facturatie tussen (dezelfde) en BV **A. C. P.**", "los van enige economische realiteit", geschiedde "met de uitsluitende bedoeling en middels onjuiste BTW­aangiften (...) een BTW-tegoed en /of aftrekpost te creëren in hoofde van (...) en (huidig eiseres)".

Het recht op aftrek van eiseres is dan ook geenszins bewezen.

Eiseres voert nog aan dat de door haar afgetrokken BTW, in het voordeel van de Staat, toch wordt gecompenseerd met door haar leverancier NV **S. C.** afgedragen BTW.

Deze belastingneutraliteit gaat evenwel teniet door de opvolgende uitgaande facturatie (van eiseres) onder onterechte aanspraak op vrijstelling voor intracommunautaire levering.

De verwerping van recht van aftrek is, bij dit alles, op zich wettelijk terecht geschied.

De door eiseres aangevoerde vrijheid van vestiging werd te dezen onmiskenbaar misbruikt met louter fraudedoeleinde, naar hogerop werd uiteengezet.

Eiseres kan deze grief van vrijheid van vestiging dan ook niet ernstig naar voren schuiven.

Eiseres betwist volledig de toegepaste boete.

De boete beloopt wettelijk 200 %, dit krachtens de wet ([art. 70, § 2 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70)).

Art. 1, laatste lid van KB 41 stelt dat geen vermindering mogelijk is bij belastingontduiking.

Uit het bovenstaande blijkt dat eiseres het instrument bij uitstek was tot belastingontduiking.

De rechtbank ziet hier dan ook geen enkele reden tot kwijtschelding dan wel vermindering, zulks in het kader van haar volle rechtsmacht (zie en vgl.Cass. 8 april 2011, F100033N).

De wettelijke, niet herleide, boete is te dezen volop evenredig met de hoogst laakbare feiten.

Deze toegepaste boete is repressief, preventief en vergoedend.

Partijen namen onderscheiden standpunten m over het bedrag der rechtsplegingvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Na erover beraadslaagd te hebben,

Verklaart de rechtsvordering ontvankelijk en toelaatbaar, maar ongegrond,

Veroordeelt eiseres tot de kosten,

Vereffent de kosten in hoofde van verweerder op 1.320,00 (dertienhonderd twintig) EUR bij wijze van wettelijk geïndexeerde rechtsplegingvergoeding, zoals gevorderd.

**N. D.** **A. C.** **G. S.** **L. B.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 13](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-13) 1 occurrence

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 2 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Non détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2020-12-10-2dfc) 2 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Présomption légale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-presomption-tribunal-anvers-2025-10-13-32f4) 2 dispositions communes

[Echange, Contrepartie, Base imposable, Valeur normale, échange, base d'imposition](https://juriel.be/fr/jurisprudence/echange-contrepartie-base-imposable-valeur-cour-appel-gand-2023-10-24-34d7) 2 dispositions communes

[Horeca, Système de caisse enregistreuse, Amendes fiscales non proportionnelles](https://juriel.be/fr/jurisprudence/horeca-systeme-caisse-enregistreuse-amendes-cour-appel-gand-2024-03-05-35f5) 2 dispositions communes
